Academische titels

malebolge

De Geschiedenis van rampen, de autobiografie van de Franse geleerde Pierre Abélard (1079-1142), is een van de sleutelteksten uit de geschiedenis van het westerse denken. De auteur moet een onuitstaanbare man zijn geweest: in een klooster waar hij te gast was, maakte hij zich onmogelijk door kritische vragen te stellen bij de historiciteit van de stichter. Al eerder, als leerling aan de kathedraalschool van de Notre Dame in Parijs, had hij het zijn docent Willem van Champeaux (1070-1121) zó moeilijk gemaakt dat deze hem had gezegd dat als de leerling het dan zo goed wist, hij de volgende les maar moest verzorgen.

Lees nog even terug en kijk wat daar feitelijk staat: de docent die accepteert dat zijn student het beter kan weten. Dit zou de kern worden van een nieuw schooltype. De aloude kathedraalschool was nog een plek waar het leergezag in handen was van de kerk. Waarheid was er gebaseerd op de autoriteit van de heilige schrift, van de kerkleraren, van concilies en bisschoppen. Veel, zo niet alles, draaide om autoriteit. En in zo’n school erkende Willem van Champeaux dat een student betere argumenten kon hebben. Dat is groots.

Lees verder “Academische titels”

Chinese zondvloed

Leonard Woolley in Ur. Het vierkante gat onderaan leidt naar wat hij typeerde als het "flood deposit". Dikke lagen klei zijn ook in andere Zuid-Iraakse steden gevonden, maar niet in dezelfde strata. Het gaat dus om verschillende gebeurtenissen.
Leonard Woolley in Ur. Het vierkante gat onderaan leidt naar wat hij typeerde als het “flood deposit”. Dikke lagen klei zijn ook in andere Zuid-Iraakse steden gevonden, maar niet in dezelfde strata. Het gaat dus om verschillende gebeurtenissen.

Onlangs publiceerde De Volkskrant een leuk artikel over een overstroming die, in lang vervlogen tijden, aan de bovenloop van de Gele Rivier zou hebben plaatsgevonden. Een en ander is net gepubliceerd in Science (meer), waarin de onderzoekers tevens claimden bewijs te hebben gevonden voor de mythische watersnoden die, voordat China een echte staat werd, het land zouden hebben geteisterd.

De journalist die erover schreef, Maarten Keulemans, vroeg mij of ik commentaar had en ik heb hem naar eer en geweten verteld dat ik sceptisch was. Dat baseerde ik op een parallel met Mesopotamië, waar archeologen in verschillende steden dikke kleipakketten hebben gevonden die ze strijk en zet uitlegden als bewijs voor het Bijbelverhaal over de zondvloed. Helaas kan dit niet werkelijk zo zijn, aangezien die kleilagen niet zijn afgezet op hetzelfde moment en in elke stad een ander stratum vormen. Als ik een artikel over archeologisch bewijs voor mythische overstromingen aangeleverd zou krijgen voor Ancient History Magazine (neem een abonnement!), zou ik het zeker weigeren. Zo kwam het dat ik in De Volkskrant werd geciteerd als een der sceptici die twijfelden aan de Chinese ontdekking.

Lees verder “Chinese zondvloed”

Informatieverzuiling

spraakverwarring

Ik schreef eergisteren dat ik wat moeite heb met het pessimisme waarin we ons lijken te wentelen. Niet dat ik niet bezorgd zou zijn om het nieuws: de verkiezingen in de Verenigde Staten, aanslagen, de aanhoudende reeks klimaatrecords, de burgeroorlog in Syrië en Irak, de vluchtelingenstroom, de coup en contracoup in Turkije, de ongelijke wijze waarop mensen profiteren van de globalisering en dan vergeet ik nog het een en ander. Een van mijn vrienden, Jehova’s Getuige, herkent de tekenen van de Eindtijd en er zijn momenten waarop ik ernaar neig hem gelijk te geven.

Tegelijkertijd, zo schreef ik dus, zijn wij de rijkste generatie aller tijden en zijn we hoger opgeleid dan ooit – en dat geldt voor Nederland, voor de westerse wereld én wereldwijd. Ik wil daarnaast enig vertrouwen hebben in de meerderheid van de mensen, die probeert in een wonderlijke tijd een beetje menselijk met elkaar om te gaan. Als er één samenleving is die de huidige problemen zou moeten kunnen beheersen, dan is dat de onze.

Lees verder “Informatieverzuiling”

Kwakgeschiedenis: Monaldi en Sorti

Medaille uit Oberaden (Westfälisches Römermuseum, Haltern)
Medaille uit Oberaden (Westfälisches Römermuseum, Haltern)

Een van de boeiendste teksten uit de Oudheid is de Natuurlijke Historie van Plinius de Oudere, een Romeinse bestuurder wiens nieuwsgierigheid slechts werd geëvenaard door zijn leeshonger. Geen boek was zo slecht, vond hij, of er stond wel iets goeds in. De Natuurlijke Historie is een samenvatting van zijn lectuur en biedt een prachtig overzicht van alle antieke kennis. Helaas is die soms ronduit bizar.

