Vragen rond de jaarwisseling (3)

Reconstructie van het gezicht van Sensaos (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik nodigde u onlangs uit om vragen te stellen voor het lijstje “Vragen rond de jaarwisseling” van 2024. De eerste zes vragen beantwoordde ik hier, de volgende zes daar, en hier zijn er nog eens zes.

13. Hoe gradueel ging het klassieke Latijn als voertaal uit West-Europa over in de Romaanse talen?

Voor zover ik weet ligt er een probleem met onze data: we hebben alleen geschreven teksten. Uiteraard bevatten die regelmatig opmerkingen over de spreektaal, maar de schrijftaal kennen we wel beter dan de dagelijkse omgangstaal. Het klassieke Latijn en het klassieke Grieks bleven lang in gebruik omdat dit de talen waren waarmee de elites met elkaar communiceerden. Ze hadden een positie die vergelijkbaar is met het hedendaagse standaard-Arabisch.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (3)”

Matteüs, Lukas en de parallax

Eén oog van de parallax: de wijzen uit het oosten bij Herodes (Chora-kerk, Istanbul)

Waar is Jezus geboren? In Bethlehem, zoals twee evangelisten zeggen, of ergens anders? Dit is een bekende historische puzzel, die leert hoe je uit twee betwijfelbare bronnen een betrouwbare conclusie kunt trekken, ongeveer zoals de parallax, de verschuiving tussen de eenzijdige beelden die je twee ogen opvangen, je helpt om diepte te zien.

Twee bronnen

Wat zeggen de bronnen? Er zijn twee evangelisten die de geboorte van Jezus beschrijven. Matteüs vertelt dat Jezus geboren werd in Bethlehem, maar met zijn ouders moest vluchten voor Herodes, die had gehoord over een nieuwe koning.noot Matteüs 2.1-23. Ze trokken naar Egypte, terwijl Herodes alle jongetjes van twee jaar en jonger liet ombrengen. Later, na de dood van Herodes, keerden Jezus’ ouders terug naar Israël, maar vestigden ze zich voor de zekerheid niet in Bethlehem, maar in Nazaret, in het noorden.

Lees verder “Matteüs, Lukas en de parallax”

De Europese canon (16-20)

Vroege kaart van Amerika

In de alweer vijfde aflevering in de reeks over de Europese canon gaan we kijken naar de overgang van Middeleeuwen naar Nieuwe Tijd.

De Grote Ontdekkingen

Periode: Vanaf 1419

Vanaf 1419 organiseerden de Portugezen systematische verkenningstochten langs de westelijke kust van Afrika. Die werden steeds ambitieuzer. Bartolomeu Dias passeerde in 1488 Kaap de Goede Hoop, Vasco da Gama bereikte in 1497 India. In de tussentijd was Columbus namens de reyes católicos de Atlantische Oceaan overgestoken. Rond 1500 begonnen de Europeane nte begrijpen dat Columbus niet in India was aangekomen, zoals hij dacht, maar een nieuwe wereld had ontdekt.

Lees verder “De Europese canon (16-20)”

Seneca en Paulus

Paulus (Crypta Balbi, Rome)

De filosoof Seneca (ca. 1-65 na Chr.) en de apostel Paulus (ca. 10- ca. 64 na Chr.) leefden in dezelfde tijd en waren volgens de overlevering ook tegelijkertijd in Rome. Volgens de Handelingen van de Apostelen werd Paulus in het jaar 58 gevangengenomen en naar Rome gebracht, waar hij in het jaar 59 aankwam. In Rome zou hij, volgens Handelingen 28.30, enkele jaren vrij hebben rondgetrokken en gepredikt. Hiermee eindigt het boek Handelingen. Volgens de overlevering zou Paulus uiterlijk tijdens Nero’s christenvervolging (64) zijn gestorven. Seneca was de leraar van keizer Nero en stierf ook onder zijn bewind. Wat zou natuurlijker zijn dan dat deze twee grote mannen elkaar ontmoetten en brieven uitwisselden?

Briefwisseling

Inderdaad bestaat er een kleine correspondentie tussen de twee, die ook in veel handschriften van Seneca bewaard is gebleven. Lange tijd werd aangenomen dat deze brieven echt waren en dat Seneca dus in direct contact stond met het christendom. Zijn stoïcijnse filosofie leek ook goed te passen bij de christelijke levensvisie. De inhoud van deze brieven is echter zeer mager; het zijn niet meer dan vriendschapsverklaringen. Je zou eigenlijk meer verwachten, als deze twee mannen ideeën uitwisselen. Van beiden zijn immers veel substantiëlere brieven bewaard gebleven.

Lees verder “Seneca en Paulus”

Erasmus en Luther

Erasmus (Nationaal Archief, Den Haag)

De tweede gekozen episode, nou ja een fase die jaren duurt, is de botsing tussen Erasmus en Luther. Een botsing die als ultieme consequentie had dat beider geschriften op de pauselijke index kwamen te staan. Waar ze pas in 1966 weer van afgehaald zijn.

