Toerist in Almería

Poort in de Alcazaba van Almería

Vanuit onze hotelkamer in Almería keken we uit op een zonsopkomst over het water, dat hier Alboránzee heet, maar natuurlijk gewoon een deel is van de Middellandse Zee. De bus uit Cartagena was gisteren vrij laat in Almería aangekomen, maar nu het daglicht was, konden we de havenstad gaan verkennen.

Al-Marrya

Almería heette ooit Al-Marrya, wat zoiets betekent als “spiegel van de zee”. De stad is ontstaan toen zeelieden huizen begonnen te bouwen op een plek waar ze al weleens handel dreven met de boeren in deze omgeving. Graan voor vis. In 955 stichtte kalief Abd al-Rahman III van Córdoba hier een vlootbasis, die vanzelfsprekend moest worden beschermd met stadsmuren en met een moskee om te bidden om goddelijke bescherming. (Een inscriptie die de bouwwerkzaamheden documenteert, is te zien in het plaatselijke museum.) Op de rotsen achter de stad verrees de enorme burcht die bekendstaat als Alcazaba.

Lees verder “Toerist in Almería”

Nogmaals El-Andalus

Een tijdje geleden blogde ik over het boek Muslim Spain Reconsidered (2014) van Richard Hitchcock over de geschiedenis van…, eh, ja, hoe moeten we dat nou noemen? Arabisch Spanje? Nee, want er is ook Portugal, en veel mensen in het Emiraat van Córdoba (en zijn opvolgerstaten) beschouwden zich niet als Arabieren. Islamitisch Iberië? Onnauwkeurig, want er waren lange tijd grote christelijke en joodse minderheden. Ik koos destijds voor El-Andalus, en doe het vandaag opnieuw, maar het is een verlegenheidsoplossing. In elk geval: de tijd waarin Arabischsprekenden heersten over het Iberische Schiereiland.

Die vervelende hype weer

Ik las er inmiddels nog een ander boek over: Kingdoms of Faith (2021) van de Amerikaanse mediëvist Brian A. Catlos. De kritiek die ik had op het hierboven genoemde boek, namelijk dat ik niet herkende wat er nou reconsidered was, is ook dit keer van toepassing. Dat religie niet zo belangrijk was als eerdere auteurs hebben beweerd? Dat wist ik als student al. Dat de reconquistà grotendeels een later verzonnen mythe is? Ook geen nieuws.

Lees verder “Nogmaals El-Andalus”

Een geschiedenis van El-Andalus (2)

De leeuwenfontein van het Alhambra

Zo, het vorige blogje moest ik even kwijt. Maar afgezien van het feit dat er weinig reconsidered is, heb ik het genoemde boek van Richard Hitchcock, Muslim Spain Reconsidered, met enorm veel plezier gelezen. En het is natuurlijk ook weer niet zo dat ik er helemaal niets van leerde, want hij bood argumenten voor de “de-islamisering” van de Iberische geschiedschrijving die ik, niet-arabist, nog niet kon kennen. Hitchcock attendeert er bijvoorbeeld op dat het Arabische woord ‘ajam traditioneel werd vertaald als “christelijk”, terwijl het feitelijk een religieus neutraal woord is dat betekent dat iemand imperfect Arabisch spreekt. Dat argument kende ik niet en versterkt het beeld dat religie minder belangrijk was dan voor pakweg 1975 werd aangenomen. En Hitchcock biedt meer redenen om het zwaartepunt niet nodeloos vaak bij de godsdiensten te leggen. Zo wordt de slag bij Las Navas de Tolosa in 1212 in onze bronnen weliswaar getypeerd als religieus conflict, maar plaatste Muhammad an-Nasir geen jihad tegenover de kruisvaart waartoe koning Alfonso VIII van Castilië had opgeroepen. Dat nuanceert de zaak nogal.

