Euthydemos van Baktrië (of niet)

Euthydemos van Baktrië? (Collectie Torlonia, Rome)

Totdat Rome afzakte tot hoofdstad van de Italianen – bonuspunten voor wie het citaat herkent – was het de hoofdstad van een universele wereldkerk. Een klein aantal families oefende de macht uit: de Colonna’s, de Orsini’s, de Borgheses. Daar kwamen later nieuwe families bij. De Torlonia’s zijn bijvoorbeeld achttiende-eeuwse nieuwkomers. Tijdens de Franse bezetting van de Kerkelijke Staat hielden ze het Vaticaan financieel op de been. Daar werden ze zelf niet slechter van en ze kochten titels als “hertog van Bracciano”, “hertog van Poli”, “markies van Romavecchia en Turrita”. Paus Pius VII verleende, kort na zijn terugkeer naar Rome, de titel van prins.

Kunstverzameling

De prinselijke familie nam niet alleen titels over maar ook kunstcollecties, zoals die van de familie Giustiniani. Ze deed ook opgravingen, onder andere in Portus, de haven van Rome naast Ostia. Zo ontstond het Torlonia-museum. Alleen de pauselijke collectie antiquiteiten in de Vaticaanse Musea, de stedelijke verzameling op het Capitool en (nadat Rome was afgezakt tot hoofdstad van de Italianen) de collectie in het Museo Nazionale Romano zijn groter. In 1960 ging het Torlonia-museum echter op slot. Sindsdien kon het publiek de honderden stukken sculptuur niet langer bezichtigen.

Lees verder “Euthydemos van Baktrië (of niet)”

Hermafroditos

Wandschildering van een hermafrodiet (Museo Barracco, Rome)

Ten westen van de haven van Halikarnassos (het huidige Bodrum) ligt de heuvel Salmakis, waar in de Oudheid een zoetwaterbron was. Hier leefde, volgens een plaatselijke mythe, de waternimf Salmakis. Het arme meisje werd verliefd op Hermafroditos, een jongen waarvan u al vermoedde dat hij de zoon was van Afrodite en Hermes. Met goddelijke voorouders kon hij niet anders dan een buitengewoon knappe verschijning zijn. De Romeinse dichter Ovidius vertelt dat Salmakis hem aanrandde, dat hij zich verzette, dat zij de goden smeekte om zich met hem te mogen verenigen en dat de twee wezens versmolten tot één, tweeslachtig wezen (Metamorfosen 4.285-388).

Hermafroditisme

De mythe diende om mensen met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken te typeren. Ons woord “hermafrodiet” komt er natuurlijk vandaan. Diodoros van Sicilië legt in zijn Wereldgeschiedenis 4.6.5 uit hoe men zulke mensen destijds zag:

Lees verder “Hermafroditos”

Het Antikythera-mechanisme

Delen van het Antikythera-mechanisme (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

In het voorjaar van 1900 ontdekten sponzenduikers een scheepswrak bij het Zuid-Griekse eilandje Antikythera. Het zat tjokvol standbeelden. Een jaar later volgde wetenschappelijk onderzoek en al snel was er de theorie dat het schip was volgeladen met buit die de Romeinse generaal Sulla in 88 v.Chr. had meegenomen na de plundering van Athene. Dit bleek onjuist toen Jacques-Yves Cousteau in de jaren vijftig en de jaren zeventig munten opdook uit 67 v.Chr.

Wat de reden ook was om een schip vol sculptuur te laden en wanneer het ook gebeurde: de vondsten zijn er niet minder om. Naast een bronzen portretkop en een mooi bronzen beeld van een jongeling, waren er niet minder dan veertig marmeren standbeelden (waaronder Herakles met spillebenen). Daarvan zijn er negenendertig heelhuids boven water gekomen.

Lees verder “Het Antikythera-mechanisme”

De Fiscus Judaicus: een vergeten ostrakon

Kwitantie van de Fiscus Judaicus, 103 n.Chr. (Thermenmuseum, Heerlen)

Eerst nog even iets over de Fiscus Judaicus. Ik gaf al aan dat keizer Domitianus deze alleen door joden te betalen belasting zó toepaste dat de wegen van joden en christenen uit elkaar gingen. Wie de joodse belasting betaalde, beleed een erkende vorm van monotheïsme; wie monotheïst wilde zijn zonder te betalen, riep problemen op. De synagogen hadden redenen om zich te distantiëren van de volgelingen van Jezus. De rest is geschiedenis.

