Dierendag

Reliëf van een everzwijn en een hond (Keulen, Römisch-Germanisches Museum)

1.

Ik was onlangs even in het Römisch-Germanisches Museum in Keulen. Mocht u het niet kennen: haast u, want het sluit op 31 december de deuren voor een vermoedelijk lange verbouwing. Eén van de voorwerpen in de collectie ziet u hierboven: een derde-eeuws Romeins reliëf van een everzwijn en een niet al te grote hond. Het is gevonden in het westen van de stad.

Misschien is dit alles wat er over dit reliëf te zeggen valt: gewoon een mooi stuk beeldhouwwerk, goed uitgevoerd, levensecht, door een maker die wist hoe honden en zwijnen eruitzagen. Iemand die de bomen in de achtergrond handig benutte om het linker van de twee kijvende dieren bijna de helft van het beeldveld te geven en het rechter nog wat kleiner te laten lijken, terugwijkend bovendien, maar wél stevig op de grond.

Lees verder “Dierendag”

De Lange Muren van Athene

Inscriptie over de reparatie van de Lange Muren van Athene (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Athene ligt een kilometer of zeven landinwaarts, wat het voordeel had dat de stad moeilijk van overzee viel aan te vallen: een vijand zou eerst over zee moeten komen, dan moeten ontschepen, vervolgens over land moeten oprukken en zichzelf moeten beschermen met cavalerie, wat weer betekende dat er ook duizenden paarden op de vloot moesten worden meegenomen. De Perzen hadden het in 490 v.Chr. geprobeerd, waren bij Marathon aan land gegaan maar waren niet toegekomen aan de opmars naar Athene.

Voor een vijandelijk landleger was het eenvoudiger. Dat hoefde maar een cordon om de stad te leggen om haar uit te hongeren, wat des te makkelijker was omdat er – vanaf de late zesde of vroege vijfde eeuw v.Chr. – meer Atheners waren dan door het omringende platteland konden worden gevoed. De stad was aangewezen op graanimporten van overzee. De Atheense staatsman Themistokles opperde daarom de bouw van “lange muren” naar de twee havens, Faleron en Peiraieus. Het duurde tot 460, toen het machtige Sparta de oorlog verklaarde aan Athene, eer de muren daadwerkelijk werden gebouwd, maar in 457 waren ze voltooid.

Lees verder “De Lange Muren van Athene”

Een oude Groninger

Skelet van een man uit Ezinge (Museum Wierdenland)

De Friezen spreken van terpen, de Groningers hebben het over wierden, de Duitsers kennen Warften en de Denen værfter, maar ze bedoelen allemaal dezelfde heuvels waarop de bewoners van het antieke kustlandschap hun boerderijen bouwden. Archeologen dateren de oudste woonheuvels rond 500 v.Chr. en vermoedelijk zijn ze eigenlijk bij toeval ontstaan: waar mensen wonen, werpen ze afval neer en waar vee loopt, valt mest. Als de zee in de buurt is, is het slim om, wanneer je huis moet worden vervangen, het nieuwe huis te bouwen op de resten van het oude, omdat je dan wat hoger zit en grotere kans hebt boven de branding te blijven.

Later werden de heuvels kunstmatig verhoogd. Sommige zijn wel zes meter hoog. De boerderijen zelf hadden vaak een verhoogde bodem, als een extra garantie dat de bewoners geen natte voeten zouden krijgen. Als u een idee wil krijgen van het comfort van zo’n huis, kijk dan eens in Archeon in Alphen aan den Rijn, waar twee huizen zijn nagebouwd die zo rond 300 v.Chr. stonden in het Groningse Ezinge.

Lees verder “Een oude Groninger”

Byzantijnse krabbel (6): Zijde

Textiel uit fort Zenobia (Museum van Deir ez-Zor)

Hierboven een slechte foto van een stukje textiel uit het geplunderde museum van Deir ez-Zor. Het lag in dezelfde vitrine als dit stukje en is gevonden in het laat-antieke fort Zenobia, even verderop aan de Eufraat. Het stukje textiel is zijde. (Dat stond althans op het bordje; ik vind de draden eerlijk gezegd wat grof.) Zijde is natuurlijk interessant, want het komt uit China. Net als het gevest van jade dat ik ooit zag in het Bulgaarse Stara Zagora, hebben we hier een aanwijzing voor handel langs de Zijderoute.

