Fausta

Fausta

Over Trier heb ik al eens eerder geschreven: oppidum van de stam der Treveri, legioenkamp uit de tijd van Caesar, een Romeins fort op de Petriberg, brug over de Moezel, voornaamste nederzetting van een belangrijke Romeinse gemeente, residentie van de Gallische keizer Victorinus en van de Romeinse heerser Constantijn de Grote, ballingsoord van Athanasios van Alexandrië, woonplaats van de jonge Ambrosius, hoofdstad van Arbogast de Jongere, middeleeuwse bisschopsstad. De stad ook van Karl Marx, waar de plaatselijke krant al sinds jaar en dag de Trierische Volksfreund heet (zie ook onder Marat, Jean-Paul) en het lokale bier reclame maakt met “Das Bier von Trier”.

Twee oudheidkundige musea: het grote en wat onoverzichtelijke Rheinisches Landesmuseum, waar vondsten uit de wijde omgeving zijn te zien, en het Museum am Dom, dat voorwerpen toont die zijn opgegraven rond de grote kerk. Die gaan terug tot de Oudheid, toen in dit deel van de stad enkele prachtige huizen stonden, die ten tijde van Constantijn werden geïntegreerd in het keizerlijk paleis. (U kunt de basiliek die daar deel van uitmaakte, kennen, want het is een van de bekendste monumenten van Trier.)

Lees verder “Fausta”

Teerlingen werpen

Dobbeltoren (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Vorig jaar publiceerde Vincent Hunink zijn vertaling van de boeken 13 en 14 van Martialis, Feest in het oude Rome, waarvoor ik de beeldredactie verzorgde. In deze boeken wijdt de dichter gedichtjes aan allerlei hapjes en cadeautjes zoals de Romeinen die aan elkaar gaven tijdens het feest van Saturnus. Een van de gedichtjes was gewijd aan een turricula, een “torentje”. Dat was een instrument waarmee mensen eerlijk konden dobbelen. In het gedichtjes is de dobbeltoren aan het woord.

Een slinkse hand gooit kootjes graag
zoals hij zelf heeft voorgekookt.
Maar lukt dat metterdaad met mij?
Dan heeft hij puur geluk.

Lees verder “Teerlingen werpen”

“Rape in the sky”

Romeinse gem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

We moeten wegens de corona zoveel mogelijk thuis blijven maar voor de opnames van Oog op de Oudheid moest ik afgelopen dinsdag toch echt naar Leiden, naar het Rijksmuseum van Oudheden. Daar was een expositie van gemmen – u weet wel, gesneden edelstenen – ingericht waar geen mens momenteel naar kan komen kijken. Het stemde me intens treurig. Het is zoiets als de weg weten in een huis dat is gesloopt. (Tussen haakjes: al mijn veel beleden sympathie voor Rotterdam maakt me niet blind voor de waanzin van de sloop in de Tweebosbuurt.)

Terug naar die gemmen. Hierboven een Romeins voorbeeld uit de eerste eeuw n.Chr.: een adelaar die iemand optilt. De adelaar is Zeus/Jupiter, daar zit geen probleem. Maar wie is de ander? Is het Hebe, de schenkster van de goden? Die wordt meestal afgebeeld met een beker in de hand. Is het – zie het plaatje hieronder – Ganymedes, de geliefde van Zeus? Het door een enorme adelaar meegevoerde mensje lijkt een vrouw met een haarknotje.

Lees verder ““Rape in the sky””

De slangenzuil van Delfi

De sokkel van de slangenzuil in Delfi

Eind september 480 v.Chr. versloegen de Griekse schepen de Perzische in de zeeslag bij Salamis. Hiermee lijken de Perzen, die probeerden de Griekse stadstaten te onderwerpen, hun overmacht ter zee te hebben verloren, al moet hierbij meteen worden aangetekend dat onze belangrijkste bron, Herodotos, eveneens vertelt dat het Fenicische eskader wegvoer. We weten niet waarom dit gebeurde, maar het kan weleens belangrijker zijn geweest dan de roemruchte zeeslag.

