De Antichrist

De paus als Antichrist: wie de munt omdraait, ziet de duivel (Teylers Museum, Haarlem)

Ergens achterin uw bijbel vindt u de drie brieven van Johannes. Ze heten zo omdat ze enkele opvallende motieven delen met het Evangelie van Johannes, zoals de tegenstelling tussen licht en donker. Ook het thema van de proloog van het vierde evangelie, dat god mens is geworden, is aanwezig in de drie brieven. Wie ze heeft geschreven, is overigens onduidelijk. Er zijn stilistische verschillen tussen de evangelist en de auteur van de drie brieven, die zich ook niet identificeert als de evangelist. In plaats daarvan noemt hij zichzelf πρεσβύτερος, “oudste”.

De jodendommen van de eerste christenen

Ongeacht het auteurschap hebben we te maken met de literatuur van een aparte groep. Onder degenen die Jezus vereerden waren immers verschillende stromingen, afhankelijk van de achtergrond van de gelovigen. Zo waren er farizeeën als Paulus die Jezus erkenden als messias, waren er joden die Jezus beschouwden vanuit priesterlijk perspectief en hebben Jezus’ familieleden weleens naar de henochitische literatuur gekeken. Het dualisme van het Johannesevangelie lijkt op dat van de sekte van de Dode-Zee-rollen.

Lees verder “De Antichrist”

“De wetteloze mens”

Pompeius (Museo Nazionale, Rome)

Een opvallend trekje van de joodse literatuur is het gebruik van bijnamen. In de Dode-Zee-rollen is bijvoorbeeld sprake van een Leraar der Gerechtigheid. Die heeft het aan de stok met een Leugenspuier en een Goddeloze Priester. De auteur die bekendstaat als Trito-Jesaja introduceert een Lijdende Dienstknecht, Daniël voorspelt een Gruwel der Verwoesting en de evangelist Johannes belooft de komst van een Pleitbezorger. De oorspronkelijke toehoorders wisten wel naar wie (of wat) werd verwezen; wij kunnen er hooguit een slag naar slaan.

De vaagheid verhoogde natuurlijk de toepasbaarheid van zo’n tekst. De Gruwel der Verwoesting kan Antiochos IV Epifanes zijn, die de tempel in Jeruzalem betrad en ontheiligde, maar de uitdrukking is op talloze manieren geïnterpreteerd. De Pleitbezorger is wel uitgelegd als Jezus zelf, als de Heilige Geest en als de profeet Mani. Rabbijnen zien in de Lijdende Dienstknecht een verwijzing naar het volk van Israël, christenen herkennen er de messias in. Zonder cynisch te willen zien: de multi-interpretabiliteit van zulke teksten vergrootte de kans dat een toekomstige generatie er iets relevants in herkende, maakte dat men ze diepzinnig vond en droeg bij aan hun status als heilige literatuur.

Lees verder ““De wetteloze mens””

Saladin in meervoud

De hoorns van Hattin, waar Saladin de Kruisvaarders versloeg

In juli 1187 versloeg de Koerdische leider Saladin, sultan van Egypte en Syrië, het leger van het Kruisvaarderskoninkrijk Jeruzalem. Kort na de Slag bij Hattin nam hij ook Jeruzalem in en nog een handvol andere steden. Hij wist echter de havens van het Heilig Land niet blijvend te veroveren, zodat een christelijk tegenoffensief mogelijk werd: de Derde Kruistocht, waaraan onder andere Richard Leeuwenhart deelnam. Die slaagde er weliswaar nog niet in Jeruzalem te heroveren maar wist de christelijke posities voldoende te versterken om de Kruisvaarders in staat te stellen de klus in 1229 alsnog af te maken.

In de islamitisch wereld kreeg Saladin een slechte naam. De soennieten beschouwden Hattin als een overwinning waarvan de winst uiteindelijk werd verspeeld, de sjiitische moslims herinnerden zich vooral dat Saladin de sjiitische Fatimidendynastie had beëindigd. In het westen was Saladins reputatie vanzelfsprekend ook niet al te best. In de Carmina Burana worden de gebeurtenissen beschreven in apocalyptische termen, met Saladin als aanvoerder van ruim twee dozijn met naam en toenaam vermelde vreemde volken.

