Het Uluburunwrak

Het Uluburunwrak (Museum voor onderwaterarcheologie, Bodrum)

Je hebt oudheidkundige ontdekkingen en oudheidkundige ontdekkingen. Hoewel archeologen hun vondsten altijd hypen, groeit hun kennis meestal niet door deze of gene opgraving, maar door de geleidelijke toename van het totale aantal vondsten. We weten nu meer over onderwerp X omdat het databestand nu N keer groter is dan vroeger. Of, deftig gezegd: kwantitatieve groei leidt tot kwalitatieve verbetering.

Het gebeurt dus maar zelden dat een enkele ontdekking leidt tot een totaal nieuwe visie, maar het Uluburunwrak, in 1982 aangetroffen voor de Zuidwest-Turkse kust, behoort in die categorie. Makkelijk was het onderzoek niet. Het wrak lag namelijk op bijna dertig meter diepte en in totaal maakten de kikvorsmannen niet minder dan 22.000 duiken. De lading van het vijftien meter lage schip lag bovendien verspreid over een vrij groot gebied. In de loop van enkele jaren haalden de duikers al met al 15.000 voorwerpen en voorwerpjes naar boven. Het resultaat: voor het eerst kregen oudheidkundigen een beeld van de wijze waarop kooplieden in de Late Bronstijd rondtrokken.

Lees verder “Het Uluburunwrak”

Het doorgeven van de Wet

Sarcofaag uit het mausoleum van de Anicii (Louvre, Parijs)

De bovenstaande sarcofaag is te zien in het Louvre in Parijs maar is gevonden in Rome. Meer precies: ze is gevonden in het zogeheten Mausoleum van de Anicii, een beroemde Romeinse familie uit de Late Oudheid. Ze waren zó vooraanstaand dat ze hun grafmonument konden bouwen vlakbij het graf dat in de vierde eeuw werd aangewezen als dat van Petrus. Of dat graf werkelijk van Petrus is, is nu niet de vraag. Het gaat me erom dat het mausoleum onder de apsis is van de in 326 door Constantijn gebouwde basiliek. Deze sarcofaag is dus óf ouder dan 326 óf daar neergezet toen dat nog mogelijk was. We hebben te maken met een heel oud christelijk graf.

Aan de zijkanten staat aan de ene kant de tenhemelopneming van Elia. Een vrij normaal type afbeelding voor een graf. Er is echter meer aan de hand. Links van Elia staat Elisa, die de mantel van zijn voorganger overneemt; aan de rechterzijde staat naast Elia Mozes, die de Wet aanneemt uit Gods helemaal rechts afgebeelde hand. We hebben hier een afbeelding van het “doorgeven” van de (uitleg van de) Wet: van rechts naar links van God aan Mozes aan de profeten aan hun leerlingen.

Lees verder “Het doorgeven van de Wet”

Het graf van Damasistrate

Grafreliëf van Damasistrate (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Athene heeft diverse mooie musea maar het mooiste (en grootste) is toch echt het Nationaal Archeologisch Museum. Hier zijn wat foto’s die mijn zakenpartner en ik er bij diverse gelegenheden hebben gemaakt. Ook het bovenstaande, puntgaaf bewaarde grafreliëf, vervaardigd rond 330 v.Chr., is daar te zien. Net zo oud als bijvoorbeeld deze bokser.

Het is gevonden in Piraeus, een voorstad van Athene, beroemd om zijn drie havens. Een overleden mevrouw Damasistrate zit op een prachtige troon (let op het sfinxje!) en schudt de hand van haar echtgenoot Polykleides. Die houdt in zijn linkerhand een strigilis vast, een instrument dat de Grieken en Romeinen gebruikten om olie van het lichaam te schrapen. Je ziet ze wel vaker op grafreliëfs en ze zijn ook in graven gevonden, dus de weduwnaar is afgebeeld met de grafgift die hij met de urn heeft begraven.

Lees verder “Het graf van Damasistrate”

Stedelijke twisten

Inscriptie uit Efese; de donkere delen zijn aanvullingen (British Museum, Londen)

De Historiën van Tacitus behoren tot het indrukwekkendste dat in de Latijnse letteren is geschreven. De auteur vertelt hoe het jaar 69 n.Chr. de heerschappij en ondergang zag van de keizers Galba, Vitellius, Otho, Vespasianus en Julius Sabinus. Ook beschrijft Tacitus in detail de bijbehorende militaire conflicten, zoals de Joodse Oorlog en de Bataafse Opstand. Tacitus, die voor alles senator was, focust bij dit alles op de weinig heldhaftige rol van de Senaat en daardoor is des te schokkende wat hij volkomen terloops vertelt: hoe gemakkelijk steden profiteerden van het wegvallen van het centraal gezag om onderlinge vetes uit te vechten. In Gallië heeft Vienne ruzie met Lyon, in Africa trekken Oea en Lepcis tegen elkaar op en vragen daarbij de hulp van de nomadische Garamanten. Tacitus besteedt er weinig woorden aan. Stedelijke oorlogen waren voor hem volkomen vanzelfsprekend.

