Antiquarisme

Justus Lipsius’ uitgave van het boek van Martinus Smetius

Het is moeilijk voor te stellen hoe groot de mentale impact is geweest van de ontdekking van Amerika en de omzeiling van Afrika. In de eerste helft van de zestiende eeuw werden Europese geleerden geconfronteerd met tal van nieuwe zaken: planten als de aardappel en de tomaat, wonderlijke dieren als lama’s en buideldieren, nieuwe mineralen, specerijen, volken en landen. Sommige bizarre verhalen uit antieke bronnen bleken waar te kunnen zijn, en daardoor ontstonden nogal wat onduidelijkheden. Waar lag de grens tussen feit en fictie? Als Herodotos’ verhaal over de omzeiling van Afrika waar kon zijn, waarom zou zijn verhaal over goudbewakende griffioenen dan onwaar zijn? Elke geleerde trachtte orde te scheppen in de informatiewarboel en het daartoe meest voor de hand liggende middel was het verzamelen van observaties. De zestiende eeuw werd zo de tijd van rariteitenkabinetten en curiosacollecties. Alleen door al het nieuwe nauwkeurig te bestuderen kon een grens worden getrokken tussen feit en fictie, waarna de nieuwe gegevens konden worden gecombineerd met de bestaande.

Antiquarisme

Lange tijd was er geen scherpe grens geweest tussen antiquiteiten en rariteiten. Het waren niet uitsluitend boeren in afgelegen dorpen die meenden dat aardewerk, net als fossielen, spontaan groeide in de grond. Nog in de achttiende eeuw waren er verzamelaars die meenden dat de stenen pijlpunten en klingen die in de bodem werden gevonden, elfenwapens waren. De grenzen tussen Griekse en Romeinse oudheden, prehistorische artefacten, fossielen en andere bijzondere voorwerpen waren onduidelijk, zodat men in oudheidkundig bedoelde collecties ook biologische curiosa en meteoren kon aantreffen. Geleidelijk ontstonden er echter specialismen en begonnen verzamelaars zich toe te leggen op deelgebieden: de Grieks-Romeinse Oudheid bijvoorbeeld, waarbinnen men zich dan kon specialiseren op gemmen, inscripties, vazen, militaria, sculptuur of voorwerpen uit een regio als Etrurië of Romeins Egypte. Vrijwel elke Europese vorst bezat een muntencollectie.

Lees verder “Antiquarisme”

Een archeologie-canon

Zomaar eens een foto van een archeologische stratigrafie

Gisteren bood ik op deze plaats een overzicht van een kleine veertig dingen die mensen zouden moeten weten over geschiedvorsing. Aangezien de historische canon van Van Oostrom / Kennedy geschiedenis presenteert als het ene feit na het andere, wilde ik toch eens benadrukken dat geschiedenis ook een wetenschap is.

Een van de trouwste lezers van deze blog, CK uit het archeologisch en historisch zo rijke Nijmegen, wees me erop dat een archeologiecanon ook niet zou bestaan uit een lijst van losse opgravingen, maar uit een lijst van methodische en technische vernieuwingen. In een telefoontje bespraken we dat archeologen, doordat ze de wetenschappelijke dimensie almaar niet benoemen en zich verschuilen achter de monumentenwetgeving, zélf de reden zijn waarom een staatssecretaris van Cultuur zich afvraagt wat hij aan moet met musea vol opgegraven potten en pannen, waarom de limesvoorlichting zo verrekte contraproductief is, waarom een hoogleraar publiek begrip van wetenschap de raarste dingen kan vertellen over het Rijksmuseum van Oudheden en waarom De Volkskrant archeologie te onbelangrijk vindt om iets te rectificeren. Een Nijmegenaar herinnert zich natuurlijk ook de aquaductenaffaire en de affaire in de buurgemeente Cuijk.

Lees verder “Een archeologie-canon”

De historische canon

Stelt je voor dat astronomen een canon zouden opstellen van wat iedereen over hun vak moest weten. Zou dat een overzicht opleveren van sterrenbeelden? Nee natuurlijk. Ze zouden de telescoop, de periodieke terugkeer van kometen, radioastronomie en zwaartekrachtgolfdetectors noemen. Een wetenschap onderstreept haar belang immers niet met de objecten die ze onderzoekt, maar met de ontdekte patronen. En haar vooruitgang blijkt uit vernieuwende methoden, nieuwe soorten inzicht en nieuwe bijdragen aan andere disciplines.

Het is, dacht ik althans, logisch je niet te presenteren met de onderzoeksobjecten. Presenteer een wetenschap als wetenschap. De canon die de Commissie Van Oostrom voor de Nederlandse geschiedenis heeft opgesteld, beperkt zich echter wel tot de objecten en draagt zo bij aan het beeld dat geschiedvorsing geen echte wetenschap is. Het gaat om hunebedden, de Romeinse limes, Karel de Grote en wat dies meer zij. Onderwerpen, kortom, die zich lenen voor een blogje hier of een causerie daar, maar die niet tonen waarom geschiedenis een wetenschap is. Hieronder is mijn alternatief.

