Aretas IV, koning in Petra

De Bab Kisan in Damascus

Het leuke van schrijven over het Nieuwe Testament, zoals ik op zondag doe, is dat altijd wel iemand het oneens met je is. Als je schrijft dat Matteüs’ verhaal over de geboorte van Jezus tjokvol zit met verwijzingen naar de joodse religieuze literatuur, zijn er mensen die zeggen dat dat niet wil zeggen dat het historisch onbetrouwbaar is. Daar zit wat in. Als je schrijft dat een verhaal dat tjokvol literaire verwijzingen zit, daarom nog niet volledig verzonnen hoeft te zijn, zijn er weer andere mensen die het daarmee oneens zijn. Ook daar zit wat in. De een neemt de Bijbel letterlijk, de ander denkt dat alles een literair spel is, en daartussen ligt het veld waar een historicus hypothesen formuleert.

Paulus in Damascus

Vandaag echter een stukje waar vermoedelijk niemand bezwaar tegen kan maken: ik heb het over Aretas IV Filopatris. Die wordt één keer in het Nieuwe Testament genoemd, namelijk in de Tweede Brief aan de Korinthiërs. De apostel Paulus heeft zich weer eens in een wespennest gestoken en vertelt:

Lees verder “Aretas IV, koning in Petra”

De zonen van Herodes de Grote

Het zogenaamde graf van Herodes Archelaos (of Pontius Pilatus) in Vienne

Ik blogde vorige week over koning Herodes de Grote, die in het Nieuwe Testament maar een paar keer staat vermeld. Twee van zijn zonen komen vaker voor: Herodes Archelaos en vooral Herodes Antipas.

Herodes Archelaos

Eerst Archelaos. Na de dood van Herodes de Grote in 5/4 v.Chr. bekrachtigde keizer Augustus het testament:

  • Archelaos volgde zijn vader op in Judea en Samaria,
  • Antipas heerste in Galilea en de Peraia, het gebied ten oosten van de Dode Zee,
  • hun halfbroer Filippos kreeg de Golanhoogte. Hij is voor het Nieuwe Testament niet zo belangrijk.

Er waren meteen felle protesten van messiassen als Judas (vermoedelijk een sicariër), een slaaf genaamd Simon en de herder Athronges. Uiteindelijk moest het Romeinse leger, gecommandeerd door generaal Varus, de rust komen herstellen. (Dit is de Varus die ten onder ging in het Teutoburgerwoud.)

Lees verder “De zonen van Herodes de Grote”

De Nabateeërs van Petra

Een Nabatees portret uit Mada’in Salih (Archeologische Musea, Istanbul)

Voor ik het met u kan hebben over de Nabateeërs, een Arabische stam in zuidelijk Jordanië en het noordwesten van Saoedi-Arabië, moeten we het eerst hebben over de Assyriërs. In de loop van de negende en achtste eeuw v.Chr. onderwierpen die grote delen van de Levant. Na 612 v.Chr. namen de Babyloniërs de macht over in het Nabije Oosten. Zij annexeerden de koninkrijkjes die nog ontbraken aan het oosterse wereldrijk: Juda in 587, Ammon en Moab in 582, Edom in 553. Koning Nabonidus trok daarna verder naar de oase Tayma en bereikte uiteindelijk Yatrib, het huidige Medina.

Daarmee kwam een einde aan een reeks kleine IJzertijdstaten, zonder dat er duidelijk nieuw gezag was. De bewoners hergroepeerden en verplaatsten zich. De bewoners van Edom lijken naar het noordwesten getrokken en in het gebied dat ze achterlieten treffen we de Nabateeërs aan. In een jong deel van het boek Jesaja lezen we dat “Nebajoth” kwamen offeren in Jeruzalem (60.7). We weten niet zeker of dat Nabateeërs zijn, maar het zou kunnen.

Lees verder “De Nabateeërs van Petra”

Josephus over Johannes de Doper

Johannes de Doper: fresco uit 1380-1360, nu in het Byzantijnse Museum van Thessaloniki

De afgelopen weken heb ik op zondag geblogd over Johannes de Doper. We hebben diverse bronnen over het optreden van de mentor van Jezus van Nazaret.

  • Ik beschreef de aankondiging van Johannes’ geboorte, zoals beschreven in Lukas 1, in het stukje over de hoorn der redding.
  • Ik behandelde Marcus2-9 in de context van de joodse rituele baden, een handeling waarmee iemand steeds weer zijn rituele reinheid kon herstellen; Johannes’ doopsel leek erop maar gebeurde maar één keer.
  • Uit de bron Q is er het overzicht van Johannes’ prediking , die bekendstaat als het “first Baptist block” (Matteüs 3.7-12 || Lukas 3.7-9, 15-18). Lukas’ weergave bevat een inlas met een verrassend universalistische strekking.
  • Uit  Q komt ook Jezus’ oordeel over zijn leermeester: het “second Baptist block” (Lukas 7.18-35 || Matteüs 11.2-19)., waarover ik vorige week al schreef.
  • Het verhaal van de executie (Marcus 6.14-29) heb ik al eens behandeld in een stukje over Salome, die niet de wulpse verleidster was die de westerse traditie ervan heeft gemaakt, en in een stukje over het ongebruikelijke Latijnse woord speculator. (Ik vind dit laatste een van de aardigste stukjes die ik ooit schreef.)
  • Volgende week wil ik ingaan op de ontmoeting tussen Jezus en de Doper zoals beschreven in het evangelie van Johannes (Johannes 1.19-42), op een staartje uit het tweede Baptist Block en op de relatie tussen de leerlingen van de twee mannen nadat beide waren geëxecuteerd (Handelingen 19.1-7).

Lees verder “Josephus over Johannes de Doper”