“Barbaren” in het Romeinse leger

Je kunt Elon Musk natuurlijk niet kwalijk nemen dat hij ondeskundige historische commentaren geeft. Als we immers iedereen zouden gaan corrigeren die op de proppen komt met een onjuiste historische analogie, kunnen we aan de gang blijven. Er is geen wetenschap waar amateurs zó vaak denken dat ze kunnen meepraten. Terwijl de simpele waarheid deze is: vrijwel alle historische analogieën zijn incorrect. Degenen die ze te berde brengen, doen dat om u een mening op te dringen over het heden, niet omdat ze geïnteresseerd zijn in het verleden of daar überhaupt verstand van hebben.

Hoewel historische incompetentie dus te ingeburgerd is om nog redelijkerwijs laakbaar te zijn, is het zinvol te kijken waar Musks fouten zitten. Jeroen Wijnendaele, de auteur van De Wereld van Clovis, nam op Twitter de handschoen op. Hier is een vertaling.

Hondenfluitje

Een. Niet-burgers speelden altijd een loyale rol in de Romeinse legers. Dit was al zo tijdens de republiek en zou zo blijven tot in de Late Oudheid en in het Byzantijnse Rijk. De wetenschappelijke consensus hierover is solide.

Twee. Musks tweet was een racistisch hondenfluitje. Door een eigentijdse gebeurtenis te vergelijken met het einde van het Romeinse Rijk, suggereert hij feitelijk dat als je buitenlanders toelaat in je leger, je zult eindigen zoals het Romeinse Rijk. Kaput. Zoals zo veel mensen lijkt Musk te denken dat beide verschijnselen gelijktijdig (in de vijfde eeuw) en in samenhang plaatsvonden.

Drie. De waarheid is echter dat terwijl het keizerlijk bestuur uit de westelijke gewesten verdween, het imperium in het oosten bleef bestaan. Hetzelfde leger dat schuld zou hebben aan het verlies van het Westen, behield het Oosten en heroverde in de zesde eeuw de belangrijkste westelijke gebieden. De aanname dat Rome “viel”, is dus te kort door de bocht.

De derde eeuw

Vier. Het laat-Romeinse leger was heel anders dan het beter bekende leger uit de eerste eeuwen. We moeten terug naar de Crisis van de Derde Eeuw om te begrijpen waardoor er niet-Romeinen dienden in de gelederen en waarom de “barbarisering” van het Romeinse leger niet is wat ze lijkt.

Vijf. Het Romeinse Rijk had in de derde eeuw enorme demografische tegenslagen gehad, zoals een epidemie rond 250. Mankracht was waardevoller dan ooit. Tegen het einde van de eeuw rekruteerden usurpatoren (zoals Postumus in Gallië) Franken voor hun legers. De daarop volgende tetrarchen zetten dit beleid voort.

Munt met de triomf van keizer Postumus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Zes. Zo werd de wereld buiten het Romeinse Rijk een “oogstgebied” dat de keizers maar al te graag exploiteerden. Daardoor hebben we in de Late Oudheid te maken

  • met afstammelingen van migranten binnen het rijk,
  • met rekruten van buiten het rijk, en
  • met degenen met wie een foedus (= verdrag) was gesloten, de ietwat geheimzinnige foederati.

Binnen het Rijk

Zeven. Tussen ca. 285 en 375 lanceerden de keizers allerlei veldtochten over de Rijn en de Donau. Verovering was nooit het doel, maar we herkennen steeds hetzelfde patroon: de keizers wonnen bijna altijd en sloten daarna verdragen met onderworpen leiders, die vervolgens rekruten moesten leveren.

Acht. Het laat-Romeinse leger kon verder hele groepen krijgsgevangenen overbrengen en ze binnen het imperium vestigen (zoals Constantius I in Gallië deed), waar hun nakomelingen konden worden verplicht in het leger te dienen. Vrijwillig dienen was uiteraard ook mogelijk.

Negen. Recent archeologisch onderzoek (in bijvoorbeeld België) heeft geleerd dat die groepen vrij klein waren en verbleven rond strategische punten, zoals rivierovergangen, wegkruisingen en forten. De nieuwkomers zijn zelden te onderscheiden van de rest van de bevolking.