Plinius is niet uniek. Alle antieke auteurs bieden een curieus mengsel van ware en onware verhalen. Men had destijds de middelen immers niet om informatie te controleren. Er is dus niets mysterieus aan.

De Italiaanse auteurs Rita Monaldi en Francesci Sorti vinden het wél raadselachtig en opperen in hun roman Mysterium… ja, wat opperen ze eigenlijk? Het wordt niet helemaal duidelijk in de appendix “De verzonnen tijd”. Ze hebben het over vervalste antieke bronnen, suggereren dat de geschiedenis van vele eeuwen is verzonnen, maar noemen die theorie ook weer “gewaagd”. Ze noemen mogelijke daders en motieven, maar eenduidig is het allemaal niet.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Monaldi en Sorti”

Praten over wetenschap

De bovenloop van het Nijmeegse aquaduct op het terrein van Museumpark Orientalis
De bovenloop van het Nijmeegse aquaduct op het terrein van Museumpark Orientalis

Vorige week sprak Ionica Smeets, die u kunt kennen als columniste van De Volkskrant, in Leiden haar inaugurele rede uit als hoogleraar wetenschapscommunicatie. Dat ging niet helemaal onopgemerkt voorbij: De Volkskrant plaatste zaterdag een leuke, veelbesproken samenvatting met zeven lessen. Er was – althans in mijn Twitter-timeline – wat hilariteit over het feit dat die achter een betaalmuur lag maar er is een filmpje:

Om met een persoonlijk bezorgdheid te beginnen: ik was vooral blij dat Smeets opmerkte dat foute voorlichting vaak begint met wetenschappers die overdrijven. Van de oudheidkundige persberichten heb ik het een jaar of wat geleden eens geturfd: twee vijfde bevatte fouten die de wetenschappers moesten hebben herkend. Altijd weer overdrijving, altijd weer onvoldoende onderbouwde claims. Dit geschreeuw is sowieso vreemd maar wordt helemaal curieus als je bedenkt dat het belang van de humaniora is dat je je eigen gelijk leert relativeren. In de humaniora gaat het om de mitsen en de maren.

Lees verder “Praten over wetenschap”

Positivismes

dirkjan

Kees Huyser, die in het dagelijks leven mensen uitlegt wat de wetenschappers van het NIKHEF zoal doen met subatomaire deeltjes, plaagde zijn archeologische vrienden vanmorgen door ze dit plaatje te sturen. Stripfiguur Dirk-Jan biedt een nogal fantasierijke archeologische interpretatie.

Was het maar een grapje! Hieronder een afbeelding uit een publicatie van de Italiaanse archeoloog Andrea Carandini, die opgravingen doet op een van de meest prestigieuze locaties ter wereld: het stadscentrum van Rome. Het grijze deel op het plaatje geeft aan wat hij op de rand van het Forum Romanum en de Palatijn heeft opgegraven: zware en minder zware paalgaten. Er valt weinig van te maken. Aannemend – aannemend dus – dat het een stadswal is, kan die bijvoorbeeld ook naar voren hebben doorgelopen (op het plaatje: naar beneden).

carandini-poort

Lees verder “Positivismes”

Oudheidkundige prietpraat, aflevering zoveel

Col du Montgenèvre
Col du Montgenèvre

Een bericht in verschillende media: wetenschappers zouden hebben vastgesteld dat Hannibal de Alpen zou zijn overgestoken over de Col de la Traversette. Dat weten die wetenschappers doordat daarboven een grote hoeveelheid mest is aangetroffen die met de koolstofmethode precies kan worden gedateerd in de tijd van Hannibal. In die mest zijn bovendien sporen gevonden van een microbe die ook voorkomt in paardenmest.

Het persbericht maakte meteen wantrouwend. Het vermeldde immers als oudheidkundig onderzoek de publicaties van Gavin De Beer, die lang geleden weliswaar heeft geconcludeerd dat Hannibal de Col de la Traversette heeft gebruikt, maar wiens onderzoek geldt als achterhaald sinds eind jaren zeventig de hoogte van de antieke sneeuwgrens bekend werd. Als Hannibal opgemelde Alpenpas zou hebben gebruikt, zou hij 800 meter boven de toenmalige sneeuwgrens zijn geweest – en dat is zelfs voor moderne legers moeilijk. Er is daarom sinds de late jaren zeventig geen discussie over dit onderwerp meer geweest, omdat na de ontdekking van de sneeuwgrens de enige denkbare mogelijkheid de Col du Montgenevre was. U leest er hier meer over.

Lees verder “Oudheidkundige prietpraat, aflevering zoveel”