Toch ontkent Hitchcock niet dat religieuze tegenstellingen zo nu en dan een rol speelden. De tegenstellingen tussen de diverse koninkrijken en emiraten waren reëel en een vorst kon religie altijd gebruiken om zijn tegenstanders te typeren. Niet alleen scholden christenen en moslims op elkaar, maar moslims noemden elkaar kafir of varken, terwijl christenen tegenstanders beschuldigden van ketterij. Omgekeerd waren er overeenkomsten tussen de religies. De hervormingsbeweging van Cluny is gelijktijdig aan de hervormingen die de Almoraviden introduceerden.

Lees verder “Een geschiedenis van El-Andalus (2)”

De Maghreb in de Middeleeuwen

Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

Lees verder “De Maghreb in de Middeleeuwen”

Spanje tussen twee werelden

Spaanse manuscript met de tekst van de Griekse auteur Dioskourides (Pergamonmuseum, Berlijn)

Ik heb u de afgelopen maand meegenomen door de geschiedenis van het Iberische Schiereiland, vooral Spanje, in de tweede helft van het eerste millennium, met vooraf twee stukken over het Rijk van Toulouse en achteraf twee stukken over de Almoraviden en Almohaden. Ze gaan terug op een deel van de scriptie die ik in 1993 inleverde in Leiden; daarin stelde ik de vraag waarom de Romeinse samenleving de Visigotische invasie kon absorberen en waarom de Arabische samenleving dat niet kon doen met wat ik gemakshalve maar even de Reconquista zal noemen.

Ik concludeerde destijds dat de druk om je aan te passen aan de Romeinse habitus groter was dan de druk om je aan te passen aan de Arabische, maar die stof laat ik nu rusten. Om te beginnen omdat de analyse ongeschikt is voor een blog en verder omdat tegenwoordig niet ter discussie staat dat de Visigoten al vóór hun aankomst op het Iberische Schiereiland waren geromaniseerd. Liever eindig ik met een ietwat voorspelbare dubbele observatie.

Lees verder “Spanje tussen twee werelden”

De Almohaden

Almohadische ruiters

In mijn vorige blogje noemde ik de Almoraviden, een Noordwest-Afrikaanse groep die een gnostische interpretatie gaf aan de islam. Toen ze El-Andalus had onderworpen, legde ze de regio strenge religieuze regels op. Er was in deze tijd echter ook een stroming waarvan de aanhangers meenden de eenheid van God beter begrepen dan wie ook. Eén van de leiders van deze stroming, die onder de Baranis-Berbers populair was, was Ibn Tumart (1082-1130); zijn volgelingen staan bekend als Al-Muwahhidun (“de benadrukkers van de eenheid”), wat in de Europese talen is verbasterd tot Almohaden.

Vanaf 1121 meende Ibn Tumart dat hij de mahdi was, in de sjiitische traditie de imam die kort voor de Jongste Dag zal terugkeren. Omdat het einde der tijden zo nabij was, waren Ibn Tumarts volgelingen bereid te vechten, en ze begonnen een heilige oorlog tegen de Almoraviden. Aanvankelijk nam die de vorm aan van schermutselingen in het Atlasgebergte, waarbij Ibn Tumart om het leven kwam. Zijn opvolger nam in 1147 de Almoravidische hoofdstad Marrakesh in, liet zich benoemen tot kalief en veroverde heel de Afrikaanse noordkust tot Tripoli aan toe.

Lees verder “De Almohaden”

De Almoraviden

Watermolen uit Córdoba

Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.

Culturele bloei

Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië.

Lees verder “De Almoraviden”

Middeleeuws Tunesië

Mahdia

Ik vertelde gisteren dat Aghlabidisch Tunesië in de problemen kwam door een grote opstand. De rebellen hielpen vervolgens de Fatimiden, eveneens sji’ieten, aan de macht in Egypte. Zij eisten het kalifaat op, dat volgens hen ten onrechte in handen was gekomen van de Umayyaden (eerst in Damascus, rond 900 nog steeds in Córdoba) en de Abbasiden van Bagdad. De zich als kalief aandienende Fatimidische leider gold als de teruggekeerde laatste imam, de mahdi, en de residentie van de Fatimidische gouverneur in Tunesië heette dan ook Mahdia.