Het product sprak ook in de Oudheid tot de verbeelding. De Romeinen hadden een heel geïdealiseerd beeld van de Seres, de “zijdemensen”, die ergens op de oostelijke rand van Azië in vrede zouden leven, een kalme levenswijze hadden en verbleven in een land met een aangenaam klimaat en een zuivere lucht. (Chinese beschrijvingen van het Romeinse Rijk zijn al even utopisch.) Ammianus Marcellinus, een Romeinse historicus uit de vierde eeuw n.Chr., beschrijft hoe de zijde wordt gemaakt:

Lees verder “Byzantijnse krabbel (6): Zijde”

Vernieuwde RMO-zalen “Nederland in de Romeinse tijd”

Nehalennia-altaar (© Rijksmuseum van Oudheden)

Oké, het grapje is te flauw voor woorden, maar het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is dit jaar “twee eeuwen jong”. Dat ik uw goede smaak teister met dit cliché is omdat het gewoon waar is: het museum heeft zich de afgelopen jaren volledig vernieuwd. Ik blogde al eens over de afdeling Nabije Oosten, maar alle afdelingen zijn op de schop gegaan. Het meest geslaagd vind ik zelf de Griekse afdeling, die gewoon móói is. Je loopt er van weg met een beter humeur dan toen je binnenkwam.

Nu is dus de afdeling Nederland in de Romeinse Tijd, die alweer twintig jaar oud was, geheel vernieuwd. De opening is dinsdag maar journalisten mochten al een kijkje nemen op de vijf onderafdelingen, die zijn gewijd aan de militaire aanwezigheid langs de Beneden-Rijn, de religie, handel, culturele contacten (zeg maar tussen de oude bewoners en de nieuwe heersers) en grafrituelen. Deze volgorde betekent dat de expositie toeloopt naar de fenomenale Sarcofaag van Simpelveld, een van de mooiste stukken uit het Nederlandse cultuurbezit.

Lees verder “Vernieuwde RMO-zalen “Nederland in de Romeinse tijd””

Offerverklaring

Offerverklaring (Neues Museum, Berlijn)

Ik had het, toen ik Candida Moss’ boek The Myth of Persecution besprak, al eens over de christenvervolging door keizer Decius, rond het jaar 250. De pas aangetreden heerser eiste van alle ingezetenen een eed van trouw, die de mensen dienden af te leggen door te bidden bij de voorvaderlijke goden. We begrijpen niet goed hoe dit door christenen als een probleem kon worden ervaren, want ze mochten bidden voor het welzijn van de keizer en hun god had zich niet pas vorig jaar gemanifesteerd. Wierook branden was bij christenen in deze tijd ongebruikelijk maar niet verboden.

Het eten van offervlees was onder christenen omstreden: de brieven van Paulus tonen dat deze het problematisch vond, terwijl er ook gelovigen waren die meenden dat als de valse goden valse goden waren, het offervlees geen speciale status had. Dit kan voor sommigen dus een probleem zijn geweest. Of misschien was het afleggen van een eed wel problematisch: het verbod op het afleggen van eden behoort tot die delen van Jezus’ leer waarvan hedendaagse geleerden denken dat het Jezus-echt is.

Lees verder “Offerverklaring”

Het eerste Suezkanaal

Achaimenidische koningsinscripties DZ (Parijs, Louvre)

De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos heeft vele talenten, maar één gave bezit hij niet: al zou hij het willen, het lukt hem maar niet saai te zijn. Hij weet het altijd weer te verknallen, altijd, al is het maar in de laatste zin. Steeds weer is er iets grappigs, iets interessants, iets waarvan je blij bent dat je het weet.

Klinkklare leugens zijn mij niet bekend, al heeft Bert van der Spek, de emeritus hoogleraar oude geschiedenis van de VU, erop gewezen dat Herodotos soms erg suggestief is. “Mensen die nooit in Babylon zijn geweest zullen wel niet geloven dat…” en “het was in mijn tijd nog zo” suggereren dat de Halikarnassiër wel in de culturele hoofdstad van het Nabije Oosten is geweest, maar hij claimt het in feite niet en biedt dan ook informatie die onmogelijk feitelijk juist kan zijn.

Lees verder “Het eerste Suezkanaal”