Alexander de Grote in Memfis

De Apis (Liebieghaus, Frankfurt)

In het vorige blogje vertelde ik dat Alexander de Grote zich eind november, begin december 332 v.Chr. vrij eenvoudig meester maakte van Pelousion, de oostelijke tak van de Nijl en Heliopolis. Even verderop lag de oeroude hoofdstad Memfis, die de eenheid symboliseerde van Nijldelta en Nijldal. In het deel van het stadscentrum dat bekendstond als Inebu-hedj, “het witte fort”, loste een Macedonisch garnizoen de laatste Perzische troepen af.

Vermoedelijk bleven zij in Egypte en traden ze in dienst van Alexander. Dat deed in elk geval een zekere Doloaspis, een man met een Iraanse naam die door de geschiedschrijver Arrianus ten onrechte wordt aangeduid als Egyptenaar. Na Alexanders vertrek deelde Doloaspis de hoogste macht met Petosiris, de hogepriester van de god Thoth, en toen zijn collega aftrad, werd Doloaspis satraap van zowel Beneden- als Boven-Egypte.

Lees verder “Alexander de Grote in Memfis”

Een Etruskische hydra

Held met hydra (Antikensammlung, München)

Hierboven ziet u een deel van een amfoor die ooit is gevonden in de Etruskische stad Vulci. Veel aardewerk dat in het antieke Etrurië is gevonden, is geïmporteerd uit Griekenland, maar dit is een lokaal product, rond 520 v.Chr. gemaakt door de zogeheten Tityos-schilder. De vaas is tegenwoordig te bewonderen in de prachtige Antikensammlung aan de Königsplatz in München.

Hydra

Maar wat stelt het voor? Rechts herkennen we een veelkoppig fabeldier, dat we zonder veel problemen kunnen identificeren met een hydra. Dat was een vervelende waterslang, die zich nogal slecht liet bestrijden doordat voor elke afgehakte kop meer dan één kop terug aangroeide. Bovendien was een van de koppen onsterfelijk. De halfgod Herakles schakelde het ondier gelukkig uit door niet alleen de koppen af te hakken, maar de wond ook dicht te schroeien voor nieuwe koppen konden opsteken. Tot slot hakte hij de onsterfelijke kop af, en begroef die. Die moet dus nog ergens in Griekenland liggen.

Lees verder “Een Etruskische hydra”

Akousilaos en Ferekydes

Kleio, muze van de geschiedschrijving (Landesmuseum, Trier)

Omdat het oude Sparta werd geregeerd door twee koningen, waren er ook twee koninklijke families, waarvan iedereen wist dat ze teruggingen op de halfgod Herakles. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vermeldt hun stambomen als hij de twee Spartaanse koningen introduceert die streden tegen de Perzen, Leonidas en Leotychidas.noot Herodotos, Historiën 7.204 en 8.131.

Het grappige is dat beide lijsten achttien generaties lang zijn. Dat is iets te mooi om waar te zijn. Weliswaar moet de afstand tussen twee historische koningen en hun gedeelde voorouder, legendarisch of niet, in jaren gelijk zijn, laten we zeggen 18×30=540 jaar, maar menselijkerwijs loopt het aantal generaties na zoveel tijd niet meer synchroon. Dit is een verdraaid sterke aanwijzing dat er iets niet klopt. Een andere aanwijzing is dat volgens Herodotos de Trojaanse Oorlog acht eeuwen voor zijn tijd had plaatsgevondennoot Herodotos, Historiën 2.53.  en dat Herakles dáár voor had geleefd, wat betekent dat die achttien generaties zo’n halve eeuw lang moesten zijn geweest.

