De islam in Europa (2)

Troonzaal in het Zisa-paleis, Palermo

[Tweede van vier blogjes over Crucible of Light van Elizabeth Drayson. Het eerste blogje was hier.]

Onvolledige bewijsvoering

De factchecker die ik in het vorige blogje opperde, zou Crucible of Light overigens niet hebben gered, want het probleem met dit boek zit dieper dan de vele onjuistheden. Drayson wil tonen dat de islam een rol speelde bij de vorming van de Europese cultuur, maar is onduidelijk over wat Europa is, over wat de islam is en over wat vorming is.

Eerst haar Europa. Op het eerste gezicht ligt het voor de hand dat ze zich beperkt tot landen waar de islam op zeker moment voetafdruk heeft gekregen, maar zo logisch is dat niet. Wat Europa ook moge zijn, Scandinavië hoort erbij. Je zult, als je een uitspraak wil doen over islamitische invloed op de Europese cultuur, ook moeten vertellen hoe Noorwegen, Zweden en Finland die invloed ondergingen. We lezen echter vrijwel niets over die landen. Drayson beperkt zich tot gebieden waar ze haar stelling kan onderbouwen, negeert de gebieden waar dat niet kan (de confirmation bias) en doet desondanks een algemene uitspraak over de Europese cultuur. Anders gezegd: een te snelle generalisering.

Lees verder “De islam in Europa (2)”

Spanje tussen twee werelden

Spaanse manuscript met de tekst van de Griekse auteur Dioskourides (Pergamonmuseum, Berlijn)

Ik heb u de afgelopen maand meegenomen door de geschiedenis van het Iberische Schiereiland, vooral Spanje, in de tweede helft van het eerste millennium, met vooraf twee stukken over het Rijk van Toulouse en achteraf twee stukken over de Almoraviden en Almohaden. Ze gaan terug op een deel van de scriptie die ik in 1993 inleverde in Leiden; daarin stelde ik de vraag waarom de Romeinse samenleving de Visigotische invasie kon absorberen en waarom de Arabische samenleving dat niet kon doen met wat ik gemakshalve maar even de Reconquista zal noemen.

Ik concludeerde destijds dat de druk om je aan te passen aan de Romeinse habitus groter was dan de druk om je aan te passen aan de Arabische, maar die stof laat ik nu rusten. Om te beginnen omdat de analyse ongeschikt is voor een blog en verder omdat tegenwoordig niet ter discussie staat dat de Visigoten al vóór hun aankomst op het Iberische Schiereiland waren geromaniseerd. Liever eindig ik met een ietwat voorspelbare dubbele observatie.

Lees verder “Spanje tussen twee werelden”

De madrasa en de universiteit

Mustansiriya-madrasa, Bagdad

[Dit is het laatste van acht blogjes over het ontstaan van het islamitisch recht. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje beschreef ik hoe de ulama, de islamitische rechtsgeleerden, enkele jaren vervolgd waren geweest door de kalief. Dit was vanzelfsprekend traumatisch en het is logisch dat ze zich begonnen te organiseren. In eerste instantie gebeurde dat in de vorm van een gilde. Wie toetrad, moest de gebruikelijke drie rangen doorlopen: eerst was hij leerling ofwel mutafaqqih; na het afronden van zijn studie gold hij als gezel of sahib; blonk hij uit, dan kon hij meester ofwel mufti worden.

De madrasa

In tweede instantie versterkten de geleerden zich door deze gilden om te vormen tot een waqf, wat kan worden vertaald als “religieuze stichting”. Deze beheerde een groot vermogen, dat garandeerde dat de geleerden hun onafhankelijkheid konden handhaven. Vaak werd het kapitaal verworven door middel van een legaat of een andere schenking. Daarbij kon de schenker als voorwaarde stellen dat zijn afstammelingen bepaalde rechten zouden uitoefenen, wat handig was voor politici die hun kinderen wilden voorzien van geleerde raadsheren. Zulke rechtscolleges werden aangeduid als madrasa.