In vredestijd was dat natuurlijk minder, maar evengoed rivaliseerden de diverse steden. Plinius de Jongere beschrijft in zijn brieven hoe in Bithynië de concurrentie zich had vertaald in te ambitieuze bouwprojecten, waardoor de ene stad na de andere in financiële moeilijkheden kwam.

Lees verder “Stedelijke twisten”

Een vervloekingstablet uit Tongeren

Het Tongerse vervloekingstablet (© Gallo-Romeins Museum, Tongeren)

Dat was leuk: zondag hoorde ik via Herman Clerinx (de auteur van een prachtboek over de Romeinen in de Lage Landen, een prachtboek over de hunebedden en een prachtboek waarover ik binnenkort blog), dat het Gallo-Romeins Museum in Tongeren maandagmorgen een persconferentie zou hebben over een onlangs gevonden defixio, een vervloekingstablet. Ik heb er weleens eerder over geschreven: dat is een loden plaatje waarop een onheilswens stond voor deze of gene. Een schip bij Kyrenia ging inderdaad naar de kelder – het loden tabletje werd althans gevonden in een scheepswrak.

De door Clerinx genoemde persconferentie beloofde interessant te zijn en dus zat ik, een nacht in een Maastrichts hotel later, bij de presentatie. In de trein naar huis schreef ik een stukje dat nog maandagmiddag op de website van het Handelsblad stond. U leest het hier en het komt erop neer dat iemand tussen pakweg 70 en 100 n.Chr. een Grieks-schrijvende vervloekingsspecialist een loden vloektablet heeft laten vervaardigen, dat de onbekende vervloeker dat heeft gepersonaliseerd door er in het Latijn de naam van ene Gaius Julius Viator aan toe te voegen en dat hij het vervolgens heeft weten binnen te smokkelen in het huis van de verdoemde.

Lees verder “Een vervloekingstablet uit Tongeren”

Vrouwelijke gladiatoren

Amazon en Achilla (British Museum, Londen)

Het bovenstaande tweede-eeuwse reliëf, 64 bij 79 centimeter, is gevonden in Halikarnassos (het huidige Bodrum in het zuidwesten van Turkije) en is te zien in het British Museum in Londen. We zien twee vrouwelijke gladiatoren in gevechtshouding tegenover elkaar staan en we mogen aannemen dat een reële situatie is afgebeeld die ooit heeft plaatsgevonden tijdens een munus, “gladiatorenshow”. Beide krijgers zijn hetzelfde uitgerust met een groot schild en een kort zwaard. Hun kapsels stellen ons in staat het tweetal te identificeren als vrouwen en de inscriptie vermeldt hun namen: Amazon en Achillia. Gladiatoren namen wel vaker Griekse mythologische namen aan als noms de guerre.

Omdat ze hetzelfde zijn uitgerust, hebben ze vrijwel zeker gevochten als provocatores, waarbij de twee strijders identiek waren bewapend. (Veel gebruikelijker was dat ze verschillende wapens droegen, zoals een secutor met een schild en zwaard tegen een retiarius drietand en net.) De vrouwen missen echter de borstplaat die voor een provocator typerend is, maar dit moet zijn omdat ze verondersteld werden Amazones na te spelen, die volgens de antieke opvattingen vochten met ontbloot bovenlijf.

Lees verder “Vrouwelijke gladiatoren”

Een Algerijnse officier in Vechten

Inscriptie van Antistius Adventus (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Een half jaar geleden was ik op reis door Algerije en hoewel ik veel mooie dingen heb gezien, was er ook een mini-teleurstelling: terwijl ik wél de grafsteen vond van Adiutor, iemand uit Nederland die belandde in Algerije, vond ik niets over Antistius, een Romeinse bestuurder uit de tweede eeuw n.Chr. die de omgekeerde reis maakte. Er zijn in Algerije minstens twee inscripties (deze EDCS-13100076 en EDCS-16300167) maar ik heb die niet gezien. Een derde inscriptie is gevonden bij de Muur van Hadrianus (EDCS-07801373) en een vierde – hier boven – komt uit Vechten, even onder Utrecht. Die staat bekend als EDCS-11100902 en als u denkt dat ze slecht leesbaar is, heeft u gelijk, maar zie hieronder.

