De romaanse kerken van Keulen (2)

Maria speelt met Jezus (Museum in de St. Cäcilien, Keulen)

Ik heb een machtig leuke tijd doorgebracht in Keulen en laat u even delen in het plezier. Gisteren behandelde ik één Dom en vier romaanse kerken en beloofde ik u nog een vijfde romaanse kerk, nu neem ik eerst nog wat romaanse kerken onder handen. Uiteraard zijn de kerken zélf romaans, maar is er van alles toegevoegd, uit de gotische tijd en uit later tijdvakken.

6. St. Maria in Lyskirchen

Vlakbij de Rijn, in de richting van de Romeinse vlootbasis van Keulen, vlakbij de middeleeuwse haven ligt het kerkje van St. Maria in Lyskirchen, waar de plafondschilderingen nog zijn te zien. Ik vond ze erg moeilijk leesbaar maar het kerkje was het best bewaarde en gaf ook het beste idee van een kerk uit de Volle Middeleeuwen. Het orgel werd gestemd terwijl ik keek naar een prachtig modern gebrandschilderd raam van Sint-Nikolaas, de patroon van de zeevarenden. Vondel is op een boogscheut afstand geboren.

Lees verder “De romaanse kerken van Keulen (2)”

De romaanse kerken van Keulen (1)

St. Gereon, Keulen

Het was 1981. Ik weet dat zo precies omdat we in de auto terug naar Nederland “Vienna” van Ultravox hoorden. We, dat waren mijn vader en ik, en we waren naar Keulen geweest om daar de romaanse kerken te bekijken die zijn aandacht hadden getrokken en om grammofoonplaten te kopen bij Saturn. We zullen die dag drie romaanse kerken hebben gezien.

Keulen heeft, behalve een Dom en een Ludwigmuseum en een Rijn en een Römisch-Germanisches Museum, niet minder dan twaalf romaanse kerken, producten uit de tijd waarin Keulen een van de machtigste en belangrijkste steden in Duitsland was. Zeg maar de Volle Middeleeuwen. In de Late Middeleeuwen was het wat minder; de Dom bleef althans onvoltooid tot dit project na de Duitse vereniging van 1870 alsnog ter hand werd genomen. Maar die romaanse kerken zijn de eigenlijke sieraden van de stad.

Omdat we die dag in 1981 niet zo ver zijn gekomen, wilde ik die nog eens allemaal zien. Het kwam er echter nooit van. Ik ben heus wel vaker in die fijne stad geweest – vorige maand voor het laatst – maar de Romeinen hadden altijd mijn volle aandacht. Nu het Römisch-Germanisches Museum is gesloten, stonden die niet in de weg en was er alle tijd om de schade in te halen. Hier zijn er alvast een paar. Dat de gebouwen zelf romaans zijn maar veel kunstvoorwerpen van recenter datum, is natuurlijk vanzelfsprekend.

Lees verder “De romaanse kerken van Keulen (1)”

Vondel in Keulen, bis

Gedenksteen voor Vondel in Keulen

Een tijdje geleden blogde ik over een bezoekje aan Keulen, waarbij ik in de Große Witschgasse vergeefs had gezocht naar het gedenksteentje op het geboortehuis van Joost van den Vondel. Ik schreef:

De moderne straat herinnerde ik me goed. De seksbioscopen in de omgeving herinnerde ik me eveneens goed. De nabijheid van de Rijn herinnerde ik me eveneens correct. Maar die gevelsteen? Niets.

Speelt mijn geheugen me parten? Het zou kunnen. Ik ben vierenvijftig. Heb ik slecht gekeken in een drukke straat? Kan ook. Of is die gevelsteen verwijderd? Het zou ook kunnen. Ging het om het huis dat in verbouwing was? Ik weet het niet maar in elk geval hoort er op die plek gewoon een gevelsteen te zijn, klaar.

Lees verder “Vondel in Keulen, bis”

Grenzen trekken

Inscriptie met FINES VICI, “grens van het dorp” (Archeologisch Museum, Rindern)

Het Romeinse Rijk bestond uit provincies die weer waren onderverdeeld in kleinere eenheden. Normaal gesproken waren dat stadstaten (bijv. Athene of Capua), maar de verovering van Gallië schiep een probleem: hier waren geen stadstaten. De Romeinen losten dit vrij simpel op – ik laat in het midden of ze dat bewust deden – door de onderworpen Gallische stammen op te vatten als stadstaten, waarbij dan een van de plaatselijke nederzettingen werd getypeerd als de eigenlijke stad en de rest als het territorium van die stad. De ambiguïteit van het woord civitas, dat zowel stad als stam als gemeente kon betekenen, maakte dit des te eenvoudiger.

Waar lagen de grenzen van de gemeenten, van de voormalige stammen, van de zogenaamde stadstaten? Om dat vast te stellen gebruiken oudheidkundigen een foefje, de Thiessenpolygonen, vernoemd naar de Amerikaanse meteoroloog Alfred H. Thiessen (1872-1956). Hieronder heb ik een voorbeeld, waarbij het eerste plaatje de rivieren toont met bekende stedelijke knooppunten uit de Lage Landen. Bovenaan, onder de Rijn, liggen Voorburg, Nijmegen, Xanten en uiteindelijk rechts Keulen, onderaan liggen van links naar rechts Kassel, Bavay en Tongeren.

Lees verder “Grenzen trekken”

Vondel in Keulen

Vondel is geboren in de Große Witschgasse in Keulen

Niemand leest Vondel nog maar hij zou de held kunnen zijn van de burgerlijke samenleving. Hij nam zijn verantwoordelijkheid en was bereid zijn mond open te trekken als dat zijns inziens nodig was. Prins Maurits had als militair genie een ereplek kunnen hebben in de Europese geschiedenisboeken, maar dankzij Vondels Stockske en Palamedes is prins Maurits voor eeuwig de man van de gerechtelijke moord op Van Oldenbarnevelt. Laat niemand zeggen dat literatuur bijzaak is.

Vondel is ook actueel. De burgerlijke samenleving garandeert gewetensvrijheid en in de Nederlanden misschien wel meer dan elders, want het was een van de redenen waarom men hier in opstand kwam tegen de Spaanse koning. Vondel kende het belang van deze waarde. Zijn geestelijke biografie staat in het teken van zijn keuze voor het katholicisme, een in die tijd niet populaire religie, in Holland hooguit gedoogd. Alsof je nu de islam omhelst. Maar een kwezelige bekeerling was Vondel niet, want hij kon moordend effectief schrijven over de uitwassen van religie, zie zijn Jeptha. En dan heb ik het nog niet over het simpele gegeven dat Vondels oeuvre een voorbeeld is van migrantenliteratuur. Vondel zou de held kunnen zijn van de burgerlijke samenleving.

Lees verder “Vondel in Keulen”

Plectrudis

Het graf van “hofmeierin” Plectrudis (St. Maria im Kapitol, Keulen)

Nu ik toch bezig ben met Radbod, doe ik deze foto er ook even bij. Die maakte ik vorig jaar in Keulen in de prachtige kerk van St. Maria im Kapitol. Inderdaad, een Mariakerk, gebouwd op het platform waarop ooit de Capitooltempel stond van de hoofdstad van de Romeinse provincie Germania Inferior. Wie de romaanse kerk binnengaat, klimt nog altijd eerst een trap op.

Je hoeft geen kunstgeschiedenis te hebben gestudeerd om te zien dat dit graf niet afkomstig is uit de Vroege Middeleeuwen, maar het is wel degelijk voor iemand uit de cirkel van Radbod: dit is het graf van Plectrudis, de echtgenote van de Frankische hofmeier Pippijn van Herstal, aanvankelijk Radbods tegenstander, maar vanaf 711 schoonfamilie. In ongeveer dat jaar sloten Radbod en Pippijn namelijk een huwelijksalliantie, waarbij Radbods dochter Theudesinde trouwde met een zoon van Pippijn en Plectrudis, Grimoald. Overigens was Theudesinda vermoedelijk al langer Grimoalds concubine.

Lees verder “Plectrudis”

Het cultureel geheugenverlies van Keulen

Het is vandaag tien jaar geleden dat in Keulen een van de kantoren van het Raadhuiscomplex instortte, samen met nog twee andere gebouwen. De schade aan deze huizen was niet het ergste: er vielen ook twee doden. De oorzaak bleek de aanleg van de nieuwe metrolijn, die het noorden en het zuiden van Keulen zou gaan verbinden. Door een gat in een damwand had het grondwater onder de drie huizen kunnen weglopen en daarbij was het zand meegezogen.

