Vragen rond de jaarwisseling (3)

Een van de onderstaande vragen gaat over de vegetatieloze Atheense Akropolis

Net als vorig jaar gebruik ik de laatste blogjes van 2023 om uw vragen te beantwoorden. Gisteren behandelde ik vragen over de oude talen. Vandaag behandel ik acht andere vragen. Hier zijn de eerste vijf.

Was de Akropolis in Athene in de Oudheid ook de boomloze steenvlakte die hij nu schijnt te zijn?

Deze vraag legde ik voor aan Eric Moormann, die onlangs samen met Janric van Rookhuijzen een boek publiceerde over de Akropolis: De Akropolis van Athene. Geschiedenis van een mythisch icoon. Moormann bevestigde het: waarschijnlijk was er ook destijds al weinig vegetatie. Er is de beroemde put uit de Bronstijd om water op de berg te krijgen.

En er is natuurlijk een beroemde anekdote, te vinden bij Herodotos, dat de olijfboom die de godin Athena ooit aan haar stad had geschonken, niet kapot te krijgen was: de dag nadat de stad was geplunderd en de boom verbrand, was er alweer een nieuwe scheut.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (3)” →

Het Erechtheion (3): Karyatiden

De Karyatiden in de zuidportiek van het Erechtheion

De gebouwen op de Akropolis verheerlijken Athene en zijn rol in de strijd tegen de Perzen. De metopen aan de zuidkant van het Parthenon, bijvoorbeeld, tonen de strijd tussen de Lapithen (de edele inwoners van Thessalië) en de woeste kentauren (half mens, half paard). Dit tafereel, een zogeheten kentauromachie, keert veelvuldig terug in de Griekse kunst. Wie tussen de regels doorleest, ziet dat de Atheners zich vereenzelvigden met de Lapithen en de barbaarse Perzen met de kentauren.

De Karyatiden

Ook het Erechtheion, dat ik in het vorige stukje beschreef, is niet vrij van zulke propaganda. Ze komt tot uitdrukking in de Karyatiden. De Romeinse architect Vitruvius, die in de eerste eeuw v.Chr. een uitvoerige verhandeling schreef over Romeinse en Griekse bouwkunst, geeft tekst en uitleg over deze jongedames. Volgens hem zouden de Karyanen – bewoners van Karyae, een stad op de Peloponnesos – de kant van de Perzen hebben gekozen tijdens de Grieks-Perzische Oorlogen. Als straf voor dit verraad werd de stad, na de Griekse zege, ingenomen en verwoest, werden de mannen gedood en werden de vrouwen meegenomen als slaaf. De eeuwige last die op het hoofd van de Karyatiden rust, staat symbool voor deze straf (Handboek Bouwkunde 1.1.5).

Lees verder “Het Erechtheion (3): Karyatiden” →

Het Erechtheion (2): het gebouw

Het Erechtheion met een olijfboom

Het vorige stukje eindigde met de constatering dat het Erechtheion de locatie is van enkele Atheense mythen. Daardoor heeft het gebouw niet alleen een bijzonder plattegrond maar zijn er ook hoogteverschillen (tot wel drie meter) tussen de verschillende muren. Het gebouw staat namelijk op de noordelijke helling van de Akropolis.

Het complex kan opgesplitst worden in vier ruimtes:

  • Het hoofdgebouw
  • De noordportiek
  • De zuidportiek
  • Het Pandroseion

Lees verder “Het Erechtheion (2): het gebouw” →

Het Erechtheion (1): de mythen

Het Erechtheion

Bij een bezoek aan Athene valt de Akropolis niet te vermijden. Het witte pad naar de top van deze tafelberg leidt naar de imposante Propyleeën met daarnaast de lieftallige tempel van Nikè. Eenmaal door de toegangspoort, wordt het oog meteen getrokken door het befaamde – en inmiddels niet langer onbediscussieerde – Parthenon, de immense tempel van de godin Athena. Mijn persoonlijke voorkeur gaat echter uit naar het architectonische hoogstandje links van het Parthenon: het Erechtheion.

Koning Erechtheus

Alvorens daarover te vertellen, moeten eerst twee Griekse sagen nader worden toegelicht, om zo het gebouw en zijn betekenis beter te begrijpen. Om te beginnen het verhaal van Erechtheus. Deze legendarische koning van Athene, naar wie het Erechtheion is vernoemd, was het resultaat van de mislukte avances van Hefaistos aan het adres van Athena.

Lees verder “Het Erechtheion (1): de mythen” →

M4 | De Korinthische Bond

De Korinthische Bond vergaderde vermoedelijk in de tempel van Poseidon op de istmus van Korinthe.

