Kobarid

Theo Toebosch, de auteur van het vorige maand verschenen boek Kobarid. Het dorp met te veel geschiedenis, woont bij me om de hoek. Af en toe halen we op de markt koffie en bespreken we het reilen en zeilen van oudheidkundig Nederland. Een paar jaar geleden, in de tijd waarin Toebosch werkte aan zijn boek over de eerste soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog waren gesneuveld, De eerstgevallenen, vertelde hij me dat hij in Slovenië was geweest in een dorp met een voetbalteam dat in twee jaar in drie verschillende nationale competities had gespeeld. Zijn liefde voor Kobarid was geboren. De afgelopen negen jaar moeten Toebosch en zijn vrouw zeker 45.000 kilometer hebben afgelegd, op en neer reizend naar het Sloveense dorp. (Eén van de vruchten heeft u al eens kunnen plukken.)

Ik was, om eerlijk te zijn, altijd wat verbaasd over Toebosch’ fascinatie. Nu ik Kobarid. Het dorp met te veel geschiedenis heb gelezen, begrijp ik die echter helemaal. Over dat voetbalelftal vernemen we weinig, maar de rest van het verhaal is heel erg boeiend. Dat ik de materie zo onderschatte, verraadt ongetwijfeld mijn West-Europese, stedelijke vooringenomenheid tegenover het voormalige Oostblok en het leven in een dorp. Toebosch stelde me dus in het ongelijk.

Lees verder “Kobarid”

Faits divers (6): Boeken

In de reeks faits divers deze keer een signalement van drie boeken.

Ik weet het, de Amerikaanse staten Texas en Florida leveren momenteel, zoals mijn goede vriend Richard constateerde, sneller aanbevelingen voor goede boeken dan we kunnen lezen, maar ik voeg desondanks wat titels toe.

Carl Stellweg, De handlangers

Van sommige boeken herken je de kwaliteiten onmiddellijk. Ze zijn spannend, je wil weten hoe de vork in de steel zit, je bewondert de wijze waarop de auteur de stof naar zijn hand zet en je geniet van de stijl, die aansluit bij wat je zelf graag leest. Zo’n boek is De handlangers van Carl Stellweg, die ooit schreef voor het Algemeen Dagblad en die ik leerde kennen in zijn geboortestad Beiroet. Op elke bladzijde proef je dat Stellweg het ambacht beheerst.

Lees verder “Faits divers (6): Boeken”

Frigidus, de koude rivier

De Frigidus

[Archeologiejournalist Theo Toebosch werkt al enige tijd aan een boek over het Sloveense dorp Kobarid. Hij sluit zijn ogen niet voor oudheidkundige bezienswaardigheden in de omgeving en ging een paar jaar geleden op zoek naar het laat-Romeinse slagveld aan de rivier de Frigidus.]

Het regent een beetje en Zeljko, in het dagelijks leven conservator van het Kobarid Museum, heeft me onder z’n afdakje uitgenodigd. Een Citroën C3 rijdt het terrein op.

“M’n vrouw; ze is naar haar familie in Vipava geweest.”

“Toevallig, daar wil ik later deze week ook nog naartoe.”

“Aha, Ad Frigidum!”

Zeljko kent zijn klassieken, hij weet dat in 394 in een vlakte in de buurt een grote veldslag is geweest.

Lees verder “Frigidus, de koude rivier”

Een geschiedenis van de Nederlandse archeologie

Ik ken Theo Toebosch al jaren persoonlijk. We doen vergelijkbaar werk en zouden elkaar dus vroeg of laat wel tegen zijn gekomen, maar het helpt natuurlijk wel dat we nog geen 700 meter van elkaar af wonen. Ik heb al eerder over zijn boeken geschreven, zoals dat over het vroegste Amsterdam, dat over de familie Josephus Jitta en dat over het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Allemaal heel lezenswaard – en dat zou ik ook zeggen als ik hem niet kende.

