Jood: een antiek, ambigu begrip

Een sjekel van Israël uit het tweede jaar van de Joodse Opstand (Museum Masada)

Ik blogde gisteren over het nieuwe boek van Ewoud Sanders, Jood. De vergeten geschiedenis van een beladen woord. Het lezen van Sanders’ boek bracht me op het idee eens een blogje te wijden aan het antieke gebruik van datzelfde woord – יְהוּדִי, Ἰουδαῖος, Judaeus.

Juda

Zulke woorden zijn afgeleid van de naam van de stam Juda, die in de IJzertijd leefde in de omgeving van de stad Jeruzalem. Koning David voegde die stad, die niet bij een van de twaalf Bijbelse stammen behoorde, toe aan zijn koninkrijk.noot 2 Samuël 5.6-9. Na het uiteenvallen van dat rijk, ergens rond 930 v.Chr., bleef Jeruzalem de hoofdstad van het zuidelijke koninkrijk. Dat bestond uit twee voormalige stammen, Juda en Benjamin, en omdat die laatste nogal klein was, heette het koninkrijkje dat vanuit Jeruzalem werd bestuurd, naar de grootste stam: Juda.

Lees verder “Jood: een antiek, ambigu begrip”

Kajafas

Kajafas moet hebben geleken op deze joodse hogepriester (Aäron), afgebeeld in de synagoge van Doura Europos.

De meeste personages uit het Nieuwe Testament zijn naamloos. Hoe heetten de wijzen uit het oosten of de Syrofenicische vrouw? Van een aantal kennen we wel de namen, zoals Lazarus of Junia, maar weinig méér. Slechts een paar mensen hebben iets dat lijkt op een biografie. Tot slot zijn er de personages die ook buiten de Bijbel worden vermeld: tweeëntwintig in totaal, waarvan vijf dubieus en twee zeer dubieus. Eén van van de meer zeker gedocumenteerden is Jozef Kajafas. Iedereen weet dat hij de joodse hogepriester was die Jezus verhoorde en doorverwees naar Pontius Pilatus.

Kajafas – in het Aramees Qayafa – was niet zomaar een hogepriester. Hij bekleedde het ambt achttien jaar, van 18 na Chr. tot het moment waarop de gouverneur van Syrië, Lucius Vitellius, hem en Pilatus verving, in de winter van 36/37. Dit duurrecord betekent dat hij en de Romeinse gezagsdragers zaken konden doen. Kajafas was verantwoordelijk voor de rust ten tijde van keizer Tiberius.noot Tacitus, Historiën 5.9.

Lees verder “Kajafas”

Antieke magie

Verzameling magische voorwerpen (Louvre, Parijs)

Stel je eens voor dat een Egyptenaar of Griek of Romein zomaar twintig eeuwen vooruit kon reizen en in onze tijd belandde. En stel je even voor dat hij of zij op miraculeuze wijze ineens lezen kon en zelfs Nederlands begreep. Wat zou zo iemand vinden van deze blog? Vermoedelijk keek onze gast verbaasd op van de onderwerpskeuze. Een van de meest wezenlijke aspecten van het toenmalige leven schittert door afwezigheid: de magie.

Terwijl iedereen – uit alle lagen van de bevolking, uit alle windstreken – wel deed aan wat bekendstaat als Schadenzauber: magische handelingen om iemand in de problemen te brengen. Er waren nog andere vormen van magie, waarover zo meteen meer. Omdat magie zo extreem veelvormig en zo gewoon was, is het woord “magie” misschien ook wel verkeerd gekozen. In ons taalgebruik is het immers de valse tegenhanger van de officiële godsdienst. Wij associëren magie met de duivel, niet met het goddelijke. Maar zo’n onderscheid is in de Oudheid niet zo makkelijk te maken.

Lees verder “Antieke magie”

Messias en Mensenzoon

De Mensenzoon met de Twaalf (Santa Pudenziana, Rome; twee van de Twaalf zijn bij een restauratie verdwenen)

Ik kondigde een stukje aan over de Mensenzoon. Om de crux meteen te benoemen: anders dan in het christendom, waarin Jezus van Nazaret zowel de messias is als de Mensenzoon, gaat het in het joodse denken om gescheiden concepten.

