Het Emiraat van Córdoba (1)

Puerta de Sevilla, Carmona

[Eerste van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba. De vestiging van de Arabische macht op het Iberische Schiereiland beschreef ik hier.]

Ik eindigde mijn vorige blogje op het moment waarop Yusuf al-Fihri zich had uitgeroepen tot koning en bezig was zijn macht op het Iberische Schiereiland te consolideren. Hij had geprofiteerd van het conflict waarmee de Abbasiden een einde hadden gemaakt aan het Kalifaat van Damascus. De leden van de zittende dynastie, de Umayyaden, waren allemaal vermoord. De cliffhanger van het blogje van gisteren was dat desondanks in september 755 een overlevende in Andalusië arriveerde: Abd al-Rahman.

Abd al-Rahman

Alle berichten over Abd al-Rahmans ontsnapping uit Damascus en zijn zwerftocht gaan terug op hemzelf, en we kunnen niet zonder meer aannemen dat de man werkelijk de prins was die hij voorgaf te zijn. Ik heb die materie al eens behandeld, dus ik laat het nu rusten. Het wezenlijke punt is dat de Andalusiërs hem erkenden als lid van het Umayyadische huis en dus als legitieme heerser. Met hun steun wist Abd al-Rahman af te rekenen met Yusuf en zijn macht stapsgewijs naar het noorden uit te breiden.

Lees verder “Het Emiraat van Córdoba (1)”

De Arabische verovering van Andalusië (3)

De Pyreneeën

[Laatste van drie blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Het eerste was hier.]

In de twee voorafgaande blogjes beschreef ik de manier waarop de Arabieren het Iberische Schiereiland onderwierpen en hun veroveringen consolideerden. In de volgende jaren staken de Arabische legers de Pyreneeën over voor strooptochten in het Frankische Rijk, waar de Merovingische koningen weinig gezag lijken te hebben gehad. (Ik schrijf “lijken” omdat er kanttekeningen zijn geplaatst bij het beeld van rois fainéants, al herinner ik me niet welke.) In 719 veroverden de Arabieren Narbonne, in 724 namen ze Carcassone en Nîmes, in het volgende jaar plunderden ze Autun, in het hart van Bourgondië. De Languedoc en de Provence waren op dat moment feitelijk Arabisch gebied en Aquitanië vormde een buffer tegen de Franken.

De slag bij Poitiers

Er is veel gemaakt van het gevecht bij Poitiers, waar Karel Martel, de hofmeier van alle Frankische gebieden, de Arabieren in 732noot Het jaartal is feitelijk niet met zekerheid bekend. Dat het precies honderd jaar na het (evenmin met zekerheid bekende) jaar van de dood van de profeet Mohammed is, verklaart de voorkeur voor 732. zou hebben verslagen. Als de Arabieren zouden hebben gewonnen, is de redenering, zouden ze het verdeelde Frankenrijk onder de voet hebben gelopen. Deze redenering, die dateert uit de negentiende eeuw, is vooral nog populair bij mensen die vandaag de dag een clash of civilizations ontwaren.

Lees verder “De Arabische verovering van Andalusië (3)”

De Arabische verovering van Andalusië (2)

Dirham uit Andalusië; het centrale opschrift luidt dat er geen god is dan Allah alleen, die geen deelgenoot heeft; het randschrift luidt dat de munt is geslagen in de naam van god in het jaar 106 (725 na Chr.; Archeologisch museum, Córdoba)

[Tweede van drie blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Het eerste was hier.]

Het veroveren van een gebied is één ding, het behouden is een ander. Het was de Arabieren en Berbers die met Tariq ibn Ziyad naar Iberië waren gekomen, te doen geweest om buit, maar vanaf de komst van Musa ibn Nusayr was de opzet het gebied te behouden. Dat riep de vraag op hoe de veroveraars het land moesten pacificeren en dat betekende samenwerking met de rijksgroten van het overrompelde Rijk van Toledo.

Verdragen

Musa sloot verdragen met de diverse lokale heersers, mannen met de rang van comes; de Latijnse titel zou later worden gebruikt om graven te typeren, de militaire bestuurders van een bepaalde regio. Eén zo’n verdrag is over: het is in 713 gesloten met een zekere Theodomir, die heerste over enkele oostelijke havensteden. Het kwam erop neer dat Theodomir de Arabische hegemonie erkende, dat de steden zichzelf mochten blijven besturen, dat er geen religieuze dwang was en dat Theodomirs mensen geen hulp mochten verlenen aan de vijanden van het Kalifaat. Verder was er een jaarlijkse belasting (jizya) van één dinar en wat landbouwproducten per persoon en de helft voor een slaaf. De rijken werden ontzien: niet alleen was de hoofdelijke belasting laag, er werd ook geen land geconfisqueerd. Na enkele jaren werd het tarief overigens verhoogd (721).

