Johannes de Doper en het christendom

Bethanië, waar Johannes de Doper Jezus zou hebben gedoopt

Ik heb de afgelopen tijd de teksten over Johannes de Doper doorgenomen: de aankondiging van zijn geboorte, zijn prediking en het bericht van Jezus aan zijn leermeester. Verder blogde ik over de joodse rituele baden, een gebruik dat Johannes overnam en aanpaste tot een eenmalige handeling om aan geven dat iemand tot inkeer was gekomen en klaar was voor de Jongste Dag. Al eerder had ik geschreven over twee aspecten van Johannes’ executie: dat Salome niet de zwoele verleidster van de westerse traditie was en dat  speculator een interessant latinisme is. Vandaag: wat er na Johannes’ dood gebeurde.

Al tijdens Johannes’ leven verkondigde Jezus dezelfde boodschap: de eindtijd brak aan, God zelf zou de wereld persoonlijk regeren, de mensen moesten tot inkeer komen en geloof hechten aan dat goede nieuws. Anders dan zijn mentor liet Jezus de mensen niet naar de Jordaan komen, maar trok hij het land in. Een verschil was dat voor Jezus nogal wat “hoge” titels in omloop waren: “Mensenzoon” en “zoon van God” gaan vrijwel zeker op Jezus’ eigen tijd terug, en dat geldt vermoedelijk ook voor messias. Nadat ook Jezus was geëxecuteerd zetten zijn leerlingen het doopritueel voort. En nu deed zich een probleem voor.

Lees verder “Johannes de Doper en het christendom”

Daniël 11

Antiochos IV Epifanes (Altes Museum, Berlijn)

Het is Chanoeka en dat is een mooi moment om het eens te hebben over de Makkabeeënopstand, de revolte van de Joden tegen de Seleukidische vorst Antiochos IV Epifanes. Die had de tempelcultus in Jeruzalem in hellenistische zin aangepast; de joden hadden het uitgelegd als blasfemie en waren in opstand gekomen; dat leidde tot het herstel van de tempelcultus zoals de joden het graag wilden; en dat is wat joden met Chanoeka herdenken.

Over deze tijd hebben we een contemporaine bron: het bijbelboek Daniël. Het gaat bewijsbaar op ouder materiaal terug, maar is even bewijsbaar afgerond in 165 v.Chr. Het bewijs in kwestie is hoofdstuk 11. Hier is, in de Willibrordvertaling, de tekst van een van Daniëls in apocalyptische termen verwoorde toekomstvoorspellingen, onderbroken met commentaar. De diverse “toekomstige” gebeurtenissen zijn in feite verleden (hindsight as foresight), tot de tekst aan het einde begint te ontsporen. Dat is het moment waarop de auteur werkelijk begint te voorspellen wat hij dacht dat zou gaan gebeuren – en wat in feite niet gebeurde. Dat biedt een manier om de tekst te dateren rond 165 v.Chr.

Lees verder “Daniël 11”

Messias (4)

Apollonios van Tyana, een zoon van god (Bodemuseum, Berlijn)

Ik heb nu geschreven over – hier is het eerste deel – dat het idee van een messias aanvankelijk volkomen seculier was: een ideale heerser uit het Huis van David. Misschien verschijnend in de Eindtijd. Misschien voorzien van een hogepriesterlijke collega. Er zijn nogal wat mogelijkheden. In het Jodendom is echter, anders dan in het christendom, het idee zeldzaam dat deze messias ook de Mensenzoon was die het Laatste Oordeel zou vellen. Het was echter niet ondenkbaar.

Middelaarfiguren

Hier betreden we het terrein van de “middelaarfiguren”. Er zijn teksten waarin verlosser-achtige figuren voorkomen met een bovenmenselijke, hemelse status, alleen ondergeschikt aan God zelf. In de Oorlogsrol treden bijvoorbeeld de engel Michaël en de Lichtvorst op als eschatologische redders.

De Gelijkenissen van Henoch melden dat de Mensenzoon, die “zal zijn als een staf voor de rechtvaardigen en als een licht voor de heidenen”, al bestond vóór de Schepping. De Uitverkorene, zoals degene die het Laatste Oordeel zal vellen ook heet, is dus, om een jargonterm te gebruiken, pre-existent. De hemelse herkomst van zulke figuren blijkt soms uit natuurwonderen: de messias kan bijvoorbeeld mensen doden met zijn vurige adem. (Bar Kochba werd er door zijn vijanden van beschuldigd een kunstje te doen als vuurvreter.)

Lees verder “Messias (4)”

Messias (3)

Een van de Dode-Zee-rollen: 4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

Ik heb in de twee eerste stukjes (één, twee) verteld hoe het messianisme is ontstaan als een droom over een betere koning, afkomstig uit het huis van David. De eindtijdverwachtingen die in het christendom een rol zijn gaan spelen, ontbraken in het jodendom aanvankelijk, maar zijn wel gedocumenteerd. Misschien is dit een latere ontwikkeling. De combinatie van een koning die én eschatologisch is én de Mensenzoon is die het Laatste Oordeel velt, zo normaal in het christendom, is in het antieke Jodendom volstrekt marginaal. Uit de meer gangbare teksten, zoals Psalm van Salomo 17, valt eigenlijk vooral een compleet seculiere profielschets af te leiden.

