Numidische stèles

Twee Numidische votiefstèles (Louvre, Parijs)

Bovenstaande twee stèles, tegenwoordig in het Louvre in Parijs, zijn gevonden bij de antieke stad Cirta, het huidige Constantine in Algerije. Voordat de Romeinen hier in 44 v.Chr. de macht overnamen, woonden in deze streek de Numidiërs. Of beter gezegd, hier woonden de Massyli, een van de twee grote Numidische groepen. De andere groep was die van de Masaeisyli – hoe verzin je zo’n naam? – en die woonden wat westelijker. Hoewel de oude Grieken in de naam van de antieke Numidiërs hun eigen woord voor rondzwervende herders herkenden, νομάδες, waren de mensen in deze regio geen nomaden. Ze waren sedentair.

We zien dat in Cirta. Dat was in de voor-Romeinse tijd al een behoorlijke nederzetting en het is geen verrassing dat archeologen in het in 1950 ontdekte heiligdom van El-Hofra vele tientallen votiefstèles vonden. 281 waren voorzien van Punische inscripties (zoals de twee hierboven), 17 hadden Griekse inscripties, 7 hadden Latijnse inscripties, en de overige waren te beschadigd voor bestudering.

Lees verder “Numidische stèles”

Cyprus in de Bronstijd

Cypriotische bronsbaar (Neues Museum, Berlijn)

Tegen het einde van het vierde millennium v.Chr. begonnen de bewoners van Cyprus met de exploitatie van de koperafzettingen in het Troodos-gebergte. Verschillende mijnen uit deze tijd zijn geïdentificeerd en de naam van het eiland, Cyprus dus, is zelfs afgeleid van het metaal dat vanaf nu zo belangrijk was voor de economie. Het lijkt erop dat Cyprus in deze tijd heel nauwe culturele contacten heeft gehad met het zuiden van Anatolië, dus zeg maar Cilicië. Vrijwel zeker gaat het om migratie. Het is maar tachtig kilometer van het vasteland naar Cyprus.

De foto hierboven toont een Cypriotische bronsbaar die ik ooit fotografeerde in het Neues Museum in Berlijn. Op de expositie in het Rijksmuseum van Oudheden die de aanleiding is om deze reeks stukjes te schrijven, hangen er een paar aan een muur. Ik verklap geen groot geheim als ik u zeg dat ze niet echt zijn. De rest van de voorwerpen zijn overigens wel echt. Ik meen dat het Cyprus Museum meer dan 300 voorwerpen aan de collega’s in Leiden heeft uitgeleend en dat is echt veel.

Lees verder “Cyprus in de Bronstijd”

2x Priamos en Achilleus

Het loskopen van van het lijk van Hektor (sarcofaag uit Tyrus, nu in het Nationaal Museum in Beiroet)

Het laatste boek van de Ilias bevat de aangrijpende scène dat Priamos, de oude koning van Troje, in het holst van de nacht de vlakte rond zijn stad oversteekt om het lijk van zijn gesneuvelde zoon Hektor voor een enorme prijs los te kopen van diens moordenaar, Achilleus. De Griekse krijger heeft zijn woede op Hektor uitgeleefd door zijn stoffelijk overschot zoveel mogelijk te onteren en Priamos weet dat zijn missie niet bepaald zonder gevaar is. Hij heeft echter een hart van ijzer en de goden kijken vol compassie naar de oude man. Zeus stuurt de god Hermes om hem te begeleiden. Ook Iris bemoeit zich met de nachtelijke tocht.

Het vervolg ziet u hierboven op een Romeinse sarcofaag, afkomstig van het indrukwekkende Al-Bass-grafveld bij Tyrus en nu in het Nationaal Museum in Beiroet. Priamos heeft zich rechts voor de knieën van Achilleus ter aarde geworpen, vertelt dat al zijn zonen zijn gedood en vraagt de Griekse krijger te denken aan zijn eigen oude vader. Achilleus kan zijn emoties niet de baas en wendt zich af. Iris en Hermes staan erbij en zien dat het goed is. Op de linkerzijde zien we een van Achilleus’ knechten, twee paarden, een paardenknecht, de wagen met de wagenmenner (gekleed alsof hij in een Romeins circus optreedt) en een knecht die een kostbare vaas uit de wagen haalt.

Lees verder “2x Priamos en Achilleus”

MoM | Centrum en periferie

Glazen armbanden uit het Keltenmuseum van Manching

Eigenlijk had ik voor vandaag een ander stukje in gedachten, maar ik hoor juist dat Immanuel Wallerstein is overleden en dat wil ik toch niet helemaal onopgemerkt voorbij laten gaan, zelfs als dit op deze vroege ochtend – ik schrijf dit om zes uur – niet het onderwerp is waar ik helemaal op was voorbereid.

