
Laten we eerlijk zijn: als u Memi, die u hierboven ziet afgebeeld, op straat zou tegenkomen, zou u hem vermoedelijk niet herkennen. Ongetwijfeld had hij over zijn bovenlip een heel dun, zorgvuldig gecultiveerd snorretje, en vermoedelijk had hij een even zorgvuldig gevlochten sorbetkapsel, maar zulke grote ogen kan hij nooit hebben gehad. En toch, als ik naar die reuzepupillen kijk, denk ik dat ik iemand zie die ik, als ik oud-Egyptisch zou verstaan, zou kunnen begrijpen.
Dat denk ik weliswaar, maar uiteraard is dat vooral projectie. Elke cultuuruiting bestaat uit enerzijds de feitelijke uiting – geschreven of gesproken woorden, een materieel object, een gebruik… – en anderzijds allerlei impliciet veronderstelde informatie, en die laatste is voorgoed verloren. Het is niet zo dat we een signaal ontvangen en simsalabim contact hebben. We treffen iets aan dat ooit bedoeld is geweest als signaal en wij kennen daaraan een betekenis toe. Dat proces is voor de hele oude wereld lastig, maar voor Egypte is het nog moeilijker dan voor bijvoorbeeld Griekenland: de omvang van het Egyptische talige databestand is ongeveer 10% van dat van het Griekse, en hoewel ik voor de materiële cultuur geen cijfers heb, vermoed ik dat daar iets soortgelijks speelt. Onze kennis van de wereld van Memi is daardoor minder robuust dan de ook al niet bijster robuuste kennis die we hebben over de klassieke wereld.









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.