Zijn boek Grondwerk gaat over de geschiedenis van de Nederlandse archeologie. Ik ben heel blij dat het bestaat want het zijn de verhalen die elke betrokkene half kent en helemaal wil kennen. Iedere Nederlandse oudheidkundige kent Reuvens en weet dat hij twee eeuwen geleden de eerste was die zich ook in het Nederlands “archeoloog” liet noemen, maar je wil eigenlijk eens precies weten wat die reus zoal vermocht.

Lees verder “Een geschiedenis van de Nederlandse archeologie”

De Oudheid in het nieuws

Een blik in Toebosch’ keuken

Straks begint Oog op de Oudheid, het evenement waartoe Timo Epping van het Rijksmuseum van Oudheden en ik, destijds namens RomeinenNu, het initiatief namen. Het doel is het publiek wat méér te bieden dan alleen conclusies. Mijn goede vriend Richard Kroes is altijd de presentator geweest, de Tempelzaal in het museum de vaste locatie.

Alleen zal daar dit keer niemand zitten. U weet waarom. Omdat we het vanavond niet live konden doen, is het een livestream, die helemaal niet live is maar vanmiddag opgenomen. Evengoed is de aflevering interessant omdat het gaat over de wijze waarop de Oudheid in het nieuws komt. Of niet in het nieuws komt, want classici krijgen, zo constateerden we, aanzienlijk minder aandacht dan archeologen. Waarom dat zo is, is een van de vragen die aan de orde kwam. (Al kwam het antwoord dat ik verwachtte te horen, namelijk dat classici zich richten op het gymnasium, er grappig genoeg niet uit.)

Lees verder “De Oudheid in het nieuws”

Oog op de Oudheid 2021

Oog op de Oudheid is een jaarlijkse serie presentaties en -discussies over de bestudering van de oudheid, georganiseerd door het Rijksmuseum van Oudheden. Want de wereld van de Romeinen, Grieken, Kelten, Egyptenaren, Joden en Mesopotamiërs is fascinerend, maar de bestudering daarvan is dat eveneens. Onder het motto ‘geen weetjes maar wetenschap’ hoort u vier avonden lang wat onderzoekers nu eigenlijk doen – dit jaar via livestreams. In 2021 is Oog op de Oudheid gewijd aan het thema controverse.

  • data: dinsdag 30 maart, dinsdag 6, 13 en 20 april 2021
  • tijd: 20.00 – 21.30 uur
  • locatie: livestream vanuit het Rijksmuseum van Oudheden
  • kosten: gratis
  • social media: #OodO21

Programma

Elke avond begint om 20.00 uur, wordt ingeleid door en sluit af met een korte discussie onder leiding van presentator Richard Kroes. Om 21.30 uur is de sluiting.

Lees verder “Oog op de Oudheid 2021”

Nieuws zonder filter (6)

In drie stukjes (een, twee, drie) heb ik uitgelegd dat de wetenschap niet altijd even betrouwbare informatie aanlevert en dat journalisten, door hun focus op nieuws en door hun duiding met gemakzuchtige frames, ervoor zorgen dat u een stortvloed aan informatie over u heen krijgt, die u het zicht belemmert op wat er nou écht aan nieuws is. Voor zover ik kan overzien is er in de Week van de Klassieken niet één medium geweest dat uit het aanbod wist te distilleren hoe de DNA-revolutie de hermenutische buitengrens verwijdt en hoe de klassieken zullen gaan veranderen.

Dat komt niet alleen door journalisten, overigens. Ik heb de indruk dat classici het zelf ook nog niet helemaal door hebben. Ze zijn in de jaren tachtig, toen de studieduur werd bekort, een fuik in gezwommen: waar oudheidkundigen ooit ongeveer wisten wat collega-disciplines deden, weten ze dat nu nauwelijks meer (en oproepen tot interdisciplinariteit blijven al een halve eeuw beperkt tot geroep in de woestijn), zodat inzichten van de ene discipline de andere onvoldoende bereiken. Een andere ontwikkeling is de groeiende nadruk op onderzoek en onderwijs. Als ik een euro had gekregen van elke oudheidkundige die ooit heeft gezegd dat zijn of haar werk bestaat uit onderzoek en onderwijs, en negeerde dat de wet ook overdracht noemt als academische kerntaak, zou ik een lang weekend naar Brussel kunnen. Ik ben bang dat de universiteiten inmiddels te ver de fuik zijn ingezwommen en zichzelf niet langer kunnen hervormen. Het zal van buiten moeten komen – en verrek, er zijn hoopvolle ontwikkelingen.

