Koning en hoveling

Het defilé in Persepolis begint: de hoveling rechts kondigt het begin aan (Nationaal Museum Teheran)

Het bovenstaande reliëf uit Persepolis is een van de beroemdste uit de Perzische kunst. Middenin zit de koning. Je mag hem Darius noemen, omdat het reliëf is bedacht tijdens zijn regering, of Xerxes, omdat het tijdens zijn regering is gemaakt. In feite is het gewoon De Koning. De afbeelding lijkt een feest te weer te geven dat we voor het gemak zouden kunnen gelijkstellen aan het Nederlandse Prinsjesdag: de dag waarop de monarchie door het volk wordt bevestigd. In Nederland gebeurt dat met de troonrede, waarin de koning alle mooie plannen bekendmaakt, en roept iemand “leve de koning!”; in Perzië deelden de mensen over en weer geschenken uit.

Het defilé staat op het punt te beginnen en van rechts komt een hoffunctionaris aanlopen die de gasten aankondigt. Links van de koning – meer dan menshoog afgebeeld – staat zijn beoogde troonopvolger, ook wat groter dan de anderen. Ze hebben ruikers in hun hand om hun verheven positie aan te geven. Achter de kroonprins een religieuze functionaris, een doek voor de mond, en ’s konings wapendrager. De doek voor de mond heeft dezelfde functie als de twee wierookbranders middenin: de koning moet leven tussen de aangename geuren, dus geen mondgeur als iedereen hem een kushand toe blaast. Bedenk dat dit een tijd was waarin een rotte tand niet werd gevuld maar bleef rotten.

Lees verder “Koning en hoveling”

MoM | Seriatie

Seriatie van Bronstijd-bijlen (Grand Curtius Museum, Luik)

Onder de Place Saint-Lambert in Luik is het Archeoforum, waar de resten van een Romeinse villa zijn te zien en voorwerpen vanaf de Late Steentijd tot op heden. Even verderop is het historisch museum Grand Curtius, dat een mooie archeologische collectie heeft uit oostelijk Wallonië, uitgebreid met voorwerpen uit andere delen van Europa. Beide instellingen zijn modern en mooi, en als u toch in Luik bent moet u er zeker heen, maar ik beken dat je wel veel van de Oudheid moet houden om er speciaal voor naar Luik te gaan. Tongeren is in dit opzicht aantrekkelijker. Waar ik in het Grand Curtius echter heel blij van werd, was dat er uitleg was van een seriatie.

Archeologen graven dingen op en de oudere voorwerpen liggen doorgaans onder de jongere. Als je maar genoeg materiaal hebt, kun je een ontwikkeling vaststellen. Op de foto hierboven loopt die van links naar rechts en op de foto’s die ik hieronder zal tonen, is – eigenlijk heel ergerlijk – het oudste boven en het jongste onder. Eerst de bijl die op de foto boven links is te zien: een vuurstenen bijl uit het Late Neolithicum. Dit voorwerp, een Flint Rechteckbeil, is afkomstig uit Denemarken.

Lees verder “MoM | Seriatie”

Oorlogsslachtoffer

Schedel uit Regensburg-Harting (Staatssammlung für Antropologie und Paläoanatomie, München)

Afgezien van de Leidse historicus M. Rutte zijn er weinig historici die nog veel waarde hechten aan de achttiende-eeuwse theorie dat het Romeinse Rijk ten onder ging door Germaanse volksverhuizingen. Geleerden als Henri Pirenne hebben zó effectief aangetoond dat de Romeinse cultuur de migrerende Germanen assimileerde, dat is vergeten hoe vernieuwend hun inzicht ooit is geweest. Dat wil echter niet zeggen dat het allemaal peis en vree was aan de Rijn en de Donau.

Rond het midden van de derde eeuw werd de Romeinse wereld getroffen door een afschuwelijke ziekte, die momenteel wordt geïdentificeerd met een ebola-variant. Hyperbesmettelijk dus – en vooral gevaarlijk in het warme zuiden. Het staat vast dat de Mediterrane economie instortte en het staatsapparaat desintegreerde, terwijl aannemelijk is dat de legioenen onbetaald bleven. Germaanse stammen konden de grens oversteken en meteen doorlopen naar Catalonië. In deze context bezweek ook de Donau-grens en hoewel de Romeinen de grens herstelden – een beroemde inscriptie in Augsburg herdenkt de overwinning – was de schade immens.

Lees verder “Oorlogsslachtoffer”

Dolichenus in Tongeren

Votiefinscriptie voor Jupiter Dolichenus (Tongeren)

Een goed museum wil je twee keer bezoeken en ik was gisteren bepaald niet met tegenzin terug bij de archeologische site onder de Onze-Lieve-Vrouwe-basiliek van Tongeren. Net als bij ons bezoek in september hadden we een tiptop-rondleidster die de complexe structuur duidde: antieke huizen (met badhuis), een laatantieke basiliek (vaak geassocieerd met bisschop Servatius) en daarna kerken uit de Merovingische, Karolingische, Ottoonse en gotische perioden. Die laatste is uiteraard de kerk met de karakteristieke stompe toren, die je vandaag al van een grote afstand kunt zien.

