Nieuws zonder filter (6)

In drie stukjes (een, twee, drie) heb ik uitgelegd dat de wetenschap niet altijd even betrouwbare informatie aanlevert en dat journalisten, door hun focus op nieuws en door hun duiding met gemakzuchtige frames, ervoor zorgen dat u een stortvloed aan informatie over u heen krijgt, die u het zicht belemmert op wat er nou écht aan nieuws is. Voor zover ik kan overzien is er in de Week van de Klassieken niet één medium geweest dat uit het aanbod wist te distilleren hoe de DNA-revolutie de interpretatiehorizon verwijdt en hoe de klassieken zullen gaan veranderen.

Dat komt niet alleen door journalisten, overigens. Ik heb de indruk dat classici het zelf ook nog niet helemaal door hebben. Ze zijn in de jaren tachtig, toen de studieduur werd bekort, een fuik in gezwommen: waar oudheidkundigen ooit ongeveer wisten wat collega-disciplines deden, weten ze dat nu nauwelijks meer (en oproepen tot interdisciplinariteit blijven al een halve eeuw beperkt tot geroep in de woestijn), zodat inzichten van de ene discipline de andere onvoldoende bereiken. Een andere ontwikkeling is de groeiende nadruk op onderzoek en onderwijs. Als ik een euro had gekregen van elke oudheidkundige die ooit heeft gezegd dat zijn of haar werk bestaat uit onderzoek en onderwijs, en negeerde dat de wet ook overdracht noemt als academische kerntaak, zou ik een lang weekend naar Brussel kunnen. Ik ben bang dat de universiteiten inmiddels te ver de fuik zijn ingezwommen en zichzelf niet langer kunnen hervormen. Het zal van buiten moeten komen – en verrek, er zijn hoopvolle ontwikkelingen.

Lees verder “Nieuws zonder filter (6)”

De eerstgevallenen

Door een gelukkige speling van het lot woont mijn collega Theo Toebosch bij me in de buurt. We komen elkaar elke maand wel eens in de winkelstraat tegen, lunchen regelmatig en komen ook wel eens bij elkaar over de vloer. Dat maakt me niet tot de meest objectieve recensent van zijn laatste boek, De eerstgevallenen, maar dat weerhoudt me niet dit boek over de Eerste Wereldoorlog onder uw aandacht te brengen.

De eerste eerstgevallene is de Franse korporaal André Peugeot, die op 2 augustus 1914 om het leven kwam bij een incident aan de Frans-Duitse grens. Dat was dertig uur voordat Duitsland met een oorlogsverklaring aan Frankrijk een tot dan toe kleinschalig conflict tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië deed escaleren en misschien moet je daarom zeggen dat de dood van Peugeot geen oorlogshandeling was maar een moord in vredestijd. Hoe dat ook zij, Peugeot geldt als de eerste dode van de Eerste Wereldoorlog.

Lees verder “De eerstgevallenen”

Het ontstaan van Amsterdam

Archeologiejournalist Theo Toebosch woont al jaren bij me om de hoek (of ik bij hem), en sinds we dat hebben ontdekt, gaan we wel eens lunchen. Ik kan daarom niet claimen dat het volgende een onbevooroordeelde recensie is. Maar zijn boekje, De Nieuwezijds Kolk en de Nieuwendijk in dertiende-eeuws Amsterdam. Een archeologische speurtocht is aardig genoeg om onder de aandacht te brengen, en niet alleen omdat de opgravingen aan de Nieuwezijds Kolk en de Nieuwendijk, ofwel het zogenaamde Kasteel van de Heren van Amstel, de gemoederen ooit nogal bezighielden.

Het ontstaan van Amsterdam is namelijk voldoende interessant zonder de archeologische controverses. Toebosch behandelt ook andere opgravingen in het stadscentrum, zoals die aan de Nieuwendijk, Kalverstraat, Warmoesstraat en aan de Dam. Een van de verrassendste conclusies – niet heel nieuw, maar toch aardig – is dat, anders dan de namen doen vermoeden, de Amsterdamse Oudezijds jonger is dan de Nieuwezijds.

Lees verder “Het ontstaan van Amsterdam”

Joods, of ze wilden of niet

Wetenschapsjournalist Theo Toebosch woont vier blokken van mij vandaan. Ik kom hem op straat wel eens tegen. We zullen twee of drie keer hebben geluncht. Ik mag dus niet beweren dat ik onbevooroordeeld ben begonnen aan zijn boek over de familie Josephus Jitta, Uitverkoren zondebokken. Toch denk ik dat ik, als ik onbevooroordeelder aan dit boek was begonnen, moeilijk een andere recensie zou kunnen schrijven dan de huidige. Het is moeilijk Toebosch’ enthousiasme voor de stof niet te delen.

De woorden ‘uitverkoren’ en ‘zondebok’ suggereren dat we te maken hebben met een joodse familie, wat correct blijkt te zijn in de eerste helft van het boek, waarin Toebosch het leven beschrijft van de joden van Bamberg. Een van hen, Nathan (1739-1829), kan een financiële betrekking (‘hofjood’) krijgen bij de Prince de Ligne, die grootse plannen heeft met een dorp in Henegouwen. Het loopt echter op niets uit en Nathan vestigt zich uiteindelijk in Amsterdam, waar hij de achternaam Josephus Jitta aanneemt als Napoleon in 1812 de burgerlijke stand invoert.

Lees verder “Joods, of ze wilden of niet”