De messias, wiens naam zoiets betekent als “de gezalfde”, was in principe degene die Israël zou herstellen. Het messiaanse genre is ontstaan in het eerste kwart van de eerste eeuw v.Chr. en vormde een reactie op de falende Hasmonese dynastie. Sommige Joden droomden toen van een vorst uit het huis van David. In de meeste messianologieën is de messias iemand met een wereldlijke, politieke missie. Er zijn ook latere messianologieën waarin het herstel van Israël spiritueel van aard is, maar ook dat is geen Mensenzoon.

Lees verder “Messias en Mensenzoon”

Hoe Matteüs Marcus bewerkt

Het Meer van Galilea

Een van de bekendste verhalen uit het Nieuwe Testament is dat over Jezus die over het water wandelt. Zulke natuurwonderen behoren tot het standaardrepertoire van antieke charismatische wijsheidsleraren. De pointe is dat zulke lieden meer inzicht hadden in de aard van de werkelijkheid dan anderen, en daardoor wonderlijke dingen konden doen. Wie met gezag sprak, bewees het door met een scheermes een aambeeld doormidden te snijden, vuur te spugen, boeien van zich af te schudden of over water te lopen.

De anekdote over de over het water wandelende messias is overgeleverd door zowel Marcus als Johannes, wat betekent dat ze twee keer is geattesteerd en vermoedelijk een redelijke ouderdom heeft. Ook omdat de twee evangelisten het verschillend vertellen. Hier is Johannes’ versie.

Lees verder “Hoe Matteüs Marcus bewerkt”

Hoe vroeg is het Johannes-evangelie?

(Mar Tadros, Behdidat)

Ik kreeg vragen over een podcast waarin iemand zou hebben verteld dat het Johannes-evangelie ouder was dan aangenomen. En het bleef niet bij één of twee vragen: inmiddels zijn het er negentien. Alle reden om me in de materie te verdiepen.

Een vroeg Johannes-evangelie

Eerst even dit: de Ongelooflijke Podcast is al vijf jaar een vast item van de Evangelische Omroep en daarin behandelen David Boogerd en Stefan Paas, zoals u al vermoedde, vragen over religie. Rond Pasen lieten ze Cambridge-hoogleraar Geurt Henk van Kooten aan het woord, die kwam vertellen dat het Johannes-evangelie niet, zoals gebruikelijk, moet worden gedateerd aan het einde van de eerste eeuw na Chr., maar vóór de verwoesting van Jeruzalem in 70. Het argument is dat de evangelist spreekt over het Betzata-badhuis in de tegenwoordige tijd.noot Johannes 5.2.

Lees verder “Hoe vroeg is het Johannes-evangelie?”

Palmzondag

Jeruzalem, gezien vanaf de Olijfberg; de Gouden Poort is rechts van het midden

Het Nieuwe Testament bevat twee verslagen van Jezus’ triomfantelijke intocht in Jeruzalem, de gebeurtenis die bekendstaat als Palmzondag. Er is een beknopt verslag in het evangelie van Johannes en een wat langer verslag in dat van Marcus, dat door Matteüs en Lukas is uitgewerkt. Eigenlijk zou je het in een synopsis moeten lezen, maar ik kan hier geen vier teksten naast elkaar neerzetten. Toch ga ik de teksten eens vergelijken.

Bij Marcus begint het verhaal op de Olijfberg. Dat is geen gewone plek. Volgens de profeet Zacharia is het de plek waar God verschijnt op de dag des oordeels, voordat hij persoonlijk over de wereld zal komen regeren.noot Zacharia 14.4; vgl. Ezechiël 11.23. We weten dat de kring rond Jezus verwachtte dat dit einde der tijden heel snel zou aanbreken.