Lees verder “De Arabische verovering van Andalusië (2)”

De Arabische verovering van Andalusië (1)

De Straat van Gibraltar

Ik heb al vaker geblogd over de grote Arabische veroveringen: de laatste grote gebeurtenis uit de Oudheid. Het gaat om twee verwante processen, namelijk enerzijds het ontstaan van de Arabische heerschappij (anders gezegd, van het Kalifaat) en anderzijds – en iets langzamer – de verspreiding van een Arabisch monotheïsme. De geleidelijke arabisering van de samenleving is dan nog een derde proces.

Enkele jaartallen: in 641 veroverden de Arabieren Alexandrië op de Byzantijnen, in het volgende jaar bereikten de legers de Cyrenaica, en tussen 647 en 695 namen de Arabische troepen het huidige Tunesië over. Daar, in wat ze Ifriqiya noemden, stichtten ze Kairouan, ver in het binnenland, onbereikbaar voor de Byzantijnse vloot, en gunstig gesitueerd voor het geval er nog met de Berbers zou moeten worden gevochten. De arabisering van de Maghreb nam een aanvang.

Lees verder “De Arabische verovering van Andalusië (1)”

Het Rijk van Toledo (4)

Zomaar mooie decoratie (Archeologisch museum, Mérida)

[Laatste van vier blogjes over het Rijk van Toledo. Het eerste was hier en over de voorgeschiedenis leest u daar meer.]

Nu ik in de vorige stukjes een schets heb gegeven van het zesde-eeuwse Rijk van Toledo, zou een vergelijking met de het Frankische rijk van de Merovingen zinvol zijn. Op het Iberische Schiereiland bleven de Romeinse bestuursstructuren grotendeels voortbestaan, terwijl er in Gallië andere vormen ontstonden, die ik niet ken in voldoende detail. Dat maakt het lastig verklaringen te noemen.

Ik wijs er wél op dat in de Frankische gebieden een bestuurlijke tegenstelling ontstond tussen stad en platteland, die zich in de Volle Middeleeuwen zou vertalen in stadsrechten die de poorters wel bezaten en de ommelanders niet. In het Rijk van Toledo bleven de aloude gemeentes bestaan, zonder juridische tegenstellingen tussen stad en land.

Lees verder “Het Rijk van Toledo (4)”

Het Rijk van Toledo (3)

Mal om tegels te maken (Archeologisch museum, Córdoba)

[Derde van vier blogjes over het Rijk van Toledo. Het eerste was hier en over de voorgeschiedenis leest u daar meer.]

Zoals in de vorige blogjes aangegeven, werden de nieuwe heersers op het Iberische Schiereiland, van wie men zei dat ze afstamden van Germaanse migranten, opgenomen in een laat-Romeinse samenleving. Ze waren al heel lang geromaniseerd, terwijl de Hispano-Romeinse bevolking zeker niet germaniseerde. Ik herhaal dit punt, omdat het misverstand blijft terugkeren dat het Romeinse Rijk na de “grote volksverhuizingen” werd afgelost door de koninkrijken van Germaanse immigranten, zodat zesde-eeuws Iberië een on-Romeins, Visigotisch karakter zou hebben gehad.

Veranderingen

Niet dat de Iberische samenleving rond 600 identiek was aan die rond 400. Processen die in de Laat-Romeinse wereld waren ingezet, zoals denivellering en de trek van de steden naar het platteland, gingen gewoon verder. Ook was een deel van het land opnieuw verdeeld: na 507 had de Hispano-Romeinse elite landerijen moeten afstaan aan de noordelijke nieuwkomers. De oude elite bleef echter belangrijk. Zoals ik al vertelde, betekende hospitalitas (als dit een werkelijk bestaand systeem is geweest) dat 2/3 van de beste landgoederen naar de nieuwkomers gingen, wat betekent dat de traditionele grootgrondbezitters nog altijd 1/3 bezaten plus alle mindere landgoederen.

Lees verder “Het Rijk van Toledo (3)”

Het Rijk van Toledo (2)

Halssnoer uit de zesde of zevende eeuw (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

[Tweede van vier blogjes over het Rijk van Toledo. Het eerste was hier en over de voorgeschiedenis leest u daar meer.]

