Herodotos’ bronnen

De stadsmuur van Babylon.

[Vijfde van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

Herodotos beweert dat hij de hele bekende wereld heeft bezocht. Onder zijn informanten heeft hij priesters uit Griekenland, Egypte en Babylon; Libiërs, Karthagers, Cyprioten, Egyptenaren, Grieken, Italianen, Perzen, Feniciërs en Skythen. Iedereen lijkt te hebben willen meewerken.

Fake nieuws?

Interviews lijken Herodotos’ belangrijkste bron te zijn geweest. Als een goed journalist presenteert hij zijn publiek verschillende versies van dezelfde gebeurtenis. Zo biedt hij in 8.37 niet alleen een Grieks verslag van de Perzische aanval op de Griekse tempel in Delfi, met daarin opgenomen de opportune verschijning van twee bovennatuurlijke helpers die de Perzische aanval pareerden, maar hij is er zelfs in geslaagd een Perzische informant van deze goddelijke interventie te vinden.

Lees verder “Herodotos’ bronnen”

Oud-oosterse maatschappelijke verhoudingen

Twee Assyrische paleisbedienden (Tell Ahmar; Louvre, Parijs)

Tijd om het te hebben over de maatschappelijke verhoudingen in het oude Nabije Oosten. In de eerste plaats slavernij. Je hoeft niet heel Bijbelvast te zijn om de verhalen te kennen over de vreselijke slavenarbeid van de Hebreeën in Egypte en de deportatie van de Joden naar Babylonië. Onvrije arbeid was destijds doodnormaal. De vrijheid van de een was mogelijk door de onvrijheid van de ander, zo simpel. In de oud-oosterse samenlevingen bestond dus een onderscheid tussen degenen die eigen baas waren en degenen die andermans bezit waren.

Dat was maar één manier om de toenmalige maatschappij onder te verdelen. De maatschappelijke verhoudingen waren zo complex als je bij vijfentwintig eeuwen geschiedenis mag verwachten. Rijkdom was een ander onderscheid, net als iemands plaats in de economie: boer, soldaat, ambachtsman. Voor ons niet zo goed te begrijpen is de positie binnen of buiten de twee grote organisaties, d.w.z. paleis en tempel. Tempelpersoneel en hovelingen kregen voor hun diensten betaald door de redistributie van de opbrengsten van het land. Dat maakte hen opvallend geprivilegieerd.

Lees verder “Oud-oosterse maatschappelijke verhoudingen”

Mithras: mysterie en mythe

Mithras doodt de stier (Nationaal Museum, Boedapest)

Ooit kreeg ik mail van iemand die een boek wilde schrijven over Mithras. Als hij had aangetoond dat het christendom slechts een derivaat was, zo schreef hij, had hij wraak genomen op de paters die zijn jeugd hadden verziekt.

Tja.

Als je een rekening met het christendom wil vereffenen, prima. Er valt beslist een boom over op te zetten. Maar als je dat doet, laat dan het verleden erbuiten. Wie dat benut om in het heden een punt te scoren, misbruikt het.

Dit heb ik destijds maar niet geschreven. Ik vermoedde een trauma. In plaats daarvan heb ik literatuurverwijzingen gegeven, inclusief een verwijzing naar de website van Roger Pearse. Die maakt korte metten met het misverstand dat het christendom op een of andere manier leentjebuur heeft gespeeld bij de verering van Mithras.

Zou ik de mail vandaag moeten beantwoorden, ik zou verwijzen naar de expositie in het Musée royal de Mariemont in Morlanwelz. Voor Nederlanders: dit schitterende museum, gelegen in een al even schitterend park vol zeldzame bomen, toont de fenomenale collectie van multimiljonair Raoul Waroqué, die haar in 1917 naliet aan de Belgische staat. Het dorpje Morlanwelz vindt u halverwege Bergen en Charleroi.

Lees verder “Mithras: mysterie en mythe”

De tien invloedrijkste antieke teksten

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

Een tijdje geleden blogde ik over de wijze waarop oudheidkundigen documenteren  hoe Domitianus’ toepassing van de Fiscus Judaicus op ons nog steeds invloed uitoefent. Hoe er, met andere woorden, vormende werking uitgaat van de antieke samenleving op de hedendaagse. Nog anders gezegd: een enkele keer is de Oudheid relevant voor onze samenleving.

