Het nieuwe leger van Darius III

Volgens het Staatliches Münzkabinett in München is dit een goudstuk van Darius III Codomannus (maar misschien is ‘ie ouder)

Ik liet u vorige maand achter met een Alexander de Grote die in het voorjaar van 331 v.Chr. op het punt stond de strijd aan te binden met de Perzische koning Darius III. Diens bijnaam “Codomannus” kennen we alleen uit een Latijnse tekst, en we weten niet zeker wat de Perzische vorm kan zijn, maar de meest plausibele verklaring die ik ooit heb gelezen is dat het zoiets als “de krijgszuchtige” betekent. En dat zou niet voor niets zijn, want de man was voor de duvel niet bang en was een knappe organisator.

En na slag bij Issos, waarover we het in deze reeks al hebben behandeld, was hij zo’n beetje alles kwijt: zijn infanterie en cavalerie, zijn oorlogskas, zijn familie. Desondanks slaagde hij er in de maanden na zijn nederlaag in om alle moeilijkheden weer te boven te komen, wat bewijst hoe gevaarlijk hij was. Het mocht echter niet baten. Dat de vijanden uit het westen zouden doorbreken, stond geschreven in de sterren – letterlijk, zoals bleek bij Gaugamela – en geen sterveling kon daar verandering in brengen.

Lees verder “Het nieuwe leger van Darius III”

Het Hemels Mandaat in Mesopotamië

Babylonië, Sogdië en China

Een paar dagen geleden schreef Kees Alders op deze blog over het Hemels Mandaat, Tianming, dat de Zhou-dynastie uit het westen van China voor zichzelf claimde toen ze in de elfde eeuw v.Chr. de Shang-dynastie omverwierp. Samengevat:

De laatste Shang-vorst zou wreed en losbandig zijn geweest, en daarmee het morele mandaat hebben verloren om zijn rijk te besturen.

Dit idee is in het latere China een belangrijke rol blijven spelen, aangezien het een van de kernvragen introduceerde van de latere Chinese filosofie: wat was immers de deugd waarover de heerser diende te beschikken? Die vraag laat ik verder aan Alders over om te beantwoorden, ik wijs op een parallel in Mesopotamië.

Lees verder “Het Hemels Mandaat in Mesopotamië”

Manicheeërs in China

Schijf met manichese motieven (Wereldmuseum, Leiden)

Het manicheïsme is een verdwenen godsdienst uit de Late Oudheid. De stichter was de Mesopotamische profeet Mani (216-274 na Chr.), die onderwees dat het universum was verdeeld in twee strijdige kampen, de kwade materiële wereld (“de Duisternis”)  en de goede wereld van de geest (“het Licht”). Dit dualisme deelde het manicheïsme met het Perzische zoroastrisme. Daarnaast accepteerde het elementen uit het neoplatonisme, het rabbijnse jodendom, de gnosis, de hellenistische godsdiensten van Mesopotamië en het vroege christendom. Mani beschouwde zich als de Pleitbezorger (Parakleet) die in het Johannes-evangelie wordt aangekondigd.noot Johannes 14.16. Mani kende ook de Indische godsdiensten en er zijn in de manichese geschriften ook boeddhistische elementen aan te wijzen.

Van Mani naar China

Het manicheïsme ontstond in het nog jonge Sassanidische Rijk, geregeerd door een dynastie die als voorvader een belangrijke priester van Anahita had. De eerste koningen waren geen scherpslijpers en kunnen Mani’s opvattingen, die een synthese vormden van alle binnen het rijk bestaande ideeën, hebben beschouwd als nuttig om eenheid te scheppen.

Lees verder “Manicheeërs in China”

Het einde van Valerianus

Valerianus (Archeologisch museum, Izmir)

Een christen zou zijn vijanden lief moeten hebben, maar een christen is ook maar een mens. Neem Lactantius. Kort nadat keizer Galerius in 311 op zijn doodsbed de christenvervolging had beëindigd en nadat diens opvolger Licinius in 313 de christenen compensatie had beloofd voor de door de vervolging toegebrachte schade, publiceerde Lactantius De dood van de vervolgers, waarin hij in geuren en kleuren beschreef hoe de vervolgers aan hun levenseinde waren gekomen. Galerius’ doodsbed zou één lange martelgang zijn geweest, maar Lactantius’ verslag zegt minder over wat er feitelijk gebeurde dan over wat de auteur de vervolger gunde (namelijk hetzelfde lot als jodenvervolger Antiochos IV Epifanesnoot2 Makkabeeën 9.5-9.).