Zoals in het vorige stukje verteld, had koning Filippos II van Macedonië aan het Perinthos-incident de conclusie verbonden dat hij Perzië moest aanvallen, had hij zijn Griekse achtertuin op orde gebracht in de slag bij Chaironeia en was hij op weg naar Sparta toen hij vernam dat in het Perzische Rijk burgeroorlog was uitgebroken na de dood van Artaxerxes III Ochos. Filippos realiseerde zich dat het enige tijd zou duren voordat Artaxerxes IV Arses zijn macht zou hebben gevestigd, en begreep dat een grootschalige en afschrikwekkende strooptocht in Azië zelden zo eenvoudig was geweest. Het noopte hem echter ook om sneller dan voorzien een regeling te treffen voor de Griekse stadstaten.

Garnizoenen en diplomatie

Hij legerde garnizoenen in Thebe, dat gestraft moest worden voor de oorlogsverklaring, en in Korinthe, dat de toegang bewaakte tot de Peloponnesos. Kroonprins Alexander ging met de machtige hoveling Antipatros naar Athene. Die stad had de oorlog willen voortzetten maar kreeg een vredesaanbod dat het niet kon afslaan: de ambassadeurs eisten slechts dat de verslagen vijand zijn bondgenootschap ontbond. Aangezien de meeste bondgenoten zich toch al weinig aantrokken van Athene, was dit een geringe concessie. Zelfs de eilanden Lemnos en Samos, waarvan de Atheners de oorspronkelijke bewoners hadden verdreven om plaats te maken voor kolonisten, mochten Atheens blijven.

Lees verder “M4 | De Korinthische Bond” →

M3 | Filippos II en Alexander

Het slagveld bij Chaironeia, waar Filippos II afrekende met de Grieken. Achteraan de Parnassos.

Alexander, die later de bijnaam De Grote zou krijgen, maakte zijn debuut in de geschiedenis in het najaar van 341 v.Chr.: zijn vader Filippos II benoemde hem tot regent over Macedonië terwijl de koning zelf ten strijde trok. Hoe de benoeming verliep, weten we niet, maar we mogen speculeren dat Alexander een zegelring kreeg overhandigd. Er zullen getuigen zijn geweest: misschien generaal Parmenion, na Filippos de machtigste man in Macedonië, en wellicht ook Antipatros, die bij eerdere gelegenheden regent was geweest. Hun aanwezigheid was belangrijk omdat ze zich daarmee committeerden aan de kroonprins. Als Filippos II iets zou overkomen, kon Alexander bij zijn troonsbestijging rekenen op de steun van twee machtige families.

Het Perinthos-incident

Zelf trok Filippos naar de Zee van Marmara, waar hij hoopte Perinthos in te nemen. Ik heb al eerder verteld dat het anders liep. De Perzische koning Artaxerxes III Ochos beschouwde de Macedonische aanval op de havenstad als inmenging in de Perzische vitale belangen en greep in. In het voorjaar van 340 v.Chr. stuurden de Perzen niet minder dan drie legers naar Europa. Zoiets was sinds de dagen van Xerxes niet meer gebeurd.

Lees verder “M3 | Filippos II en Alexander” →

Achaimenidisch Perzië (3)

Het graf van Darius de Grote in Naqš-e Rustam diende als voorbeeld voor de graven van alle andere koningen van Achaimenidisch Perzië.

[Derde van zes blogs over Achaimenidisch Perzië, dat tussen het midden van de zesde eeuw v.Chr. en 330 heel het Nabije Oosten verenigde. Het eerste deel is hier.]

Ondanks de voorkeur die Achaimenidisch Perzië had voor zo geweldloos mogelijke oorlogen, is de geschiedenis van het wereldrijk gewelddadig genoeg. Onze voornaamste bron voor het ontstaan van het imperium is Herodotos, en hoewel deze niet altijd een even duidelijk onderscheid maakt tussen historische waarheid en stichtingssage, weten we uit oud-oosterse teksten voldoende om te kunnen zeggen dat de hoofdlijn van zijn relaas klopt.

Rassembleurs des terres

De stichter van het Perzische Rijk was koning Cyrus, die tussen 559 en 530 het Iraanse cultuurgebied verenigde, Lydië in West-Turkije veroverde en zich meester maakte van het Babylonische Rijk, dat ruwweg bestond uit het huidige Irak, Syrië, Libanon en Israël/Palestina. Cyrus werd opgevolgd door zijn zoon Kambyses, die in 525 Egypte veroverde en drie jaar later stierf.