Invloed en inspiratie

Ik kreeg n.a.v. dat blogje de vraag of er meer voorbeelden waren. Ja. Die zijn er. Zie mijn boekje Vergeten erfenis. Daarin toon ik enkele structurerende elementen. Toen ik onlangs een paar dagen quarantaine in acht moest nemen, heb ik bovendien filmpjes gemaakt over antieke teksten die op zich misschien niet invloedrijk zijn, maar wel aspecten van de antieke samenleving documenteren waarvan vormende werking uitgaat. De trouwe lezers kennen die teksten al, want ik heb er eerder over geblogd: deel een, deel twee, deel drie, deel vier.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten”

Thalatta, thalatta

De Aras (de antieke Araxes)

We hadden Xenofon vorige week achtergelaten in een besneeuwd Armenië. Volgens de meeste commentatoren trok hij van Cizre via Bitlis naar Muş. Daarna groeit de verdeeldheid. De Duitse krijgshistoricus Otto Lendle veronderstelt dat de huurlingen bij het bereiken van de bovenloop van de Aras stroomopwaarts naar het westen trokken tot ze bij Erzurum kwamen. Daar sloegen ze af naar het noorden. Andere commentatoren gaan ervan uit dat de soldaten de Aras oostwaarts volgden en dat de wending naar het noorden een eind stroomafwaarts plaatsvond. De samenstellers van de Landmark-Xenofon houden het op een punt 130 km ten oosten van Erzurum maar ik heb ook een theorie gezien die de bocht naar het noorden nog eens 130 km verder plaatst, op de grens van het huidige Turkije en Armenië.

De Çoruh

Hoe dat ook zij, na allerlei onprettige ontmoetingen met bergstammen die de Griekse huurlingen wilden tegenhouden, bereikten Xenofons mannen de rivier Çoruh. Hierover bestaat onder de diverse commentatoren weer consensus. De  soldaten trokken stroomopwaarts en kwamen bijvoorbeeld langs de plek waar nu de stad Ispir staat. Ze wisten dat ze zich nu bevonden in het achterland van de Griekse steden langs de Zwarte Zee, maar waar precies, was onduidelijk. Daardoor wordt het ook voor ons weer onduidelijk vanaf het moment dat ze de bij Bayburt de bronnen van de Çoruh hadden bereikt.

Lees verder “Thalatta, thalatta”

Een cesuur in de geschiedenis

Perzische gouden schaal (Reza Abbasi-museum, Teheran)

In het negentiende-eeuwse beeld van de geschiedenis vormt de totstandkoming van het Perzische wereldrijk en de hereniging van het oude Nabije Oosten onder één vorst, waarover ik onlangs blogde, een cesuur. Griekenland wist namelijk buiten dit wereldrijk te blijven en daar begon de geschiedenis opnieuw. Met een beschaving die, zo meende men destijds, humanistischer, rationeler, creatiever was dan die van het Nabije Oosten. Die zou religieus, mystiek, obscurantistisch en behoudend zijn geweest.

Een logisch vooroordeel

Dat beeld was in de negentiende eeuw niet onlogisch. In 1822 ontcijferde Champollion het hiërogliefenschrift, rond 1850 slaagde Rawlinson erin het Babylonische spijkerschrift te ontraadselen. Archeologie in het Ottomaanse Rijk was moeilijker dan in Italië. Er was lange tijd simpelweg weinig informatie. Bovendien verdeelden de universiteiten, de innovatieve Berlijnse voorop, de bestudering van de Oudheid over afdelingen die waren gewijd aan hetzij klassieke, hetzij Semitische letteren. De Babylonische literatuur kwam zo op dezelfde afdeling als de Hebreeuwse. Zodoende kwam bij de bestudering van het spijkerschriftmateriaal de nadruk als vanzelf te liggen bij de voor Bijbelstudie relevante teksten. Dat de onderzoekers het eerst teksten publiceerden met een religieuze inslag, versterkte het vooroordeel dat de oosterlingen mystiek van aard waren geweest.

Lees verder “Een cesuur in de geschiedenis”

Rassembleurs des terres

De Syr Darya tussen Samarkand en Tasjkent

Het Perzische Rijk strekte zich gedurende twee eeuwen uit van Oezbekistan tot Egypte en van de Bosporus tot de Perzische Golf. Op veel landkaarten wordt het nog groter afgebeeld. Dat is echter met inbegrip van bezittingen in Bulgarije en noordelijk Nubië die al snel verloren zijn gegaan.

