Alexander de Grote in Sardes

Sardes

De afgelopen tijd heb ik het een en ander verteld over de troonsbestijging en het eerste regeringsjaar van Alexander de Grote. Ik heb het ook gehad over zijn eerste overwinning op de Perzen, in de slag aan de Granikos. Eigenlijk was dat een hinderlijk oponthoud geweest tijdens de opmars naar het zuiden, waar de eigenlijke doelen van de Macedonische operatie lagen: Griekse steden als Efese en Milete. In Perzische handen waren dat gevaarlijke vlootbases, waarvandaan Griekenland en Macedonië konden worden aangevallen. Maar de bevolking had al aangegeven liever zelfstandig te zijn – of beter gezegd: een deel van de bevolking had, toen het Macedonische leger van Parmenion in de buurt was, de Macedoniërs verwelkomd. Of dit deel van de bevolking representatief was voor de andere bewoners, valt niet langer te achterhalen.

Snel naar het zuiden

De Granikoscampagne duurde alles bij elkaar twee weken. Nadien konden de Macedoniërs verder oprukken. Van het verslagen Perzische leger viel geen tegenstand meer te verwachten. Er dreigde pas gevaar in steden die werden beschermd door de vijandelijke vloot, maar die kon niet uitvaren vóór eind juni de oogst was binnengehaald. En zo konden Alexanders mannen in de laatste weken van de lente van 334 v.Chr. moeiteloos langs de kustweg naar het zuiden marcheren. De zwaarste bagage werd met schepen vervoerd en de soldaten moeten het vreemde gevoel hebben gehad dat ze op vakantie waren.

Lees verder “Alexander de Grote in Sardes”

De slag aan de Granikos (3)

De vlakte achter de Granikos

[Dit is het laatste van drie blogjes over de slag aan de Granikos. Het eerste was hier.]

De twee legers brachten de nacht dus tegenover elkaar door aan de Granikos. De Perzen hoopten de volgende dag de Macedoniërs te onderscheppen bij het oversteken van de stroom, maar die wachtten dat niet af. Omdat de Perzen niet mochten uitrukken vóór ze hadden geofferd aan de opkomende zon, zetten Alexander en zijn rechterhand Parmenion hun leger over in de laatste uren van de nacht.

De slag aan de Granikos

De aanval volgde bij dageraad, en de Perzen wisten dat er iets vreselijk mis was toen ze de aarde hoorden dreunen onder de voetstappen van de Macedonische falanx. Vanaf het begin waren ze in de verdediging. Door de snelheid waarmee de Macedoniërs oprukten, kon maar een deel van de Perzische cavalerie worden ingezet. Diodoros van Sicilië vertelt:

Lees verder “De slag aan de Granikos (3)”

De slag aan de Granikos (2)

De Granikos

[Dit is het tweede van drie blogjes over de slag aan de Granikos. Het eerste was hier.]

Al onze bronnen vermelden dat het Macedonische en het Perzische leger laat op de middag contact maakten, maar de auteurs zijn het oneens over het vervolg. Arrianus en Ploutarchos vertellen dat Alexander en zijn rechterhand Parmenion kort met elkaar spraken over de te volgen tactiek. De oude generaal wees erop dat de hellingen van het riviertje te steil waren om snel te beklimmen. Als de Macedoniërs de rivier overstaken, zei hij, waren ze een makkelijke prooi voor de Perzen op de oostelijke oever. Het was beter de stroom over te steken onder dekking van de nacht. Alexander antwoordde dat hij zich zou schamen als dit beekje hem tegenhield terwijl hij zonder problemen de zee was overgestoken, en gaf daarop het bevel voor een aanval dwars door het dal.

Conflicterende bronnen

Tot zover Ploutarchos en Arrianus. Diodoros van Sicilië, de auteur over wie ik gisteren blogde, vertelt iets anders. Volgens hem staken de Macedoniërs de Granikos vlak voor dageraad over, precies zoals Parmenion volgens Arrianus en Ploutarchos had geadviseerd.

Lees verder “De slag aan de Granikos (2)”

De slag aan de Granikos (1)

De Granikos

Het was nieuws over de Oudheid, eind december, en dus overdreven of op een andere manier twijfelachtig. Het is immers oudheidkunde. En ja hoor. De archeologen die eind december bekend maakten dat ze de plek hadden gevonden waar Alexander de Grote zijn eerste overwinning op de Perzen had behaald, hadden niets te melden dat we niet al heel, heel lang wisten. Het riviertje, de Granikos van toen ofwel de huidige Biga, is allang geïdentificeerd, Alexanders route eveneens, net als de vlakte waar is gevochten.

