Assyrische wreedheid

Assyrische soldaten branden een Arabisch dorp plat

Vandaag even een kort stukje over een niet zo heel erg bekend museumvoorwerp dat gek genoeg door honderden mensen per dag wordt gezien: het bovenstaande reliëf, dat afkomstig is uit het paleis van de Assyrische koning Aššurbanipal (r.668-627) in Nineveh. De reliëfs met zijn leeuwenjacht in het British Museum (zie plaatje) zijn veel beroemder dan de strijd tegen de Arabieren hierboven, dat is te zien in de Vaticaanse Musea in Rome. Dagelijks sloffen daar honderden bezoekers langs, maar ze zien het niet meer omdat ze volstrekt murw zijn gebeukt door een menigte van andere, even murw gebeukte toeristen.

Zoals te doen gebruikelijk weten we ook over Aššurbanipals oorlog tegen de Arabieren minder dan we zouden willen. Het woord “Arabieren” werd in de Oudheid gebruikt voor vrijwel alle nomaden die vanaf het Arabische Schiereiland naar het noorden kwamen. In dit geval lijkt het echter te gaan om een groep in het gebied dat wij Jordanië noemen, verwant met de Nabateeërs, met wie ze soms in één adem worden genoemd. Aššurbanipal was trots toen hij deze Arabieren had onderworpen en vertelde hoe hij de Arabische koning Ya’uta’ had vernederd:

Lees verder “Assyrische wreedheid”

Aššur

Aššur met de trekken van de zonnegod Šamaš (links) en een van zijn vereerders (rechts) (Pergamonmuseum, Berlijn)

Ik had me voorgenomen om, in de aanloop naar de langverwachte expositie over de Assyrische hoofdstad Nineveh in het Rijksmuseum van Oudheden, elke week een blogje te wijden aan een museumstuk dat iets vertelt over Assyrië. Vandaag: de god Aššur, die u hierboven ziet afgebeeld op een geglazuurde tichel uit het Pergamonmuseum in Berlijn.

Aššur heeft niet zoveel met Nineveh te maken, maar des te meer met Assyrië. Het is de stadsgod van de eerste hoofdstad van het koninkrijk, Aššur. Hoewel de residentie nog enkele keren zou worden verplaatst – Nineveh was de laatste hoofdstad in een reeks – bleef Aššur staan aan het hoofd van het Assyrische pantheon. Het wonderlijke is echter dat deze godheid, die vele eeuwen vereerd is geweest, altijd wat kleurloos is gebleven.

Lees verder “Aššur”

Onbetaald werk

Mozaïek uit Garni

Ik werd zojuist wakker in een hotelkamer in Assen. Gisteren ben ik een hele dag in Leeuwarden en Groningen geweest en toen ik ’s avonds naar huis ging, begon het vreselijk te regenen. Nog even blijven hangen. De krant gelezen. Toen het was opgeklaard, realiseerde ik me ineens dat het heerlijk fris was – ideaal voor een fietstochtje. Niet te lang, want ik heb al eerder tochtjes moeten afbreken. Kortom: naar Assen.

Geen tijd gehad dus voor een stukje. Ik heb er verschillende in mijn hoofd maar ik heb er niet een klaar. U krijgt vandaag daarom gemakzuchtig een museumstuk toegeworpen: een mozaïek uit Garni in Armenië. Het komt uit een badhuis en u ziet wat waterige figuren. De inscriptie is leuk: μηδέν λαβόντες ηργασάμεθα, wat zoiets wil zeggen als “zonder iets te ontvangen, hebben wij gewerkt”.

Lees verder “Onbetaald werk”

Een macaber ritueel

Herbegravingsurn (Erebuni-museum, Yerevan)

Zo tussen 860 en 600/525 v.Chr. behoorden het oostelijk deel van Turkije, het noordwesten van Iran en het huidige Armenië tot een koninkrijk dat bekendstaat als Urartu. In de Bijbel wordt het enkele keren aangeduid als Ararat. Dat niet duidelijk is hoe en wanneer dit rijk ten onder is gegaan, komt doordat de eigen inscripties nogal stereotiep zijn terwijl de voornaamste buitenlandse vijand, Assyrië, in 612 van het podium verdween en niets meer had te melden over zijn noorderbuur.

Rond 520 v.Chr. maakte het gebied deel uit van het Perzische Rijk, en we weten niet hoe dat zo is gekomen. Teksten zijn er dus nauwelijks en het bodemarchief is onoverzichtelijk. In een opgraving als Çavustepe (even ten oosten van Van in Turkije) is bijvoorbeeld een dubbele verwoestingslaag aangetroffen, waarvan de oudste wordt gedateerd in de late zevende eeuw v.Chr. en de vijand (aan de hand van Skythische pijlpunten) wordt geïdentificeerd met de Skythen. Daarna is er nog een tweede laag die we niet kunnen plaatsen. Elders is het beeld anders en het totaalbeeld is ronduit onduidelijk. Als moderne boeken de Skythen verantwoordelijk stellen voor het einde van Urartu, is dat geen vereenvoudiging maar een claim iets te weten wat niet te weten valt.

Lees verder “Een macaber ritueel”

Hoe vind of verzin ik een Romeinse boerderij?

Een stuk bewerkte natuursteen in de crypte van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht.

Een stuk steen als hierboven, daar loop ik doorgaans aan voorbij zonder er veel acht op te slaan. Zeker als die steen ligt in de crypte van een kerk, in dit geval de Sint-Servaas in Maastricht, waar sculptuur ligt uit vroege bouwfasen van de kerk. Meestal zit middeleeuws beeldhouwwerk hoog in een portaal, in het timpaan boven de eigenlijke toegang, en kun je vooral genieten van de compositie als geheel, maar hier lag het op ooghoogte en kun je kijken naar het eigenlijke beeldhouwwerk.

Genoeg te zien dus om niet te letten op het blok grauwe, harde kalksteen, maar gelukkig was ik er met archeoloog Eric Wetzels, die afgelopen vrijdag enkele wetenschapsjournalisten rondleidde door zijn stad. Hij wees me op een interessant detail: de slijtsporen aan de rand hieronder. Dit is niet zomaar slijtage, die ontstaat als een steen door middel van wat stukken touw wordt versleept. Hier zijn lange tijd touwen doorheen gegaan, misschien wel eeuwenlang. Alleen zo slijt je er zulke diepe groeven in.

Lees verder “Hoe vind of verzin ik een Romeinse boerderij?”

Babylonische delingstabel

Babylonische delingstabel (Louvre)

Als wij getallen noteren, bedienen we ons van het tientallig stelsel. Het getal 132 staat dan bijvoorbeeld voor één keer honderd, drie keer tien en tweemaal één. Een voordeel is dat je al vrij snel ziet dat een getal deelbaar is door vijf (want dan eindigt het op nul of op vijf) of door twee (want dan eindigt het getal op nul, twee, vier, zes of acht).

Dit is niet het oudste getalstelsel. In het derde millennium voor Christus rekenden de volken in het zuiden van Irak met het zestigtallig stelsel. Een erfenis daarvan is dat wij een uur indelen in zestig minuten en een minuut in zestig seconden. Het basisgetal is niet zonder reden gekozen, want zestig is het kleinste gemeen veelvoud van 1, 2, 3, 4, 5 en 6. Wie het gebruikt, ziet niet slechts of een getal deelbaar is door twee of vijf, maar ziet het ook van drie en zes. Delingen, het soort rekenen waarmee kinderen op de lagere school de meeste moeite schijnen te hebben, zijn dus veel gemakkelijker.

Lees verder “Babylonische delingstabel”