Lees verder “De madrasa en de universiteit”

De Notre-Dame: onderwijs

De Notre-Dame van Parijs

Ik ben altijd geneigd de Notre-Dame van Parijs in kwantitatieve en niet in kwalitatieve termen te beschrijven. De kerk mag dan een uniek voorbeeld zijn van vroeg-gotische bouwkunst, verder is alles gewoon alleen maar groot. De kerk zelf is groot, het hoofdorgel is groot maar klinkt niet echt mooi, en er is in de loop der tijd het nodige aan gesleuteld, net als aan de kerk zelf. In 1845 heeft de thans omstreden architect Eugène Viollet-le-Duc de kathedraal volgens de mode van die tijd behoorlijk opgeleukt, bijvoorbeeld met de vieringtoren, de “Flèche”, die bij de brand, inmiddels vijf jaar geleden, zo dramatisch brandend neerstortte.

Daarnaast is de Notre-Dame naast een enorme toeristische trekpleister (gemiddeld tien miljoen bezoekers per jaar) symbool van Parijs – alsof de Eiffeltoren nooit gebouwd is – of zelfs van geheel Frankrijk, een stuk Frans chauvinisme waar wij Nederlanders, op de francofielen na, weinig mee hebben. Er zijn diverse kerken in Parijs en kathedralen in Frankrijk die als gebouw fraaier en interessanter zijn en belangwekkender kunstschatten en orgels bevatten. Voor mij schuilt de waarde van de Notre-Dame in heel andere dingen en daarvoor ga ik terug naar zijn tijd van ontstaan, de Middeleeuwen.

Lees verder “De Notre-Dame: onderwijs”

De Europese canon (6-10)

Priester Hendrik, een van degenen die de rechten van de Hollandse boeren hielp overbrengen naar oostelijk Europa

Voilà: de derde aflevering van de reeks over de Europese canon. Nu we de Late Oudheid en de verantwoording hebben gehad, kunnen we beginnen met de Volle Middeleeuwen.

Democratisch bestuur

Periode: vanaf ca. 1000

Alternatieven: Althing, Magna Carta, Staten-Generaal, Defensor Pacis.

Het principe was simpel, daar in de landen langs de Noordzee: wie water deert, die water keert. Dat gaf iedereen een verantwoordelijkheid in de landverdediging en dus een stem. Nu was dat wat bewerkelijk en daarom kwamen er waterschappen en hoogheemraadschappen. Het was het begin van de representatieve democratie. Later namen de bewoners van de Lage Landen hun rechten mee naar het oosten, toen ze voorbij de Elbe nieuwe gronden ontgonnen.

Lees verder “De Europese canon (6-10)”

Ware Opening

De ware opening (foto Carine van Rhijn)

Dat had ik dus verkeerd gezien. Toen minister Ingrid van Engelshoven had aangekondigd dat ze het advies van de Commissie Van Rijn wilde overnemen – haal het geld weg van de algemene universiteiten om het over te hevelen naar de technische universiteiten – en toen er niet onmiddellijk een collectieve storm van verontwaardiging opstak, beschouwde ik dat als capitulatie. Dat WO in Actie haar protest uitstelde tot de opening van het academisch jaar, leek me bepaald geen meesterzet.

Het enthousiasme van mensen als Remco Breuker, met wie ik er eens over heb gesproken, werkte echter aanstekelijk. Ik wilde toch minimaal kennis nemen van wat ze deden en zoals nu blijkt: ik zat er naast. Het stond gistermiddag goed vol bij de Ware Opening. Duizend mensen, lees ik, die alle universiteiten en zowel personeel als studenten vertegenwoordigen. In mensenaantallen is dit misschien niet veel, maar WO in Actie heeft in vrij korte tijd een brede coalitie weten te vormen en dit was dus geen capitulatie. Er zijn in de jaren tachtig fellere protesten geweest, gedragen door vooral studenten, maar deze coalitie is breder. En dat was nog maar mijn eerste foute inschatting.

Lees verder “Ware Opening”

WO in Actie

Aanstaande maandagmiddag, 2 september, organiseert WO in Actie, “een beweging van studenten en medewerkers die zich sterk maakt voor de universiteit en haar toekomst”, in Leiden de Ware Opening van het academisch jaar. U leest er hier meer over.

Ik heb redenen om erheen te gaan en wil dat ook doen, maar ik heb ook redenen niet te gaan. Ik weet namelijk niet of ik me wel sterk wil maken voor een toekomst met een universiteit. Het instituut is immers slecht voor haar personeel, slecht voor de wetenschap en slecht voor de samenleving. De oudheidkundige disciplines waarover ik dagelijks blog zijn beschadigd door dit academische procrustesbed en ik vermoed dat we beter kunnen zoeken naar alternatieven.