Perzische koningsinscripties claimen bovendien dat de grote koning regeerde over de Grieken en de bewoners van het Indusland. Voor Griekenland neemt geen mens die claim serieus, maar op elke landkaart staat Pakistan ingekleurd als Perzisch gebied. Archeologisch bewijs daarvoor ontbreekt. Zelfs in Taxila, dat de hoofdstad van de Perzische bezittingen zou zijn geweest en erg grondig is onderzocht, is niets gevonden dat duidt op heerschappij. Indische bronnen weten van niets. Alexander stuitte nergens op sporen van Perzisch gezag. Ik sluit niet uit dat de beheersing van de Indusvallei voorbijgaand is geweest.

Lees verder “Rassembleurs des terres”

Nabonidus en Cyrus

Reliëf van Nabonidus uit Harran (Archeologisch museum van Sanli Urfa)

“De laatste Babylonische koning,” zo lezen we in het handboek dat we zo goed kennen, “was een merkwaardige man. Hij was een fervent aanhanger van de maangod Sin van Harran en verwaarloosde de cultus van Marduk, de oppergod van Babylon. Hij vestigde zich gedurende tien jaar in Tayma (nu in Saoedi-Arabië) en liet de regering aan zijn zoon Belsassar over.”

Wat bewoog koning Nabonidus? De Blois en Van der Spek geven in  Een kennismaking met de oude wereld aan waarom we het niet weten kunnen. Onze bronnen zijn immers later geschreven en tendentieus. Dat Nabonidus in zijn eerste regeringsjaren een efficiënte veroveraar was die successen boekte in Cilicië en Edom, blijft zo wat onderbelicht, terwijl zijn ongebruikelijke religieuze voorkeur de nadruk krijgt. Belangstelling voor Arabië was echter logisch: de Wierookroute was, nu grote delen van het Nabije Oosten waren veroverd, een voor de hand liggend expansiedoel. Bovendien zouden de Arabieren soldaten kunnen leveren voor de oorlog met Iran.

Lees verder “Nabonidus en Cyrus”

Xenofon in Assyrië

De Tigris

De Griekse huurlingen die met de Perzische prins Cyrus waren opgetrokken tegen koning Artaxerxes, zo schreef ik op Tweede Kerstdag, zouden in de eerste dagen van 400 v.Chr. langs de Tigris terug marcheren. Dat was niet makkelijk. De troepen van de Perzische generaal Tissafernes achtervolgden en bestookten hen. Tijdens deze expeditie groeide de Athener Xenofon, die verslag deed van de tocht, uit tot een van de commandanten.

Hun route is goed te volgen en daardoor weten we dat Xenofon opvallend terughoudend is met de beschrijving van de moeilijkheden die zijn mannen ondervonden. Zo doet hij de oversteek van de rivier de Grote Zab, waarvan hij heeft aangegeven dat die 400 voet breed was (120 meter), af met de woorden dat ze de rivier Zapatos overstaken. Het moet echter een enorme onderneming zijn geweest. Niet veel later was er een Perzische aanval en Xenofon erkent eerlijk dat hij als commandant fouten maakte.

Lees verder “Xenofon in Assyrië”

Het einde van Klearchos

Marcherende hoplieten (Louvre, Parijs)

[Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood ik u het Ardennenoffensief, de Tweede Punische Oorlog, de Trojaanse Oorlog. Vandaag gaan we met Xenofon richting Babylon. Hier is het slot van een vijfdelig stuk. Het eerste deel was hier.]

De legers passeerden Kainai, het huidige Tikrit, en bereikten de rivier de Kleine Zab (die Xenofon overigens niet noemt). Hier stuurde Klearchos een gezant naar Tissafernes met het verzoek het gerezen wantrouwen te bespreken, waarop deze de Griek meteen uitnodigde. Xenofon geeft op dit punt de twee toespraken weer waarmee de twee commandanten elkaar zouden hebben willen overtuigen van hun goede bedoelingen.

Klearchos zou na afloop overtuigd zijn geweest van de oprechtheid van de Pers en meende dat deze teveel lasterpraatjes had gehoord. Hij stemde erin toe dat de leugenaars zouden worden gearresteerd. Voor hem had dit als bijkomend voordeel dat tegenover de andere Grieken duidelijk zou zijn dat alleen hij de leider was, en hij moet hebben gedacht dat ook de Pers het zo wilde, want de Perzen prefereerden vanouds eenhoofdig gezag bij de partijen waarmee ze onderhandelden.

Lees verder “Het einde van Klearchos”