Kort en goed: Wallerstein wordt vooral geassocieerd met de wereldsysteem-theorie en die is weer op te vatten als een vorm van de dependencia-theorie. Deze was ontstaan omdat de klassieke liberale theorie niet verklaarde waarom Latijns-Amerika in de kwart eeuw na de Tweede Wereldoorlog niet meer economische groei had meegemaakt, terwijl rijkere landen nota bene investeerden in de regio. De verklaring van de dependencia-theorie, waaraan marxistische invloed niet vreemd was, was dat de noordelijke landen (het “centrum” van de wereldeconomie) hun welvaart opbouwden door de Derde Wereld (de “periferie”) systematisch in onderontwikkeling te houden. De investeringen dienden bijvoorbeeld vooral om grondstoffen goedkoop te kunnen bemachtigen of om om aan goedkope arbeidskrachten te komen. De periferie kon zo niet de economische ontwikkeling doormaken die het centrum had doorgemaakt. Wallerstein benutte deze ideeën om de wereldeconomie te beschrijven na de instorting van het feodale systeem.

Lees verder “MoM | Centrum en periferie”

Koning en hoveling

Het defilé in Persepolis begint: de hoveling rechts kondigt het begin aan (Nationaal Museum Teheran)

Het bovenstaande reliëf uit Persepolis is een van de beroemdste uit de Perzische kunst. Middenin zit de koning. Je mag hem Darius noemen, omdat het reliëf is bedacht tijdens zijn regering, of Xerxes, omdat het tijdens zijn regering is gemaakt. In feite is het gewoon De Koning. De afbeelding lijkt een feest te weer te geven dat we voor het gemak zouden kunnen gelijkstellen aan het Nederlandse Prinsjesdag: de dag waarop de monarchie door het volk wordt bevestigd. In Nederland gebeurt dat met de troonrede, waarin de koning alle mooie plannen bekendmaakt, en roept iemand “leve de koning!”; in Perzië deelden de mensen over en weer geschenken uit.

Het defilé staat op het punt te beginnen en van rechts komt een hoffunctionaris aanlopen die de gasten aankondigt. Links van de koning – meer dan menshoog afgebeeld – staat zijn beoogde troonopvolger, ook wat groter dan de anderen. Ze hebben ruikers in hun hand om hun verheven positie aan te geven. Achter de kroonprins een religieuze functionaris, een doek voor de mond, en ’s konings wapendrager. De doek voor de mond heeft dezelfde functie als de twee wierookbranders middenin: de koning moet leven tussen de aangename geuren, dus geen mondgeur als iedereen hem een kushand toe blaast. Bedenk dat dit een tijd was waarin een rotte tand niet werd gevuld maar bleef rotten.

Lees verder “Koning en hoveling”

MoM | Seriatie

Seriatie van Bronstijd-bijlen (Grand Curtius Museum, Luik)

Onder de Place Saint-Lambert in Luik is het Archeoforum, waar de resten van een Romeinse villa zijn te zien en voorwerpen vanaf de Late Steentijd tot op heden. Even verderop is het historisch museum Grand Curtius, dat een mooie archeologische collectie heeft uit oostelijk Wallonië, uitgebreid met voorwerpen uit andere delen van Europa. Beide instellingen zijn modern en mooi, en als u toch in Luik bent moet u er zeker heen, maar ik beken dat je wel veel van de Oudheid moet houden om er speciaal voor naar Luik te gaan. Tongeren is in dit opzicht aantrekkelijker. Waar ik in het Grand Curtius echter heel blij van werd, was dat er uitleg was van een seriatie.

Archeologen graven dingen op en de oudere voorwerpen liggen doorgaans onder de jongere. Als je maar genoeg materiaal hebt, kun je een ontwikkeling vaststellen. Op de foto hierboven loopt die van links naar rechts en op de foto’s die ik hieronder zal tonen, is – eigenlijk heel ergerlijk – het oudste boven en het jongste onder. Eerst de bijl die op de foto boven links is te zien: een vuurstenen bijl uit het Late Neolithicum. Dit voorwerp, een Flint Rechteckbeil, is afkomstig uit Denemarken.

Lees verder “MoM | Seriatie”

Oorlogsslachtoffer

Schedel uit Regensburg-Harting (Staatssammlung für Antropologie und Paläoanatomie, München)

Afgezien van de Leidse historicus M. Rutte zijn er weinig historici die nog veel waarde hechten aan de achttiende-eeuwse theorie dat het Romeinse Rijk ten onder ging door Germaanse volksverhuizingen. Geleerden als Henri Pirenne hebben zó effectief aangetoond dat de Romeinse cultuur de migrerende Germanen assimileerde, dat is vergeten hoe vernieuwend hun inzicht ooit is geweest. Dat wil echter niet zeggen dat het allemaal peis en vree was aan de Rijn en de Donau.

Rond het midden van de derde eeuw werd de Romeinse wereld getroffen door een afschuwelijke ziekte, die momenteel wordt geïdentificeerd met een ebola-variant. Hyperbesmettelijk dus – en vooral gevaarlijk in het warme zuiden. Het staat vast dat de Mediterrane economie instortte en het staatsapparaat desintegreerde, terwijl aannemelijk is dat de legioenen onbetaald bleven. Germaanse stammen konden de grens oversteken en meteen doorlopen naar Catalonië. In deze context bezweek ook de Donau-grens en hoewel de Romeinen de grens herstelden – een beroemde inscriptie in Augsburg herdenkt de overwinning – was de schade immens.

Lees verder “Oorlogsslachtoffer”