Nu ik uw kennis van de Fiscus Judaicus heb opgefrist, kunnen we het hebben over bovenstaand ostrakon (beschreven scherf) uit 103 n.Chr. Dit is een kwitantie die documenteert dat iemand de Fiscus Judaicus heeft betaald. Er zijn eenenzeventig van zulke scherven bekend, allemaal afkomstig uit het Egyptische Edfu en daterend uit de tweede eeuw. Het aardige is nu: het voorwerpje wordt bewaard in het Thermenmuseum in Heerlen. Hoe is het daar gekomen?

Lees verder “De Fiscus Judaicus: een vergeten ostrakon”

Chinese Skythen

Hazenjager, Tang-dynastie (Museum voor Volkenkunde, Leiden)

Dit beeldje fotografeerde ik onlangs in de afdeling China van het Museum voor Volkenkunde in Leiden. Het stelt een ruiter voor die terugkomt van de hazenjacht. Het is gemaakt ten tijde van de Tang-dynastie, dat wil zeggen in de zevende, achtste of negende eeuw. Dus terwijl in het westen de Franken de hegemonie in Europa verwierven, terwijl het Byzantijnse Rijk de Avaren en Arabieren op afstand hield en in het Nabije Oosten het kalifaat bloeide.

De Zijderoute

Tussen deze mogendheden waren allerlei contacten: kooplieden en andere reizigers trokken langs de Zijderoute en wisselden goederen en verhalen uit. Wandschilderingen uit Samarkand tonen een Chinese prinses die in 648 met de plaatselijke heerser Varkhuman lijkt te zijn getrouwd. (Ik blogde er al eens over.) Er waren militaire confrontaties, zoals de slag aan de Talas die de Arabieren en Chinezen in 751 uitvochten. Westerse huurlingen dienden in de legers van de Tang-keizer. Diens hoofdstad, Chang’an, moet even kosmopolitisch zijn geweest als Constantinopel en Bagdad.

Lees verder “Chinese Skythen”

De Bagdadbatterij

Het potje dat bekendstaat als de Bagdadbatterij (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

En daar was ’ie ineens. Niet eens onopvallend stond het daar in het Nationaal Museum van Irak in Bagdad: een van die voorwerpen die een Von Däniken blij zou hebben gemaakt. De Bagdadbatterij dus.

Het voorwerp is bij de aanleg van een spoorlijn in 1936 gevonden in Khujut Rabu, een van de dorpen op het terrein van de Parthische en Sasanidische hoofdstad Ktesifon. Het gaat om een potje van een centimeter of dertien hoog (zie boven), waarin een koperen kokertje stond, waarin weer een ijzeren staafje zat. Het kokertje is niet waterdicht: als het potje met een vloeistof zou zijn gevuld, zou ook het staafje nat worden. Men had – en heeft – geen idee wat het is. Wel vermoeden we dat het potje stamt uit de Sasanidische tijd.

Lees verder “De Bagdadbatterij”

Rolzegel

Rolzegel met afdruk (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Mesopotamische rolzegels zijn precies wat je denkt dat het zijn: een soort zegelringen, alleen wordt het zegel niet in het te verzegelen materiaal gedrukt maar erover gerold. Gemaakt van steen zijn de rolletjes een centimeter of vier hoog. Ze zijn ruim drie, een kleine vier millennia lang vervaardigd en elk oudheidkundige museum heeft er wel een paar. Er moeten er duizenden zijn en je kunt er voor 1000 euro al een kopen. De Nederlandse verzamelaar Joost Kist bezat er zeker vijfhonderd, waarover hij een boek publiceerde. Ik meen dat hij zijn collectie heeft nagelaten aan het Allard Pierson in Amsterdam.

De afbeeldingen illustreren van alles en nog wat. Als ik naar mijn foto’s kijk, zie ik dat de goden prominent figureren, zie ik allerlei mythische wezens, zie ik allerlei dieren, zie ik gevechtscènes, zie ik rivierschepen, zie ik spijkerschriftteksten, zie ik leeuwenjachten.

