Piet Hein

Piet Hein (Delfshaven)

Piet Hein

Die d’aard van Neêrlands volk in eens wil door zien steken,
En weten, wat bij elk het hoogst in achting staat,
Noem’ mij op markt, op beurs, bij kinders op de straat,
Hij zal ze van mijn buit, de Zilvervloot, doen spreken.

Maar wat ik meer bedreef, mijn’ wezendlijken lof!
“O!” zegt heel Amsterdam, “daar wete wij niet of,
Daar het de wisselbank gien oortje van gestreken.”

[De slag in de Baai van Matanzas vond plaats op 7/8 september 1628.]

Deel dit:

Zes vragen aan Renske Janssen

Renske Janssen

De vaste lezers van deze blog kennen de rubriek waarin dit de alweer zesde aflevering is: we laten oudheidkundigen aan het woord over hun onderzoek en hun visie op het wetenschappelijk proces. Vandaag is het woord aan rechtshistorica Renske Janssen, die eerder een bekroond proefschrift schreef over de juridische kant van de vervolging van joden, waarzeggers en christenen, Marginalized Religion and the Law in the Roman Empire. Ze is tevens de initiatiefnemer van de vlogserie Wegen naar Rome.

Wat bestudeert u?
Ik werk aan recht en bestuur in het Romeinse Rijk, met name de periode tussen ca. 100 v.Chr. en 250 na Chr. Ik ben vooral geïnteresseerd in hoe het recht in de dagelijkse praktijk werkte en hoe mensen die geen juridische experts waren daarover nadachten. Aan welke criteria moest een goede wet volgens hen voldoen, wiens belangen moest het recht beschermen en in welke mate bestond er voor hen een verband tussen recht en rechtvaardigheid? De situatie in de Romeinse provincies is hierbij bijzonder interessant. Als Rome de macht over een bepaald gebied overnam, betekende dat niet dat lokaal recht en bestuur ook meteen werd vervangen – sterker nog, dat zou waarschijnlijk erg onpraktisch zijn geweest. Dat betekent dus dat we niet alleen over de keizer en de gouverneur moeten nadenken als we willen weten hoe de Romeinse wereld functioneerde, maar ook over de rol van de lokale bevolking.

Lees verder “Zes vragen aan Renske Janssen”

Deel dit:

Commodianus

Een van de populairste Romeinse goden was Apollo. We kennen hem onder allerlei namen: Apollo Delius was de Apollo zoals hij werd vereerd met de rituelen van het eiland Delos, Hercules Didymaeus was de Apollo zoals hij werd vereerd met de rituelen van het heiligdom in Didyma, Apollo Delphinius verwees naar de Apollo zoals die werd vereerd in het orakel van Delfi, en keizer Augustus vereerde Apollo met de rituelen van Aktion en in die vorm heet de god Apollo Actiacus. Zo ging dat met antieke goden: in veelvoud één.

Zo ook Christus. De Christus die werd vereerd in Antiochië was, zoals Romeinse goden betaamde, eender met én anders dan die in Alexandrië, om eens twee steden te noemen die hun naam gaven aan eigen theologische richtingen. Zoveel steden, zoveel christelijke gemeenschappen, zoveel opvattingen. De betekenis van het Concilie van Nikaia (325) is dat er één gedeelde doctrine kwam. Een eerste kenmerk daarvan was dat christenen niet ook andere goden mochten vereren – een aspect waarvan de meeste Romeinen met verbazing kennis zullen hebben genomen. Een tweede kenmerk was dat er maar één juiste manier was om te denken over Christus. In combinatie heten deze twee vernieuwingen “orthodoxie”.

Lees verder “Commodianus”

Deel dit:

School van de Namen (5) Gongsung Long

Twee al dan niet witte paarden (Han-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”. Het eerste was hier.]

Wist je dat ieder mens drie oren heeft? Een rechteroor, een linkeroor, en … oren.

Slechte grap? Neem het me maar niet kwalijk, ik verzin hem niet zelf. Met dit soort redeneringen hield Gongsun Long zich bezig, de laatste filosoof die ik zal behandelen van de School van de Namen. Gongsun Long was dol op het verdedigen van onmogelijke stellingen: een sofistische oefening in debatkunst. Lees verder “School van de Namen (5) Gongsung Long”

Deel dit:

Hekserij in Bremen

De verbranding van een heks

Binnenkort is hier een blogje waarin hekserij een rol speelt, dus ter voorbereiding neem ik u mee naar een heksenproces dat in 1603 plaatsvond in de vrije Hanzestad Bremen. De aanleiding tot het onderzoek lijkt de dood te zijn geweest van een zekere Henrich Raetken, onder omstandigheden die verdacht genoeg waren om te leiden tot onderzoek. Zo kwamen twee vrouwen in het vizier van de autoriteiten. De bekentenissen van de twee, vermoedelijk afgelegd onder tortuur, zijn over.

De twee maanden geleden overleden Italiaanse historicus Carlo Ginzburg heeft weleens geopperd dat, voor zover er een werkelijke vorm van gedrag is geweest die door de zestiende-eeuwse juristen werd gebrandmerkt als hekserij, het gaat om mensen die in een traditie stonden die lijkt op sjamanisme. Ander onderzoekers denken dat dit vooralsnog niet is bewezen. In elk geval: tegenover de hoogopgeleide juristen, die alles wisten van de kerkelijke weerzin tegen concurrerende opvattingen, waren deze vrouwen kansloos, en alles wat ze zeiden, werd uitgelegd alsof het een duivelspact was.