In 586 besteeg Leovigilds zoon Reccared de troon en omdat zijn vader had gefaald in het apaiseren van de aanhangers van het Credo van Chalkedon, besloot de nieuwe koning zich maar bij hen aan te sluiten. Daarmee aanvaardde het Rijk van Toledo het christendom zoals het ook in het Byzantijnse Rijk bestond.

De kerk profiteerde ervan. Opgravingen (zoals deze recente) documenteren dat de kerkgebouwen bepaald geen nederige stulpjes waren. Tegelijk werd de kerk nu meer dan ooit een bestuursinstrument. Tot 704 vonden in Toledo achttien synodes plaats, die zijn te beschouwen als zowel kerkelijke als bestuurlijke landdagen. De vergaderingen hadden vérgaande wetgevende taken en de hier vastgestelde wetten lijken ook merendeels te zijn uitgevoerd. Ze beschrijven dus meestal reële situaties.

Lees verder “Het Rijk van Toledo (2)”

Het Rijk van Toledo (1)

Decoratie uit Mérida

Als we zouden afgaan op de bronnen, was de opvolgerstaat van het Rijk van Toulouse, het Rijk van Toledo, verdeeld over de vraag welk christendom het ware was: het ariaanse of dat van de keizer, zoals vastgelegd tijdens het Concilie van Chalkedon. Ik heb al verteld dat dit meer zegt over de aard van onze bronnen dan over wat er werkelijk speelde.

Voor zover de kwestie betekenis heeft, is het omdat vroegere onderzoekers meenden dat de Hispano-Romeinse bevolking het keizerlijke christendom volgde, terwijl de Visigoten ariaans zouden zijn geweest. Als dit waar was, zou het inderdaad een belangrijk thema zijn, maar er zijn voldoende uitzonderingen bekend om te concluderen dat de religieuze en etnische grenzen niet parallel liepen. Waarbij ik in dan nog maar in het midden laat wat met “etnisch” bedoeld kan zijn, want lang niet alle mensen die op last van de Visigotische koningen naar Iberië trokken, hadden Germaanse voorouders. Waarbij we óók in het midden moeten laten wat Germanen dan eigenlijk zijn.

Lees verder “Het Rijk van Toledo (1)”

Plechelmus

Sint-Plechelmus en de Sint-Plechelmusbasiliek in Oldenzaal

Vrij algemeen is bekend dat Willibrord de schutspatroon van de Nederlandse katholieke kerkprovincie is: hij wordt wel gezien als de vroegste missionaris van de Lage Landen (aan het begin van de achtste eeuw). Maar er is nog een tweede patroonheilige van deze kerkprovincie: Sint-Plechelmus. Ook deze heilige is van Angelsaksische herkomst, en misschien zelfs wel uit dezelfde streek afkomstig als Willibrord (te weten: Northumbria). Zijn naam (Pleghelm) wordt voor het eerst genoemd in een handschrift uit de negende of tiende eeuw: het Liber Vitae Dunelmensis (afkomstig uit Durham) en nu te vinden in de British Library in Londen

Anderen noemen Ierland als Plechelmus’ geboortestreek, terwijl de derde missionaris van belang voor de Lage Landen (Bonifatius) Zuidwest-Engeland als herkomstgebied kent. Net als Willibrord en Bonifatius was Plechelmus in onze streken actief in de eerste helft van de achtste eeuw. Plechelmus werd daarbij waarschijnlijk vergezeld door Otger en Wiro.

Lees verder “Plechelmus”

Museum Dorestad

Romeinse helm uit Wijk bij Duurstede (Rijkscollectie)

Deze blog bestaat vandaag veertien jaar en dat vier ik met het 500e blogje in onze reeks museumstukken. Dat moet natuurlijk een bijzonder museumstuk zijn, maar het is niet de helm hierboven. Ik blog over het museum waar die helm eigenlijk hoort te zijn, en wellicht nog eens komt. Alleen is dat museum nog niet geopend: het is Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede.

Ik blog daarover omdat een museum, waar ze artefacten tonen, ook zelf een artefact is. Ik heb eerder weleens geblogd over de landkaart van Italië die je kunt zien in het Museo della civiltà romana in Rome, en zo kun je ook kijken naar het museum waar de vondsten uit Dorestad te zien zullen zijn. Ik sprak erover met conservator Luit van der Tuuk.

Lees verder “Museum Dorestad”