De Langobardische Cyclus (4): De archeologie

Langobardische fibula (Musée d’archéologie nationale, Saint-Germain-en-Laye)

[Dit is het laatste blogje Dieter Verhofstadt over de Langobardische cyclus. Het eerste was hier.]

In 2005 en 2007 werden opgravingen verricht in een begraafplaats uit de zesde eeuw in het Hongaarse Szólád. Het is een van een veertigtal bekende begraafplaatsen met zo’n 2000 individuen uit de tijd van de Langobarden. In Szólád werden vijfenveertig skeletten opgegraven en onderworpen aan moleculair genetische en isotopische analyses. De conclusie van het rapport is dat de plek slechts korte tijd is bewoond door een gemeenschap die mogelijk in Pannonië immigreerde is en er weer vertrok in het bestek van twee tot drie generaties.

In 2019 verscheen in Nature een “genetische studie van de migratie in de Langobardische periode”. Ze combineert zevenentachtig mitochondriale reeksen uit negen graven verspreid over Tsjechië, Hongarije en Italië. Ze vergelijkt genetisch materiaal uit graven met Langobardische kenmerken en uit graven waarin dergelijke kenmerken ontbreken, en die de datering van de eerste enigszins voorafgaan. Het doel van de studie is een bijdrage te leveren aan de voornaamste discussie over het bekende archeologische materiaal, namelijk de gelijkenis in de grafcultuur van het vijfde-eeuwse Pannonië en het zesde-eeuwse Noord-Italië. De discussie is of die gelijkenis wijst op migratie of op overdracht van cultuur tussen gemeenschappen die met mekaar in contact stonden.

Lees verder “De Langobardische Cyclus (4): De archeologie”

De kat en haar naam

Biologen geven dieren en planten geleerde Latijnse namen en u zult bij het horen van het woord Felis wel vermoeden dat het gaat om de kat. Is het niet om de kattenbrokjes, dan wel om de tekenfilmpjes. Omdat de Romeinen er een naam voor hadden, wisten ze van het bestaan van het dier.

De verspreiding van de kat

Dat blijkt niet alleen uit teksten, maar ook uit archeologische vondsten. Een geschiedenis van de kat in de Oudheid zou kunnen beginnen in de Late Steentijd, toen wilde katten in het Nabije Oosten zich aangetrokken voelden door de muizen op de eerste boerderijen. Daar zijn ze door de bewoners gedomesticeerd. Of misschien domesticeerden de katten wel de mens, opdat die voor hen zou zorgen in tijden van muizenschaarste.

Lees verder “De kat en haar naam”

Karthaags DNA

DIGITAL IMAGE
Karthago, Byrsa

Zoals we de laatste tijd weer eens duidelijk mochten zien, is oudheidkundig nieuws zelden echt de moeite waard. Aan het gebeuzel van eergisteren (Sapfo) kan ik nog het gebeuzel van gisteren toevoegen: het graf van Aristoteles zou zijn ontdekt. Er zijn wat laat-antieke bronnen die vertellen dat hij rust in zijn geboorteplaats Stageira in het noorden van Griekenland en nu is daar dus een bijzonder gebouwtje ontdekt.

Dat kan door elke Macedonische edelman zijn gebouwd en er is voorlopig geen enkele reden aan te nemen dat dit het graf is van de grote filosoof. Als het wetenschappelijke rapport er eenmaal is, zal de stoere claim er ongetwijfeld niet meer instaan maar tegen die tijd is de geest uit de fles en de desinformatie in de wereld. Met dank aan de opgravers, die heus wel beter weten. Laten we ons er maar niet over opwinden en het op deze plek gewoon hebben over het échte nieuws, dat er ook is.

Lees verder “Karthaags DNA”