In elk geval werd het voor de Perzen moeilijk hun landleger voldoende te steunen. In de zomer van 479 slaagden de Grieken er in een zenuwenoorlog in Boiotië in ook de Perzische cavalerie en infanterie terug te drijven. Na deze slag bij Plataia vielen de Grieken nog allerlei Perzische posities aan, culminerend in de val van Eïon, mogelijk het belangrijkste Perzische fort in Europa. De Grieken vierden hun overwinning met een monument in Delfi.

Lees verder “De slangenzuil van Delfi”

Het schervengericht

Scherf met de naam Aristeides (Agora-museum, Athene)

In een democratie komt het weleens voor dat iemand spectaculair succesvol is, puur op basis van zijn charisma. Dat is geen misdrijf, maar zulke mensen kunnen het democratische systeem zelf destabiliseren, ook wanneer hun ideeën niet gevaarlijk zijn. Soms vestigen ze een alleenheerschappij. Dat is in Syracuse, een van de belangrijkste democratische stadstaten van de Griekse wereld, enkele keren gebeurd.

Eén tegenmaatregel zou zijn geweest zo iemand te verbannen. Dat gold in de oude wereld echter als een erg harde maatregel, eigenlijk iets dat je pas deed als de gemeenschap als geheel al schade had ondervonden en als hele gemeenschap een straf moest opleggen. (Het recht mensen weg te sturen was, net als de doodstraf, iets waarmee een stadstaat zijn onafhankelijkheid en autonomie toonde.) Er was dus behoefte aan een “ballingschap light”. De procedure daarvoor is in Athene goed gedocumenteerd en staat bekend als het schervengericht of, als u chique wil doen, ostracisme, wat hetzelfde betekent.

Lees verder “Het schervengericht”

Het Belevi-mausoleum

Het Belevi-mausoleum

Ik had het over de Babylonische Oorlog en mijn oud-docent Bert van der Spek, tevens auteur van het handboek waaraan ik een reeks wijd, herinnert me er terecht aan dat de ambities van Antigonos Eénoog en Seleukos de Overwinnaar niet zó verschillend waren. Ze wilden allebei een zo groot mogelijk gebied regeren, ruwweg zoals Alexander had gedaan, en Seleukos is daarin eigenlijk verder gekomen dan Antigonos. Als er een verschil is, is het dat Antigonos’ poging plaatsvond toen het Alexanderrijk nog iets van een levende herinnering was, terwijl Seleukos het veertig jaar na de dood van Alexander probeerde, toen de verdeeldheid in feite een al voldongen feit was geworden.

Seleukos, die heerste over een groot deel van Azië, kreeg zijn kans in 281 v.Chr., toen hij in een conflict verzeild raakte met Lysimachos, een andere opvolger van Alexander. Deze had vanuit Thracië een rijk opgebouwd rond de Egeïsche Zee. Efese was voor hem een residentie en daar wilde hij worden bijgezet. Zijn grafmonument stond veertien kilometer verderop op de plek die Belevi heet. Hij zou er alleen niet worden begraven.

Lees verder “Het Belevi-mausoleum”

Kapiteel uit Petra

Kapiteel uit Petra

Je bouwt een huis, zet er een houten dak op. Je bouwt een groot huis, de spankracht van het hout is niet voldoende voor zo’n breed dak, je plaatst er een pilaar onder. Om te verhinderen dat het hout van de pilaar van bovenaf splijt, leg je er een paar stukken leer vlak overheen. Dat droogt uit, gaat krullen. Wel zo decoratief. Je raakt eraan gehecht.

Je bouwt van steen een tempel, maakt de pilaren van steen. Je maakt kapitelen. De een hecht aan het leer zoals het aanvankelijk lag, vlak. Dat wordt het dorische kapiteel. De ander hecht aan het gekrulde leer. Dat wordt het ionische kapiteel. Later worden dat “ethnic markers” waarmee de Grieken van het vasteland zich onderscheiden van de Grieken van de eilanden en de Aziatische koloniën.

