Faits divers (51)

Een op megaschaal herbouwde ijzeroven in Apeldoorn

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: ijzer uit Apeldoorn, de Odyssee, een necrologie, Krommenie, bioarcheologisch nieuws en uiteenlopende toepassingen van A.I..

Apeldoorn

In Trouw stond een verbluffend mooi stuk over de technieken waarmee mensen in de Oudheid en Vroege Middeleeuwen ijzer bewerkten. Het heeft vooral betrekking op Apeldoorn, waar eeuwenlang ijzer is gewonnen, al is nog geen ijzervondst gedaan waarvan zeker is dat die komt van de Veluwe. Ik wil meer, méér van dit soort inhoudelijk sterke stukken.

Lees verder “Faits divers (51)”

De musea gaan weer open

Beeld van Fortuna Redux, Thermenmuseum, Heerlen

Vandaag, dinsdag 9 juni, heropent het Thermenmuseum in Heerlen, waar u de restanten kunt zien van een Romeins badhuis. Het is immens en bewijst hoe belangrijk Heerlen ooit is geweest, iets wat ook overtuigend wordt bewezen door de nog niet zo heel erg lang geleden vernieuwde expositie. Als u al een tijdje niet naar het Thermenmuseum bent geweest, dan is dit uw kans – als u althans in de buurt woont of beschikt over een auto, want zoals u weet wordt reizen met het openbaar vervoer u momenteel nog ontraden. Automobilisten adviseer ik aan de Spoorsingel te parkeren en dan door het Maankwartier naar het museum te wandelen, dat is een leuke bonus bij een bezoek aan Heerlen.

Waarom u naar het museum moet? Om u aan cultuur te laven natuurlijk. Maar laat ik er iets aan toevoegen: de musea hebben het niet makkelijk. De steunpakketten waarmee het Nederlandse kabinet probeert de economie op de been te houden, pakken niet heel goed uit voor musea. Bedenk bovendien dat Halbe Zijlstra, de staatssecretaris van Cultuur die niet wist wat hij aan moest met “musea vol opgegraven potten en pannen”, de archeologische musea buitensporig hard heeft geraakt.

Lees verder “De musea gaan weer open”

Opgegraven potten en pannen

Medaille met Romulus en Remus uit Velsen 2 (Huis van Hilde)

Een tijdje geleden heb ik een paar interviews gedaan met mensen die vertelden hoe oudheidkundigen wisten wat ze wisten. U hebt het deels gefinancierd. Voor mij was het een experiment en het was ook voor de jonge mensen met wie ik destijds samenwerkte nog niet allemaal vanzelfsprekend, wat betekende dat het een leuk en vooral leerzaam project was. De cameraman en de geluidsman zijn daarin sneller gegroeid dan ik: ze hebben in Eindhoven een bedrijfje opgericht, Second Sun, dat in de tussentijd voor een minispeelfilm, “Hoort erbij”, een prijs heeft gewonnen.

Het afwerken van de filmpjes verliep door een veelvoud aan redenen, waaronder ziekte, veel langzamer dan verwacht, maar na de filmpjes met Hein van Dolen (over de Lachmannmethode), met Casper Porton, met re-enactors Janneke Kluit en Robert Vermaat (over antieke kleding) en met Karen Jeneson (over reconstructie van wat archeologen niet opgraven) kan ik vandaag het interview presenteren dat ik in het Huis van Hilde in Castricum (het archeologisch museum/depot van de provincie Noord-Holland) had met archeoloog Arjen Bosman.

Lees verder “Opgegraven potten en pannen”

Filmen in Castricum

Zoals de vaste lezers van deze blog weten, werk ik aan een reeks filmpjes waarin oudheidkundigen uitleggen hoe ze aan hun inzichten komen. Dat wordt immers zelden verklaard: u moet maar geloven dat de Romeinen een woord dat ze toch echt spelden als caesar uitspraken als kaisar. Of dat middeleeuwse manuscripten vol schrijffouten bruikbaar zijn om te komen tot een betrouwbare reconstructie van een antieke tekst.

Laten we eerlijk zijn: soms zijn oudheidkundige claims ook ronduit buitenissig, zoals wanneer er niets is opgegraven en oudheidkundigen toch beweren dat er een aquaduct is geweest. Of als ze zeggen dat Zwammerdam Nigrum Pullum heette, terwijl er ter plekke nooit een inscriptie met die naam is gevonden. En om eerlijk te blijven: er is een hoop oudheidkundige schijnzekerheid en ik zou er een lief ding voor over hebben als onderzoekers in het openbaar dezelfde twijfel uitstraalden die ze tegenover hun collega’s betoonden. Vandaar dat we filmpjes zijn gaan maken om in elk geval uitgelegd te krijgen dat wetenschap geen simsalabim is.

Lees verder “Filmen in Castricum”

Friezen en Franken (1)

tuuk_friezen

Het zal de trouwe lezers van deze kleine blog niet zijn ontgaan dat mijn belangstelling voor de Franken en het “Germaanse” deel van onze geschiedenis groeit. De reden is dat die nogal stiefmoederlijk wordt bedeeld nu er zo verschrikkelijk veel aandacht is voor de limes, de grens van het Romeinse Rijk langs de Rijn. Tegelijk is ons Germaanse verleden belangrijk: de Germanen gelden immers traditioneel – en niet zonder goede redenen – als onze voorouders. Dat maakt ze automatisch interessant.

Op zich is het echter wel logisch dat ze wat weinig aandacht krijgen: ze schreven nauwelijks. Er zijn geen bronnen waarin ze zelf melden wat ze dachten van de komst van de Romeinse legioenen. We weten niet hoe ze zich voelden bij handel en ruil, we kennen hun religie vooral uit latere, vijandige bronnen en we kennen hun literatuur alleen uit middeleeuwse teksten. Als het Romeinse staatsapparaat instort en de Franken de macht overnemen, zijn het christelijke auteurs die schrijven over de nieuwe, Germaanse heersers. Zelden of nooit horen we hen in hun eigen woorden.

Lees verder “Friezen en Franken (1)”

Huis van Hilde

@@@
Romeinse munt: Caligula

Terwijl ik nota bene een vriendin heb die woont op een steenworp van het station in Castricum, was ik nog nooit in het archeologische museum “Huis van Hilde” geweest, dat naast datzelfde station ligt. Die omissie was des te opmerkelijker omdat het museum, dat méér is dan de expositieruimte van het archeologisch depot van de provincie Noord-Holland (zoals het zich bescheiden presenteert), me altijd interessante persberichten stuurt. Kortom, ik had iets in te halen en dat deed ik donderdag.

Archeologische depots zijn te vergelijken met archieven: opslagruimten van informatie. In de stellingen in Castricum liggen ongeveer 12.000 dozen met samen zo’n twee miljoen vondsten, 18.000 opgravingstekeningen, 17.000 dia’s, 6500 foto’s, zestig meter dossier en ongeveer 300 gigabyte aan digitale bestanden. Er komt elk jaar nog bij en dat wordt – net als in een archief – uitgedrukt in strekkende meters: 125 à 150 meter vondsten per jaar.

Lees verder “Huis van Hilde”