[De komende tijd zal Kees Alders in enkele blogseries de verschillende stromingen binnen de antieke Chinese en Indische filosofie behandelen. Vandaag het slot van de inleiding, waarvan het begin hier was.]
Het gangbare beeld is dat de Griekse, Indische en Chinese filosofie tegelijkertijd, ongeveer zes eeuwen vóór het begin van onze jaartelling, zouden zijn ontstaan, onafhankelijk van elkaar, en dat ze zich in de eerste daarop volgende eeuwen vrijwel los van elkaar hebben ontwikkeld. Maar is dat wel zo?
[De komende tijd zal Kees Alders, auteur van De wereld vóór God, in enkele blogseries de verschillende stromingen binnen de antieke Chinese en Indische filosofie behandelen. Vandaag het eerste deel van de inleiding.]
Waar is de filosofie ontstaan?
Het woord “filosoof” komt uit het Grieks en betekent “liefhebber van de wijsheid”. De term is waarschijnlijk gemunt door Pythagoras. Naar verluidt gebruikte hij het woord uit bescheidenheid, omdat hij zichzelf geen “wijze” wilde noemen.
[Ik blogde gisteren over de Chinese boeddhistische pelgrim Xuan Zang, die een bezoek bracht aan India en daarvan verslag deed. Deel een is hier.]
Vanuit Kashmir verder reizend naar de Punjab, werden Xuan Zang en zijn reisgenoten weer eens beroofd, maar met een andere monnik wist hij te ontsnappen. Een brahmaan besloot hen te helpen. Hij verzamelde wat dorpelingen en samen redden ze de andere metgezellen. Die treurden om hun verloren bagage, maar Xuan Zang herinnerde ze eraan dat aardse bezittingen eigenlijk slechts ballast waren. De bestolenen zullen deze relativerende woorden vast hebben ervaren als een grote troost.
Via de geboorteplaats van de Sanskriet-grammaticus Panini bereikte het beroofde reisgezelschap de stad Sangala en de rivier de Beas, die min of meer het oostelijkste punt waren geweest van de tocht van Alexander de Grote. Helaas levert Xuan Zang weinig informatie die ons helpt om precies vast te stellen waar Alexander moest terugkeren – maar u begrijpt waarom ik belangstelling heb gehad voor deze tekst.
Ik ben niet zo vertrouwd met het boeddhisme, maar dankzij een blogje van Kees Alders weet ik dat in de eerste eeuw van onze jaartelling de boeddhistische stroming die bekendstaat als Mahayana zich vanuit de Punjab verspreidde tot in China. (Ik begrijp dat aanhangers van deze stroming denken dat niet alleen Boeddha, maar ieder mens in staat is verlicht te raken, en dat ze iemand die daarnaar streeft een Bodhisattva noemen.) De verspreiding van deze ideeën richting China was mogelijk doordat Centraal-Azië én de Punjab waren verenigd in het rijk van de Kushana’s.
Pelgrim en boekenzoeker
Uiteraard waren er vrome Chinese boeddhisten die geïnteresseerd waren in het land waar hun levensbeschouwelijke opvattingen waren ontstaan. Talloze pelgrims trokken over de Himalaya naar India. Ik blogde al eens over het onderzoek van de Leidse onderzoekster Marike van Aerde, die zich bezighoudt met de rotstekeningen uit het gebied van de Boven-Indus. Niet iedereen nam de weg over de hoge bergen. De Chinese reiziger Xuan Zang reisde vanuit Xinjiang langs een noordelijkere en westelijker route, door de Ferganavallei, door Sogdië en Baktrië, over de Hindu Kush en door Gandara naar de Punjab.
De eerste preek van Boeddha, met onder de toehoorders Brahma en Indra (Kizil-grotten; Humboldtforum, Berlijn)
Het boeddhisme, waarover we het in vijf afleveringen hebben gehad, ontstond in India, en verspreidde zich daarvandaan eerst naar het huidige Pakistan en Afghanistan, met invloeden tot in Iran en vandaar naar Centraal-Eurazië, en aan de andere kant naar Tibet, Nepal en China, en van daaruit weer verder naar Zuid-Oost Azië tot in het huidige Indonesië.
Hellenistisch boeddhisme
Er hebben hellenistisch-boeddhistische rijken bestaan, zoals Baktrië en het Kushana-rijk. Hier vermengde de Griekse vormentaal zich met boeddhistische ideeën. Er zijn beelden gevonden waarin Boeddha wordt afgebeeld als een soort Herakles of staat geflankeerd door Griekse helden als Achilleus. Kunsthistorici wijzen er graag op dat het typische Boeddha-portret een Griekse oorsprong heeft. De proporties en de mantel zijn inderdaad Grieks.
Wellicht is religie te omschrijven als een bundeling van cultuur, traditie en geloof. In die zin is het boeddhisme behalve een filosofie ook zeker een religie. Het boeddhisme is echter ten diepste een atheïstische religie.