Lees verder “Saladin in meervoud”

Hattin

De hoorns van Hattin, waar Saladin de Kruisvaarders versloeg

Elk jaar reizen duizenden toeristen in Israël van Sepforis naar Tiberias, dwars door Galilea. Vanuit de busramen zien ze eerst de slagvelden van Toetmoses III, Debora en Barak, Napoleon en Allenby, alvorens aan te komen bij Golani Junction, dat is vernoemd naar een Joodse brigade die hier actief was in 1948. Van een afstandje zien de toeristen dan de Hoorns van Hattin, waar in juli 1187 de Koerdische sultan Saladin het leger vernietigde van het Kruisvaarderskoninkrijk Jeruzalem.

Deze veldslag vormt slechts een van de onderwerpen in Hattin, het korte boek van de Britse medievist John France over de Kruistochten. Het kan alleen worden getypeerd als een krachttoer: ik was verbaasd hoeveel informatie een schrijver in 168 pagina’s kan persen. Zo noemt France de etnische spanningen binnen de Fatimidische legers, een onderwerp dat weinig met het eigenlijke betoog heeft te maken maar dat de lezer desondanks niet stoort. Ondanks de hoge informatiedichtheid blijft Frances boek prettig leesbaar.

Lees verder “Hattin”

Akelige apocalyptiek

Het Laatste Oordeel (Onbekende Hollandse meester, Musée communal de Nivelles)

De katholieke kerk vierde gisteren Sint-Maarten en daarom wilde ik gisteren mijn wekelijkse Sargasso-column wijden aan de Romeinse soldaat die ooit zijn kostbare mantel in tweeën sneed om een arme sloeber te kleden, later het kloosterleven in West-Europa introduceerde en als bisschop van Tours opvallend sober leefde. Ik zou hebben verteld hoe hij, toen een ketter door een reeks juridische dwalingen ter dood dreigde te worden veroordeeld, een Romeinse keizer inpeperde dat deze maar een gewone gelovige was en niet boven de wet stond. Zo gaf Martinus van Tours een voorbeeld aan Ambrosius van Milaan, die enkele jaren later een andere keizer diets maakte dat het feit dat hij een geweldsmonopolie had, nog niet wilde zeggen dat hij onbeperkt zijn gewelddadige gang mocht gaan.

Dat ik die column niet schrijf, is de schuld van oud-president Bush Jr. Aanstaande donderdag spreekt hij op het fondsenwerfdiner van de Messianic Jewish Bible Institute, een instelling die opkomt voor de ‘messiasbelijdende joden’. Omdat die soms worden gediscrimineerd, is het aardig dat Bush het voor ze opneemt.

Lees verder “Akelige apocalyptiek”

Testimonia uit Qumran

Een van de Dode-Zee-rollen: 4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

Na het stukje dat ik gisteren wijdde aan de expositie over de Dode Zee-rollen in het Drents Museum kon het natuurlijk niet uitblijven dat ik zou schrijven over een van die perkamentfragmenten. Helaas is zowel in “The Shrine of the Book” in Jeruzalem als op de tentoonstelling in Assen fotografie uitdrukkelijk verboden. Meestal is zo’n verbod onzinnig omdat de makers van antieke voorwerpen al een tijdje dood zijn en hun rechten dus zijn verlopen, maar voor één keer valt er iets voor zo’n verbod te zeggen. Zeker, bezoekers begrijpen best dat het licht van een flitser te energierijk en de kans op schade te groot is, maar niet iedereen weet hoe z’n camera werkt. Je zou eens moeten weten hoe vaak suppoosten mensen moeten helpen die niet weten hoe ze de flitser van hun nieuwe camera uitkrijgen.

In het oude Archeologische Museum van Amman was men echter niet zo terughoudend, en zo heb ik toch wel een paar foto’s van Dode Zee-teksten, die in dat museum zijn terechtgekomen omdat het gebied waarin Qumran ligt, tot 1967 werd bestuurd door Jordanië. De snipper hierboven lag er destijds redelijk in het volle licht, en je kunt op de foto de schaduw van de vitrine goed herkennen. Het stukje perkament is een paar centimeter kleiner dan een A4tje. Onderzoekers kunnen aan de lettervormen zien dat het moet zijn geschreven aan het begin van de eerste eeuw v.Chr.

Lees verder “Testimonia uit Qumran”