Lees verder “Akousilaos en Ferekydes”

Gilgameš en Achilleus

Achilleus en Patroklos (Altes Museum, Berlijn)

Ik heb vaker verteld dat er nogal wat overeenkomsten zijn tussen de diverse mythen, sagen en sprookjes. De grote vis van Sindbad de Zeeman is die van Sint-Brandaan; de voor zijn zonden gestrafte plek kan de stad Sodom zijn maar ook het klooster in het Solse Gat of het dorp van Filemon en Baukis. Zulke overeenkomsten zijn er. Om het tot heldenverhalen te beperken: het overzicht van Jan de Vries is oud maar nog altijd handig. Voor verhalen in het algemeen is er de Aarne-Thompson-Uther Index, die ik onder andere hier beschreef.

Een deel van de verklaring tussen de overeenkomsten zal zijn gelegen in de menselijke psyche: ik wil aannemen dat mannen uit alle culturen draken willen doden & prinsessen bevrijden. Ook zijn er migranten die verhalen meenemen, zoals Sjaak en de Bonenstaak. En verder springen verhaalmotieven sowieso over van de ene naar de andere cultuur. Zo kan het gebeuren dat de Olympische Spelen het een en ander gemeen hebben met het verhaal over de lijkspelen die Gilgameš voor Enkidu organiseerde.

Lees verder “Gilgameš en Achilleus”

Herakles (2)

De Kretenzische Stier (Archeologisch Museum, Antalya)

In mijn vorige blogje introduceerde ik de eerste zes werken die Herakles moest verrichten voor koning Eurystheus van Tiryns. De halfgod had de Peloponnesos ontdaan van monsters en zou voor zijn volgende zes werken reizen maken buiten de Peloponnesos.

De Kretenzische stier

Herakles’ zevende werk was het vangen van de Kretenzische stier. De bronnen zijn het oneens over de aard van dit beest: was het de vader van de Minotaurus of was dit het dier dat Europa vervoerde van Fenicië naar Kreta? Om het nog wat complexer te maken, wordt hetzelfde verhaal verteld over de Atheense held Theseus. In elk geval: men vertelde dat Herakles het ondier bedwong in de buurt van Marathon.

Lees verder “Herakles (2)”

Herakles (1)

Herakles (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb voor volgende week een stukje klaar waarin ik vertel dat we oude mythen beter niet kunnen navertellen, dus het is alleen maar logisch dat ik vandaag eens de verhalen navertel over Herakles. Eerst maar eens een woord over zijn jeugd.

Herakles – of Hercules, zoals de Romeinen hem noemden – gold als de zoon van een sterfelijke vrouw, Alkmene, en de oppergod Zeus. Zeus’ wettige echtgenote Hera haatte het buitenechtelijke kind en stuurde daarom twee slangen om het te wurgen. De baby wist de ondieren echter te doden. Herakles werd een sterke krijger, maar Hera sloeg hem met waanzin, en het was in een vlaag van waanzin dat hij zijn eigen kinderen doodsloeg.

Lees verder “Herakles (1)”

Herakles in Xinjiang

Niet Herakles maar Vajrapani (Musée Guimet, Parijs)

In het Musée Guimet in Parijs fotografeerde ik onlangs bovenstaande kop. Een tête à l’expression farouche, zo las ik op het bordje met uitleg, dat verder meldde dat dit woest kijkende heerschap afkomstig was uit de kleine Tempel 1 te Toqquz Sarai in Tumxuk. Het is gemaakt in de late vierde eeuw na Chr. en met een leeuwenhuid over het hoofd is het natuurlijk Herakles – of zoiets.

Boeddhistische kunst

Tumxuk ligt in Xinjiang, dus in het uiterste westen van het huidige China, aan de Zijderoute. Toen de Kushana’s heersten over Centraal-Azië, tussen de eerste eeuw v.Chr. en de vierde eeuw na Chr., verspreidde het Mahayana-boeddhisme zich vanuit de Punjab naar Afghanistan, Oezbekistan en door de Fergana-vallei over de Pamir naar Xinjiang. En met het boeddhisme kwam kunst als deze mee. We noemen het weleens Gandara-kunst en daar zit een flinke scheut hellenistische invloed in.