In onze huidige westerse beschaving wordt religie vaak gelijkgesteld aan een geloof in God of goden. Het boeddhisme gaat niet uit van goden. Ook Boeddha is geen god. Hij is een mens die de verlichting heeft bereikt. Vooral in de boeddhistische stroming die bekendstaat als ‘het kleine voertuig’ (Hinayana) is het belangrijk de Boeddha als mens te blijven beschouwen. Een verlicht mens, maar een mens als jij en ik.
Vanmorgen behandelden we de drie juwelen ofwel de drie wegen naar boeddhistische kennis, die leidden tot vier waarheden, waaruit een achtvoudig pad viel af te leiden dat richting nirwana voerde.
Het achtvoudige pad
Het eerste pad is dat van inzicht in de werking van het lijden. De boeddhist leert begrijpen wat lijden is en leert inzien hoe het valt op te heffen. Dit inzicht komt neer op de eerder genoemde ‘vier waarheden’.
De drie volgende paden lijken wat op de drieslag van het zoroastrisme: goed denken, goed spreken, goed handelen. Het tweede pad is dus het nastreven van de juiste gedachten en bedoelingen. De boeddhist is onzelfzuchtig, liefdevol, vriendelijk, geweldloos en harmonieus, en heeft mededogen.
De boeddhistische leer, waarover we gisteren al lazen, is vastgelegd in leerstellingen met commentaren. Om de leer gemakkelijk te onthouden is zij samengevat in termen als ‘de vier nobele waarheden’, ‘het achtvoudige pad’, en ‘de drie juwelen’.
Juwelen, waarheden en paden
De drie juwelen zijn de zaken waartoe de boeddhist zich kan wenden om meer over de boeddhische levensbeschouwing te weten te komen, en deze te ervaren en in de praktijk te brengen. Het betreft
de persoon van Boeddha, als lichtend voorbeeld van hoe te leven,
de boeddhistische leer,
de boeddhistische gemeenschap.
Van deze drie juwelen leert de boeddhist over de vier nobele waarheden:
Vanmorgen behandelden we het mogelijke belang van het boeddhisme voor de hellenistische filosofie en het leven van zijn grondlegger, Boeddha. Het is niet helemaal duidelijk wanneer deze wijsheidsleraar precies leefde, maar schattingen lopen uiteen tussen de de zesde eeuw v.Chr. (‘Achsenzeit’) en de vierde eeuw v.Chr. Dat sommige Grieken, zoals Pyrrhon van Elis, in India in de leer zouden zijn gegaan bij Boeddha, is onbewijsbaar, en het klinkt ook niet waarschijnlijk. De zogenaamde Indiase ‘naaktfilosofen’ waarnaar Pyrrhon volgens getuigenissen zou hebben verwezen doen niet erg Boeddhistisch aan. Zij zouden eerder behoord kunnen hebben tot het Jaïnisme of een andere spirituele sekte. We zullen het er daarom maar op houden dat eventuele beïnvloeding niet rechtstreeks is geweest. Het Perzische Rijk kan echter een doorgeefluik zijn geweest.
Ook de andere kant op trouwens. Maar terwijl er intrigerende aanwijzingen zijn voor Indische invloed op een Hegesias en de voornoemde Pyrrhon en het bij hem beginnende Grieks/Romeinse scepticisme, ontbreken zulke aanwijzingen voor Griekse of Hellenistische invloed op het Boeddhisme. Die levensbeschouwing is dan ook prima te duiden als een product van de Indiase cultuur.
Koningin Maya vertelt haar echtgenoot Suddhodana over een droom die de geboorte van Siddharta, de latere Boeddha, voorspelt (Allard Pierson-museum, Amsterdam)
[Het boeddhisme was vanaf ongeveer 400 v.Chr. tot circa 700 na Chr. de belangrijkste levensbeschouwing in de regio van het huidige Afghanistan, Pakistan, Nepal en India. Daarna raakte het boeddhisme overvleugeld door nieuwe vormen van de hindoeïstische religies en de islam. Het geloof van Boeddha kon zich echter handhaven in China.
Misschien heeft het boeddhisme enige invloed gehad op de westerse wereld, zoals op het denken van Hegesias en Pyrrhon van Elis, al bestaat het bewijs vooral uit overeenkomsten. Ideeën kunnen natuurlijk ook op verschillende plaatsen ontstaan. Tot de contactpunten zouden de rijken langs de Zijderoute kunnen hebben behoord. Hoe dan ook: er is alle reden voor een serie over het boeddhisme, die is geschreven door Kees Alders.]
Volgens de overlevering werd Boeddha geboren als Siddhartha Gautama, een koningszoon. Boeddha betekent ‘de verlichte, de ontwaakte’. Zijn levensverhaal wordt verteld als een legende, die geschiedkundig niet al te letterlijk genomen moet worden, maar wel erg mooi en ontroerend is.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.