Lees verder “Hekserij in Bremen”

Deel dit:

School van de Namen (4) Hui Shi

Twee Chinese heren (Han-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”. Het eerste deel was hier.] 

Wie was Hui Shi?

Veel Chinese filosofen, zoals Confucius en Mozi, probeerden het ideale landsbestuur te bereiken door toekomstige heersers op te leiden. Maar zij zelf werden nooit heerser, en geen van hun directe volgelingen schopte het ooit tot staatshoofd of minister. Hui Shi (oude spellingswijze: Hui Shih) schopte het tot eerste minister van de staat Wei, een buurstaat van Qi. Wat we tegenwoordig nog weten van zijn filosofie gaat echter totaal niet over staatszaken. Lees verder “School van de Namen (4) Hui Shi”

Deel dit:

Germaanse moerasoffers

Verguld zilveren schijf uit het Thorsberger Moor

Conrad Engelhardt was een Deen en een archeoloog, in die volgorde. In 1851 werd hij directeur van een archeologisch museum, waarvan de collectie tegenwoordig is te zien in kasteel Gottorf in Schleswig. Of beter: niet is te zien, maar daarover zo meteen. Als opgraver onderzocht Engelhardt in 1859 het Thorsberger Moor, en daarna het Nydam Moor, waar hij tot 1863 actief was en onder andere het Nydamschip vond, dat dateert uit de vierde eeuw. Niemand ontkende het enorme belang van deze vondsten: allerlei metalen voorwerpen, bijna allemaal met een militair karakter, lagen daar in de moerassen.

In 1864 liet Otto von Bismarck de Sleeswijk-Holsteinse kwestie escaleren en brak de Duits-Deense Oorlog uit. Denemarken verloor Sleeswijk-Holstein en de archeologische vondsten belandden in Kiel. De nieuwe machthebbers in de regio boden Engelhardt daar een betrekking aan, maar hij voelde zich, zoals gezegd, meer Deen dan archeoloog, en vertrok liever naar Kopenhagen. Een deel van de vondsten nam hij mee, zodat die zich decennia lang bevonden in twee musea in twee steden in twee landen. Pas toen de collecties vanaf 2000 gezamenlijk konden worden bestudeerd, bleek wat een rijkdom aan informatie Engelhardt had aangeboord en hoe goed zijn interpretaties en documentatie waren geweest.

Lees verder “Germaanse moerasoffers”

Deel dit:

School van de Namen (3) Song Xing en Yin Wen

Chinese bijl (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”. Het eerste deel was hier.] 

De volgende twee in deze reeks te behandelen vertegenwoordigers van de School van de Namen zijn Song Xing en Yin Wen, waarvan we gisteren al zagen dat ze verbleven aan de Jixia-academie in de noordoostelijke staat Qi.

Song Xing

Over Song Xing (oude schrijfwijzen: Sung Hsing en Sung K’eng) weten we alleen maar iets doordat andere meesters, zoals de taoist Zhuangzi en de confucianisten Mencius en Xunzi, hem kort behandelen. Deze drie zijn het allemaal met meester Song oneens, maar spreken wel met waardering over hun collega.

Lees verder “School van de Namen (3) Song Xing en Yin Wen”

Deel dit:

Geliefd boek: Lingua Tertii Imperii

Lingua tertii imperii, dat klinkt naar een Latijns boek, zeer passend voor deze blog. Dat is echter niet het geval. LTI was een geheim project van Victor Klemperer, een letterlijk levensgevaarlijk project. De afkorting en ook de Latijnse titel waren bedoeld om geen argwaan te wekken bij mensen die toevallig ervan hoorden. Het gaat om het taalgebruik in het “Derde Rijk”, dus Nazi-Duitsland, opgeschreven door iemand die deze dictatuur eigenlijk niet mocht overleven. Victor Klemperer was van joodse komaf en kon de nazi’s alleen overleven door zijn niet-joodse vrouw Eva, en – hoe gek het ook klinkt – door het bombardement van Dresden.

Jood in de oorlog

In 1920 werd hij professor in de Romanistiek in Dresden. In 1935 werd hij op grond van de rassenwetten ontslagen. Hij werkte eerst aan een boek over de geschiedenis van de Franse literatuur in de achttiende eeuw, wat steeds moeilijker werd, aangezien hij steeds minder bibliotheken kon gebruiken. Daarom richtte hij zich steeds meer op zijn dagboek. Zijn dagboek, of beter gezegd dagboeken, zijn na zijn dood in meerdere delen verschenen en laten intensief mee beleven, hoe het leven van joodse burgers in Duitsland steeds onleefbaarder werd. Steeds weer denkt Klemperer dat het niet erger kan worden en dat wordt het toch nog veel erger.

Lees verder “Geliefd boek: Lingua Tertii Imperii”

Deel dit:

School van de Namen (2) What’s in a name?

Kruik uit de Periode van de Strijdende Staten (Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”. Het eerste deel was hier.] 

Honderd scholen

Al eerder heb heb ik het gehad over de “Periode van de Honderd Scholen” van het Chinese denken. Deze periode valt grofweg samen met de Periode der Strijdende Staten (ca 479- 221 v.Chr.) waarin er een nietsontziende strijd woedde tussen verschillende staten over de macht over de “landen van het midden” in wat nu China heet. Afhankelijk van wie je het vraagt begint de Periode van de Honderd Scholen ook wel iets eerder, namelijk aan het einde van de Periode van Lente en Herfst, toen Confucius leefde. Terwijl de staten elkaar bevochten met wapens, bevochten die honderd scholen elkaar voornamelijk met woorden.

Lees verder “School van de Namen (2) What’s in a name?”

Deel dit: