Byzantijnse krabbel (5): menora

De menora (links) en de tafel met de toonbroden (rechts) op de ereboog van Titus in Rome

Nadat de Romeinen in het jaar 70 na Chr. Jeruzalem hadden ingenomen, brachten ze de beroemde zevenarmige kandelaar naar Rome. De menora werd, samen met andere cultusvoorwerpen uit de tempel, neergezet in de Tempel voor de Vrede. Na een brand in 192 werden de voorwerpen, of wat daarvan nog over was, misschien overgebracht naar een andere plek in de stad, maar dat is niet helemaal zeker. In elk geval waren de tempelschatten dankbare voorwerpen voor plunderaars. De Visigoten namen in 410 de Tafel met de Toonbroden mee terwijl de Vandalen zich in 455 ontfermden over de menora, die ze overbrachten naar Karthago.

In 534 veroverde de Byzantijnse generaal Belisarius die stad en de zevenarmige kandelaar was een van de voorwerpen die hij meenam. De geschiedschrijver Prokopios schrijft in zijn Geschiedenis van de Vandaalse Oorlog 4.9 dat het voorwerp door Constantinopel werd meegedragen tijdens Belisarius’ triomfantelijke intocht. Het zal hebben geleken op het reliëf hierboven, dat toont hoe de menora, na te zijn meegenomen uit Jeruzalem, in triomf door de straten van Rome werd gedragen.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (5): menora” →

Byzantijnse krabbel (7): Walvis

Walvis op een gevelsteen (Elleboogsteeg 12, Amsterdam)

Nee, dat dit Byzantijnse krabbel numero zeven is, wil niet zeggen dat u er zes hebt gemist. De waarheid is dat ik een klein dozijn in de pen heb om later te publiceren, maar dat één ervan ineens actueel is, zodat ik die nu naar voren haal. Het is een geweldige anekdote uit de Geschiedenis van de oorlogen van Prokopios, een zesde-eeuwse hoveling uit de tijd van keizer Justinianus (r.527-565).

In die tijd werd de walvis (κῆτος) gevangen die de inwoners van Constantinopel Porfyrios noemden. Het dier had Byzantium en omliggende steden zo’n vijftig jaar lastig gevallen, hoewel niet aan een stuk. Soms was het er voor enige tijd niet, maar op andere momenten bracht het schepen tot zinken en joeg het de opvarenden van andere schepen zoveel schrik aan dat ze lange omwegen maakten. Het was daarom een punt van aandacht voor keizer Justinianus om het dier te vangen.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (7): Walvis” →

Justinianus

Justinianus (Venetië)

In 1998 was ik voor het eerst in Venetië en uiteraard ging ik naar de San Marco. Ik heb me destijds vergaapt aan de mozaïeken en de paarden, maar heb helaas het Tetrarchenreliëf gemist (het werd gerestaureerd) en heb de bovenstaande buste over het hoofd gezien. Ook bij een tweede bezoek heb ik het portret niet gezien, al kende ik een replica die te beobachten valt in Mainz in het onvolprezen Römisch-Germanisches Zentralmuseum.

Het portret, dat in 1204 uit Constantinopel werd meegenomen toen Kruisvaarders de boel daar plunderden, is gemaakt van porfier, een gesteente dat alleen in Egypte wordt gevonden. Dat maakt de datering simpel: het zal vermoedelijk dateren van vóór de Arabische veroveringen, want daarna nam de export van porfier sterk af. We hebben dus te maken met een vorst die voor pakweg 650 regeerde en inderdaad lijkt de buste op een keizer die we goed kennen: Justinianus. Het zou ook Justinianus II kunnen zijn, maar die leefde te laat.

