Filosofie voor beginners

Albert Camus
Albert Camus

Zo’n dertig jaar geleden vroeg mijn toenmalige geliefde me of ik zin had mee te gaan naar een lezing van Edward Schillebeeckx, de bekende theoloog. Die wilde ik inderdaad wel eens horen, maar de waarheid is dat ik me totaal niet herinner wat hij vertelde. Op één detail na: een verwijzing naar een oudere filosofische discussie. Die maakte indruk op me.

Een filosoof – en ik denk dat we hier zitten in de sfeer van het utilitarisme – schijnt ooit te hebben gezegd dat we moesten streven naar zoveel mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen. Of zoiets. Een andere filosoof keerde zich daartegen en ik ben er vrij zeker van dat dat Albert Camus moet zijn geweest. Deze herleidde alle ethiek tot een specifieke situatie: jij hebt een pistool in de hand, achter je staat een man met een machinegeweer en hij beveelt je een ander dood te schieten. Doe je het niet, dan maait hij jullie allebei neer.

Lees verder “Filosofie voor beginners”

Romeinse normen en waarden

plinius_milano
Wat resteert van Plinius’ inscriptie (Milaan)

Ik zal nooit in het openbaar geld inzamelen voor een goed doel en ik zal ook nooit hardlopen tegen kanker of op Radio 538 een liedje kopen om zielige moeders te redden. Zo ik al goed doe, doe ik dat in het geheim, want zo ben ik opgevoed. Wantrouw iedereen die zich op zijn Goede Werken laat voorstaan.

Dat schrijft de door mij gewaardeerde columnist Theodor Holman vanavond in Het Parool. Ik kon een glimlach niet onderdrukken. Niet alleen omdat ik de weerzin tegen “hardlopen tegen kanker” en “een liedje kopen om zielige moeders te redden” herken, maar ook omdat de auteur, die christenen pleegt te vergelijken met honden, hier een door-en-door christelijk standpunt inneemt. De beroemdste verwoording is te vinden in het Evangelie van Matteüs:

Lees verder “Romeinse normen en waarden”

Theodor Holman, De plant die muziek maakte

Als ik u zeg dat Mia is getrouwd met Eibert en dat deze scharrelt met Moniek, als ik over laatstgenoemde vertel dat ze beweert zwanger te zijn van Ferdinand, die nog verliefd is op Orli maar een kind heeft met Ex, als ik toelicht dat Ex inmiddels weliswaar een relatie heeft met Wim maar dat ze ook het bed eens heeft gedeeld met Onno, en als ik tot slot onthul dat deze weer iets zou hebben gehad met Orli en dat die samenwoont met Arend, dan weet u dat u bent beland in een roman over alleszins welvarende, Randstedelijke, verbaal begaafde, intelligente babyboomers, die ondanks hun welvaart, de Randstad, hun verbale begaafdheid, hun intelligentie en hun voordelig geboortejaar geen idee hebben wat ze met hun leven aanmoeten en weinig meer om handen lijken te hebben dan relationeel gehannes. Kortom, met de beminnelijke egoïsten van wier leven Theodor Holman chroniqueur is.

Misschien is ‘geen idee hebben wat ze met hun leven aanmoeten’ te makkelijk geformuleerd. De generatie dacht immers dat ze het wel degelijk wist. De twee hoofdpersonen, Ferdinand en Orli, kennen elkaar vanaf de middelbare school, waar een docent hen inwijdde in het existentialisme. Later woonden ze in Frankrijk in een kolonie marxistische artiesten, die hoopten met hun voorstellingen en kunstwerken de mensen uit de omgeving meer politiek bewust te maken. Daarover is vaker geschreven, en in al die publicaties worden de betrokkenen uit de droom geholpen. De winnaar is dan meestal de lepe hippie die het snelst zijn idealen vercommercialiseert. Zo is het immers ook in het echt gegaan: vals klassenbewustzijn of niet, de werkende klasse bleek zich liever te spiegelen aan de middenklasse dan de revolutie na te jagen.

Lees verder “Theodor Holman, De plant die muziek maakte”