De nieuwe koning was (na een complexe burgeroorlog) Darius I de Grote, eveneens een lid van het huis van Cyrus, de dynastie der Achaimeniden. Hij breidde het rijk uit door campagnes tot in Libië, Oekraïne en Pakistan. Toen hij in 486 stierf, had het imperium zijn grootste omvang bereikt. Dat is gesymboliseerd op het grafreliëf van deze vorst in Naqš-e Rustam bij Persepolis: Darius zit op een troon die wordt gedragen door achtentwintig representanten van onderworpen volken. In het grafschrift staat te lezen:

Lees verder “Achaimenidisch Perzië (3)” →

Ilja Pfeijffer, Alkibiades (4)

Ostrakon met de naam “Alkibiades, zoon van Kleinias” (Agoramuseum, Athene)

Kees Alders bespreekt hier in vier delen het deze zomer verschenen boek Alkibiades, door Ilja Leonard Pfeijffer. Het eerste deel is hier. 

Lessen voor democraten

Het blijft niet bij het vinden van parallellen alleen. Pfeijffer geeft ons in Alkibiades uiteindelijk een aantal niet mis te verstane lessen mee over het wezen en de gevaren van en voor de democratie, maar met daarnaast ook impliciet een aantal suggesties voor hoe daarmee om te gaan.

Een belangrijke les die vooral duidelijk uit de tekst spreekt: een publiek dat oordeelt in de hitte van het moment en op basis van onvoldoende en eenzijdig gepresenteerde feiten is geen goede, rechtvaardige en verstandige rechter. En al helemaal kan zo een publiek geen verstandig oordeel vormen over een rechter en zijn beslissingen. Het volk van Athene neemt in de tekst opgehitst en geëmotioneerd dan ook de ene stomme beslissing na de andere.

Lees verder “Ilja Pfeijffer, Alkibiades (4)” →

Ilja Pfeijffer, Alkibiades (3)

Romeins mozaïek met een portret van Alkibiades (Museum van Sparta)

Kees Alders bespreekt hier in vier delen het deze zomer verschenen boek Alkibiades, door Ilja Leonard Pfeijffer. Het eerste deel is hier. 

Falen

Alkibiades van Pfeijffer staat vol gepoch over de grootsheid van mannelijke daden, maar uiteindelijk gaat het over falen. De hoofdpersoon faalt door zijn vermetelheid en arrogantie continu om zijn eigen stad naar glorie en roem te leiden. Bovendien faalt hij als vader, en feitelijk zelfs als minnaar: hij verliest zijn eerste geliefde aan de dood, zijn tweede geliefde blijft onbereikbaar omdat hij zich laat strikken voor een seksueel avontuurtje dat hem met name schade berokkent, en hij sterft te vroeg om zijn laatste geliefde en dochter op het cruciale moment te kunnen beschermen.

Ondertussen faalt Sokrates om de jeugd op te voeden tot werkelijk grootse daden en verprutst hij zijn eigen proces. Perikles faalt er uiteindelijk in zijn stad, zijn familie en zichzelf te beschermen tegen onheil en ellende, welke indirect lijken te zijn veroorzaakt door zijn ambitie. Het volk van Athene gooit continu zijn eigen glazen in door zich te laten leiden door populisten die schreeuwend vanaf de zijlijn het volk ophitsen de ene na de andere getalenteerde generaal op te knopen als zondebok voor een tegenvaller, en zich zo van elk talent en hoop te ontdoen.

Lees verder “Ilja Pfeijffer, Alkibiades (3)” →

Ilja Pfeijffer, Alkibiades (2)

Alkibiades (Capitolijnse Musea, Rome)

Kees Alders bespreekt hier in vier delen het deze zomer verschenen boek Alkibiades, door Ilja Leonard Pfeijffer. Het eerste deel is hier. 

Wat mij tijdens het lezen van Alkibiades eens te meer te binnen schoot: Pfeijffer is een schrijver waar je je enorm aan zou kunnen ergeren als hij die spot en zelfspot zou missen, of wanneer je ze als lezer niet opvangt. Hij krijgt nogal eens het verwijt naar zijn hoofd een poseur te zijn wie het succes flink naar het hoofd gestegen is, en dat dit af zou doen aan de kwaliteit van zijn werk.

Wat dat betreft lijkt Pfeiffer ergens op Harry Mulisch, die vooral aan het eind van zijn leven zijn eigendunk volledig gecultiveerd had tot een naar mijn overtuiging bewust belachelijk karikatuur, terwijl de relatieve toegankelijkheid van zijn latere werken te vaak werd geïnterpreteerd als oppervlakkigheid. Wat dat betreft is het opvallend dat Pfeijffer in meerdere interviews Mulisch noemde als ‘de meest overschatte schrijver’.

Lees verder “Ilja Pfeijffer, Alkibiades (2)” →