Bergrede (15): Het vasten

Iets wat je niet doet (namelijk eten en drinken), kun je ook niet illustreren. Bij gebrek aan echt plaatje dus maar een afbeelding van een niet werkende broodoven uit Kerkouane.

Even voor uw oriëntatie: u bevindt zich in een reeks waarin ik het Nieuwe Testament plaats in zijn joodse context. Meer in het bijzonder loop ik door de Bergrede, een door Matteüs grotendeels uit Q-materiaal samengestelde, aan Jezus toegeschreven toespraak. We hebben de afgelopen weken het Onze Vader besproken en nu ga ik verder met de rest van de Bergrede. (Tussen haakjes: ik las ergens dat het een van de lievelingsteksten was van Gandhi en voelde me beschaamd dat ik te weinig Indische literatuur heb gelezen om een lievelingstekst te kunnen noemen.)

Wanneer jullie vasten, doe dan niet als de huichelaars met hun sombere gezichten, want zij vertrekken hun gezicht om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen. (Matteüs 6.16; NBV21)

Lees verder “Bergrede (15): Het vasten”

Het Onze Vader (3)

Reliëf met iemand in gebed (Makthar)

Ik had vorige week een beginnetje gemaakt met het Onze Vader, een onderdeel van de Bergrede uit het Matteüsevangelie (6.9-15), ook bekend is uit het evangelie van Lukas (11.2-4) en de Didache 8. Ik heb erop gewezen dat er allerlei criteria zijn waaraan valt af te lezen dat het Aramese origineel mogelijk teruggaat op Jezus zelf. Het is in elk geval ouder dan de drie bronnen waarin de tekst is overgeleverd. Vandaag iets meer over de inhoud, die bestaat uit enkele simpele verzoeken:

  1. dat Gods koninkrijk komt,
  2. dat er dagelijks brood zal zijn,
  3. dat schulden worden vergeven,
  4. dat men niet beproefd zal worden.

Lees verder “Het Onze Vader (3)”

Het Onze Vader (2)

Dagelijks brood (Ezinge)

In de Bergrede, zoals bekend door de auteur van het Matteüsevangelie samengesteld uit Q-materiaal en dus per definitie voorzien van een parallel in Lukas, is ook het Onze Vader opgenomen. Beide auteurs hebben een Aramees origineel, waarover ik al eens heb geschreven, vertaald in het Grieks.

Twee à drie versies

Er is bovendien een buitenbijbelse overlevering van dit gebed. Die is opgenomen in de Didache, een tekst die heeft gecirculeerd onder een groep volgelingen van Jezus die de Wet van Mozes bleven onderhouden. Ze worden wel aangeduid als joodse christenen. De Griekse versie in de Didache lijkt op die van Matteüs, maar daar waar ze ervan afwijkt, komt ze overeen met de Koptische versie. Dit kan het beste verklaard worden met de aanname dat de Didache en de Koptische versie teruggaan op hetzelfde origineel, dat niet Matteüs is. Het is allemaal niet 101% zeker, maar ik wil serieus overwegen dat we te maken hebben met een onafhankelijke, buiten-bijbelse overlevering. Ik zet ze hieronder naast elkaar: tweemaal de Nieuwe Bijbelvertaling en de Didache in de vertaling van Arjan de Kok.

Lees verder “Het Onze Vader (2)”

Vroegchristelijke teksten

Mijn corona-app vertelt me dat ik onlangs een kwartier ben geweest in de nabijheid van iemand met de nare ziekte – ik wens hem of haar beterschap – en dus zit ik even thuis en is er tijd voor nog een filmpje. In de reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast” vertel ik u over Géza Vermes’ boek Christian Beginnings. Ik schreef er al eerder over en het filmpje is hieronder.

Het laatste boek van de in 2013 overleden grote geleerde leest als een trein. Hier en daar gaat hij wel erg kort door de bocht (en mijn samenvatting van het subordinationisme is dat zeker ook), maar het boekje is een fijne introductie tot de vroegchristelijke literatuur.