Twee messiassen

Er schuilt echter een tegenstrijdigheid in het takenpakket van de ideale vorst uit de zeventiende Psalm van Salomo. Enerzijds is de messias een krijger, maar anderzijds verricht hij taken die rituele reinheid vereisen. Misschien is dit de reden waarom er ook teksten zijn waarin naast de koninklijke messias een tweede messias voorkomt met een minder krijgszuchtig karakter. Het is ook mogelijk dat het idee van een dubbele messias een reactie is geweest op de Hasmonese leiders, die én hogepriester waren én de wereldlijke macht uitoefenden. De dubbele messianologie kan een uiting zijn van correct constitutioneel gedrag: de functies van krijger-koning en hogepriester dienden gescheiden te blijven.

Lees verder “Messias (3)”

Messias (2)

Munt van Bar Kochba; de ster boven de tempel is het “logo” van een messias (Staatliche Münzsammlung, München)

In mijn eerste stukje vertelde ik dat het Joodse messias-concept een concreet, in dit ondermaanse uitvoerbaar programma was: een koning uit het huis van David die beter zou regeren dan koning Alexandros Yannai. Ik wees er ook op dat in het christendom, waarin messiaanse ideeën verstrengeld zijn geraakt met Eindtijdverwachtingen, de messias is gelijkgesteld aan de Mensenzoon die het Laatste Oordeel komt vellen, maar dat deze combinatie in het jodendom zeldzaam is. Ze is bij mijn weten alleen bekend uit de Gelijkenissen van Henoch.

Welke ideeën waren gebruikelijk in het Jodendom? Dat is zo simpel nog niet gezegd. We weten dat de stroming der sadduceeën alleen de Wet van Mozes erkende als geïnspireerd. Hoewel daarin een belangrijke tekst is opgenomen die messiaans zou worden geduid (Numeri 24.17-19; zie hieronder), is het alleszins mogelijk dat de sadduceeën niets van messianisme moesten hebben. Bij alvast één belangrijke groep joden circuleerden de ideeën dus vermoedelijk niet. De vraag waarmee deze alinea opende, is daarom zo makkelijk niet te beantwoorden. We zullen ons maar beperken tot de diverse teksten en ons onthouden van speculaties over de vraag of ze een gebruikelijk standpunt weergaven.

Lees verder “Messias (2)”

Messias (1)

Maquette van het tempelcomplex in Jeruzalem (Israel Museum, Jeruzalem)

Ik ben begonnen met een reeks om de joodse achtergronden van het Nieuwe Testament uit te werken. Het tweede deel van de Bijbel is immers, net als het eerste, geschreven door joden, Of misschien beter: mensen die niet wisten dat wij hen christenen zouden noemen, een woord dat je zou kunnen vertalen als “volgelingen van de messias”. Beide woorden, messias en christus, betekenen hetzelfde: gezalfde.

Zalving is een oud-oosters ritueel om iets te heiligen. De held van het Mesopotamische Zondvloedepos doopt de ark met een kruikje olie; koningen en religieuze autoriteiten ontleenden hun legitimatie aan hun zalving. Tot zover niets bijzonders. Vanaf de vroege eerste eeuw v.Chr. kenden de Joden echter een heel expliciet verlangen naar een messias, een koning die regeerde met Gods hulp. Dit was een reactie op de regering van de Joodse koning Alexandros Yannai, die zijn land in een burgeroorlog had gestort. Vanaf toen speculeerden Joden over een betere heerser. En wat lag meer voor de hand dan erop te hopen dat deze afkomstig zou zijn uit het Huis van David?

Lees verder “Messias (1)”

Mozes van Kreta

Een rots op Kreta, niet per se die van Mozes van Kreta

Als je een religie hebt die veronderstelt dat er een eindtijd zal zijn, of als je een godsdienst hebt die aanneemt dat een bovennatuurlijke macht ooit een lang-verloren koninkrijk zal herstellen, zullen er altijd mensen zijn die denken te kunnen uitknobbelen wanneer een en ander zal plaatsvinden. Ik heb weleens gewezen op de aanwezigheid van een henochitische berekening in het Lukasevangelie. De Babylonische Talmoed documenteert dat ook het jodendom zulke speculaties kende (Sanhedrin 97b).

Rabbi Hanan ben Tahlifa vertelde aan rabbi Jozef: Ik ontmoette eens een man die een in Assyrische tekens geschreven Hebreeuwse boekrol bezat. Ik vroeg: “Hoe kom je daaraan?” Hij vertelde: “Ik diende als huurling in het Romeinse leger en vond het in de Romeinse archieven. Er staat in dat 4231 jaar na de Schepping de wereld wees zal worden. Van de daarop volgende jaren zullen er sommige worden besteed aan een oorlog tegen de grote zeemonsters en sommige aan de oorlog van Gog en Magog, maar de resterende jaren zullen de messiaanse tijd vormen.”

Lees verder “Mozes van Kreta”