De paleografie van 4QBéatitudes

In een eerder stukje verwees ik naar de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4Q525 of 4QBéatitudes. Voor wie de telling niet kent: 4Q verwijst naar de vierde grot van Qumran, daarna volgt een nummer of een naam. In dit geval dus 525 of, zoals de Franse geleerde die de tekst publiceerde het fragment noemde, Béatitudes.

Ik heb er onlangs bij een podcast over gesproken en zei toen dat het mogelijk was dat deze tekst, die wel enige parallellen heeft met de Zaligsprekingen uit de Bergrede, niet per se het model hoefde zijn van de christelijke tekst. Het kon ook andersom zijn, opperde ik, omdat het fragment niet scherp gedateerd is. Er is geen koolstofdatering. Een vroege versie van Jezus’ woorden kon heel wel de auteur van een late Dode-Zee-rol hebben beïnvloed. Die gedachte was een improvisatie in de studio en ik had het beter niet kunnen zeggen, want de tekst is paleografisch gedateerd in de Herodiaanse periode.

Lees verder “De paleografie van 4QBéatitudes”

De dag waarop de oudheidkunde een robuustere wetenschap werd

U ziet het verschil niet, maar er zijn hier twee kopiisten aan het werk geweest

Je hebt twee soorten nieuws. Enerzijds de dingen die dit jaar actueel zijn en straks vergeten zijn. Vijf jaar geleden was het voorpaginanieuws dat de gemeente Rotterdam voor een vermogen was opgelicht en was de Grexit nog actueel. Anderzijds de dingen die zachtjes op de achtergrond spelen, zoals het echte wetenschapsnieuws: een doorbraak, eenmaal geboekt, die resultaten oplevert waardoor onze kinderen en kleinkinderen meer zullen weten dan wij. Zulk nieuws is niet de waan van de dag, maar is wel het echte, feitelijke, werkelijk belangrijke nieuws.

Vanavond maken we het mee. Op het eerste gezicht is het wat banaal: onderzoekers van het Qumran-instituut in Groningen zijn erin geslaagd vast te stellen dat de Grote Jesaja-rol uit Grot 1 is vervaardigd door twee mensen die zó schreven dat het resultaat eenvormig was. De meeste qumranologen dachten dat er maar één kopiist aan het werk was geweest. Maar het zijn er twee en dat is niet door een slimme hedendaagse filoloog geconstateerd, zoals bij dit soort onderzoek normaliter gebeurt, maar is vastgesteld met behulp van Artificiële Intelligentie.

Lees verder “De dag waarop de oudheidkunde een robuustere wetenschap werd”

MoM | Digitale paleografie

Twee snippers van de Dode Zee-rollen met daarop de tekst van Prediker (Jordan Museum, Amman)

Om met de deur in huis te vallen: ik heb uw hulp nodig – daarover straks meer. Eerst wat context, daarna mijn verzoek.

Qumranologie

Over de Dode-Zee-rollen heb ik vaker geblogd. Het gaat om een grote groep tussen 1947 en 1956 ontdekte antieke religieuze teksten, gevonden in enkele grotten te Qumran, niet ver van de plek waar de Jordaan uitmondt in de Dode Zee. Het materiaal, dat pas in 2009 allemaal was uitgegeven, is ten dele afkomstig van een joodse sekte, misschien de essenen. Theorieën als zou de ruïne bij Qumran een klooster zijn geweest met de rollen als kloosterbibliotheek, zijn inmiddels achterhaald, maar een alternatief is er nog niet, terwijl wél duidelijk is dat er een relatie heeft bestaan tussen ruïne en grotten. (Er zijn overigens meer antieke teksten gevonden in die regio, die ook Dode-Zee-rollen worden genoemd, maar die hebben er weinig mee te maken.)

Het leuke van de qumranologie, zoals de bestudering van de Dode-Zee-rollen officieel heet, is dat er volop nieuwe technieken zijn, waardoor inzichten tot stand komen die niet alleen nieuw zijn maar ook anders. Er is dus sprake van een werkelijk innovatief onderzoeksprogramma. En het is nog Nederlands onderzoek ook.

Lees verder “MoM | Digitale paleografie”

MoM | Handschriftherkenning & digitale paleografie

Een A en een E als hoofdletter en als cursieve letter en iets er tussenin (uit E.G. Turner, Greek Manuscripts of the Ancient World, 1987)

Nog even iets naar aanleiding van de Sapfo-fragmenten. De eerste vraag was die naar de provenance en echtheid. Vóór ontdekker Dirk Obbink in het Times Literary Supplement (niet meer online) de discussie de verkeerde kant op loodste, gingen er al geruchten, en één daarvan was dat het handschrift van de schrijver bekend was van een ander antiek manuscript, aanwezig in de Green-collectie. Ik heb dat toen geloofd: hier vlieg ik erin.

Papyrologe Roberta Mazza was minder naïef en wees er meteen op dat het ongeloofwaardig was dat de Greens delen bezaten van een tekst waarvan andere delen pas net uit een kartonnage waren gehaald. Hoe kon Obbink vaststellen dat hij te maken had met dezelfde tekst? Het antwoord is dat het in theorie zou kunnen. Maar ook dat het heel problematisch is.

Lees verder “MoM | Handschriftherkenning & digitale paleografie”