Faits divers (23): gemopper

De schreeuwende vrouw (© Kasr Al Ainy Faculty of Medicine)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer vooral: hoe de oudheidkunde niet in het nieuws moet komen. De trouwe lezers van deze blog kennen mijn bezwaren en mogen dit blogje dus overslaan.

***

Een hop in het NRC Handelsblad

Eerst nog even de hop, de guitige vogel waarover ik eergisteren blogde. Dat deed ik naar aanleiding van een stuk in het NRC Handelsblad waarin stond dat het diertje naar Nederland was teruggekeerd. We lazen tevens dat in de gedichten van Homeros Odysseus op zijn reis een hop had als begeleider, wat mij verbaasde omdat ik dat niet had gelezen. Verschillende mensen bevestigden: er is geen hop in de Odyssee. Gert Knepper wees erop dat de hop in Aristofanes’ komedie De vogels de andere vogels één voor één oproept in wat misschien een parodie is op Odysseus’ afdaling naar de Onderwereld. Tot er een andere verklaring is, wil ik dit geloven, maar het is gewoon jammer dat NRC Handelsblad onjuiste informatie deelt.

Lees verder “Faits divers (23): gemopper”

Euripides

Euripides (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

In eerdere stukjes heb ik het gehad over Aischylos en Sofokles, twee grote Atheense tragici. Van hen zijn tweemaal zeven toneelstukken over. Met Euripides, de derde treurspeldichter uit het rijtje, zijn het er niet minder dan achttien. Ik zal straks uitleggen hoe dat zo is gekomen, mar eerst iets over de man en zijn oeuvre.

Kluizenaar

Hij debuteerde in 455 v.Chr. en was niet werkelijk succesvol. Hij won maar vier keer de jaarlijkse toneelwedstrijd ter ere van Dionysos en verliet op hoge leeftijd zijn vaderstad om in Macedonië te gaan wonen. Daar is hij in 406 overleden. Waar Aischylos zich erop beroemde een rol te hebben gespeeld in de slag bij Marathon – naar verluidt zou Marathonstrijder het enige woord op zijn graf zijn geweest – en waar Sofokles de Atheense wetten had helpen herschrijven in een crisissituatie, koos Euripides voor een meer teruggetrokken leven. De kluizenaar zou een grote persoonlijke bibliotheek hebben gehad – de oudste privécollectie boeken waarvan we weten.

Lees verder “Euripides”

Aristofanes

Aristofanes (Kunsthistorisch Museum, Boedapest)

Een tijdje geleden blogde ik over Menandros, de Griekse blijspeldichter. Hij beïnvloedde de Romeinse komedie en daardoor, indirect, ook het toneel van de Renaissance. Iets preciezer gezegd: het Renaissancetoneel zette een middeleeuwse traditie voort maar daarbinnen volgden de auteurs klassieke voorbeelden. Zo ontstond toneel dat voor ons herkenbaar is. Als een hedendaags toneelgezelschap Menandros zou spelen, zouden wij het kunnen begrijpen.

Dat valt niet te zeggen van de andere komedieschrijver waarover we zijn geïnformeerd: de Athener Aristofanes (c.425-c.380 v.Chr.). Je kunt de vraag stellen of zijn toneelstukken wel komedies zijn, want een goed uitgewerkte plot is maar zelden aanwezig. Het begint altijd met een briljant plan (“laten we de god van de rijkdom genezen van zijn blindheid”, “ik ben de oorlog zat en sluit een privévrede”…), en dat plan leidt vervolgens tot een aantal tamelijk absurde scènes. Eind goed al goed, daarna; vaak is er een feestmaal. Muziek speelde een belangrijke rol in deze komedies, en bood misschien wat consistentie aan de opvoering. Maar we weten daar weinig van.

Lees verder “Aristofanes”

Aspasia, onpersoon

Het zogenaamde portret van Aspasia. De identificatie is onzeker. (Archeologisch museum van Izmir)

Vorige week kwam in de commentaarsectie Aspasia ter sprake. Net als Maria Magdalena is de vriendin van de Atheense politicus Perikles een historisch onpersoon. We kennen haar eigenlijk alleen omdat Perikles’ politieke tegenstanders, door haar te bespotten, ook Perikles te grazen meenden te nemen. De feitelijke informatie over Aspasia is nagenoeg nul. In feite doe ik vandaag hetzelfde: ik gebruik Aspasia niet omdat ik in haar ben geïnteresseerd, maar om een punt te maken over ons historisch kennen en over brongebruik.

De echte Aspasia

Oké, wat weten we wél? Nou, dit. Aspasia is geboren in Milete en zal wel tot een welgestelde familie hebben behoord, aangezien haar ouders een opleiding voor hun dochter konden financieren. Ergens voor pakweg 445 v.Chr. vestigde de familie zich in Athene, waar ze de status hadden van metoiken, “medebewoners”. Dat waren mensen zonder burgerrecht, waarvan er vele waren. Ze betaalden een extra belasting en hadden dus geen politieke rechten, maar konden wel handel drijven. Een Atheense man kon geen volwaardig huwelijk sluiten met zo’n vrouw en hun kinderen hadden geen Atheens burgerrecht. Natuurlijk waren zulke relaties daarmee nog niet illegaal.

Lees verder “Aspasia, onpersoon”

Anderen over Sokrates

Sokrates (Archeologisch museum, Zadar)

[Een korte serie over de man die de Grieken en Romeinen aanduidden als de vader van de filosofie: de Athener Sokrates. Het eerste deel was hier.]