En dan was er keizer Valerianus, die in 253 aan de macht was gekomen in een rijk dat op dat moment in crisis verkeerde. De inflatie gierde de bocht uit. Er waren diverse opstandelingen. De mijnen waren uitgeput. Een gruwelijke epidemie – vermoedelijk iets dat leek op ebola – had al tienduizenden slachtoffers gemaakt. Barbaarse stammen, zoals de Franken en de Goten, braken door. In het oosten was een nieuwe dynastie opgestaan, de Sassaniden uit Perzië, en die was een stuk agressiever dan de eerdere Arsakiden uit Parthen; koning Shapur had Antiochië al geplunderd. De Romeinse wereld leek gedoemd.

Lees verder “Het einde van Valerianus”

Een antieke hemelsfeer

De hemelsfeer van Qusair ‘Amra

In de woestijn ten oosten van Amman liggen de zogeheten Desert Castles: een stuk of vijftien forten, meest uit de Umayyadische periode (661-750 na Chr.). Sommige zijn ouder: ik blogde al eens over het Romeinse Qasr el-Azraq, dat in 1917/1918 diende als winterkwartier van Lawrence of Arabia. In een ander blogje verwees ik al eens naar Qusair ‘Amra, waar een fresco is te zien van enkele door de Arabieren verslagen koningen. In het badhuis van Qusair ‘Amra is ook bovenstaande schildering aangebracht: een hemelkaart aan de binnenkant van de koepel boven het badhuis. Rond 730 vervaardigd voor prins (later kalief) Walid II, is dit de oudste nog zichtbare geschilderde hemelsfeer.

Het is echter niet de oudst-bekende hemelsfeer, of sfaira, zoals de Grieken het noemden. De Grieks-Romeinse auteur Filostratos, die u moet plaatsen in de eerste helft van de derde eeuw, biedt een beschrijving van zo’n met een sterrenkaart beschilderde koepel. In zijn biografie van Apollonios van Tyana (eerste eeuw na Chr.) vertelt dat hij dat de rondtrekkende Pythagorese wijsgeer met zijn leerling Damis aankomt in Babylon, een van de residenties van de Parthische koningen die destijds heersten over Mesopotamië.

Lees verder “Een antieke hemelsfeer”

Alexander de Grote in Gaza

Achilleus onteert het lijk van Hektor (Nationaal Museum, Beiroet)

Oorlog in Gaza – ik kan me voorstellen dat de lezer die toevallig vandaag op deze blog belandt, vermoedt dat het over recente gebeurtenissen gaat. Maar ik schrijf over de Oudheid, en dit is een aflevering uit een reeks over Alexander de Grote, die we in het vorige blogje hebben achtergelaten bij Tyrus. Hij had de Fenicische havenstad na een maandenlange belegering ingenomen en de verdedigers op het strand gekruisigd.

Toen hij ook de Tyrische vrouwen en kinderen, voor zover die niet naar Karthago hadden kunnen ontkomen, als slaven had verkocht, liet hij in Tyrus een garnizoen van gewonde Macedoniërs achter, die de puinhopen maar moesten zien te veranderen in een bewoonbare stad. Vervolgens trok Alexander verder naar het zuiden.

Lees verder “Alexander de Grote in Gaza”

Lucius Verus versus de Parthen

Lucius Verus (Torloniacollectie, Rome)

In 115 ontketende de Romeinse keizer Trajanus (r.98-117) een enorme oorlog tegen het Parthische Rijk. Hij liep de bufferstaat Armenië onder de voet en gelastte zijn legioenen om langs de Tigris en de Eufraat op te rukken naar de Perzische Golf. Een boottochtje vormde het triomfantelijke hoogtepunt van de operatie. Maar meteen daarna waren er opstanden en Trajanus’ opvolger Hadrianus (r.117-138) ontruimde de gebieden. Evengoed zat de schrik er goed in bij de Parthen: decennia lang bleef het rustig. De opbloeiende handel van een stad als Palmyra documenteert de zegeningen van de vrede.