Wetenschapper versus theoloog

De twee mannen deelden een afkeer van  de verkeerde praktijken van de kerk (aflaten, obscene rijkdom, de ongerijmdheid van allerlei religieuze voorschriften, waaronder het priestercelibaat). Daar ging het conflict niet over. Het ging over wetenschap en geloof. Een wetenschapper en stond tegenover een gelovige, of misschien moet ik zeggen als gelovige theoloog.

Voor Erasmus was de uitgave van het Nieuwe Testament in het (oorspronkelijke) Grieks (met daarnaast in een kolom een verbeterde Latijnse Vulgaat) gebaseerd op zoveel mogelijk bronnen, niet een geloofsdaad maar een wetenschappelijk daad. Voor Luther was de vertaling van de bijbel in het Duits een geloofsdaad. Hij gebruikte wel Erasmus’ Griekse uitgave maar waar hem Erasmus’ nauwkeurigheid niet zinde omdat dat niet strookte met zijn geloofsopvattingen, corrumpeerde hij gewoon de tekst, beter: hij ging weer terug op de oude Vulgaat-vertaling waarvan Erasmus nu vastgesteld had dat die niet deugde of voegde gewoon de geloofswaarheden van Augustinus in, in plaats van de oorspronkelijke Griekse tekst.

Lees verder “Erasmus en Luther”

Erasmus, kind van een priester

Erasmus

Erasmus was de tweede (!) zoon van een priester. Dus, een onwettig kind. Anders dan moderne lezers wellicht denken was dit voor parochianen van toen eigenlijk niet echt een probleem. Veel priesters leefden in concubinaat met een vaste partner.

Wat schandaal wekte was een parochiepriester die wisselende relaties onderhield met verschillende vrouwen.

Immers, informeert Langereis ons, er was nog geen concilie van Trente geweest waarin het celibaat echt een verplichting werd en de kerk ging “investeren in de training van het priesterlijk geweten”.

Lees verder “Erasmus, kind van een priester”

Geliefd boek: Erasmus, dwarsdenker

Dat omslag, een jonge Erasmus met felrode klaprozen op zijn overhemd, dat trok onmiddellijk mijn aandacht.

Toch kocht ik het boek nog niet, alhoewel ik al bijna een leven lang een grote fascinatie heb voor Erasmus. En dat kwam door de nogal zure recensie van David Rijser in het NRC Handelsblad die beweerde dat er eigenlijk niets nieuws stond in deze biografie. (Ik vermoed dat hij te weinig vertrouwd is met de theologische kwesties die onvermijdelijk en noodzakelijk in zo’n biografie aan de orde komen)

Later kwamen er, beter onderbouwde, recensies in andere media. Vooral die van Marc van Oostendorp in het online tijdschrift voor Neerlandistiek overtuigde mij. Toen dacht ik: maar natuurlijk moet ik dit lezen. En ik heb deze biografie achter elkaar door uitgelezen want het boek is ook nog eens goed en soepel geschreven. En levendig, doordat Sandra Langereis uitvoerig gebruikt maakt van en citeert uit al Erasmus’ brieven.

Lees verder “Geliefd boek: Erasmus, dwarsdenker”

Vrijblijvende science-fiction

De Amerikaanse auteur Gore Vidal vindt dat Life from Golgotha behoort tot zijn beste werk, maar hij vormt een minderheid. De meeste critici oordeelden dat de ouwe rot niet echt op dreef was in zijn exuberante verhaal over tijdreizigers die in Jeruzalem de kruisiging van Jezus bijna in het honderd laten lopen. Toch moet je Vidal nageven dat hij het komisch potentieel van een tijdreis volledig uitbuit. Dat kun je niet zeggen van de imitatie van de Amerikaanse satire die Piet Meeuse schreef. Het kraaien van de haan wil de lezer maar niet aan het lachen krijgen – en dat is dodelijk voor een boek waarin het belang van humor een centrale rol speelt.

Meeuse en Vidal

De imitatie ligt er duimendik bovenop: evangelische christenen uit de nabije toekomst willen beelden van de kruisiging, er worden tijdreizen gemaakt, Jeruzalem en Efese vormen het decor, Jezus en Judas zijn niet wie we denken dat ze zijn, de relatie tussen geweld en religie komt aan bod, Paulus blijkt de historische waarheid niet te kennen en de eigenlijke vertelling eindigt met een ironische cliffhanger waarbij de lezer al weet wat er zal gebeuren, maar de personages niet. Toch is Het kraaien van de haan een voldoende creatieve kopie om niet te hoeven doorgaan voor plagiaat, want zelfs al is de substantie identiek, de uitwerking is anders.

Lees verder “Vrijblijvende science-fiction”