In mijn vorige stukje noemde ik een inscriptie voor Jupiter Dolichenus die onder de basiliek is gevonden. Zie de foto hierboven. Er staat:

…OM
DOLICHEN…
VOLVSIA SABIN…
…NA PRO SE ET SV…

Lees verder “Dolichenus in Tongeren”

Een Romeinse haan

Een Romeins haantje uit Buchten (Limburgs Museum, Venlo)
Een Romeins haantje uit Buchten (Limburgs Museum, Venlo)

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, vind ik fietsen leuk maar heb ik een voorkeur voor lange vlakke stukken. Ik wil lekker in cadans komen. Hoewel ik de Alpen, de Apennijnen, de Abruzzen en de Pindos heb overgestoken, vind ik bergen maar niks en om die reden houd ik ook niet heel erg van het zuiden van Limburg, hoe graag ik ook in Heerlen en Maastricht kom. Dat gezegd zijnde, de rest van Limburg is heerlijk. Langs de Maas kun je schitterend rijden en je passeert plaatsen als Susteren, Roermond, Venlo, Arcen en Gennep. Ik zou ook Meerssen hebben willen noemen, ware het niet dat je daarna een rotbult krijgt naar het plateau met vliegveld Beek.

Venlo is voor mij een late ontdekking geweest. Toen ik er een jaar of drie geleden vanuit Nijmegen naartoe kwam fietsen ontdekte ik dat het een leukere stad is dan ik had gedacht. Ik ben er sindsdien verschillende keren teruggekeerd. Een ritje naar Eindhoven, een tochtje via Reuver en Steyl vanuit Roermond, of gewoon om het Limburgs Museum te bezoeken.

Lees verder “Een Romeinse haan”

Twee duiven

Koghb, relief met twee duiven en Maria (Nationaal Museum van Armenië, Yerevan)
Koghb, relief met twee duiven en Maria (Nationaal Museum van Armenië, Yerevan)

Dit wonderlijke reliëf komt uit Koghb in het uiterste noorden van Armenië. Het ligt dichter bij de Georgische hoofdstad Tblisi dan bij Yerevan. Onderaan ziet u Maria met het Christuskind; het haar van de moeder is zó afgebeeld dat het lijkt op een aureool. Christelijke kunst is in Armenië onvermijdelijk – het stikt hier van de middeleeuwse kerkjes – maar dit reliëf is ongebruikelijk.

Het aardige is dat van boven twee duiven neerkomen die een kroon aanbieden. Dat is op zich geen ongebruikelijke afbeelding: meestal stelt een neerdalende duif de Heilige Geest voor. Maar daarvan zijn er geen twee. En trouwens, de Heilige Geest brengt doorgaans geen kronen.

Lees verder “Twee duiven”

Dood paard

Paardenskelet uit Gonur Deppe
Paardenskelet uit Gonur Deppe

Misschien wel de grootste ontdekking van de geesteswetenschappen:

  • eerst ontdekking van de Indo-Europese taalfamilie,
  • vervolgens het proces van reconstructie van deze oertaal,
  • daarna het leggen van een verband met de archeologische resten van de Yamnaya-cultuur (Yamna-cultuur, koergan-cultuur, putgrafcultuur…) die tussen 3600 en 2300 v.Chr. heeft bestaan in Oekraïne/Zuid-Rusland
  • tot slot de bevestiging daarvan door het DNA-onderzoek.

Taalkundigen, historici, archeologen, DNA-onderzoekers: in de geesteswetenschappen bereik je vooral resultaat als je je niet beperkt tot kleine specialismen. De impact van de ontdekking is ondertussen immens: we zijn volken gaan definiëren aan de hand van taal, wat eigenlijk een heel rare innovatie is geweest, met vérstrekkende politieke gevolgen, zoals iedere Belg u kan uitleggen.

Op de achtergrond speelt dan nog een andere, even interessante kwestie: de verklaring waarom de Indo-Europese taalfamilie zich van Ierland tot India en van Spanje tot Siberië heeft kunnen verspreiden. Er zijn diverse factoren te noemen, zoals de genetische mutatie die een deel van het afweersysteem onklaar maakte, waardoor mensen met wat ik maar even “Indo-Europees DNA” zal noemen (u mag de benodigde slagen om de arm zelf invoegen) niet langer allergisch reageerden op melk van andere diersoorten. Normaal gesproken zou je ziek worden van koeien- of geitenmelk, maar Indo-Europeanen hebben daar minder last van en dat gaf ze in een koud klimaat een extra bron van voedingsstoffen. Een andere verklaring, mijns inziens belangrijker, is dat ze beschikten over paarden.

Lees verder “Dood paard”