De Ziriden

De bestuurders die, toen de Fatimidische kalief zich vestigde in Cairo, namens hem heersten over Tunesië, kwamen vanaf 972 uit de dynastie die bekendstaat als de Ziriden, Berbers. En zoals de Aghlabiden autonomie hadden verworven ten opzichte van de Abbasiden, zo gingen de Ziriden zich onafhankelijk gedragen ten opzichte van de Fatimiden. De economische bloei van Tunesië zette zich aanvankelijk voort, maar men verloor de greep op de woestijnhandel: de Fatimiden in Egypte en de Almoraviden in Marokko werden geduchte concurrenten.

Lees verder “Middeleeuws Tunesië”

Opkomst van de Nasriden

Het Alhambra, de residentie van de Nasriden

“Je doet er goed aan, mijn zoon, te huilen als een vrouw om wat je als man niet kon verdedigen”. Dit waren de legendarische woorden die sultana Aïcha tegen haar zoon Boabdil, de laatste sultan van het koninkrijk Granada, sprak op 2 januari 1492. Op deze dag had hij zijn hemelse paradijs op aarde, het beroemde Alhambra, overgegeven aan het koningspaar Isabella van Castilië (r.1474-1504) en Ferdinand II van Aragón (r. 1479-1516). Voordat het echter zo ver kwam, wisten de Nasriden het ruim 250 jaar vol te houden in het zuiden van het Iberische schiereiland, tot ze het onderspit dolven tegen de nieuwe, christelijke machthebbers.

Het Koninkrijk Granada

Het verhaal van Granada begint al in de tiende eeuw, toen de stad deel uitmaakte van het Kalifaat van Córdoba. In 1013, bij het uiteenvallen van dit kalifaat, werd Granada een onafhankelijke taifa om vervolgens in 1091 te worden veroverd door de Almoraviden en in 1154 weer door de Almohaden, twee dynastieën uit het huidige Marokko. Fast forward naar 1212: na de Slag bij Las Navas de Tolosa brokkelt het Almohadische gezag af en in 1228 is het definitief voorbij. In de tussenliggende tijd is de ene Moorse stad na de andere in handen van de christenen gevallen.

Lees verder “Opkomst van de Nasriden”

De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (2)

De gotische bouwstijl is het meest zichtbare aspect van de Renaissance van de Twaalfde Eeuw. Dit gotische portaal naast een romaanse kerk is in Worms; het is ook de locatie van de ruzie tussen Brunhilde en Kriemhilde in het Nibelungenlied.

Was de elfde eeuw, zoals ik hierboven schreef, een overgangstijd? Tja. Alles is altijd een overgangstijd. Je kunt altijd wel iets aanwijzen dat verandert. En je kunt ook altijd continuïteiten aanwijzen. Wat zéker veranderde, was de implosie van het Kalifaat van Córdoba op het Iberische schiereiland. De instorting bood de Normandiërs de gelegenheid de Straat van Gibraltar te passeren, waarna de paus hun, zoals gezegd, zuidelijk Italië in leen gaf. Van daaruit veroverden ze Sicilië, dat tot dat moment bestuurd was geweest door een Arabische vorst. Ook de koningen van Castilië profiteerden van de crisis in het Kalifaat van Córdoba: ze rukten op naar het zuiden en veroverden in 1085 Toledo. Veertien jaar later braken de christelijke legers op nog een derde plaats de wereld van de islam binnen: de kruisvaarders veroverden Jeruzalem.

Vertalingen

Spanje, Sicilië en de “Landen van Overzee” waren de drie plaatsen waar informatie uit de Arabische cultuur eenvoudig kon overspringen naar de westerse wereld. Neem de vertaalscholen die vanaf 1125 bestonden op het Iberische schiereiland: Toledo, Barcelona en Zaragoza. In de laatste werden onder meer de Koran en de dialogen van Plato uit het Arabisch in het Latijn vertaald. De vertaalschool te Barcelona richtte zich vooral op de teksten van de Arabieren zelf. In Toledo vertaalde men de werken van Aristoteles uit het Arabisch. Ook elders waren vertaalinstituten.

Lees verder “De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (2)”