Lees verder “Nieuws zonder filter (6)”

De eerstgevallenen

Door een gelukkige speling van het lot woont mijn collega Theo Toebosch bij me in de buurt. We komen elkaar elke maand wel eens in de winkelstraat tegen, lunchen regelmatig en komen ook wel eens bij elkaar over de vloer. Dat maakt me niet tot de meest objectieve recensent van zijn laatste boek, De eerstgevallenen, maar dat weerhoudt me niet dit boek over de Eerste Wereldoorlog onder uw aandacht te brengen.

De eerste eerstgevallene is de Franse korporaal André Peugeot, die op 2 augustus 1914 om het leven kwam bij een incident aan de Frans-Duitse grens. Dat was dertig uur voordat Duitsland met een oorlogsverklaring aan Frankrijk een tot dan toe kleinschalig conflict tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië deed escaleren en misschien moet je daarom zeggen dat de dood van Peugeot geen oorlogshandeling was maar een moord in vredestijd. Hoe dat ook zij, Peugeot geldt als de eerste dode van de Eerste Wereldoorlog.

Lees verder “De eerstgevallenen”

Het ontstaan van Amsterdam

Archeologiejournalist Theo Toebosch woont al jaren bij me om de hoek (of ik bij hem), en sinds we dat hebben ontdekt, gaan we wel eens lunchen. Ik kan daarom niet claimen dat het volgende een onbevooroordeelde recensie is. Maar zijn boekje, De Nieuwezijds Kolk en de Nieuwendijk in dertiende-eeuws Amsterdam. Een archeologische speurtocht is aardig genoeg om onder de aandacht te brengen, en niet alleen omdat de opgravingen aan de Nieuwezijds Kolk en de Nieuwendijk, ofwel het zogenaamde Kasteel van de Heren van Amstel, de gemoederen ooit nogal bezighielden.

Het ontstaan van Amsterdam is namelijk voldoende interessant zonder de archeologische controverses. Toebosch behandelt ook andere opgravingen in het stadscentrum, zoals die aan de Nieuwendijk, Kalverstraat, Warmoesstraat en aan de Dam. Een van de verrassendste conclusies – niet heel nieuw, maar toch aardig – is dat, anders dan de namen doen vermoeden, de Amsterdamse Oudezijds jonger is dan de Nieuwezijds.

Lees verder “Het ontstaan van Amsterdam”

Joods, of ze wilden of niet

Wetenschapsjournalist Theo Toebosch woont vier blokken van mij vandaan. Ik kom hem op straat wel eens tegen. We zullen twee of drie keer hebben geluncht. Ik mag dus niet beweren dat ik onbevooroordeeld ben begonnen aan zijn boek over de familie Josephus Jitta, Uitverkoren zondebokken. Toch denk ik dat ik, als ik onbevooroordeelder aan dit boek was begonnen, moeilijk een andere recensie zou kunnen schrijven dan de huidige. Het is moeilijk Toebosch’ enthousiasme voor de stof niet te delen.

De woorden ‘uitverkoren’ en ‘zondebok’ suggereren dat we te maken hebben met een joodse familie, wat correct blijkt te zijn in de eerste helft van het boek, waarin Toebosch het leven beschrijft van de joden van Bamberg. Een van hen, Nathan (1739-1829), kan een financiële betrekking (‘hofjood’) krijgen bij de Prince de Ligne, die grootse plannen heeft met een dorp in Henegouwen. Het loopt echter op niets uit en Nathan vestigt zich uiteindelijk in Amsterdam, waar hij de achternaam Josephus Jitta aanneemt als Napoleon in 1812 de burgerlijke stand invoert.

Lees verder “Joods, of ze wilden of niet”