Het heiligdom van Yanouh

De Romeinse tempel bij Yanouh

Een paar maanden geleden was ik voor het eerst in Yanouh. Er zijn in Libanon grotere cultusplaatsen, zoals in Faqra, Sfiré of Niha (om niet wéér Baalbek te noemen). Er zijn ook lieflijker gesitueerde sites, zoals Machnaqa of het bronnenheiligdom Afqa. Maar Yanouh is dan weer een van de meest interessante complexen.

Het ligt dus aan de weg van Byblos naar Afqa, van de Dame van Byblos naar Adonis. Hoewel de namen van die twee godheden in de loop der eeuwen veranderden, gaat de verering terug tot het vroege derde millennium v.Chr. De oudste vondsten in Yanouh dateren dan ook uit de achtentwintigste eeuw. Of het al een cultusplaats was, valt niet uit te maken. (De vraag of de grens tussen profaan en sacraal überhaupt te trekken valt in die tijd, laat ik maar even wat ze is).

Lees verder “Het heiligdom van Yanouh”

Het altaar van Machnaqa

Het altaar in Machnaqa

Machnaqa – je spreekt de /q/ in het Libanees niet uit – is een klein dorp op de westelijke hellingen van het Libanongebergte, halverwege de aloude heilige stad Byblos en de bronnen van de Adonisrivier bij Afqa. Pelgrims die de rivier volgden, passeerden Machnaqa. Er staat nog altijd een oud altaar, waarbij u eigenlijk moet denken aan een lage toren. Zie boven. Altaren als deze stonden vaak op bergtoppen en dat is ook hier het geval. De vakterm is “high place of worship”.

Zoals andere cultusplaatsen was ook Machnaqa omgeven door een grote, rechthoekige omheining (de “temenos”, om nog een jargonterm te gebruiken). We weten niet welke godheid hier vereerd is geweest, maar de grote omvang van de omheining suggereert dat er veel bezoekers konden zijn. Dat suggereert een zekere populariteit. Adonis is een plausibele kandidaat, want die werd zowel in Byblos als Afqa vereerd en de naam Machnaqa betekent zoiets als “plaats van rouw”, wat past bij de mythe over de gestorven en herlevende godheid.

Lees verder “Het altaar van Machnaqa”

Byblos’ pelgrimsweg naar Afqa

De Romeinse weg door de Jabal Moussa

Ik heb geen idee hoeveel pelgrims in de Romeinse tijd Byblos bezochten om de Dame van Byblos en Adonis te vereren. Ik heb nog minder idee van het aantal dat verder reisde de bergen in, maar het was voldoende om een weg voor ze aan te leggen. Een deel daarvan is nog te zien in het natuurreservaat dat bekendstaat als Jabal Moussa, de Mozesberg. Nog wat verderop was bij het huidige Afqa de bron van de rivier de Adonis, waarover we al eens een filmpje toonden.

Lees verder “Byblos’ pelgrimsweg naar Afqa”

De heilige weg naar Byblos

De “colonnaded street”

Wie van Beiroet naar Jbeil komt, zal vermoedelijk parkeren op een een paar jaar geleden aangelegd terreintje met een modern trappenhuis, en dan verder wandelen richting Kruisvaarderskasteel. Het pad naar de oude stad bestaat uit een lang, smal parkje met links en rechts wat pilaren.

Er is ook Romeins plaveisel te zien. Misschien hebt u het ook wel eens ergens anders gezien en dan weet u dat er altijd enorme geulen in te zien zijn, uitgesleten door karrenwielen die hier tientallen jaren lang elke dag overheen zijn gekomen. Gek genoeg ontbreken ze in Byblos en dat bewijst dat deze weg alleen door voetgangers is gebruikt. Het was de processieweg naar de heiligdommen van Adonis en de Dame van Byblos.

Lees verder “De heilige weg naar Byblos”

Byblos’ nymphaeum

Hygieia (Nationaal Museum, Beiroet)

Byblos had zichzelf, zoals ik in een eerder stukje uitlegde, met succes opnieuw uitgevonden. Het was niet langer de unieke eerste handelshaven van de Mediterrane wereld, het was een heilige stad. Er waren twee tempels: een voor Adonis (vermoedelijk een complex boven de aloude Obeliskentempel) en een tempel voor de Dame van Byblos, die inmiddels onder allerlei namen bekendstond.

Byblos ontving bedevaartgangers, die bij het betreden van het plateau waarop de tempels stonden langs een fontein kwamen. Of, zoals archeologen het noemen, een nymphaeum. Het is denkbaar dat de pelgrims zich hier ritueel wasten, zoals de joden in die tijd hun baden hadden en zoals in de wereld van de islam nog altijd gebruikelijk is. Ik ken echter geen bewijs voor zo’n ritueel in Byblos. De plek van het nymphaeum is echter wel opmerkelijk.

Lees verder “Byblos’ nymphaeum”

De colonnade van Byblos

De colonnade van Byblos

Zoals ik al eens opmerkte – ik ga niet opzoeken waar – was Byblos in de Romeinse tijd geen heel speciale stad. Of beter: het was niet meer de unieke handelshaven die het ooit, lang geleden was geweest. Toen had de stad cederhout geleverd aan de farao en die had geschenken gegeven aan de Dame van Byblos. Dat was uniek geweest, maar in de loop van de Bronstijd waren steeds meer steden handel gaan drijven. Byblos had concurrentie gekregen en was uiteindelijk overschaduwd.