Lees verder “De historische canon”

Tweemaal de Gouden Eeuw

Of Hesiodos een historisch personage is, staat te bezien, maar dat heeft antieke beeldhouwers er niet van weerhouden zijn portret te maken. Deze mooie kop is in het British Museum, Londen.

1.

Oké, die Gouden Eeuw, waar komt die nou weer vandaan? Antwoord: dat weten we niet. De oudste vermelding van de mythe is te vinden in de Werken en dagen van de Griekse dichter Hesiodos, die u moet plaatsen in de achtste eeuw v.Chr. Zoals wel meer mensen in de Oudheid meende hij dat het in de loop der tijden van kwaad tot erger was gegaan. Eerst was er een paradijselijke gouden eeuw, toen een zilveren eeuw, een bronzen eeuw, een eeuw van helden en tot slot een ijzeren eeuw.

En daarmee hebben we het probleem bij de kuif. Vier metalen van afnemende waarde onderbroken door een eeuw van helden. Het lijkt erop dat Hesiodos zich de Mykeense tijd herinnerde en die integreerde in een ouder mythisch schema. Er moet dus vóór Hesiodos een verhaal zijn geweest over vier tijdperken. We vinden die een slordige acht eeuwen ná Hesiodos bij de dichter Ovidius, die dus weliswaar jonger is, maar een oudere fase documenteert in een traditie die we niet kennen. Cassius Dio maakte het lijstje overigens nog beter door een gouden eeuw te laten degenereren tot ijzer en roest.

Lees verder “Tweemaal de Gouden Eeuw”

Lotfollah

Lotfollah-moskee, Isfahan

Het zal u niet zijn ontgaan dat Libanon een land is vol minderheden. Een van die minderheden is de sji’itische islam, die ook weer aanwezig is in diverse varianten. Voor insiders: er zijn twaalvers en zeveners en van die laatste groep zijn de druzen weer een variant. De twaalvers zijn voor een deel nationalistisch en stemmen dan doorgaans op de Amal-partij maar anderen zijn internationaler van oriëntatie en stemmen dan op Hezbollah. Deze groep staat bekend om zijn banden met Iran.

Die banden zijn niet van vandaag of gisteren. Libanon kende al heel lang sji’itische groepen toen Perzië in de zestiende eeuw besloot deze stroming te aanvaarden. Natuurlijk waren er al sji’ieten in Perzië, waar de achtste imam ligt begraven, maar het staatsapparaat was eigenlijk altijd soennitisch geweest. De eerste sjah van de Safavidische dynastie, Ismaïl I (r.1501-1524), koos echter voor de twaalver-sji’a, voor een deel uit overtuiging en voor een deel om zich te onderscheiden van de grootmacht in het westen, de Ottomanen, en van de Oezbeken in het noordoosten.

Lees verder “Lotfollah”

Oudheidkunde en oudheidkundes

Niet dat dit theatermasker uit het museum in Thessaloniki iets wezenlijks over oudheidkunde overdraagt, maar ach, het is wel zo aardig.

Het kwam vorige week even ter sprake: wat is eigenlijk het verschil tussen al die oudheidkundige disciplines? Misschien is het zinvol om wat begripsverheldering te bieden, temeer omdat ik nogal eens word geconfronteerd met mensen die niet begrijpen dat geschiedenis een vak is.

De classici

De oude wereld wordt vanouds bestudeerd door mensen die ik classici zal noemen. Die staan in een prachtige traditie, teruggaand op de Renaissance, toen de inzet was dat de mensen graag beter wilden schrijven en de Oudheid als voorbeeld namen. Er waren destijds ook geleerden die de Oudheid niet zozeer wilden volgen maar gewoon wilden kennen. In feite zijn deze attitudes nog altijd aanwezig: er zijn nog volop classici die vooral bewondering voelen voor wat inderdaad mooi is – het boek van Simon Goldhill dat ik ooit besprak is een voorbeeld – en er zijn mensen die hun vakgroep liever “Griekse en Latijnse taal en cultuur” noemen. Meestal worden ze samen aangeboden, al oogt dat toch een beetje alsof je het hebt over de faculteit “Franse en Duitse taal en cultuur”, maar zo vreemd is dat niet: een groot deel van de Romeinse literatuur is nu eenmaal in het Grieks. Veel opvallender is eigenlijk de afwezigheid van het Aramees voor wie de literatuur en cultuur van de Romeinen wil bestuderen.

De archeologen

De tweede grote groep wetenschappers die zich met de oude wereld bezighoudt, zijn de archeologen. Oorspronkelijk waren dat vooral kunsthistorici à la Winckelmann, die de bewonderende houding deelden met sommige classici. Ik kan ver met hen mee gaan. Als ik niet meer minimaal eens per week zou denken “dit is mooi”, zou ik ander werk moeten gaan zoeken.