Tien. Nog belangrijker is dat afstammelingen van de nieuwkomers deel gingen uitmaken van het reguliere leger. Zo werden door Constantijn de Grote gerekruteerde Alamannen, Franken enz. opgenomen in de door hem geformeerde Auxilia Palatina. Deze geassimileerde soldaten waren bepaald geen barbaren.

Het leger van Constantijn de Grote in actie

Buiten het Rijk

Elf. De verslagen gemeenschappen buiten het imperium hadden soms wel dertig jaar nodig om te herstellen. Pas daarna durfden ze de wapens weer tegen Rome op te nemen. Ze konden echter ook met Rome samenwerken.

Twaalf. Sinds het einde van de derde eeuw was Romeins burgerschap geen vereiste meer om in de Romeinse legers te dienen. Ook niet-Romeinse vrijwilligers konden zich aanmelden. Dat er geen binair onderscheid tussen Romeinen en niet-Romeinen was, wordt mooi geïllustreerd in het bekende grafschrift “Ik ben een Frank, een Romeins burger, een soldaat”.noot EDCS-28600036. Ook deze burgerrechtloze soldaten integreerden in het Romeinse bestel.

Dertien. Een Romeinse auteur met militaire ervaring als Ammianus Marcellinus gebruikt in zijn contemporaine geschiedenis zelfs bijna uitsluitend de term Romani voor keizerlijke soldaten, ongeacht hun etniciteit. Voor hem waren Romeinen degenen die het imperium via zijn strijdkrachten dienden.

Graf van een Germaanse soldaat in Romeinse dienst (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Na Adrianopel

Veertien. De situatie veranderde in de late vierde eeuw, niet in het minst door het debacle van Adrianopel, waar de Goten in 378 een keizerlijk leger vernietigden.

Vijftien. Lange tijd werd gedacht dat keizer Theodosius I in 382 een foedus (verdrag) sloot met de Gotische rebellen. Maar dat staat in geen enkele bron. Er was vrede, ja. Gotische soldaten dienden voortaan in het Romeinse leger. De exacte mechanismen zijn echter onbekend.

Zestien. Het eerste bewijs voor foederati, onder die naam, dateert pas uit de tijd van Stilicho, een vertrouweling van keizer Theodosius en voogd van diens jongere zoon en westelijke opvolger Honorius. Stilicho werd diens opperbevelhebber.

Stilicho

Zeventien. Uit de toenmalige wetten en uit de verslagen van Stilicho’s krijgsverrichtingen aan de Rijn en Donau in de jaren 395-401, leiden we af dat hij soms hele groepen niet-Romeinse cavaleristen en bloc rekruteerde en dat hij daarbij de reguliere rekruteringsprocedures negeerde. Dit waren foederati, maar dat is geen term die we kunnen toepassen op alle soldaten met onRomeinse namen.

Achttien. Het is belangrijk te benadrukken dat het West-Romeinse leger in 395, toen Stilicho aantrad, twee burgeroorlogen tegen het Oost-Romeinse leger had verloren. Het tekort aan mankracht speelde voortdurend een rol en Stilicho moest improviseren om de gaten kon dichten.

Negentien. Dit gebeurde ook in de oostelijke provincies. Ten laatste in de jaren 420 was er een commandant met de titel comes foederati. Deze soldaten bleven aanwezig in de oosterse legers tot aan keizer Justinianus (r.527-565) en daarna.

Twintig. Maar er lijkt een addertje onder het gras te zitten. Het is veelzeggend dat foederati nooit voorkomen in de Notitia Dignitatum, een inventaris van Romeinse ambten en legereenheden. Dit zou kunnen betekenen dat ze niet golden als gelijkwaardig aan het reguliere leger.

Eenentwintig. Alarik op.

Alarik

Tweeëntwintig. Voor de discussie is het belangrijk dat Alarik en zijn oorspronkelijke Gotische volgelingen voor het eerst worden genoemd als onderdeel van de hulptroepen waarmee Theodosius in 394 de burgeroorlog van 394 won. Als zijn foederati.

Drieëntwintig. De Gotische soldaten leden in die burgeroorlog de zwaarste verliezen. Als ze werden behandeld als tweederangs-soldaten, misschien met minder loon en zonder land te ontvangen aan het einde van hun dienst, zijn Alariks acties in de volgende jaren begrijpelijk.