Lees verder “Justinianus” →

Ananeosis

Ananeosis (Museum Qasr Libya)

In de vroege vijfde eeuw werd Romeins Libië onder de voet gelopen door woestijnnomaden die bekendstaat als de Laguatan. De ruiters – soms op een dromedaris, vaak op een paard – wisten dat het gebied nauwelijks werd verdedigd. Misschien kenden ze de oorzaak: de Donaugrens stond onder druk en de Rijngrens was al bezweken. Constantinopel en Rome werden omgevormd tot de grootste vestingen van de oude wereld, met muren die nog altijd indrukwekkend zijn. In de ene stad deden ze dienst tot 1453, in de andere tot 1870. Het Romeinse Rijk werd dus bedreigd en alle troepen waren nodig aan het front.

En dus werd de Cyrenaica, het noordoosten van Libië, ontdaan van troepen en meteen onder de voet gelopen. Kyrene, ooit een van de belangrijkste culturele centra van de Griekse wereld en een van de rijkste steden van het Romeinse Rijk, zou nooit meer worden herbouwd. Toen het aan de Donau-grens even rustig was, kwam een generaal Anysius naar Libië, en hij boekte zowaar enig succes, maar verder was de verdediging overgelaten aan het privé-initiatief van de bewoners. Synesios van Kyrene, een rijke grootgrondbezitter, beschrijft in zijn brieven hoe het van kwaad tot erger ging. Zijn Katastasis is de deprimerende beschrijving van de totale vernietiging van het aloude gebied.

Lees verder “Ananeosis” →

Berytus nutrix legum

wapen_beiroetMoe op een hotelkamer in het westelijkste deel van Beiroet. Uiteraard begonnen met een bezoek aan het Nationaal Museum, dat een van de allermooiste oudheidkundige collecties ter wereld heeft. Desondanks waren we de twee uur die we er doorbrachten de enige bezoekers. Ik weet dat het gruwelijk snobistisch klinkt, maar we hebben onder meer foto’s gemaakt van voorwerpen waarvan we geen scherpe foto’s hadden. Ideaal voor onderwijsdoelen.

Een nieuw-tentoongesteld voorwerp is een inscriptie van de Herodiaanse vorsten  Berenike en Agrippa II (let op de volgorde.) De inscriptie noemt zus en broer als degenen die een gebouw, opgericht door hun voorvader Herodes, hebben voorzien van marmeren decoratie en zuilen, maar bevat ook een curieuze titel: ze zijn kinderen van de “grote koning” Herodes Agrippa I. Deze oosterse aanduiding is in Latijnse inscripties uit de eerste eeuw, voor zover ik weet, ongebruikelijk. Op de naam Herodes volgen nog enkele onbegrijpelijke letters, die doorgaans worden gelezen als een verkeerd gespeld woord voor “voorvader”, maar zover ik kon zien zijn de twee eerste letters PP, pater patriae, een meestal voor keizers gebruikte aanduiding.

Lees verder “Berytus nutrix legum” →

De keizers van het Byzantijnse Rijk

Het hof van het Byzantijnse Rijk (op een reliëf uit Istanbul).

Ik heb de woorden van de Duitse filosoof Georg Hegel al eens eerder geciteerd: de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk was

eine tausendjährige Reihe von fortwährenden Verbrechen, Schwächen, Niederträchtigkeiten und Charakterlosigkeit.

Andere negentiende- en twintigste-eeuwse auteurs hebben soortgelijke uitspraken gedaan. Moderne auteurs over het onderwerp nemen deze opmerkingen vaak als uitgangspunt om aan te geven hoe sterk onze opvattingen sindsdien zijn veranderd.

Zo ook Hein van Dolen in zijn sympathieke Een kleine geschiedenis van het Byzantijnse Rijk. Hij begint met de constatering dat het onderwerp “verwaarloosd en ondergewaardeerd” is geweest, wijst erop dat dit beeld de afgelopen halve eeuw radicaal is gekanteld en neemt de lezer vervolgens mee door een geschiedenis van ruim elf eeuwen.

Lees verder “De keizers van het Byzantijnse Rijk” →