Lof der botheid

stipriaan_botheid
Lof der botheid is het nieuwe boek van René van Stipriaan en dat is niet de eerste de beste. Van Stipriaan, die lange tijd heeft gewerkt bij de onvolprezen Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren, is bijvoorbeeld de auteur van Het volle leven: Nederlandse literatuur en cultuur ten tijde van de Republiek (ca. 1550-1800), een van de mooiste mij bekende boeken over de Gouden Eeuw. Ik was dus benieuwd naar Lof der botheid, ook door de ondertitel Hoe de Hollanders hun naïviteit verloren. Het boek stelde me niet teleur.

Laat ik het zwakke punt maar meteen benoemen, dan hebben we dat ook gelijk gehad: Lof der botheid is een bundel ongepubliceerde lezingen en in ontoegankelijke tijdschriften gepubliceerde artikelen. Weliswaar zijn er voldoende terugkerende motieven om het geheel meer te maken dan de som der delen, maar de waarheid gebiedt te zeggen dat het soms een wat onaffe indruk maakt. Zo is er een hoofdstuk dat zou moeten gaan over de memoires van Jan Francken, de knecht van Johan van Oldenbarnevelt, maar in feite gaat over de carrière en ondergang van die laatste. Juist als je denkt “mooi, ik begrijp de context, nu wil ik weten wat die Francken te melden heeft over de raadspensionaris”, breekt het hoofdstuk af. Uit de verantwoording blijkt dan dat het de inleiding is geweest bij Thomas Rosenbooms hertaling van Franckens herinneringen aan Van Oldenbarnevelt.

Lees verder “Lof der botheid”

Patat met

Teresa van Avila bakt patat

Tijd om een belangwekkende historische kwestie aan te snijden: wie is de uitvinder van de patat? Iemand moet als eerste op het idee zijn gekomen aardappelen te schillen, te snijden en in olie te bakken. De Vlaamse kunsthistoricus Paul Ilegems denkt het antwoord te weten: niemand minder dan Teresa van Avila (1515-1582), de Spaanse mystica.

Ze moet een formidabel persoon zijn geweest: degene die de orde der karmelietessen deed terugkeren naar de oorspronkelijke opzet. Omdat zo’n hervorming een nauwelijks impliciet te noemen verwijt inhield aan andere kloosters, die immers maar wat hadden aangerommeld, werd ze geconfronteerd met nogal wat weerstand, temeer daar het hervormen van religieuze instellingen riekte naar protestantisme. Ga er maar aan staan, als vrouw in de zestiende-eeuwse mannenwereld. Ze werd echter, zo las ik onlangs in een boek over de hertog van Alva, gesteund door belangrijke politici (zoals opgemelde hertog) en bereikte haar doelen.

Lees verder “Patat met”

Het Ottomaanse Rijk

Bayezid I, sultan van het Ottomaanse Rijk

In het Brusselse Bozar, op een steenworp van het centraal station, is momenteel een tentoonstelling over de manier waarop westerse kunstenaars in de vijftiende en zestiende eeuw keken naar het Ottomaanse Rijk. Zondag ben ik er met vrienden wezen kijken en ik kan alleen zeggen dat “Het Rijk van de Sultan” de moeite van een bezoek alleszins waard is. Die moeite bestond in ons geval uit tweemaal drie-en-half uur in de trein, maar je moet er iets voor over hebben.

In ruim twintig zalen worden diverse aspecten getoond van de wijze waarop Europese kunstenaars omgingen met dat wat ze over de Turken wisten (of meenden te weten). Eigenlijk moet ik zeggen: beeldende kunstenaars, want bijvoorbeeld muziek en literatuur blijven onderbelicht. Dat is een keuze en vermoedelijk een verstandige, want wat er nu aan schilderijen, tapijten, penningen, vuurwerkinstallaties, wapenrustingen en etsen wordt getoond, is al bijna meer dan een mens kan bevatten. Het is bovendien allemaal even interessant: dit is typisch zo’n expositie die je twee keer moet bezoeken, wat ons, Hollandse dagjesmensen, vanzelfsprekend niet lukte.

Lees verder “Het Ottomaanse Rijk”

Alva en de Spaanse Inquisitie

Alva (Teylers Museum, Haarlem)

Ik begrijp daar dus niet van: dat je een rechtbank begint om de religieuze meningen van anderen te beoordelen en dat je daarna, als je vaststelt dat er aan iemand een vlekje zit, zo iemand overlevert aan de wereldse autoriteiten om hem levend te laten verbranden. Het verontrustende van de Spaanse Inquisitie is niet – om de obligate grap maar meteen te maken, dan hebben we dat ook gehad – dat niemand haar verwacht, maar dat niemand haar begrijpt of begrijpen kan.