Vierentwintig. Zijn doel was een opperbevel voor zichzelf en betere voorwaarden voor zijn volgelingen. Dit was niet anti-Romeins. In tegendeel, hij wilde een oplossing binnen een Romeinse context. De Franse oudhistorica Christine Delaplace heeft aangetoond dat niemand in het imperium het leger van Alarik beschouwde als een vreemde natie op zoek naar een koninkrijk.

Vijfentwintig. Alarik en zijn rebellenalliantie zijn atypisch, zeker aan het begin van de vijfde eeuw. De meeste Goten op de Balkan bleven in het reguliere leger dienen en sommigen van hen kwamen terecht in precies het soort functies en regimenten die Alarik zou hebben gewild. Nog generaties lang.

Zesentwintig. We moeten het geweld en het lijden waarvoor Alarik verantwoordelijk was, niet bagatelliseren. Maar het is niet de barbarisering waardoor Rome in moeilijkheden kwam. Het was het falen van de West-Romeinse regering om in de eigen gelederen het militaire geweld in te dammen, dat leidde tot wat we nu de “desintegratie van Rome” noemen.

[Een gastbijdrage van Jeroen Wijnendaele, van wiens hand onlangs De wereld van Clovis verscheen. Dank je wel Jeroen!]

Deel dit:

19 gedachtes over ““Barbaren” in het Romeinse leger

  1. Karel van Nimwegen

    Geschiedvervalsing bestaat zeker, en de NRC is misschien wel de ergste van allemaal, omdat dat een serieuze krant lijkt te zijn. Hier in Nijmegen herinneren we ons dit artikel met afschuw.

    https://www.nrc.nl/nieuws/2023/07/07/bij-toenemende-migratie-gaan-de-grenzen-dicht-al-2000-jaar-lang-a4168975

    Wijnendaele reageerde destijds ook:

    https://historiek.net/de-mythe-van-de-germaanse-dreiging-die-de-romeinse-dam-deed-breken/157565/

    Het is natuurlijk dankbaar werk als er zoveel historische vervalsingen zijn. Wanneer Wijnendaele de status quaestionis presenteert, zoals in ‘Clovis’, vinden recensenten dat al gauw verrassend, en dat leidt tot enthousiaste recensies.

    https://www.nrc.nl/nieuws/2025/12/01/clovis-stoot-alle-cliches-over-de-late-oudheid-om-a4910900

    Die recensie had moeten zeggen: de samenleving loopt achter op de wetenschap, waarom leggen historici zichzelf niet goed uit? Want het is gek dat Nederlandse wetenschappers, zoals in de eerste link hierboven, geschiedvervalsingen delen.

    1. FrankB

      “omdat dat een serieuze krant lijkt te zijn.”
      Zoals ik al vaker heb opgemerkt alhier zijn er al vele jaren geen kwaliteitsmedia meer. Toevallig herinner ik me nog dat ik de trivialisering en oversimplificatie 30 jaar geleden allereerst opmerkte bij de Volkskrant. Mijn ergernis was zo groot dat ik zelfs de auteur nog weet: Francisco van Jole. Dat die zich later tot “kwaliteitsbewaker” ontwikkelde heb ik altijd als een bewijs van verdere achteruitgang uitgelegd.
      Er zijn geen serieuze papieren kranten meer in Nld. Trouw was de laatste tot 2010. Mijn advies is dan ook gebaseerd op het geschiedkundig principe dat ik hier heb geleerd: multiple attestation (weet iemand hoe dat in het Nederlands heet?). Dus heb ik één abonnement, één zaterdagabonnement en lees ik er een paar online. Aldus kan ik een hoop rommel filteren en negeren.

  2. “Stilicho”

    Beter zou zijn om te zeggen dat het de ‘Monza diptych’ betreft, met ‘waarschijnlijk Stilicho’ erop afgebeeld (en diens vrouw en zoon). De discussie loopt nog steeds, en heeft te veel argumenten om zonder meer te stellen dat we weten wie dit moet zijn. Aetius is ook een kandidaat.