Lees verder “Kapiteel uit Petra”

Het goud van Macedonië

Gouden krans uit Stavroupolis (Archeologisch Museum van Thessaloniki)

Al aan het begin van zijn regering toonde de Macedonische koning Filippos II dat hij even slim als onvoorspelbaar was. In 359 v.Chr. veroverde hij de stad Amfipolis, die behoorde tot de Atheense invloedssfeer. De Atheners wilden de stad graag terug, waarop Filippos zei dat hij dan de havenstad Pydna in ruil wilde hebben. De Atheners stemden in en stonden hem Pydna af. Daarmee hadden ze een basis in de noordelijke wateren minder en was het moeilijker om de oorlog met Macedonië te hernemen. Filippos had daarna geen reden meer om Amfipolis nog af te staan.

Het aardige van die stad was dat er grote wouden waren, waar het Atheense scheepstimmerhout vandaan kwam, en goudmijnen. Door het verlies was Athene serieus afgezwakt. De ooit machtige stad, die al te maken had gehad met een door de Perzen gesteunde opstand onder de bondgenoten, was nu definitief een mogendheid van het tweede plan. En voor Macedonië begon een mooie toekomst. We zien die aan het goud in de graven.

Lees verder “Het goud van Macedonië”

Maecenas

Maecenas (Arezzo)

Hij is een van de beroemdste Romeinen maar eigenlijk kent niemand hem: Gaius Maecenas. Zie boven. Geboren in 70 v.Chr. in Arezzo, behoorde hij tot de stedelijke aristocratie van Italië, die in de tijd van keizer Augustus steeds belangrijkere posities kreeg in het Romeinse Rijk. Maecenas zelf had een vliegende start: van vaderszijde kwam hij uit een vooraanstaande familie in Arezzo en van moederszijde behoorde hij tot het beroemde Etruskische geslacht van de Cilnii. Dan heb je alvast een aardig netwerk. Het hielp daarnaast dat hij bevriend raakte met Gaius Octavius, eveneens afkomstig uit de stedelijke aristocratie – ik meen dat zijn stad Velletri was maar heb geen zin om dat uit te zoeken.

Hoe dat ook zij, Octavius viel omhoog en sleepte Maecenas mee. Toen Caesar was vermoord, bleek Octavius de erfgenaam van de dictator. Voortaan heette Octavius “Gaius Julius Caesar”, waar historici “Gaius Julius Caesar Octavianus” ofwel “Octavianus” van hebben gemaakt – de Caesar uit de Octavius-familie. Vanzelfsprekend heeft de beste man die naam nooit gedragen. De naam “Caesar” was immers zijn fortuin.

Lees verder “Maecenas”

De jongeling van Motya

De jongeling van Motya

Helemaal in het westen van Sicilië ligt, tussen Marsala en Trapani, een enorme lagune. Middenin ligt een eilandje, ongeveer twee vierkante kilometer groot, waarop een Fenicische stad ligt. Die is aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. door een leger uit Syracuse verwoest, waarna de bewoners zich vestigden in Marsala en Trapani als haven inrichtten. Lange tijd was Motya, zoals het eilandje heet, de enige Fenicische stad die was opgegraven; later is daar Kerkouane in Tunesië bij gekomen.

De eerste archeoloog op Motya was overigens Heinrich Schliemann, die het er snel had bekeken. De feitelijke opgraver is Joseph Whitaker (1850-1936), wiens villa nu een museum is. Een naar hem genoemde stichting graaft er, als ik het wel heb, nog altijd. In elk geval staat het bovenstaande, in 1979 gevonden, standbeeld in het Museum Giuseppe Whitaker. Ik ben er drie keer geweest; pas de laatste keer had het een eigen zaal. De hamvraag: wat stelt de “giovane di Motya” voor?

Lees verder “De jongeling van Motya”