Bij het onderzoek naar het Kölsche Ground Zero bleek dat het gat in de damwand had kunnen ontstaan doordat de stalen beugels die de platen van die wand bij elkaar moesten houden, waren gestolen. Puur menselijke slechtheid dus. De nabestaanden van de twee overleden bouwvakkers moeten de afgelopen tien jaar iedere dag vergeefs hebben geprobeerd verder te gaan alsof er geen misdrijf was gepleegd.

Lees verder “Het cultureel geheugenverlies van Keulen”

Vasa diatreta

Vasa diatreta (Museo Civico Archeologico, Milaan)

Ik maak het me vandaag even niet al te moeilijk: een heel kort stukje over de prachtige glazen beker hierboven. Die staat bekend als de Trivulzio-beker en is te zien in het Museo Civico Archeologico in Milaan. Als de naam  “Trivulzio” een belletje doet rinkelen, dan klopt dat, want dat was de bekende Milanese familie voor wie Mantegna de Trivulzio-Madonna schilderde. De beker is eveneens eigendom geweest van de familie en lijkt te zijn gevonden in een marmeren sarcofaag te Novara.

Helaas zijn, op één ivoren kam na, de andere grafgiften zoek, zodat we geen aanwijzingen meer hebben over de aard van de begraving en over degene die er begraven ligt. Niettemin: hij of zij moet schatstinkendrijk zijn geweest, want anders bezit je geen vasa diatreta, zoals dit soort glaswerk heet.

Lees verder “Vasa diatreta”

Dierendag

Reliëf van een everzwijn en een hond (Keulen, Römisch-Germanisches Museum)

1.

Ik was onlangs even in het Römisch-Germanisches Museum in Keulen. Mocht u het niet kennen: haast u, want het sluit op 31 december de deuren voor een vermoedelijk lange verbouwing. Eén van de voorwerpen in de collectie ziet u hierboven: een derde-eeuws Romeins reliëf van een everzwijn en een niet al te grote hond. Het is gevonden in het westen van de stad.

Misschien is dit alles wat er over dit reliëf te zeggen valt: gewoon een mooi stuk beeldhouwwerk, goed uitgevoerd, levensecht, door een maker die wist hoe honden en zwijnen eruitzagen. Iemand die de bomen in de achtergrond handig benutte om het linker van de twee kijvende dieren bijna de helft van het beeldveld te geven en het rechter nog wat kleiner te laten lijken, terugwijkend bovendien, maar wél stevig op de grond.

Lees verder “Dierendag”

Het jaar 117

BOhetjaar127def.indd

Ik ken Tom Buijtendorp persoonlijk. Hij bood me de afgelopen zomer aan zijn boek Het jaar 117, dat vanmiddag wordt gepresenteerd [dode link] in de Amsterdamse Athenaeumboekhandel, mee te lezen. Daar ben ik niet aan toegekomen en pas een week of twee geleden ben ik aan het boek begonnen. Ik heb mijn kans kritiek te leveren dus laten lopen en het zou nu wel heel onsportief zijn als ik me in dit stukje negatief zou uitlaten over Het jaar 117.

Gelukkig is er ook geen aanleiding voor scepsis of kritiek. Buijtendorp beschrijft puntgaaf hoe keizer Trajanus in 98 aan de macht kwam en hoe hij enkele bestuursmaatregelen nam in de provincie Germania Inferior. Daarbij maakt Buijtendorp duidelijk hoe dat het noordwesten van het Romeinse Rijk belangrijker was dan we geneigd zijn aan te nemen. Na enkele hoofdstukken over de verdere regering van Trajanus, vertelt hij over de troonsbestijging van Hadrianus in het jaar 117. Dat is een markant jaar, want Hadrianus besloot af te zien van verdere veroveringen. Enkele gebieden ten oosten van de Eufraat, die zeer kort bezet waren geweest door de Romeinen, werden opgegeven. Latere vorsten hebben nog wel wat toegevoegd, maar het imperium sine fine waarvan de Romeinen ooit hadden gedroomd, had plaatsgemaakt voor een wereldrijk met bestuurders die een evenwicht zochten tussen inkomsten en uitgaven.

Lees verder “Het jaar 117”