Lees verder “Vroegchristelijke teksten”

Opnieuw: de Didache

Twintig jaar geleden werd over de Nijmeegse classicus Vincent Hunink – full disclosure: ik heb herhaaldelijk en plezierig met hem samengewerkt – weleens het grapje gemaakt dat hij voornemens was vóór het nieuwe millennium de integrale klassieke literatuur vertaald te hebben. Dat is hem niet gelukt maar aan zijn arbeidsethos ligt het niet. Alleen al de afgelopen maand kwamen er drie boeken van hem uit: de Didache, waarover ik het hieronder wil hebben, en twee bewerkingen van eerdere vertalingen, namelijk een boekje van Augustinus over onderwijs en een traktaat over landbouw van Cato. De Augustinustekst heb ik nog niet gelezen; Cato mag u gerust overslaan; de Didache is echter een unieke en fascinerende tekst. Dat vergt echter wat uitleg.

***

Tegenwoordig maken we onderscheid tussen joden en christenen, maar in de eerste eeuwen van onze jaartelling zou slechts een enkeling dat hebben begrepen. Je had destijds mensen die één God vereerden, voor wie de tempel in Jeruzalem belangrijk was en die meenden dat God zich in boekvorm had geopenbaard. Die mensen vielen te verdelen in diverse groepen met uiteenlopende antwoorden op allerlei vragen. Mocht je ook andere goden vereren? Zo ja hoe? Waren er ook andere cultusplaatsen dan Jeruzalem? In welke boeken had God zich eigenlijk geopenbaard?

Lees verder “Opnieuw: de Didache”

De Bijbel, een inleiding (4)

Mozaïek uit het “Huis van Dionysos” in Sepforis, dat heel misschien het huis is geweest van Yehuda ha-Nasi, de samensteller van de Misjna.

Ik heb in drie eerdere stukken (1, 2, 3) een overzicht gegeven van de joodse literatuur. Een complex geheel, dat ik zo meteen als een leeslijstje zal samenvatten. Voor ik dat doe, nog even overzicht van teksten die illustreren hoe uit het Tempeljodendom – het jodendom dus waarin alles draaide rond de tempel in Jeruzalem – twee nieuwe godsdiensten voortkwamen: het rabbijnse jodendom en het christendom. En dat brengt ons onvermijdelijk bij een van de lastigste thema’s uit de joodse gedachtewereld: de messias.

Nadat de Hasmonese dynastie rond het midden van de tweede eeuw v.Chr. de macht in Judea overnam, waren er Joden die eraan herinnerden dat de monarchie was beloofd aan de afstammelingen van koning David. Andere Joden hadden kritiek op de al te libertijnse levenswijze van hun vorsten en de corrupt geachte eredienst in de tempel. Zo ontstond in de vroege eerste eeuw v.Chr. het messianisme: de verwachting dat een ideale heerser in de nabije toekomst Israël zou herstellen, politiek of spiritueel. In de Psalmen van Salomo wordt het profiel geschetst van de komende zoon van David. De Gelijkenissen van Henoch, die zijn geschreven in de vroege eerste eeuw na Christus, bewijzen dat het mogelijk was de messias gelijk te stellen aan de in Daniël genoemde Mensenzoon, die al vóór de Schepping bestond en het Laatste Oordeel zou vellen.

Lees verder “De Bijbel, een inleiding (4)”

De Didache

Jezus was een Jood. Al zijn familieleden hebben namen uit de tijd van de Joodse patriarchentijd, de meeste van zijn leerlingen eveneens. Hij zwierf door de Joodse wereld, werd beschouwd als messias, droeg tsietsiet aan zijn kleding, bediscussieerde halachische kwesties en predikte een door-en-door Joodse boodschap: de geschiedenis zou een einde gaan krijgen en Israël zou worden hersteld. Veel Joodser kun je het niet krijgen.

Zijn eerste leerlingen leefden in Jeruzalem, een keuze die niet vanzelf zal hebben gesproken: ze kwamen merendeels immers uit Galilea en Jezus’ optreden in Jeruzalem was, naar de maatstaven van deze wereld, geen onverdeeld succes geweest. De gelovigen verwachtten echter zijn spoedige terugkeer en omdat het eschatologisch drama zich afspeelde in Jeruzalem, vestigden de Galileeërs zich in de heilige stad. Tot op de huidige dag schijnen er Joden te zijn die, met het oog op de Eindtijd, graag op de Olijfberg willen worden begraven.

Lees verder “De Didache”