We kennen Sokrates vooral via het werk van Plato, vooral diens vroege werk. Hierin zien we de filosoof als een horzel om zijn gesprekspartners heen zoemen, hen bestokend met zijn lastige vragen. Deze dialogen hebben vaak geen duidelijke conclusie.

Andere tijdgenoten beschrijven Sokrates als iemand die aansluit op het relativisme van de sofisten. De toneelschrijver Aristofanes schreef een komedie waarin Sokrates een jongen leert drogredeneringen te gebruiken om zijn vader te slim af te zijn. De publicist Xenofon pocht dat zijn leermeester hem geadviseerd zou hebben bij handel en beleggingen. Volgens Plato en latere schrijvers zou Sokrates echter alleen in morele zaken geïnteresseerd zijn geweest. Om materiële zaken zou hij niets hebben gegeven, en om handel en beleggingen al helemaal niet.

Lees verder “Anderen over Sokrates”

De Archidamische Oorlog (1)

Perikles (British Museum, Londen)

Een tijdje geleden blogde ik over het uitbreken van de Archidamische Oorlog. Er was een goed-doordacht vredesverdrag geweest tussen Athene en Sparta, het Dertigjarig Bestand, maar de diplomatieke complexiteiten waren groter dan het menselijk vernuft kon oplossen. In de crisis rond Korkyra waren de complexiteiten onbeheersbaar geworden en de oorlog was uitgebroken in 431.

Athene had toen de eerste slag al verloren: die om de publieke opinie. Het orakel van Delfi steunde Sparta en zelfs de Atheners twijfelden aan de wijze waarop Perikles de kwestie-Korkyra had afgehandeld. De erop volgende maanden droegen niet bij tot een afname van de spanningen. Rekening houdend met een conflict met Korinthe dwong Athene de stad Poteidaia, een Korinthische kolonie die tevens lid was van de Delische Zeebond, zich ondubbelzinnig vóór Athene uit te spreken. Het enige resultaat was een kostbare belegering en extra ergernis in Korinthe. Vervolgens legde Perikles de Korinthische bondgenoot Megara een handelsembargo op, waarschijnlijk met het doel verdere steun aan Korinthe te ontmoedigen.

Lees verder “De Archidamische Oorlog (1)”

Misverstand: Aspasia

Het zogenaamde portret van Aspasia. De identificatie is onzeker. (Archeologisch museum van Izmir)

Critici van het democratische bestel van Athene meenden dat debatten niet lang logisch bleven als jan en alleman zich ermee bemoeiden. Dat onlogische factoren een rol speelden in de discussie, zou de filosoof Aristoteles (384-322) brengen tot een scherpzinnige analyse van factoren die er in de communicatie werkelijk toe deden: een betoog moest niet alleen logisch gestructureerd zijn (logos), maar de spreker moest ook betrouwbaar overkomen (ethos) en kunnen appelleren aan de gevoelens van het publiek (pathos). Ik blogde er al eens over. Wie een politieke tegenstander niet met inhoudelijke argumenten kon overtuigen, kon het altijd nog proberen door te appelleren aan de eigen keurigheid of door de ander verdacht te maken.

Dat beperkte zich niet tot de volksvergadering. Het spel (als dat nog het woord is) ging verder in de Atheense gerechtshoven en komedies.

Lees verder “Misverstand: Aspasia”

Toneel in de Oudheid

toneel_in_de_oudheid

Wat je ook mag denken van de oude Grieken en Romeinen, ze weten de aandacht wél vast te houden. Al een eeuw of zes. En terecht, want wie zich in de antieke culturen verdiept, vindt steeds weer iets om zich over te verbazen en van te genieten. Veel fans zijn lid van het Nederlands Klassiek Verbond, dat volgend jaar alweer tachtig jaar bestaat, en lezen het daarmee geaffilieerde tijdschrift Hermeneus, dat nog tien jaar ouder is.

Vanouds geven beide handen en voeten aan het Renaissance-denkbeeld dat je door kennis van de oude wereld het betrekkelijke leert zien van je eigen tijd en wat wijsheid opdoet. Beide geloven bovendien in het mooie zeventiende-eeuwse ideaal dat het genot van deze kennis, het verworven inzicht en de ontdekkingsvreugde niet het privilege moeten blijven van een geleerde elite, maar bereikbaar dienen te zijn voor iedereen.

Lees verder “Toneel in de Oudheid”

Klassieke literatuur (4): toneel

Het theater van Dionysos in Athene, waar veel van de overgeleverde toneelstukken in première zijn gegaan.
Het theater van Dionysos in Athene, waar veel van het overgeleverde toneel in première is gegaan.

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een collegereeks. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik het toneel.]

De Grieken kenden twee soorten twee toneel: de tragedie en de komedie. De komedies zijn, om redenen die ik zo meteen zal uitleggen, wat vergeten geraakt, maar de tragedies worden nog volop gespeeld. Dat wil zeggen: enkele ervan, want de Rhesos van Euripides is onspeelbaar. Om die reden neemt men ook wel aan dat het stuk niet van die tragicus is: het is zo anders dan de rest van zijn stukken. Maar ja, wat weten we nu eigenlijk over Grieks toneel, als we het moeten doen met tweeëndertig tragedies en elf hele en zes halve komedies?

Lees verder “Klassieke literatuur (4): toneel”