Blijkens hun enorme inzet denken de mensen van WO in Actie daar anders over. Die inzet overtuigde me en ik zal maandag met belangstelling naar ze luisteren. Op maandag zal ik dus mijn scepsis opschorten, maar vandaag is het donderdag en wil ik mijn voorbehoud toelichten.

Lees verder “WO in Actie”

De wetenschap en wij (2)

De Processiestraat in Babylon (Pergamonmuseum, Berlijn)

[Het tweede deel van een artikel; het eerste is hier.]

2

Eén factor is dat de eisen die we stellen aan de wetenschapscommunicatie met het opleidingsniveau van de bevolking mee stijgen: het wetenschappelijk proces moet daarom worden uitgelegd. In veel vakgebieden is dit niet zo’n probleem, maar in de humaniora wel: de eis – een terechte eis – kwam immers ongeveer op hetzelfde moment waarop de opleidingen tot vier jaar werden beknot. Anders gezegd: terwijl het publiek meer wil weten, ontbrak het de letterenfaculteiten aan de mogelijkheden studenten voldoende lang op te leiden.

Zelfs gepromoveerden blijken minder te weten dan het publiek nodig heeft. Om niet wéér te beginnen over Fik Meijer (maar zie desgewenst dit, dit en dit), noem ik een classicus die me vertelde dat hij dankzij mijn blog begreep hoe makkelijk een papyrus viel te vervalsen. Dat was bedoeld als compliment en ik heb iets vriendelijks geantwoord, maar het is in feite verontrustend. Het betekent dat het publiek dingen nodig heeft die een universiteit blijkbaar niet langer bekend veronderstelt bij zijn medewerkers. Er is dus een groeiende inhoudelijke overlap tussen universiteit en periferie en daardoor neemt de kans toe dat de universiteit meent dat in de periferie iets gebeurt waarvoor zij verantwoordelijk is.

Lees verder “De wetenschap en wij (2)”

De wetenschap en wij (1)

Leeuwarden, Blokhuispoort

Uitvindingen en nieuwe inzichten veranderen de wereld. Daarom financieren we wetenschappers en daardoor komen we als gemeenschap verder. Maar wat als de wetenschap zich keert tegen de samenleving? Ik bedoel niet dat de verworvenheden verkeerd kunnen worden toegepast. Dat acht ik bekend. Ik bedoel dat universiteiten hun bevoegdheden kunnen overschrijden en schadelijk kunnen worden.

Dat is geen gebruikelijk geluid. Het risico is echter aanwezig. Het gevaar zit ’m in drie factoren die op zich goed zijn maar in combinatie gevaarlijk kunnen uitpakken:

  1. Menig niet-academicus draagt bij aan de wetenschap;
  2. De universiteiten voelen zich verantwoordelijk voor goede wetenschap;
  3. De academische vrijheid laat academici zichzelf beoordelen.

Alvorens daarop in te gaan eerst een kaart van het wetenschappelijke landschap.

Lees verder “De wetenschap en wij (1)”

Academische titels

malebolge

De Geschiedenis van rampen, de autobiografie van de Franse geleerde Pierre Abélard (1079-1142), is een van de sleutelteksten uit de geschiedenis van het westerse denken. De auteur moet een onuitstaanbare man zijn geweest: in een klooster waar hij te gast was, maakte hij zich onmogelijk door kritische vragen te stellen bij de historiciteit van de stichter. Al eerder, als leerling aan de kathedraalschool van de Notre Dame in Parijs, had hij het zijn docent Willem van Champeaux (1070-1121) zó moeilijk gemaakt dat deze hem had gezegd dat als de leerling het dan zo goed wist, hij de volgende les maar moest verzorgen.

Lees nog even terug en kijk wat daar feitelijk staat: de docent die accepteert dat zijn student het beter kan weten. Dit zou de kern worden van een nieuw schooltype. De aloude kathedraalschool was nog een plek waar het leergezag in handen was van de kerk. Waarheid was er gebaseerd op de autoriteit van de heilige schrift, van de kerkleraren, van concilies en bisschoppen. Veel, zo niet alles, draaide om autoriteit. En in zo’n school erkende Willem van Champeaux dat een student betere argumenten kon hebben. Dat is groots.

Lees verder “Academische titels”