Kort Cypriotisch (4): Muurkroon

Godin met muurkroon (Cyprusmuseum, Nicosia)

Zoals de naam al aangeeft zijn muurkronen kronen in de vorm van een muur. Het motief is ontstaan in het Midden-Oosten: de oudste mij bekende afbeelding van zo’n muurkroon, een rotsreliëf in Naqš-e Rustam, stelt een Elamitische godin voor en dateert uit het eerste kwart van het eerste millennium v.Chr. Later namen de Assyriërs het over.

Nog later vinden we het in de Griekse kunst: rond 300 v.Chr. voorzag de beeldhouwer Eutychides van Sikyon het ooit wereldberoemde beeld van de Tychè (geluksgodin) van Antiochië van een muurkroon. Daarna ging het snel: in de Hellenistische tijd en in het Romeinse Rijk werden stadsgodinnen heel vaak afgebeeld met zo’n kroon. Voor een recenter exemplaar: zie de stedenmaagd in uw woonplaats.

Lees verder “Kort Cypriotisch (4): Muurkroon”

Cypriotische badkuip

Badkuip uit Oud-Pafos (District Archaeological Museum)

Een badkuip, die hebben we nog niet gehad in onze inmiddels toch vrij lange reeks blogstukjes over museumvoorwerpen. U vroeg zich natuurlijk al af waarom ik u museaal sanitair al die tijd heb onthouden. Ik weet het ook niet, maar ik weet het goed met u gemaakt en zal u niet zomaar een badkuip tonen. Dit is namelijk wél even een badkuip uit het Cypro-Geometrisch I. Eat that.

En die badkuip vertelt een klein verhaaltje. Na de ondergang van de Mykeense paleisburchten in Griekenland vestigden groepen Grieken zich in het westen van Cyprus. Hun aardewerk namen ze mee, zodat archeologen voorwerpen die ze in Griekenland rekenen tot de zogeheten “submykeense periode” (pakweg de tweede helft van de elfde eeuw v.Chr.) in Cyprus vinden met voorwerpen die ze rekenen tot het “Cypro-Geometrisch I”. Deze badkuip, gevonden in een graf bij Oud-Pafos (Kouklia), documenteert deze beginnende Griekse aanwezigheid op Cyprus.

Lees verder “Cypriotische badkuip”

Kameel aan de Rijn

Olielampje met een afbeelding van een kameel (Andreasstift, Worms)

Het Andreasstift in Worms is een leuk museum. Het heeft Keltische, Romeinse en Germaanse voorwerpen, maar vermoedelijk komen de meeste bezoekers voor de enorme kerkzaal die wordt gebruikt voor wisselexposities. Hier vond in 1521 de Rijksdag van Worms plaats, waar Luther zijn ideeën verdedigde. De woorden “Hier stehe ich, Gott helfe mir, ich kann nicht anders” zijn overigens niet historisch, maar dat terzijde. Het museum is tof en kan leuk worden gecombineerd met het interessante Nibelungenmuseum en de mooie Dom, waar het drama van het genoemde heldenlied begint.

Op een bovenverdieping in het museum is het bovenstaande olielampje te zien. Mijn foto is niet geweldig, maar het lampje is dat wel: er staat immers een kameel op. Ik ken maar twee andere Romeinse afbeeldingen van zo’n tweebulter: een munt die de annexatie van Petra herdenkt en een olielampje in het Louvre. Dat is ook niet zo vreemd, want kamelen waren in de Oudheid zeldzaam. Anders dan de dromedaris, die uit het Midden-Oosten komt, komt de kameel uit Afghanistan en de Gobi-woestijn, vér buiten de Grieks-Romeinse wereld.

Lees verder “Kameel aan de Rijn”

Vis in de woestijn

Decoratie van een mausoleum uit Ghirza.

Macht is, volgens een gangbare definitie, de mogelijkheid dat je een ander iets kunt laten doen, eventueel tegen zijn of haar zin. “Een compleet ecosysteem naar je hand zetten” past niet in die definitie, maar lijkt me toch ook een uiting van macht. De Romeinse keizer Septimius Severus deed het.

Rond het jaar 200 n.Chr. bezocht hij noordwest-Libië, zijn geboortestreek, en als ervaren generaal zag hij dat de verdediging beter kon. De Garamanten in het zuiden troffen een open grens aan en hoewel deze nomaden nooit echt gevaarlijk konden worden, konden ze wel grote schade aanrichten. De oplossing was simpel: Severus bouwde drie forten (Gadames, Gheriat el-Garbia en Bu Njem) om drie oases te beheersen. Geen Garamant kon naar het Romeinse Rijk komen zonder water te putten op een door de Romeinen beheerst punt.