Lees verder “Palmzondag”

Losgeld

De losprijs voor Hektor (Nationaal Museum, Beiroet)

De Ilias van Homeros speelde in de Oudheid – en trouwens ook tegenwoordig – en belangrijke rol in het onderwijs. Wie ook maar een beetje méér scholing had gehad dan basisgeletterdheid, kende het gedicht. Het eindigt met het dramatische verhaal dat de stokoude koning van Troje, Priamos, midden in de nacht naar het vijandelijke kamp gaat om daar aan Achilleus het stoffelijk overschot van zijn zoon Hektor terug te vragen. Hij betaalt dus een losprijs, in het Grieks λύτρον, lytron, “losmaking”: feitelijk een betaling aan iemand die iets bezit waarop jij een erkende aanspraak hebt.

Zo’n transactie hoefde niet in muntgeld te zijn; Priamos komt met een kar vol kostbaarheden. We lezen ook weleens over betaling in de vorm van dienstverlening, zodat je dus betaalt met een paar jaar van je leven. Na de transactie zijn de partijen verzoend en je kunt lytron niet alleen vertalen als “losprijs”, maar ook als “zoengeld”.

Lees verder “Losgeld”

Patronage

Patronage, bekrachtigd met een kus op de ring (© 1972 Paramount).

Voor u en mij, levend in een postindustriële samenleving, zal het bekendste voorbeeld van patronage/cliëntelisme wel te vinden zijn in The Godfather. Een Italiaanse immigrant in de Verenigde Staten, Amerigo Bonasera, heeft op een verschrikkelijke wijze ontdekt dat het Amerikaanse rechtssysteem niet altijd leidt tot gerechtigheid en roept de hulp in van don Vito Corleone. Die is invloedrijk en vermogend en kan Bonasera de steun geven die hij nodig heeft. In ruil vraagt Don Corleone een wederdienst, die deze aan het einde van de film inderdaad moet leveren.

Patronage

We hebben hier te maken met de vanuit Sicilië naar Amerika geëxporteerde vorm van patronage. (Cliëntelisme is een ander woord voor hetzelfde systeem.) Het is een ongelijke verhouding tussen een welvarende man, de patroon, en de mensen die hij ondersteunt, de cliënten, die verplicht zijn hun patroon wederdiensten te bewijzen en hem in het openbaar te prijzen. Hoewel de termen teruggaan op het Romeinse patronus en cliens, is patronage een in agrarische samenlevingen algemeen verschijnsel. Vaak is er een rituele bekrachtiging. In de film is het de kus op een ring die de relatie bezegelt. Patronagenetwerken lopen dwars door alle rangen en standen, waardoor enerzijds de privileges van de elite worden gedeeld en anderzijds de hiërarchie wordt versterkt.

Lees verder “Patronage”

De farizeeën in context

De farizeeën stonden aan de wieg van het jodendom van de synagogen, zoals deze in Sepforis

Dit is de laatste van drie blogs over de farizeeën. In het eerste behandelde ik hun geschiedenis en in het tweede hun opvattingen. Daarmee ga ik nu verder.

Twee beweringen van Josephus zijn dat de farizeeën sober leefden en dat ze grote invloed hadden op de gewone mensen. Het eerste kan best waar zijn, maar je denkt niet meteen aan een sobere levenswijze als je in het Evangelie van Johannes leest dat farizeeën bedienden uitsturen om zaken te regelen (Jh 7.32, 7.45).

Josephus’ andere opmerking, dat de farizeeën populair waren bij de gewone mensen, lijkt niet onjuist maar is selectief, omdat vaststaat dat leden van de beweging ook de hoogste posities bekleedden: we lezen over farizeeën die spreken met de hogepriester, we treffen farizeeën aan als leden van hoge raadscolleges en we lezen hoe ze het Sanhedrin samenroepen. Er is zelfs een hogepriester van wie aannemelijk is dat hij tot de beweging behoorde, Gamaliëls zoon Jezus. Dit alles wil niet zeggen dat de farizeeën niet populair waren bij gewone mensen, maar dat dat ze tevens goed lagen bij andere bevolkingsgroepen.

Lees verder “De farizeeën in context”