Dat ligt aan ons. Wij zijn gewend aan de godsdienstvrijheid en vinden dat de gedachten vrij zijn. Misschien vinden Nederlanders dat nog wel meer dan anderen: onze voorouders kwamen in opstand tegen de koning van Spanje omwille van de “liberteyt van conscientie“. Maar wij zijn de uitzonderingen: religieuze intolerantie is van alle tijden en plaatsen. De Romeinse Senaat legde de Bacchuscultus aan banden, Karel de Grote gaf de Saksen de keuze tussen doopvont en schavot, hindoes slaan islamitische heiligdommen kort en klein. De causaliteitsvraag, of intolerantie voortkomt uit religiositeit, is volgens mij onbeantwoordbaar, maar de stelling valt in elk geval te illustreren met een hoop naargeestigheden.

Lees verder “Alva en de Spaanse Inquisitie”

Safed

De Ari Synagoge in Safed is een van bijzonderste plaatsen in Israël

Ik ben deze dagen gierend druk met andere zaken, maar een klein berichtje trok mijn aandacht en schrééuwt erom dat ik toch even iets tiep:

Israël heeft twee batterijen luchtafweer naar het noorden van het land verplaatst. … Volgens de Israëlische radio worden de raketten bij de steden Haifa en Safed opgesteld, niet ver van de grenzen met de noordelijke buurlanden Syrië en Libanon.

Safed. Dit is een van de voornaamste spirituele centra van het jodendom. Hoewel de plaats vooral beroemd is geworden omdat sommige uit Spanje verdreven joden zich hier vestigden, hebben hier altijd joden gewoond, hoewel ze zeker niet altijd de meerderheid vormden. Ze bouwden hier enkele van de mooiste synagogen ter wereld. Hier bloeide de kabbala.

Lees verder “Safed”

Lugdunum Batavorum

De Latijnse naam van Leiden is Lugdunum Batavorum, “het Lugdunum der Bataven”. Je hoeft geen Latijn te hebben gestudeerd om te weten dat dit onzin is. De stad lag in het grensgebied van twee andere antieke stammen: ten zuiden van de Oude Rijn woonden de Cananefaten, wier hoofdstad lag bij Voorburg, en ten noorden van de Rijn woonden de Kleine Friezen, die als voornaamste centrum een heiligdom hadden in de Velserbroek. Als u dat laatste nog niet wist, hoeft u zich niet te schamen, want de vondsten uit deze antieke cultusplaats zijn nog nauwelijks  gepubliceerd. Waar het me nu om gaat is dat u allang weet dat er geen Bataven woonden in Zuid-Holland. Die woonden immers in het grote rivierengebied. Hun hoofdstad was Nijmegen.

Verzinsel

Lugdunum Batavorum is een verzinsel uit de zestiende eeuw. De mensen in onze contreien hadden ruzie met buitenlandse machten. Eerst vocht Gelre tegen Bourgondië. Later vocht de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tegen de Spaanse koning. Zowel de Geldersen als (later) de Hollandse opstandelingen ontwaarden een parallel tussen hun eigen conflict en de opstand van de Bataven tegen de Romeinen. Op historische landkaarten werd het gebied van de Bataven daarom wat vergroot, zodat het grenzen kreeg die ruwweg leken op die van de Republiek. Zo werd Zuid-Holland met terugwerkende kracht Bataafs.

Lees verder “Lugdunum Batavorum”

Effectief goropiseren

“Antwerpen” komt van “hand werpen”, iedereen weet dat.

Johannes Goropius Becanus (1519-1572) was een van die briljante geleerden uit de late Renaissance: hij was niet alleen arts, maar ook letterkundige en taalkundige. Een homo universalis in de beste zin van het woord. Helaas stond de taalkunde destijds nog in haar kinderschoenen, en dat heeft de reputatie van Goropius geen goed gedaan.

Ook grote geleerden hielden er destijds de wonderlijkste taalkundige ideeën op na. Zo opperde Hugo de Groot dat Amerika was gekoloniseerd vanuit een Germaanssprekend gebied, aangezien veel Azteekse plaatsnamen uitgingen op /-lan/, wat zou zijn afgeleid van /-land/. Meer over De Groot hier.

Lees verder “Effectief goropiseren”

Kapitalisme

Een zestiende-eeuwse munt als gevelsteen (Zandhoek 14, Amsterdam)

In de Middeleeuwen gold het maken van winst als zondig. De scholastieke filosofen wezen erop dat het niet te rechtvaardigen is dat iemand die bijvoorbeeld een brood over heeft, aan een hongerende voor dat brood geld vraagt. (Vandaar dat de kerk leerde dat het armen was toegestaan brood te stelen.) Hoe de koopman, die toch weinig kwaads in de zin had, in de hemel kon komen, was een berucht filosofisch probleem.

De grote reformator Johannes Calvijn (1509-1564) negeerde het in zijn moraaltheologische geschriften: hij ging er niet van uit dat handel gerechtvaardigd moest worden, maar zocht naar wegen om de schadelijke effecten te beperken. Dit maakte de weg vrij voor het kapitalisme. Toen het Calvinisme tegen het einde van de zestiende eeuw voet aan de grond kreeg in de Lage Landen, ontstond daar de eerste zuiver kapitalistische economie.

Lees verder “Kapitalisme”