  3. FrankB

    “desintegratie van Rome”
    Uiteraard was ik dankzij de MB hier al bekend mee. Niettemin heb ik vandaag een paar dingetjes bijgeleerd. Dat de foederati geïntroduceerd werden om het manschappentekort aan te vullen is iets waar ik nog niet eerder bij stil had gestaan, bijvoorbeeld.

  4. John van Hulst

    Leuk stukje. Ik heb ‘De wereld van Clovis’ bijna uit dus ik wist dit al :-). Overigens: ‘De wereld van Clovis’ is een aanrader voor geïnteresseerden in geschiedenis, het boek vertelt een verhaal over de periode in de Europese geschiedenis waarover in ieder geval ik niet veel wist: het einde van het West-Romeinse rijk. Bovendien is het goed geschreven!

  5. Kees Voorburg

    Wanneer een politicus zijn/ haar beleid en/ of plannen wil aanprijzen of verdedigen, heeft hij/ zij eenduidige feiten nodig. De geschiedenis is – zo leren wij op deze blog – dermate multi-interpretabel dat zij slechts één eenduidig feit kan leveren: wanneer een politicus gebruik maakt van een historische analogie is dat per definitie onzin.

    Sowieso zijn analogieën, net als vergelijkingen, een drogredenatie wanneer zij als argument worden gebruikt. Voor iedere vergelijking of analogie die als argument wordt gebruikt, lever ik (voor de lezers van deze blog) geheel gratis een andere die precies het tegendeel aantoont. “Amsterdam moet geen openluchtmuseum worden zoals Venetië. Conclusie: slopen die oude troep!” Of: “Amsterdam moet geen ‘atlantic wall’ worden. Weg dus met dat beton en renoveer die fraaie oude panden!” Of, meer ‘on topic’: dankzij de inzet van non-citizens heeft het Romeinse rijk het een eeuw langer kunnen uitzingen.

    Of kopieer/ plak de beruchte vergelijking van Goebels over Joden met kanker, klik op ‘zoek en vervang alles’ en vervang het woord ‘Joden’ door ‘Neonazi’s’ (*) en hoppakee, een kind kan de was doen.

    (*) of: voetbalhooligans, mensen die Mozart boven Bach plaatsen (ben lid van de Bach-Posse), mensen (?) die ongevoelig zijn voor de muziek van John Coltrane, mensen die sympathieke oudheidkundige blogs vullen met veel te lange reacties met overbodige voetnoten enz., etc, ad infinitum. Voor ieder wat wils.

  6. Als we toch analogieën gebruiken, dan weet ik er ook nog een. Het westromeinse rijk is ingestort omdat de rijken geen belasting meer betaalden. Het leger financierde zichzelf lange tijd door de grensgebieden te plunderen, maar dat hield een keer op.

  7. Dirk Zwysen

    Wanneer de engelen God prijzen, spelen ze Bach. Wanneer ze thuis een feestje bouwen, spelen ze Mozart.

  8. Frans Buijs

    Dit is natuurlijk een beetje preken voor eigen parochie. Elon Musk gaat dat allemaal vast niet lezen.

    1. Dat denk ik ook. Maar misschien kon ik in het intro, door Musk te noemen, mensen erop attenderen dat vrijwel elke analogie die niet met het daarvoor bedachte sociaalwetenschappelijke instrumentarium is onderbouwd, flauwekul is. Geschiedenis is een sociale wetenschap, niemand heeft gezegd dat het makkelijk is, en ik zou willen dat iedereen die een historische analogie maakt zonder sociaalwetenschappelijke onderbouwing, naar een tandarts gaat die geen tandheelkundige opleiding heeft gehad.

      1. Frans Buijs

        Daar zijn wij het allemaal wel over eens, maar ja, “de ondergang van het Romeinse Rijk” heeft natuurlijk sinds Edward Gibbon, of misschien wel nog langer, iets dreigends. “Onze beschaving vergaat”. Trump had onlangs ook zo’n boodschap.
        Ertegen vechten is misschien vechten tegen de bierkaai. Maar vecht toch maar.

  9. De gefragmenteerde vorm doet de inhoud tekort, vind ik. Twitter is dan ook een non-medium wat mij betreft. Ik ben blij dat de auteur mijn mening deelt over analogieën. Niet alleen historische vergelijkingen slaan meestal nergens op, een analogie is in het algemeen een zwaktebod.

Reacties zijn gesloten.