Lees verder “Rolzegel”

Babylon, Assyrisch hoofdpijndossier

De restauratie van Babylon door Esarhaddon (Louvre, Parijs)

Ik schreef onlangs dat Babylon de culturele hoofdstad van het Nabije Oosten bleef. Dat was zo nadat een Hethitische aanval rond 1595 v.Chr. – opnieuw die dateringskwestie – een einde aan het Oud-Babylonische Rijk had gemaakt, dat bleef zo in de slecht gedocumenteerde Kassitische tijd, dat bleef zo toen Elam in het oosten tijdelijk een supermacht was, dat bleef zo toen Mitanni in het noorden belangrijk was, dat bleef zo terwijl de Zeevolken in het westen de boel op stelten zetten, dat bleef zo toen de Assyrische koningen het Nabije Oosten verenigden.

Hoofdpijndossier Babylon

Voor hen was Babylon een hoofdpijndossier. Ze wierpen in de achtste eeuw v.Chr. “het juk van Aššur” over Babylonië en vonden dat ze de culturele hoofdstad netjes moesten behandelen. Vanaf Tiglath-pileser III (r.744-727) lieten ze zich daarom kronen als heersers van zowel Assyrië als Babylonië. Door de stad in een personele unie met hun rijk te verenigen, brachten zij hun respect voor de Babylonische beschaving, instellingen en wetenschap tot uitdrukking. De Babyloniërs kwamen echter in 703 v.Chr. in opstand onder leiding van Marduk-apla-iddin II (de Bijbelse Merodach Baladan), en koning Sanherib plunderde de stad in 689. Dit was een daad van verschrikkelijke goddeloosheid: dit verbrak immers de band die de aarde verbond met de hemel, zoals vorm gegeven in de Etemenankiziggurat, het “huis van het fundament van de hemel op aarde”. Hij deporteerde de bevolking van Babylon richting Nineveh en de culturele hoofdstad stond jarenlang leeg.

Lees verder “Babylon, Assyrisch hoofdpijndossier”

De Dame van Schengen

Reconstructie van de Dame van Schengencultr

Het eerste kwart van de vijfde eeuw v.Chr. markeert in de regio van Lotharingen via de Elzas, Baden-Württemberg en Beieren naar Bohemen de overgang van de Hallstatt– naar de La Tène-tijd. Die laatste archeologische cultuur mag u Keltisch noemen. De eerste ook wel, want de tweede komt er geleidelijk uit voort. Er zijn echter wel verschillen. Het makkelijkst te onthouden is dat de wagens in Hallstatt-graven vier wielen hebben (zoals), terwijl La Tène-wagens er twee hebben. Het zijn echte strijdwagens en de opkomst van La Tène gaat dan ook gepaard met agressieve expansie in alle richtingen. Rome is geplunderd in 387/386 en Delfi een eeuw later, terwijl La Tène-krijgers ook Turkije bereikten. In noordwestelijke richting is de onlangs ontdekte bijzetting bij Heumen een zeer vroeg La Tène-graf. Het duidt op culturele expansie.

Uit die overgangstijd dateert ook een vijftal graven dat in 1995-1998 is gevonden bij Schengen in het uiterste zuidoosten van Luxemburg, tegen de Moezel aan (hier). Wonderlijk genoeg lag het kwintet tussen de Bronstijdgraven, drie eeuwen ouder. Het is echter nog wonderlijker.

Lees verder “De Dame van Schengen”

Een leeuwenjacht uit Uruk

Koninklijke jagers (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Nog maar eens, na die mooie vaas, een plaatje van een leeuwenjacht uit Uruk. Het reliëf met twee jagers is ongeveer even oud als de vaas en gemaakt van zwart graniet. Dat gesteente komt in Mesopotamië nergens voor en moet zijn geïmporteerd uit bijvoorbeeld de omgeving van Natanz in Iran. Het oogt op het eerste gezicht wat primitief, maar let eens op de boogschutter onderaan, die zijn schouders heeft opgetrokken, zoals je doet als je een pijl aanlegt. En kijk eens hoe levensecht die drie leeuwen opspringen.

De vraag wat het voorstelt is misschien verkeerd gesteld. Mensen maken dingen omdat ze die mooi vinden en het hoeft niet per se iets voor te stellen. (Mij persoonlijk stoort het altijd een beetje als een museumgids, uiteraard met de beste bedoelingen, een kunstvoorwerp meteen gaat uitleggen en je niet eerst even tijd laat om het op je te laten inwerken.) Tegelijk: mensen herkennen vormen en maken die na. De vraag wie deze twee jagers zijn, is wel degelijk legitiem. Het is dan opvallend dat hij kapsel heeft en een wat lang gewaad zoals we kennen van vorsten uit deze tijd.

Lees verder “Een leeuwenjacht uit Uruk”