Lees verder “Vis in de woestijn”

Antiochos III de Grote

Antiochos III de Grote (Louvre, Parijs)

Jaren geleden, toen ik mijn boek over Alexander de Grote aan het schrijven was, viel me op dat de titel “de grote” nooit opdook in de contemporaine bronnen. Ik beken dat ik het nu niet meer precies paraat heb,  maar volgens mij is de eerste vermelding van die bijnaam een toneelstuk van de Romeinse auteur Plautus uit de tweede eeuw v.Chr. Op dat moment heerste een andere koning die deze titel eveneens droeg: Antiochos, die u hierboven ziet. Ik heb destijds bedacht dat het mogelijk was dat Antiochos de bijnaam heeft geïntroduceerd en dat die vervolgens met terugwerkende kracht aan Alexander is toegekend, maar ik heb het nooit uitgezocht.

In elk geval: Antiochos III was een groot heerser in het Seleukidische Rijk, die het honderd jaar oude conflict met de Ptolemaiën om het bezit van “het holle Syrië” besliste in Seleukidisch voordeel en vervolgens in de oostelijke gewesten orde op zaken stelde. Maar alles gaat een keer fout: toen de Romeinen de Macedoniërs hadden verslagen, lieten ze Griekenland aan zijn lot over door de steden “vrij en onafhankelijk” te verklaren. Wat Rome had voorzien, gebeurde inderdaad: de Grieken kregen natuurlijk ruzie, riepen bondgenoten als Antiochos te hulp en – presto! – Rome kon oorlog voeren tegen het Seleukidische Rijk in een krijgstheater dat de Romeinen al kenden en de Seleukiden nog niet. Antiochos werd in 188 v.Chr. gedwongen een enorme schatting te betalen.

Lees verder “Antiochos III de Grote”

Nubische koningen

Standbeelden van Nubische koningen uit Dukki Gel (Museum van Kerma)

Wie schrijft over de Oudheid heeft nogal wat clichés om te vermijden. In de tekst die ik momenteel lees is sprake van de “geoliede Romeinse oorlogsmachine” en samenpakkende “oorlogswolken”. Romeinen zijn immers altijd agressief, militaristisch en imperialistisch. Grieken zijn daarentegen altijd weer geniaal en erotisch. “Romeinen komen van Mars, Grieken van Venus”, zoals de vooroordelen een tijdje geleden werden uitgevent. Ondertussen vinden archeologen voortdurend “schatten”, identificeren ze “verloren beschavingen” en lossen ze “raadsels” op. Geen wonder dat mensen de oudheidkunde niet langer serieus nemen. En dit stukje gaat over, jawel, “zwarte farao’s”.

Ten zuiden van Egypte lag Nubië of Kush, waar in de loop der eeuwen diverse koninkrijken hebben bestaan. Eén daarvan, weleens aangeduid als Napata, slaagde er in de late achtste eeuw v.Chr. in Egypte te onderwerpen, waar de Nubische heersers bekendstaan als de Vijfentwintigste Dynastie. Het voortaan verenigde koninkrijk bleek kwetsbaar voor aanvallen vanuit het noorden, aanvallen die onvermijdelijk werden toen de Assyriërs Syrië en de Fenicische steden hadden onderworpen. Het kleine tempelstaatje Jeruzalem wist maar nauwelijks buiten het Assyrische rijk te blijven.

Lees verder “Nubische koningen”

Schervengericht

Scherf met de naam van Perikles, zoon van Xanthippos (Agoramuseum, Athene)

Een van de oudste teksten over de antieke democratie is een Sumerisch verhaal over koning Gilgamesj, die ten oorlog wil trekken maar door het ene representatieve orgaan wordt tegengehouden en daarom een ander orgaan om toestemming vraagt. Hij komt ermee weg, trekt ten strijde, overwint en lijkt vervolgens geen lastige vragen meer te hebben gehad. Het is een probleem voor elke democratie: de succesvolle of de charismatische leider die de procedures naar zijn hand kan zetten.

Persoonlijke invloed is geen misdrijf maar te veel persoonlijke invloed kan het systeem beschadigen, zelfs als de persoon in kwestie het beste met de mensheid voort heeft. Een goed-functionerende democratie kan daarmee omgaan, maar democratieën functioneren niet altijd goed. Het antieke Syracuse is een voorbeeld van een democratie die verschillende keren plaats maakte voor de alleenheerschappij van een succesvolle generaal.

Lees verder “Schervengericht”