We hadden, kortom, weer eens een gevalletje oudheidkundige desinformatie bij de hand: archeologen die, op het moment dat journalisten hun aandacht hadden bij kerstmis en niet kritisch waren, zaten te hengelen naar aandacht. Dat getuigt niet alleen van een abnormaal lage professionele standaard, maar is in dit geval bovendien gewoon ronduit dom. Er zijn namelijk nogal wat mensen die weleens een boek over Alexander hebben gelezen. Als je de kluit belazeren wil, doe het dan niet waar iedereen (behalve journalisten) het herkent. De archeologen schoten dus weer eens fijn in hun eigen voet.

Lees verder “De slag aan de Granikos (1)”

Herakleios (2): de Perzische Campagne

Herakleios verslaat de Perzische koning Khusrau II (Louvre, Parijs)

[Dit is het tweede van vier blogjes over keizer Herakleios, geschreven door Hein van Dolen, classicus, byzantinoloog en tevens de vertaler van Goden en halfgoden. Het eerste was hier.]

In Perzië regeerde Khusrau II de Overwinnaar. Toen hij het gevaar onderkende van Herakleios’ landing in het oosten van de Zwarte Zee, stuurde hij een bode naar zijn generaal Shahrbaraz, die zich aan de overzijde van Constantinopel bevond, met het bericht dat deze zo snel mogelijk met zijn leger moest terugkeren. De bode werd echter onderschept en met een door Herakleios vervalste brief verder gestuurd. Daarin stond dat de generaal moest blijven waar hij was.

De list had succes en in 62 behaalde Herakleios bij de ruïnes van Nineveh de overwinning op de Perzen. De slag had zonder onderbreking elf uur geduurd. Het afgehakte hoofd van de Perzische legeraanvoerder werd op een staak ten toon gesteld midden in het Byzantijnse kamp en er werden achtentwintig Perzische vaandels buitgemaakt. Na al die jaren was de aartsvijand eindelijk verslagen.

Lees verder “Herakleios (2): de Perzische Campagne”

Herakleios (1): de staatsgreep

Herakleios en zijn zoon Konstantinos (Staatliche Münzsammlung, München)

De inwoners van Constantinopel moeten in oktober van het jaar 610 na Chr. een zucht van verlichting hebben geslaakt toen ze een vloot zagen naderen met een blonde held op de voorplecht, die de icoon van de Moeder Gods aan het boegbeeld had bevestigd. Zij gingen al ruim zeven jaar gebukt onder de knoet van een van de wreedste en onbekwaamste tirannen die op de Byzantijnse troon had gezeten: Fokas, een voormalige officier, die door het leger tot keizer was benoemd en het rijk bijna tot de ondergang had gebracht. De nieuwkomer heette Herakleios , hij arriveerde vanuit Africa, waar zijn vader exarch (gouverneur) van Karthago was en de drijvende kracht achter de revolte.

Coup

Het kostte weinig moeite om de stad binnen te dringen, want er waren nauwelijks maatregelen genomen om de muren te verdedigen. Bovendien liep de elite van de hoofdstad maar al te graag over en twee soldaten van de paleisgarde leverden de geweldenaar ontkleed aan Herakleios  over. Er werden korte metten met Fokas gemaakt. Zijn ledematen werden afgehakt, en vervolgens zijn hoofd, dat op een stok door de stad werd gedragen.

Lees verder “Herakleios (1): de staatsgreep”

Cornelis de Bruijn (10) Persepolis

De uitklapplaat van Persepolis in het boek van Cornelis de Bruijn

Dit is het tiende van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het is ook het meest spectaculaire (vind ik). Het eerste blogje was hier.

***

Persepolis

Op 8 november 1704 arriveerden Cornelis de Bruijn en VOC-ambtenaar Adriaan Backer in Persepolis, waar ze tot 23 januari 1705 zouden blijven. Ze waren niet de eerste westerlingen die de oude stad bezochten. Ze ligt immers langs de hoofdweg van de Perzische Golf en Shiraz naar Isfahan. Verschillende Europese reizigers hadden al beschrijvingen gegeven van Chehel Minar, “veertig kolommen”, maar geen van hen verbleef tweeënhalve maand tussen de ruïnes, geen van hen raakte zo vertrouwd met de plek, geen van hen maakte zulke prachtige illustraties.

