De Antigoniden

Demetrios de Stedendwinger (Louvre, Parijs)

Alexander de Grote, zo lezen we aan het begin van 1 Makkabeeën, voerde vele oorlogen, veroverde vestingen, liet overal op aarde koningen doden en trok op tot aan de uiteinden van de aarde. Toen de Macedonische veroveraar de hele wereld in zijn macht had, werd hij ziek en omdat hij wist dat hij zou sterven, riep hij zijn hoogste bevelhebbers bij zich en verdeelde zijn koninkrijk onder hen. Na zijn dood namen die bevelhebbers het bestuur over, ieder in hun eigen gebied, waarna zij zichzelf tot koning kroonden. Hun bewind en dat van hun nakomelingen bracht nog lange tijd veel onheil op aarde.

Tot zover 1 Makkabeeën. Het is mooi geschreven maar daarom nog niet waar. Dat er nog lange tijd veel onheil op aarde was, kwam doordat Alexander in 323 v.Chr. stierf zonder zijn opvolging te hebben geregeld. Zijn broer was zwakbegaafd en zijn zoontje was een enfant du miracle, geboren na de dood van zijn vader. Aanvankelijk waren er regenten die de koninklijke familie dienden, maar hun gezag was van korte duur. Er waren oorlogen, er waren wapenstilstanden en in de tussentijd werden de leden van de dynastie vermoord.

Lees verder “De Antigoniden”

Een geschiedenis van Syracuse (1)

Tempel van Apollo (Syracuse)

Ik schreef twee weken geleden dat wie schrijft over het verleden van Griekenland, zich al snel gedwongen ziet zich te concentreren op Athene en Sparta. Athene, omdat daarover de meeste bronnen zijn; Sparta omdat het als Athenes aartsrivaal opduikt in diezelfde bronnen. Wat ook een rol moet spelen, is dat die twee steden liggen binnen de grenzen van het huidige Griekenland.

Het probleem is: wie de bronnen als leidraad neemt, is geen historicus, maar vat de bronnen samen. Dit is geen kritiek op het handboek waarop ik ’s donderdags pleeg te bloggen, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Of beter: het is wel een kritische constatering, maar ik weet niet hoe het beter zou kunnen. Ik ben deze reeks gaan schrijven omdat ik intellectueel verkeer in een impasse en ik schrijf dus niet omdat ik het allemaal wél weet. Los daarvan: handboeken zijn bedoeld om gehakt van te maken bij de bijbehorende werkcolleges. Desondanks is het aardig om, na Kyrene, ook een andere stad te behandelen waarvoor doorgaans weinig aandacht is: Syracuse, de belangrijkste stad op Sicilië. Voor u verder gaat: een handig landkaartje is hier.

Lees verder “Een geschiedenis van Syracuse (1)”

Perzen, Grieken en pseudohistorici (3)

Ik heb in de twee eerste stukjes Herodotos aan u geïntroduceerd en iets verteld over zijn ideeën over oorzakelijkheid, die afwijken van hoe wij daar tegenaan kijken. Herodotos’ keuzes hebben invloed op zijn verhaal. Hij selecteert informatie die past bij de toenmalige visie op causaliteit en dat maakt het voor ons al met al wat onbevredigend. (Het is een gekend probleem met antieke auteurs dat ze niet de beleefdheid hadden te schrijven voor mensen die vijfentwintig eeuwen later werden geboren.) Er zijn allerlei zaken die we niet weten, niet weten kunnen, omdat Herodotos ons er niet over informeert.

De oorzaak van de Perzische inval in Griekenland is na het voorgaande het obligate eerste voorbeeld. Vanuit ons perspectief is Herodotos’ relaas, gebaseerd op actie/reactie en onderbroken met een bovennatuurlijke interventie die moet verhinderen dat Xerxes zich bedenkt en nemesis belet, volkomen ontoereikend. Die bovennatuurlijke interventie is bovendien gegoten in de vorm van een misleidende droom, een motief dat Herodotos regelrecht kopieert uit de Ilias.

Lees verder “Perzen, Grieken en pseudohistorici (3)”

Byzantijnse krabbel (13b): Paulus Tagaris

De Hagia Sofia in Nicosia

Het zag er nu niet goed uit voor Paulus Tagaris. In Constantinopel zou zeker uitkomen dat hij geen lid was van de keizerlijke familie. Naar de patriarchen van Jeruzalem of Antiochië kon hij ook niet. Of hij Alexandrië of een terugkeer naar Perzië heeft overwogen is niet bekend. In elk geval vluchtte hij naar de vijfde patriarchenstad: Rome, waarheen de paus net vanuit Avignon was teruggekeerd. In Italië waren Byzantijnse geestelijken welkom, zeker nu er in Constantinopel een stroming was die in de zogenaamde Filioque-discussie, een van de meest heikele kwesties in die tijd, verzoening met de paus nastreefde.

Omdat Paulus om voor de hand liggende redenen niet door Constantinopel wilde reizen, trok hij door het gebied van de Mongoolse Gulden Horde – zeg maar Oekraïne – en Hongarije, bereikte Rome en gaf zich weer uit voor de patriarch van Jeruzalem, die was gekomen om te overleggen over de Filioque-kwestie. Wat de paus natuurlijk het liefste hoorde was dat zijn dwalende medebroeder in Christus zich bekeerde tot de ware christelijke leer – en dat deed Paulus dus. De paus, die een mogelijkheid zag zijn macht te vergroten, erkende hem in 1379/1380 als patriarch van Constantinopel, dit keer voor de Latijnse kerk. Dit was een officiële positie, al resideerde deze patriarch niet in Constantinopel maar in Chalkis op Euboia. Paulus stond nu aan het hoofd van alle rooms-katholieken op de Balkan en in Azië.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (13b): Paulus Tagaris”