Een Perzische ruiter verslaat een Griekse soldaat (Staatliche Münzsammlung, München)
In het vorige blogje introduceerde ik de Griekse geschiedschrijver Ktesias, en vertelde ik dat aan zijn betrouwbaarheid sterk wordt getwijfeld. Dat heb ik niet echt toegelicht, dus ik bied nu een becommentarieerd overzicht van zijn Geschiedenis van de Perzen.
Assyrië, Babylonië en Medië
Dat werk begint met drie boeken over de geschiedenis van wat Ktesias aanduidt als Assyrië. En daarmee verraadt hij dat hij staat op de schouders van de door hem bekritiseerde Herodotos van Halikarnassos, die met deze naam verwijst naar zowel Assyrië als Babylonië. De verklaring kan alleen maar zijn dat beide voormalige koninkrijken in Achaimenidisch Perzië behoorden tot dezelfde bestuurseenheid, maar het is absurd om het terug te projecteren op de eerdere geschiedenis. Ktesias volgt Herodotos in zijn vergissing, en wat hij presenteert als geschiedenis is grotendeels legendarisch.
In het vorige blogje vertelde ik over het ontstaan, de bloei en de ondergang van het IJzertijdkoninkrijk Lydië. Rond het midden van de zesde eeuw had de Perzische koning Cyrus de Grote het onderworpen. De eerste door hem aangewezen gouverneur werd geconfronteerd met een opstand, die echter werd onderdrukt. Vanaf nu was Lydië een Perzische satrapie, wat een duur woord is voor een grote provincie. Misschien moeten we de gouverneurs, de satrapen, wel aanduiden als onderkoningen. De nieuwe heersers verbeterden de zogeheten Koninklijke Weg die Sardes en Gordion verbond met de hoofdsteden van het Perzische Rijk: Sousa, Persepolis en Pasargadai.
Oroitos
De generaal die de Lydische opstand onderdrukte, een zeker Harpagos, lijkt vrij lang over het westen van Anatolie geregeerd te hebben. Nog lang daarna claimde een lokale dynastie in Lycië, het zuidwesten van het huidige Turkije, van Harpagos af te stammen. Zulke claims zijn weleens waar gebleken. Wat de waarheid ook zij, toen Cyrus in 530 v.Chr. overleed, was de hoogste bestuurde in Lydië een satraap genaamd Oroitos.
Elite-soldaten uit Achaimenidisch Perzië in uitgaanstenue (Louvre, Parijs)
[Vierde van zes blogs over Achaimenidisch Perzië, dat tussen het midden van de zesde eeuw v.Chr. en 330 heel het Nabije Oosten verenigde. Het eerste deel is hier.]
Tijdens de regering van Artaxerxes I bereikte de agressie van de Atheners een hoogtepunt. Zij behandelden hun bondgenoten inmiddels als onderdanen, maar konden de andere Grieken alleen geloofwaardig beheersen als ze af en toe oorlog voerden tegen de Perzen. Nu en dan vielen ze daarom havens in het imperium aan. Artaxerxes I ging een stap verder dan Xerxes. De Perzen moesten de Yauna verdeeld houden – welnu, verdeeldheid viel te zaaien. Uit de kluizen van Persepolis betaalde de grote koning goud en zilver aan Sparta, een Griekse stadstaat die op voet van oorlog verkeerde met Athene. Toen ook de Griekse stad Thebe zich aansloot bij de coalitie, begrepen de Atheners dat ze hun hand overspeelden en in 449 zegden ze Artaxerxes toe niet te zullen interveniëren in zijn invloedssfeer.
Verdeel en heers
Hoewel de Griekse bronnen anders suggereren, was Perzië heer en meester van de wereld. Toen Athene zich niet aan de gemaakte afspraak hield en in 414 steun verleende aan een opstandeling in het Perzische rijk, Amorges, begon koning Darius II opnieuw subsidies te betalen aan de Spartanen, die daarop de Atheners versloegen, hun stad in 404 innamen en een einde maakten aan de anti-Perzische politiek.
De Perzen ontdekten echter al snel dat de westelijke barbaren onverbeterlijk waren: Athene mocht dan zijn verslagen, nu begon Sparta het imperium te bestoken. Eerst leverde het staatje huurlingen – Xenofon was een van hen – aan de Perzische rebel Cyrus, daarna deden de Spartanen openlijk een inval in Achaimenidisch Perzië. De grote koning zegde daarop steun toe aan de Atheners, en toen die groep Yauna weer te machtig werd, hevelde hij de subsidie weer over naar Sparta.
