Moses Shapira en de Deuteronomiumrol

Een negentiende-eeuwse kopie van een deel van de Shapira-rol

Dat moet ik weer hebben. Dacht ik op één april een leuk stukje te hebben over een vervalser, komt die kerel deze week al in het nieuws. Maar goed. Het gaat dus over Moses Shapira (1830-1884), ook bekend als Wilhelm Shapiro en andere varianten. Handelaar in oudheden in Jeruzalem en betrokken bij de vervalsing van de zogeheten Moabitische beeldjes. Daarover wilde ik dus op één april bloggen, maar het wordt nu morgen.

Ik had dan op twee april iets willen schrijven over de Deuteronomiumrol waarmee hij naar Europa kwam. En dan had ik op drie april enkele stukken uit het Rotterdamse gemeentearchief willen tonen over Shapira’s tragische dood in een pension bij de Willemsbrug. We zullen vandaag dus maar even doen of het twee april is en die boekrol behandelen, want de actualiteit springt er tussendoor.

Lees verder “Moses Shapira en de Deuteronomiumrol”

Joodse literatuur (2)

De belegering van Lachis. Tekening van een reliëf uit Nineve, nu in het British Museum.

[Dit is het tweede van vier à vijf stukjes over de bronnen van mijn komende boek Israël verdeeld; in het eerste, hier, vertelde ik dat de uitleg in principe een cyclisch proces is.]

Cyclische processen zijn alles wat we hebben en het gevaar van cirkelredeneringen is levensgroot. Teksten worden – als er geen verwijzingen zijn naar contemporaine gebeurtenissen – vaak gedateerd aan de hand van de inhoud, die al dan niet overeenstemt met opvattingen die op een bepaald moment gangbaar waren, maar tegelijk is de veronderstelde geschiedenis van de antieke ideeën voor een groot deel gebaseerd op diezelfde teksten. De totstandkoming van de vijf boeken van de Wet is een onontwarbare puzzel: het staat vast dat er oeroude delen in zitten – de hogepriesterlijke zegen is aangetroffen op een zilveren amulet uit de zevende eeuw v.Chr. – maar het lijkt er ook op dat nog in de vijfde eeuw v.Chr. delen zijn toegevoegd.

Lees verder “Joodse literatuur (2)”