Een lepel uit Cyprus

Lepel (Cyprusmuseum, Nicosia)

Zoals de trouwe lezers weten, werk ik momenteel aan een project om de duizenden digitale foto’s online te plaatsen die mijn zakenpartner en ik in de loop der jaren hebben gemaakt. Dat gebeurt in Leeuwarden. Omdat ik mijn energie en tijd daar maximaal wil inzetten, heb ik een huisje gehuurd en een comfortabel luchtbed neergelegd in Harlingen. Zo ben ik in drie kwartier van mijn huis op kantoor of weer terug. Veel meer dan slapen en douchen doe ik in Harlingen niet, maar ik heb er een keuken waar ik ook weleens iets kook.

Ik heb uit Amsterdam één lepel mee genomen. In alles het tegendeel van de lepel hierboven, die is opgegraven in Afendrika, op die lange landtong die zich in het noordoosten van Cyprus uitstrekt naar Iskenderun. Het voorwerpje, dat de vorm heeft van een meisje dat met een hoepel aan het zwemmen is, is te zien in het Cyprusmuseum in Nicosia. Het dateert uit de derde of tweede eeuw v.Chr.

Lees verder “Een lepel uit Cyprus”

Een unieke kerel

Grafsteen uit het geplunderde museum van Apamea

Je vindt nog ’s wat als je bezig bent met je oude foto’s. Bovenstaande inscriptie was ooit te zien in het geplunderde museum bij de Syrische stad Apamea. De grafsteen van een Romeinse soldaat. Er gaan er dertien van in een dozijn: hier hebt u er nog een stuk of dertig, behorend dezelfde museumcollectie en daar heeft u een stukje dat ik ooit blogde over een ander exemplaar. Vrijwel alle soldaten behoorden bij hetzelfde legeronderdeel, het Tweede Legioen Parthica, de strategische reserve van het Romeinse Rijk. Het onderdeel was in de eerste helft van de derde eeuw n.Chr. enkele keren in Syrië gestationeerd. Allemaal niks bijzonders.

Als mijn zakenpartner en ik foto’s hebben gemaakt, benut ik de avond meestal om ze een naam te geven zodat we het materiaal later makkelijk kunnen terugvinden. Op een mooie novemberavond in 2008 las ik snel de naam van de soldaat, die blijkbaar Marius heette of misschien Carius. (Voor niet-latinisten: het eerste woord, Mario, betekent “voor Marius”, al is de eerste letter erg beschadigd.) Hij werd drieënveertig jaar oud en diende er ruim eenentwintig. Twee trompetters plaatsten de gedenksteen. Nog steeds niets bijzonders en ook de constatering dat hij een “unieke kerel” was, is niet uitzonderlijk. Hooguit was de naam van de overledene wat kort, maar in de derde eeuw raakte de aloude driedelige Romeinse naam in onbruik, dus zo vreemd was dat nou ook weer niet.

Lees verder “Een unieke kerel”

Een ruiter uit Byblos

Fenicisch ruiterbeeldje (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Nog even een kleinigheidje uit Byblos, de havenstad waarover ik onlangs heb geblogd: een beeldje van een ruiter. Het is tegenwoordig te zien in de zwaar onderschatte Koninklijke Musea voor Kunst- en Geschiedenis in Brussel. Kijk hier even wat u, als u daar nog nooit bent geweest, allemaal hebt gemist.

Dit soort beeldjes zijn niet uniek. Ze dateren uit ongeveer 700 v.Chr. en zijn ook gevonden in Amrit in het zuiden van Syrië, het antieke Marathous. Ik lees dat kunsthistorici vermoeden dat er Grieks-Cypriotische invloeden in deze beeldjes zijn te herkennen, en dat is zowel interessant als logisch. In deze tijd zijn er immers allerlei Levantijnse invloeden in Griekenland, met het alfabet als bekendste voorbeeld, dus het viel te verwachten dat er ook Griekse invloeden zijn geweest in de Levant.