Het graf van Alkias van Fokis (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)
In de reeks over het handboek waarover ik regelmatig blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, kom ik aan bij de reeks conflicten die samen bekendstaan als de Peloponnesische Oorlog. Ik heb er al vaker over geschreven. Mijn samenvatting zal kort zijn. Over een half uur diep ik het uit.
De Archidamische Oorlog (431-421)
Athene en Sparta waren al eerder ten strijde getrokken, van 460 tot 445. Dat was geëindigd met een verdrag dat bekendstaat als de Dertigjarige Vrede. Die begon echter al na een decennium te rafelen, toen de Atheners zich in de invloedssfeer van Korinthe mengden. Eén conflict betrof de stad Poteidaia, een ander de relatie tot Korfu. Ik blogde erover. Sparta koos uiteindelijk partij voor Korinthe en eiste dat Athene zijn bondgenootschap ontbond. Athene weigerde en de oorlog kwam.
De Archidamische Oorlog duurde van 431 tot 421 v.Chr. Sparta slaagde er niet in zijn oorlogsdoelen te bereiken en we kunnen dus zeggen dat Athene, dat zijn imperium niet hoefde ontbinden, de oorlog won. Vrede was het echter niet.
De voornaamste reden om je met het verleden bezig te houden is dat interessant is. Of mooi. Of op een andere manier aangenaam. Ik geloof niet dat daarmee iets verkeerd is, net zoals er niets verkeerd is als iemand zou genieten van een wandeling in de Haarlemmerhout, het eten van een plak cake, het lezen van een roman of het zien van een film. Het wordt iets anders als je gemeenschapsgeld aanneemt voor zulk genot, want dan eist de gemeenschap een wederdienst. Daarom hebben wetenschappers allerlei redenen geformuleerd waarom ze gefinancierd moeten worden. Je zou van het verleden bijvoorbeeld kunnen leren.
Gelogen is het niet. Problematisch is het wel en dan bedoel ik niet dat de inzichten doorgaans achter betaalmuren verdwijnen en niet worden overgedragen. Gebeurtenissen zijn uniek en vergelijkingen tussen toen en nu zijn daardoor lastig. Je kunt niet zomaar de crisisrespons van de oude Atheners op de tyfusepidemie vergelijken met onze reactie op corona: om te beginnen omdat je alleen kunt herkennen wat je uit je eigen tijd kent (een kentheoretisch obstakel), maar ook omdat de realiteiten destijds te anders waren om zomaar te vergelijken (een ontologisch obstakel). Men wist destijds immers minder, had minder mogelijkheden en had andere aannames over de waarde van een mensenleven. Vandaar dat je moet weten wat je vergelijken kunt en wat niet. Ik heb al eens verwezen naar de vergelijkingstheorie. Wie die negeert is gedoemd tot onwetenschappelijkheid, wat overigens niet verboden is. Zo’n vergelijking kan nog altijd zin geven aan de complexe werkelijkheid van vandaag en daarom didactisch nut hebben.
Zegelafdruk: Xerxes verslaat een Griekse hopliet (Metropolitan Museum of Art, New York)
[Dit is het derde deel van een artikel over de archeologie van Iran; het eerste is hier.]
De zoon van Darius was Xerxes, die beroemd is geworden om zijn vergeefse veldtocht naar Griekenland. In de westerse geschiedenisboekjes staat vermeld dat de Grieken die oorlog wonnen, maar het is niet aannemelijk dat men er ook in Iran zo tegenaan heeft gekeken: ze hadden Athene veranderd in een rokende puinhoop en de Grieken hadden hun lesje geleerd. Ooit hadden de Atheners zich in de Perzische interne aangelegenheden gemengd en dat lieten ze -met de jaren rond 465, 420 en 395 als uitzondering- de komende anderhalve eeuw wel uit hun hoofd. Een zuiver-Grieks standbeeld in het Nationaal Archeologisch Museum van Teheran illustreert Xerxes’ overwinning – het is namelijk gemaakt van Atheens marmer, maar opgegraven in Persepolis.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.