Vasa diatreta

Vasa diatreta (Museo Civico Archeologico, Milaan)

Ik maak het me vandaag even niet al te moeilijk: een heel kort stukje over de prachtige glazen beker hierboven. Die staat bekend als de Trivulzio-beker en is te zien in het Museo Civico Archeologico in Milaan. Als de naam  “Trivulzio” een belletje doet rinkelen, dan klopt dat, want dat was de bekende Milanese familie voor wie Mantegna de Trivulzio-Madonna schilderde. De beker is eveneens eigendom geweest van de familie en lijkt te zijn gevonden in een marmeren sarcofaag te Novara.

Helaas zijn, op één ivoren kam na, de andere grafgiften zoek, zodat we geen aanwijzingen meer hebben over de aard van de begraving en over degene die er begraven ligt. Niettemin: hij of zij moet schatstinkendrijk zijn geweest, want anders bezit je geen vasa diatreta, zoals dit soort glaswerk heet.

Lees verder “Vasa diatreta”

Nehalennia, drie maal

Driemaal Nehalennia (foto Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Op de onlangs vernieuwde afdeling “Nederland in de Romeinse tijd” in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden is voor het eerst een bijzonder altaar te zien van Nehalennia, de antieke beschermgodin van de Noordzeevaart. Bijzonder, omdat Nehalennia drie keer is afgebeeld. Het altaar is omstreeks 200 n.Chr. door een zekere Marcus Justinius Albus aan de godin gewijd, in 1982 door een amateurarcheoloog in de Oosterschelde opgedoken en onlangs aangekocht door het museum.

Op de meer dan tweehonderd andere bekende Nehalennia-altaren en -fragmenten is de godin alleen afgebeeld, soms zittend en soms staand, met als attributen een mand appelen, een hond en soms een schip. Dat laatste is in lijn met de naam Nehalennia, die volgens de Italiaanse taalkundige Patrizia de Bernardo Stempel in het Keltisch “zij die bij de zee is” betekent. Inderdaad zijn de altaren, die rond Nehalennia’s tempels gestaan moeten hebben, vrijwel allemaal aangetroffen bij de zee, namelijk bij Domburg en in de Oosterschelde bij Colijnsplaat.

Lees verder “Nehalennia, drie maal”

Een koninklijk sieraad

Armband van Amani-Shakheto (Egyptologisch Museum, München)

Het najaar kwam aan over het Starnbergermeer en verraste ons met een regenbui. We scholen onder de colonnade bij de Hofgarten en besloten door te lopen naar het Egyptologisch Museum. Dat bestaat inmiddels niet meer: München heeft een nieuw museum. Ook daar zal de schat van Amani-Shakheto echter wel te zien zijn.

Even terug in de geschiedenis. In 1820 vielen de troepen van Mohammed Ali, de Ottomaanse gouverneur van Egypte, Soedan binnen, dat ze in de daarop volgende jaren geheel onder de voet liepen. Hiermee werd het gebied van de Midden-Nijl ook voor westerse avonturiers/wetenschappers ontsloten en zo kwam de Franse mineraloog Frédéric Cailliaud in Napata, een van de hoofdsteden van het antieke Nubië. Hij publiceerde zijn reisverslag, met enkele tekeningen die hij van de Nubische piramiden had gemaakt, in 1826 en bracht met dat boek Giuseppe Ferlini op het idee ook eens een kijkje in Napata te gaan nemen. Deze man, chirurg in het leger van Mohammed Ali, was niet tevreden over zijn soldij en besloot dat plundering, in 1834 een vrij gangbare militaire activiteit, een mooie aanvulling was op zijn financiën. Zo kwam ook hij in Napata.

Lees verder “Een koninklijk sieraad”

Groot huis

Tempel van Dendur (Metropolitan Museum, New York)

Het bovenstaande Egyptische reliëf is te zien op de tempel van Dendur en als u denkt dat u ervoor naar Egypte moet, dan heeft u het mis, want dit heiligdommetje staat in het Metropolitan Museum in New York. Net als de tempel van Taffeh in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is het gebouwtje uit Dendur door de Egyptische overheid geschonken aan een land dat meehielp bij het redden van oudheden toen die dreigden te verdrinken na de aanleg van de Aswan-dam.