De stad heeft zichzelf echter opnieuw uitgevonden. De Dame van Byblos was een eerbiedwaardige oude godin, die inmiddels niet meer alleen werd gelijkgesteld aan Hathor, maar ook aan de Syrische Astarte, aan de hellenistische Isis, aan de Afrodite van Cyprus en aan de Romeinse Venus. Haar mannelijke tegenpool, misschien vereerd in de vernieuwde Obeliskentempel, stond inmiddels bekend als Adonis en op munten stond “van de heilige stad”.

Lees verder “De colonnade van Byblos”

De haven van Byblos

Links de dichtgeslibde zuidelijke haven

De trouwe lezers van deze blog weten het: medio oktober begint in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een expositie over Byblos en met David Kertai maakte ik het publieksboek. Byblos is interessant omdat het feitelijk de eerste wereldhaven is. Dankzij de rivier de Adonis, waarover ik afgelopen maandag blogde, was het eenvoudig cederhout uit de Libanonbergen naar de kust te brengen. Overigens is “eenvoudig” hier zéér relatief. Bijlen waren in de Bronstijd vrij klein. Bovendien voert ook een Adonis nog niet zo simpel boomstammen met zich mee.

Dat gezegd zijnde: Byblos exporteerde het hout naar Egypte en groeide uit tot een internationale haven. Maar waar legden de schepen aan? Even een kengetal: een zeevarend schip was al gauw een meter of veertig lang. De boot die is opgegraven bij de piramide van Khufu meet 43½ meter. Het Egyptische Verhaal van de Schipbreukeling noemt schepen met een lengte tussen de 54 en 63 meter.

Lees verder “De haven van Byblos”

Adonis: mythe en rivier

De waterval bij Afqa.

U weet het: oudheidkundigen hebben altijd te weinig informatie. Dataschaarste is wat de oudheidkunde onderscheidt van andere wetenschappen. Leren denken over wat je weten kunt als je te weinig gegevens hebt, is de voornaamste vaardigheid die het vak biedt. En vaak weet de oudheidkundige helemaal niets. Of bijna niets.

Romeinse mythe

Zoals bij de mythe van Adonis. De naam is onmiskenbaar Semitisch – Adon betekent zoiets als “heer” – maar over de oudste, Fenicische mythe valt weinig te weten. We moeten tot de Romeinse tijd wachten eer we een bron hebben. Dat is de dichter Ovidius, die leefde aan het begin van onze jaartelling. In zijn Metamorfosen vertelt hij dat Adonis een knappe jager was die de aandacht trok van de godin Venus. Tot haar verdriet doodde een everzwijn haar minnaar, uit wiens bloed de anemoon was ontstaan.

Lees verder “Adonis: mythe en rivier”

Libanees dagboek: Adonis achterna

Nahr Ibrahim

Elke oudheidkundige weet het: ’s werelds eerste ingenieurs waren ezels. Toen de Romeinen wegen door de bergen aanlegden, waren ze slim genoeg om de routes te volgen die ezels al eeuwen gebruikten. We volgden er zaterdag een paar in het natuurpark Jabal Moussa. Hier wilden we een Romeinse weg en een paar Romeinse inscripties zien, waarover ik zondagmorgen zal bloggen. Het is allemaal gelukt en we kregen er de net bloeiende pioenrozen bij, maar ik moet u bekennen dat ik de bergwandeling zwaar vond.

Adonis

Indrukwekkend was het wel: het landschap was prachtig en het heeft iets te lopen over een oeroude Romeinse bedevaartsweg. In de Romeinse tijd stonden in Byblos namelijk de heiligdommen van Adonis en Afrodite, terwijl Adonis ook werd vereerd bij de bron van de naar hem vernoemde rivier. De antieke Adonis heet tegenwoordig overigens Nahr Ibrahim. In het stroomgebied van de rivier waren overal heiligdommen gewijd aan dit koppel en we mogen ons voorstellen dat mensen van Byblos naar de bron wandelden en terug.

Lees verder “Libanees dagboek: Adonis achterna”

Stervende goden

Melqart (Deens Nationaal Museum, Kopenhagen)

In de negentiende eeuw was het simpel. Antieke religie had iets te maken met de natuur en met vruchtbaarheid. Het idee was dat godsdienst zou zijn ontstaan om te verklaren wat men niet wist. Wisselden de seizoenen? Er was ergens een godheid aan de gang. Blikseminslag, watersnood, aardbeving? Er was ergens een godheid aan de gang. Misoogst? Er was ergens een godheid aan de gang. Zwangerschap en geboorte? Zorg maar dat er een godheid voor je aan de gang ging om het nieuwe leven te beschermen.

Althans, zo zagen de negentiende-eeuwse wetenschappers het. Hun aanname was dat de mensen in de Oudheid net zo nieuwsgierig waren als zijzelf, en dat staat vanzelfsprekend nog maar te bezien. Een andere aanname was dat mensen in de Oudheid net zo geobsedeerd waren door seksualiteit als de victorianen en ook dat is slechts een aanname.

Lees verder “Stervende goden”