De Bruijns boek, Reizen over Moskovie, door Persie en Indie, bood de eerste betrouwbare beschrijving van de oude ruïnes, die hij correct identificeerde als de overblijfselen van de hoofdstad van het oude Achaimenidische Rijk, wat destijds nog werd betwist. De Fransman Jean de Thévenot (1633-1667) vond de plek te klein en suggereerde dat het een tempel was. De Bruijn realiseerde zich echter dat het terras slechts een deel was van de stad en dat de mensen in de vlakte hadden gewoond: een idee, zo geeft hij toe, dat hem in een Perzisch boek was geopperd.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (10) Persepolis”

De belegering van Apameia

Bij de belegering van Apameia waren ook Arabische ruiters actief (Louvre, Parijs)

Als ik schrijf dat het was tegen het einde van het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden (december 46 v.Chr. dus), dan concludeert u dat u weer een blogje te lezen krijgt in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Maar het gaat vandaag niet over Caesar.

In een eerder stukje gaf ik aan dat Caesar de gouverneur van Cilicië, Quintus Cornificius, opdracht had gegeven de orde te herstellen in Syrië. Daar erkende Quintus Caecilius Bassus het gezag van Caesar niet. Hij had Caesars verwant Sextus Julius Caesar uit de weg laten ruimen en zelf de macht gegrepen. Bassus voorzag zichzelf van een officiële titel en verschanste zich in Apameia, waar hij beschikte over een goed verdedigbare citadel en geld. Daarmee begon hij een leger op te bouwen.

Lees verder “De belegering van Apameia”

Parmenion versus Memnon

Macedonische helm (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Nu ik werkende weg ben beland in een soort van geschiedenis van Alexander de Grote – een overzichtspagina is inmiddels hier – is het geen slecht idee eens te vertellen hoe de oorlog tussen Macedonië en het Achaimenidische Rijk eigenlijk begon. Over de aanleiding heb ik het al eerder gehad: dat was het Perinthos-incident. Filippos II consolideerde zijn koninklijke macht in Macedonië door externe expansie, die hem het goud opleverde waarmee hij machtige aristocraten voor zich won. Die expansie moest vroeg of laat stuiten op Perzische vitale belangen – zoals de doorvaart van de Zwarte naar de Egeïsche Zee. De inname van Perinthos in 340 v.Chr. was voor de Perzische koning Artaxerxes III Ochos onacceptabel en dus stuurde hij troepen naar Europa. Voor het eerst, lijkt het, sinds de dagen van Xerxes. In elk geval: na die vernedering besloot Filippos het Perzische Rijk aan te vallen.

Parmenion valt aan

De oorlog begon serieus in het voorjaar van 336, toen een Macedonisch leger, aangevoerd door generaals Parmenion en Attalos, overstak naar Azië. De expeditie leek eenvoudig. Artaxerxes III Ochos was in september 338 opgevolgd door Artaxerxes IV Arses en het Perzische imperium was verscheurd door troonstrijd. Terwijl de rebellen Chababash en Nidin-Bel de macht grepen in Egypte en Babylonië, trok een derde rebel, de Perzische edelman Artašata, vanuit Armenië op naar de Perzische hoofdsteden. Alsof de chaos nog niet groot genoeg was, had het rijk na de dood van de betrouwbare generaal Mentor van Rhodos ook geen onomstreden militaire leider. De satrapen in Klein-Azië waren verdeeld over de vraag wie hem zou opvolgen.

Lees verder “Parmenion versus Memnon”

Nesaïsche paarden

Een Nesaïsch paard (Persepolis)

De Nesaïsche paarden, wat zijn dat nou weer? Allerlei bronnen noemen ze, van de Griekse onderzoeker Herodotos in de vijfde eeuw v.Chr. tot de Babylonische Talmoed in de zevende eeuw na Chr. Eén ding is hierbij duidelijk: de edele dieren kwamen van de zogeheten Nisaïsche vlakte, die zich ergens in het Zagrosgebergte moet hebben bevonden, dus in het westen van het huidige Iran. Dat is het gebied waar ooit de Meden woonden.

Vermoedelijk lag die vlakte ergens langs de grote weg vanuit Mesopotamië via Behistun naar Hamadan (oude Ekbatana), maar zeker is dat niet, aangezien er een anekdote bestaat dat de Romeinse generaal Marcus Antonius, toen hij het Parthische Rijk aanviel, Nesaïsche paarden zag.noot Strabon, Geografie 14.9.4. Dat suggereert een meer noordelijke locatie. De naam helpt ons niet veel verder, want Nisâya is Perzisch voor “bewoond gebied”.

Lees verder “Nesaïsche paarden”