De afbeelding zelf is niet zo heel bijzonder, maar de twee cartouches erboven zijn dat wel. Ze zijn niet alleen identiek, maar ook veelzeggend in hun nietszeggendheid. Zoals u ziet staan in beide cartouches dezelfde drie hiëroglyfen: een rechthoek, een soort pilaar en een mannetje. De rechthoek is het teken pr, “huis”, en het pilaartje, dat een soort dubbele a-klank weergeeft, maakt dit tot een groot huis. Het mannetje is een determinatief, een teken dat aangeeft hoe je het bovenstaande dient te duiden: in dit geval gaat het om een persoon die het Grote Huis is. De koning, met andere woorden, ofwel de farao, om de Hebreeuwse verbastering te citeren van het Egyptische woord voor Groot Huis. We hebben dus te maken met twee cartouches waarin niet de naam van de vorst staat, maar alleen de hiëroglyfen voor koning.

Lees verder “Groot huis”

Dierendag

Reliëf van een everzwijn en een hond (Keulen, Römisch-Germanisches Museum)

1.

Ik was onlangs even in het Römisch-Germanisches Museum in Keulen. Mocht u het niet kennen: haast u, want het sluit op 31 december de deuren voor een vermoedelijk lange verbouwing. Eén van de voorwerpen in de collectie ziet u hierboven: een derde-eeuws Romeins reliëf van een everzwijn en een niet al te grote hond. Het is gevonden in het westen van de stad.

Misschien is dit alles wat er over dit reliëf te zeggen valt: gewoon een mooi stuk beeldhouwwerk, goed uitgevoerd, levensecht, door een maker die wist hoe honden en zwijnen eruitzagen. Iemand die de bomen in de achtergrond handig benutte om het linker van de twee kijvende dieren bijna de helft van het beeldveld te geven en het rechter nog wat kleiner te laten lijken, terugwijkend bovendien, maar wél stevig op de grond.

Lees verder “Dierendag”

De Lange Muren van Athene

Inscriptie over de reparatie van de Lange Muren van Athene (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Athene ligt een kilometer of zeven landinwaarts, wat het voordeel had dat de stad moeilijk van overzee viel aan te vallen: een vijand zou eerst over zee moeten komen, dan moeten ontschepen, vervolgens over land moeten oprukken en zichzelf moeten beschermen met cavalerie, wat weer betekende dat er ook duizenden paarden op de vloot moesten worden meegenomen. De Perzen hadden het in 490 v.Chr. geprobeerd, waren bij Marathon aan land gegaan maar waren niet toegekomen aan de opmars naar Athene.

Voor een vijandelijk landleger was het eenvoudiger. Dat hoefde maar een cordon om de stad te leggen om haar uit te hongeren, wat des te makkelijker was omdat er – vanaf de late zesde of vroege vijfde eeuw v.Chr. – meer Atheners waren dan door het omringende platteland konden worden gevoed. De stad was aangewezen op graanimporten van overzee. De Atheense staatsman Themistokles opperde daarom de bouw van “lange muren” naar de twee havens, Faleron en Peiraieus. Het duurde tot 460, toen het machtige Sparta de oorlog verklaarde aan Athene, eer de muren daadwerkelijk werden gebouwd, maar in 457 waren ze voltooid.

Lees verder “De Lange Muren van Athene”

Een oude Groninger

Skelet van een man uit Ezinge (Museum Wierdenland)

De Friezen spreken van terpen, de Groningers hebben het over wierden, de Duitsers kennen Warften en de Denen værfter, maar ze bedoelen allemaal dezelfde heuvels waarop de bewoners van het antieke kustlandschap hun boerderijen bouwden. Archeologen dateren de oudste woonheuvels rond 500 v.Chr. en vermoedelijk zijn ze eigenlijk bij toeval ontstaan: waar mensen wonen, werpen ze afval neer en waar vee loopt, valt mest. Als de zee in de buurt is, is het slim om, wanneer je huis moet worden vervangen, het nieuwe huis te bouwen op de resten van het oude, omdat je dan wat hoger zit en grotere kans hebt boven de branding te blijven.

Later werden de heuvels kunstmatig verhoogd. Sommige zijn wel zes meter hoog. De boerderijen zelf hadden vaak een verhoogde bodem, als een extra garantie dat de bewoners geen natte voeten zouden krijgen. Als u een idee wil krijgen van het comfort van zo’n huis, kijk dan eens in Archeon in Alphen aan den Rijn, waar twee huizen zijn nagebouwd die zo rond 300 v.Chr. stonden in het Groningse Ezinge.

Lees verder “Een oude Groninger”