Lees verder “Herakles in Xinjiang”

Hoe lang was Herakles?

Herakles (Archeologisch museum, Korfu)

Het stadion in Olympia was 192,27 meter lang, ofwel één stadion, zoals de Griekse lengtemaat heette. Die werd gedefinieerd als 600 voet ofwel pous. Helaas gebruikten niet alle stadstaten dezelfde voet: bij de Ioniërs in westelijk Turkije was de lengte 29,6 cm (net als bij de Romeinen) en bij de Atheners 31,5 cm. In Olympia ging men uit van de voet van Herakles, die 32,1 cm lang was geweest. Welk gegeven, zo lezen we in Asterix en de Olympische Spelen, ons in staat stelt te bepalen dat de halfgod ongeveer schoenmaat 46 heeft gehad.

Tegenwoordig is dat maat 49. Uderzo en Goscinny maakten deze grap omdat het Europees Comité voor Normalisatie in 1968, toen dit album verscheen, bezig was met de grote harmonisatieslag. Dat leidde in ambachtelijke kringen, zoals bij de schoenmakers, nogal eens tot gemopper. En Asterix is natuurlijk in de eerste plaats altijd commentaar op Frankrijk in de jaren zestig en zeventig. Althans, ik dacht dat het zo zat. Maar de grap blijkt al vijfentwintig eeuwen oud.

Lees verder “Hoe lang was Herakles?”

Euripides

Euripides (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

In eerdere stukjes heb ik het gehad over Aischylos en Sofokles, twee grote Atheense tragici. Van hen zijn tweemaal zeven toneelstukken over. Met Euripides, de derde treurspeldichter uit het rijtje, zijn het er niet minder dan achttien. Ik zal straks uitleggen hoe dat zo is gekomen, mar eerst iets over de man en zijn oeuvre.

Kluizenaar

Hij debuteerde in 455 v.Chr. en was niet werkelijk succesvol. Hij won maar vier keer de jaarlijkse toneelwedstrijd ter ere van Dionysos en verliet op hoge leeftijd zijn vaderstad om in Macedonië te gaan wonen. Daar is hij in 406 overleden. Waar Aischylos zich erop beroemde een rol te hebben gespeeld in de slag bij Marathon – naar verluidt zou Marathonstrijder het enige woord op zijn graf zijn geweest – en waar Sofokles de Atheense wetten had helpen herschrijven in een crisissituatie, koos Euripides voor een meer teruggetrokken leven. De kluizenaar zou een grote persoonlijke bibliotheek hebben gehad – de oudste privécollectie boeken waarvan we weten.

Lees verder “Euripides”

De eerste Olympische Spelen

Griekse worstelaars (Nationaal Museum, Athene)

Het overaanbod aan sport schijnt de meest opgegeven reden te zijn waarom mensen hun krantenabonnement beëindigen. Misschien geldt dat ook voor uw belangstelling voor deze blog, maar hoewel u wellicht nu al afhaakt, blog ik vandaag over de Olympische Spelen. De antieke.

De traditionele foto van “Vestaalse Maagden” die “het aloude Olympisch vuur” ontsteken is ons dit voorjaar gelukkig bespaard gebleven, maar u zult de komende tijd ongetwijfeld lezen dat de Olympische Spelen komen uit Griekenland. Ze zouden volgens de ene traditie zijn gesticht door de legendarische halfgod Herakles en volgens een andere traditie teruggaan op de lijkspelen voor de al even legendarische Pelops. Zo’n dubbele traditie in een mythische wereld is natuurlijk onzin en oudheidkundigen nemen daarom 776 v.Chr. als wat serieuzer te nemen stichtingsjaar. Dat de Olympische Spelen een Griekse uitvinding zouden zijn, betwijfelt echter niemand.

Lees verder “De eerste Olympische Spelen”