Lees verder “Oudheidkunde en oudheidkundes”

De Opstand, 1568-1648

De Opstand verbeeld: de Liberteit van Conscientie overwint de Tyrannie. Een van de Goudse glazen.

De Tachtigjarige Oorlog, dat is zo’n beetje de stichtingsmythe van de Lage Landen. De gewesten werden in 1549 met de Pragmatieke Sanctie tot eenheid gesmeed en het was de bedoeling dat ze voortaan één heer zouden hebben: eerst Karel V, daarna Filips II, beide uit het huis Habsburg. Het heeft niet zo mogen zijn. In 1648 werd in de Vrede van Münster vastgelegd dat het zuiden Habsburgs zou blijven, terwijl het noorden zelfstandig werd: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Zo zijn tijdens de Tachtigjarige Oorlog Nederland en België gegroeid.

Ik verbeeld me dat sommige nationale karaktertrekken tijdens dit conflict zijn ontstaan. Een simpel voorbeeld is religie: het latere België zou overwegend katholiek zijn terwijl in het latere Nederland een vorm van protestantisme dominant zou zijn. Een andere impressie, die ik niet met cijfers kan onderbouwen maar die me geloofwaardig voorkomt: Belgen trekken hun eigen plan, want de overheid is niet per se hun eigen overheid, terwijl Nederlanders, gewend aan een overlegcultuur, sneller naar de overheid kijken en zowat in paniek zijn als ergens geen regels blijken te bestaan. Als u dat al te kort door de bocht vindt, doe ik het met een voorbeeld minder maar blijf ik toch denken dat de Tachtigjarige Oorlog beslissend was voor de toekomst van de Lage Landen. Zoals gezegd: een stichtingsmythe.

Lees verder “De Opstand, 1568-1648”

Driemaal Don Quichot

Je kunt de wereldliteratuur verdelen in ruwweg twee categorieën: (a) ridderromans en (b) andere romans. De tweede categorie gaat niet over ridders en is dus eigenlijk alleen interessant voor specialisten, terwijl in de eerste categorie de Quichot alle andere verhalen overbodig maakt. U hoeft in uw leven dus maar twee boeken te lezen: het eerste deel van de Quichot en het tweede.

Deze op zich overzichtelijke situatie wordt enigszins gecompliceerd door het feit dat talloze auteurs inspiratie hebben ontleend aan de avonturen van de weergaloze ridder van La Mancha. Aangezien een goed voorbeeld goed doet volgen, zijn de afgeleide kunstwerken doorgaans prima verteerbaar. Ik sprak al eens over Graham Greenes Monsignor Quixote, een van mijn lievelingsboeken. Vandaag drie stripverhalen.

Lees verder “Driemaal Don Quichot”

De drie standen

Even voor niet-Amsterdammers: de Sint-Luciënsteeg is voor fietsers een van de belangrijkste verkeersroutes tussen het westelijke en oostelijke deel van de stad. Als je van bijvoorbeeld de Kinkerbuurt (waar ik woon) naar het centrum moet, bepalen de bruggen over de grachten hoe je kunt rijden. De route over de Rozengracht en Dam is levensgevaarlijk door de vele auto’s en sinds kort reclameborden die je afleiden; de route van het Leidseplein langs de Leidsegracht en Spui is onbegaanbaar door de vele toeristen. Op de Elandsgracht kun je echter redelijk doorfietsen en daarna is er in het verlengde een wat smal fietspad door “de negen steegjes” en verder, waarover je uiteindelijk op het Rokin en de Nes komt. Zo vermijd je de meeste auto’s en toeristen.

De flessenhals is de Sint-Luciënsteeg, vlak voor de immer drukke Kalverstraat, waar een pannenkoekenrestaurant nogal wat toeristen trekt die niet altijd in de gaten hebben dat ze op een belangrijke fietsroute staan. De wetten der gastvrijheid zijn heilig in Amsterdam, dus we rijden de bezoekers niet overhoop en beperken ons ertoe die sukkels een of andere ziekte toe te wensen.

Lees verder “De drie standen”

De helft van alle schoonheid

Lotfollah-moskee, Isfahan

Het is om een of andere reden niet algemeen bekend, maar toen de lieve God de wereld in elkaar had geschroefd, had gezien dat het allemaal goed was en zich opmaakte om de zevende dag te gaan rusten, viel hem op dat hij iets was vergeten: hij had pas de helft van alle schoonheid uitgedeeld. Zo is het dus gekomen dat het er hier op aarde soms lelijk aan toegaat.

God zat dus opgezadeld met nog de helft van alle schoonheid. En hij wilde toch echt gaan rusten. Wie zal het hem kwalijk nemen dat hij besloot op het allerlaatste moment gewoon alle schoonheid op één plek neer te leggen? En zo geschiedde. God zag dat het goed was en op de zevende dag rustte hij.

Lees verder “De helft van alle schoonheid”