De Edomieten

Koper uit de Araba (Jordan Museum, Amman)

Omdat ik volgend voorjaar een reis naar Jordanië organiseer, leek het me aardig om iets te vertellen over de volken die daar vroeger woonden. Dat waren aanvankelijk de IJzertijdrijkjes van de Ammonieten, Moabieten en Edomieten, ruwweg even oud als Juda en Israël, aan de overzijde van de rivier de Jordaan. Hun woongebieden werden ingelijfd in de rijken van de Assyriërs, Babyloniërs en Perzen. Toen Alexander de Grote laatstgenoemden had onderworpen, kwam de regio in handen van hellenistische heersers; we lezen dan over de Nabateeërs. De Romeinen stichtten er een Dekapolis, een “tienstedenbond”, en uiteindelijk zien we dat de macht verschuift naar de Arabieren, die al voor de komst van de islam dominant zijn. Al die volken zijn al aan bod geweest of komen nog aan bod. Vandaag echter: de Edomieten.

Edom lag direct ten zuiden van de Dode Zee, aan weerszijden van de slenk die we de Araba noemen, de bijbelse Zoutvallei. De naam van het koninkrijk, Edom dus, betekent zoiets als “het rode land” en verwijst vermoedelijk naar de rossige kleuren van het Seir-gebergte. De naam is heel oud, want ze duikt al op in Egyptische teksten. Zo mochten tijdens de regering van koning Merenptah (r.1213-1203) “de Šasu-nomaden uit Edom” het koninkrijk van de Nijl betreden. Deze vermelding is interessant omdat ze bewijst dat er in de Late Bronstijd nomaden heen en weer trokken door de Sinaïwoestijn. Dat biedt een context voor de verhalen over de tocht van Mozes en de Hebreeën. Lees verder “De Edomieten”

Semiramis

Een Assyrische koningin (Pergamonmuseum, Berlijn)

Eutropius, wiens door Vincent Hunink vertaalde Korte geschiedenis van Rome onlangs in de winkel is gekomen (full disclosure: ik schreef de inleiding), vermeldt ergens een keizerin Symiasera, waarmee hij Julia Soeamias bedoelt, een uit Syrië afkomstige heerseres. Ik denk dat de rare schrijfwijze geen toeval is. Eutropius wil een herinnering oproepen aan de legendarische oosterse heerseres Semiramis, een van de grote verzinsels uit de Oudheid.

De naam

Toegegeven, de náám Semiramis heeft bestaan. De echtgenote van de Assyrische koning Šamši-Adad V (r.824-811 v.Chr.) heette Šammuramat ofwel Semiramis. Toen haar man was overleden, was ze gedurende drie (misschien vijf) jaar regent voor haar nog minderjarige zoon Adad-Nirari III. De Assyrische legers voerden in deze jaren oorlog tegen de Meden in het oosten en tegen de stad Arpad in het westen. Business as usual dus, zij het dat de commandant een vrouw was of een door haar aangewezen generaal. Veel meer weten we niet over deze koningin, behalve dan dat ze in 787 v.Chr. nog in leven was.

Lees verder “Semiramis”

Een staatsverdrag uit Assyrië

Stele met een verdrag tussen twee vazalvorsten van Assyrië (Archeologisch Museum van Antakya, Turkije)

De zwarte stenen stele hierboven is te zien in het Archeologisch Museum van Antiochië. Ze is ontdekt in wat nu een buitenwijk van die stad is. De stele is opgericht door de Assyrische koning Adad-Nirari III, die u moet plaatsen rond het jaar 800 v.Chr. Het monument diende om de grens aan te geven tussen het gebied van twee van zijn vazalvorsten, Ataršumki van Arpad en Zakkur van Hamath. De laatste lijkt wat land te hebben moeten afstaan in de vallei van de Orontes.

Dat de Assyrische koning bemiddelde, is niet zo vreemd, want hij was nu eenmaal de machtigste heerser van die tijd. Hij kon zich geloofwaardig garant stellen voor de naleving. Het is echter wél opvallend dat ook Aššur en andere goden uit Assyrië worden genoemd in wat een lokaal dispuut was. Blijkbaar ervoeren Ataršumki en Zakkur de macht van de Assyrische goden als reëel in Syrië.

Lees verder “Een staatsverdrag uit Assyrië”

Pax Assyriaca

assyrian_treaty_antakya
Een asjera en twee Assyrische vereerders (Museum van Antakya)

Ik heb de afgelopen dagen enkele keren geschreven over de Assyrische expansie, een onderwerp dat ik niet had gepland en waar ik bij toeval inrolde. Het begon met een fresco van twee Assyrische hovelingen, dat documenteerde dat de Eufraatvoorde een belangrijke residentie was; daarna kwam de Kurkh-stele, waarin de Assyrische koning Salmanaser aangaf hoe hij een coalitie van stadstaten had verslagen en evenveel verborg als hij vertelde; daarna heb ik verteld over het tribuut van Tyrus en de crisis in het noordelijke joodse koninkrijk, Israël.

De Assyriërs waren niet dom. Rome is niet in één dag gebouwd en het oosterse wereldrijk is dat evenmin. Het zou te ver gaan om te zeggen dat de Assyriërs een langetermijnplanning hadden, maar ze wisten wat ze deden. Ze vroegen tribuut van de onderworpen stadstaten, en ze vroegen véél. De Fenicische stadstaten werden zo heftig afgeperst dat ze waren gedwongen hun koloniale netwerk, dat niet verder reikte dan Cyprus, uit te breiden naar Sicilië, Tunesië, Libië, Sardinië, Andalusië en Marokko.

Lees verder “Pax Assyriaca”