De jonge bestuurder

Quintus Antistius Adventus Postumius Aquilinus is rond 128 geboren in een senatoriële familie uit de Numidische stad Thibilis, halverwege Cirta en Hippo Regius, en profiteerde van het netwerk van Afrikaanse bestuurders dat in de loop van de tweede eeuw steeds meer invloed kreeg in Italië en uiteindelijk een keizer zou leveren, Septimius Severus. Uit de vier inscripties kennen we Antistius’ loopbaan, die hem kort voor 150 moet hebben gebracht naar Rome, waar hij een van de leden was van het college der vigintiviri, de beginnende magistraten, meest senatorenzonen, die ieder jaar werden benoemd. Hij was een van het viertal dat samen verantwoordelijk was voor het onderhoud van de straten in Rome.

Lees verder “Een Algerijnse officier in Vechten”

Olielampen

Stadsgezicht op een olielamp (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Het Römisch-Germanisches Museum in Keulen is momenteel wegens een langdurige verbouwing gesloten. Ik hoop dat als het weer open gaat, ook de studiecollectie olielampjes er weer is: ooit hingen er honderden lampjes, met allerlei afbeeldingen, zodat je een fantastisch beeld kreeg van wat de Romeinen leuke afbeeldingen vonden. Je had bloemen, mythen, erotiek, goden, dieren, voorwerpen, gladiatoren: alles wat een mens maar verzinnen kon stond wel eens op zo’n lamp.

Maar er valt met lampen meer te vertellen. Het bovenstaande plaatje is een stadsgezicht. Gevonden in Keulen (en in principe te zien in het Römisch-Germanisches Museum) maar vervaardigd in Noord-Afrika. Dat vertelt ook iets over de antieke netwerken. Blijkbaar is ooit iemand van Karthago naar Keulen gegaan – we hebben uit die laatste stad ook een grafsteen van een legionair uit Tunesië die overleden is aan de Rijn – en heeft die deze lamp meegenomen.

Lees verder “Olielampen”

Een helm uit Oezbekistan

Sakische helm (Nationaal Museum, Tasjkent)

Zo’n helm als deze had ik dus nog nooit gezien. Hij bevond zich in het Nationaal Museum van Oezbeekse Geschiedenis in Tasjkent. De enige uitleg was dat hij in de buurt van Samarkand, het antieke Marakanda, was gevonden in het graf van een Sakische leider – en de Saken, dat is een van de namen van de nomaden van Centraal Eurazië. Die leefden dus op de steppe van Mongolië naar Oekraïne en hun federaties staan bekend onder namen als Skythen, Sogden, Haoma-drinkende Saken, Puntmuts-Saken, Water-Saken ofwel Pausiken, Maan-Saken ofwel Massageten, Sarmaten, Dahen en – in een latere periode – Yuezhi ofwel Kushana’s, Hunnen, Türk en Avaren. Steeds andere namen, steeds dezelfde geschiedenis van federaties die ontstaan, naar het vruchtbaardere westen trekken en weer uit elkaar vallen.

Ik heb weleens verteld over Christopher Beckwiths idee dat we de geschiedenis van Azië en Europa niet moesten conceptualiseren als een boog van wereldrijken, zoals China, Tibet, India, Perzië, Assyrië, Anatolië, Griekenland en het Romeinse Rijk, met in het noorden wat nomadische barbaren, maar als een wereldsysteem met die nomaden in het centrum, omgeven door een periferie van antieke beschavingen. Die gedachte, geopperd in een boek waar ik gemengde gevoelens bij heb, bevalt me.

Lees verder “Een helm uit Oezbekistan”

Multicultureel Memfis

Beeldje van een Centraal-Aziatische ruiter (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Het Romeinse Rijk geldt – niet ten onrechte – als een van de grootste multiculturele samenlevingen. Zeker in de grensgebieden was het een komen en gaan van mannen die in het ene deel van het imperium werden gerekruteerd, vervolgens in een ander deel dienden (en hun vriendin leerden kennen) en weer ergens anders konden worden gedemobiliseerd (en dan mochten trouwen). Ik verwijs nog eens naar de blogjes over de carrière van Velius Rufus en over het Tiende Legioen Gemina.

Opvallend als het Romeinse Rijk was, het was niet uniek en het was ook niet de eerste staat die soldaten over en weer verplaatste. De Perzen wisten ook van deze hoed en rand, al komt het meeste bewijsmateriaal uit één gebied: Egypte. Ik heb al eens geblogd over Judeeërs die de zuidgrens bewaakten en daar een eigen joodse tempel hadden. Bovenstaand beeldje uit het Allard Pierson-museum in Amsterdam documenteert een andere militaire eenheid. Denk er wel even een paard bij.

Lees verder “Multicultureel Memfis”