Crisis

Tijdens Hadrianus’ opvolger Antoninus Pius (r.138-161) bleef het aan de Eufraatgrens rustig en de Romeinen verwachtten dan ook geen onoverkomelijke moeilijkheden toen Marcus Aurelius en zijn broer Lucius Verus aantraden. De nieuwe keizers werden totaal overrompeld door het offensief van de Parthische koning Vologases IV, die niet alleen het Romeinse Rijk binnenviel maar ook de gouverneur van Cappadocië versloeg. Een van de legioenen (VIIII Hispana of XXII Deiotorana) werd vernietigd. De Parthen versloegen ook de gouverneur van Syrië, installeerden in Armenië een vazalkoning en vervingen in het bufferstaatje Edessa de pro-Romeinse koning Manu door een eigen vorst.

Lees verder “Lucius Verus versus de Parthen”

Caesar en het Parthische Rijk

Soldaat uit het Parthische Rijk (Museum van Azerbaijan, Tabriz)

De stukjes in mijn reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” leid ik meestal in met een zo precies mogelijk datering, maar vandaag kan ik niet nauwkeuriger zijn dan dat het was in het jaar waarin Caesar zonder collega het consulaat bekleedde. Ofwel 45 v.Chr. We gaan het hebben over ’s mans volgende grote project: de oorlog tegen het Parthische Rijk.

Casus belli

De Romeinen hadden nogal wat unfinished business in het oosten. In 53 v.Chr. was generaal Crassus, nadat hij de Midden-Eufraat was overgestoken, verslagen bij Carrhae. Het staat vast dat de Romeinen zo snel mogelijk wraak wilden nemen. De heropleving van de Gallische Oorlog door Ambiorix en Vercingetorix had echter ieders aandacht gevraagd. Vervolgens was de Tweede Burgeroorlog uitgebroken.

Lees verder “Caesar en het Parthische Rijk”

Alexander de Grote in Tyrus (2)

De pilaren in de kruisvaarderskerk van Tyrus zijn vermoedelijk afkomstig uit de tempel van Melqart

[Dit is het laatste van twee blogjes over Alexanders belegering van Tyrus. Het eerste was hier.]

Alexanders ingenieurs bouwden ondertussen enorme belegeringsmachines. Drijvende platforms voor katapulten, blijden en boogschutters waren de eenvoudigste wapens. Hiermee kon de stad dag en nacht worden bestookt. Daarnaast plaatsten de Macedoniërs torens op gigantische catamarans; ook hiervandaan konden blijden en katapulten de stad onder vuur nemen. De Tyriërs moeten mentaal zijn gesloopt doordat ze voortdurend op hun hoede moesten zijn voor inslaande projectielen; ze kregen geen moment rust.

Het gevaarlijkste wapen was een boomstamgrote stormram, die was opgehangen onder een driehoekig dak, dat rustte op twee schepen. Vanaf een derde schip, dat erachter lag, konden matrozen de boom heen en weer trekken. Het was de bedoeling hiermee een bres te beuken in de zuidelijke zeemuur, maar daarvoor moesten de drie schepen wel verankerd liggen. Tyrische duikers slaagden erin om de touwen los te snijden, waarop de Macedoniërs nieuwe ankers neerlieten, dit keer hangend aan metalen kettingen. Dag en nacht kon de stormram nu inslaan op een deel van de muur, en uiteindelijk groeide een voldoende brede bres.

Lees verder “Alexander de Grote in Tyrus (2)”

Alexander de Grote in Tyrus (1)

Een Fenicische priester uit Tyrus (Louvre, Parijs)

Zoals de regelmatige lezers van deze blog inmiddels hebben gemerkt, ben ik begonnen aan een reeks over de oorlog van Alexander de Grote tegen het Perzische Rijk. In eerdere afleveringen vertelde ik over de wijze waarop hij aan de macht kwam en zijn wederwaardigheden in het huidige Turkije. Over de slag bij Issos, waarin de Macedoniërs de Perzische troepen van Darius III Codomannus versloegen, had ik lang geleden al eens geblogd. Dat gevecht, in de eerste dagen van november 333 v.Chr., eindigde in een afschuwelijke slachting omdat de Perzen niet weg konden komen.

Na afloop begon Alexander een relatie met een Perzische maîtresse, Barsine. Over haar heb ik eerder geschreven; ze moet een soort Doña Marina zijn geweest, die de Macedoniërs hielp bij het begrijpen van de oosterse cultuur. Maar niet voldoende, zoals we constateren bij het vervolg: hoe Alexander Fenicië veroverde.

Lees verder “Alexander de Grote in Tyrus (1)”