Lees verder “Een ruiter uit Byblos”

De colossus van Nero

Hoewel hij meer lijkt op Sylvester Stallone, is dit toch echt Constantijn de Grote (Capitolijnse Musea, Rome)

Na de brand van Rome van het jaar 64 n.Chr. – berucht van een door Tacitus beschreven christenvervolging – liet keizer Nero zijn hoofdstad herbouwen. In het oosten kwam een kolossale villa, het Gouden Huis, waarin hij zelf zijn intrek nam. In de vestibule stond de “colossus van Nero”: een gigantisch beeld van wel dertig meter hoog. Het verrees achter de tempel voor Caesar, die de oostelijke afsluiting vormde van het Forum Romanum. Wie vanaf dit plein naar die tempel keek, zag altijd het portret van Caesars afstammeling boven het heiligdom van zijn voorvader uitsteken. (Dat Nero alleen via adoptie afstamde van Caesar, deed voor de Romeinen niet ter zake.)

Nadat Nero in 68 zelfmoord had gepleegd en toen met keizer Vespasianus een nieuwe dynastie was aangetreden, werd het beeld aangepast: voortaan stelde het de zon voor. Ook werd het voorzien van een nieuw portret: dat van Titus, de beoogde troonopvolger. Een halve eeuw verplaatste keizer Hadrianus het beeld van de zonnegod over de achterliggende heuvel naar het amfitheater. De auteur van de Historia Augusta schrijft:

Met hulp van de architect Decrianus verplaatste Hadrianus de colossus – rechtopstaand! – vanaf de plaats waar nu de tempel van Roma staat, ook al was het gevaarte zo zwaar dat hij voor het karwei vierentwintig olifanten moest inzetten.

Lees verder “De colossus van Nero”

Vloektablet

Het Keryneia-scheepswrak (Museum van Girne)

De stad heet Kyrenia of Keryneia. In het Turks heet ze Girne. In elk geval is het een havenstad in het noorden van Cyprus en als je nog wat noordelijker gaat, dan kom je op de plek waar in de eerste helft van de derde eeuw v.Chr. een Grieks koopvaardijschip verging. Aan boord van het bijna vijftien meter lange zeilschip waren ruim 400 wijnamforen uit Rhodos en Samos, kruiken met een enorme lading amandelen en negenentwintig molenstenen uit Kos. Ook aan boord: vissers en een kok.

Op het moment dat ze in de golven verdween, was het schip al een eeuw oud: met de koolstofmethode kon worden vastgesteld dat de amandelen dateren van 2237 ± 62 B.P. en het scheepshout van 2338 ± 44 B.P. Omgerekend is dat rond 288 en rond 389 v.Chr. Op de kiel waren verschillende reparaties te zien. De ouderdom zal een factor zijn geweest bij haar ondergang, maar het was niet de enige. Het gebeurde tijdens een storm, want het zeil was gestreken en neergelegd op de voorplecht, waar de tuigringen zijn gevonden.

Lees verder “Vloektablet”

Sint-Menas

Sint-Menas-fles (Byzantijns Museum, Athene)

In Het visioen van Constantijn wijzen Vincent Hunink en ik op de mensen die Christus vereerden en tegelijk de heidense goden in ere hielden. Archeologisch zijn ze niet te onderscheiden van christenen die zich bedienden van heidense symbolen, zoals op deze fles uit de vierde eeuw, die ik ooit heb gefotografeerd in het onvolprezen Byzantijnse Museum van Athene.

Afgebeeld is een zogeheten orante, iemand die aan het bidden is. Het bordje van het museum meldt dat het gaat om een vrouw, maar ik beken dat ik niet zo snel herken waarom dat zo zou zijn. De ruim vallende mantel kan door iedereen zo zijn gedragen en de blote benen suggereren eerder een man dan een vrouw. Maar ik kan me vergissen. Hoe dat ook zij, een orante is een gebruikelijke afbeelding. Het leuke zijn de twee figuren links en rechts, die wel wat lijken op stegosaurussen maar volgens het museumbordje jakhalzen zijn, het dier dat was gewijd aan de Egyptische dodengod Anubis.

Lees verder “Sint-Menas”

Naar de Hades

Grafreliëf uit Apollonia

Het reliëf hierboven, dat in de Romeinse tijd een grafsteen sierde, fotografeerde ik in het museum bij Apollonia, een van de grootste en mooiste opgravingen in Albanië. Ik heb nooit zoiets gezien, al schijnt er een soortgelijke afbeelding te bestaan in Wenen. Onderaan ziet u de onderwereld, met links de veerman Charon (waarvan sowieso weinig afbeeldingen bestaan) en rechts Minos, die in de onderwereld recht spreekt over de dode zielen. Eén daarvan is voor hem afgebeeld.

Lees verder “Naar de Hades”