De wrede munten van Julius Caesar

Munt van Julius Caesar (Archeologisch Museum, Córdoba)

Toen ik in augustus 2023 het archeologisch museum van Córdoba bezocht, fotografeerde ik ook wat munten, zoals de bovenstaande. Ik wist eerlijk gezegd niet goed wat de munt de voorstelde, maar het bordje zei: 45 v.Chr. Later ontdekte ik dat de munt ondersteboven had gelegen. Toen herkende ik het wel. U ziet een trofee met aan de voet een gevangengenomen vrouw en man. De wapens zijn Keltisch, let maar op de kenmerkende trompet links. En het opschrift: Caesar.

Deze munt, een zilveren denarius, staat bekend als een Crawford 468, wat verwijst naar de in 1974 uitgegeven catalogus Roman Republican Coins van Michael Crawford. Op de andere zijde stond een afbeelding van Caesars stammoeder Venus. Deze munt is geslagen door een Romeins legioen dat actief was in Spanje. We weten niet welk, maar het verspreidingsgebied correspondeert ruwweg met de plekken waar de soldaten van het Vijfde Legioen Alaudae hebben gediend en zijn gedemobiliseerd.

Lees verder “De wrede munten van Julius Caesar”

Numismatiek

De numismatiek bestudeert onder andere veranderende muntontwerpen, zoals deze twee Atheense zilverstukken. De linkse is rond 500 v.Chr. geslagen (Bodemuseum, Berlijn) en de rechtse in de tweede eeuw (Agoramuseum, Athene).

Ergens in de tweede helft van de zeventiende eeuw begonnen de Europese antiquariërs te begrijpen dat antieke munten niet alleen leuke kunstvoorwerpjes waren, maar ook wetenschappelijke betekenis hadden. Daar was al een ontdekking aan voorafgegaan, namelijk dat Renaissance-geleerden Romeinse munten, waarop keizerportretten stonden met opschriften, waren gaan benutten om bustes en standbeelden te identificeren. Omdat uit geschreven bronnen de regeringsjaren van de heersers vielen af te leiden, groeide de mogelijkheid de historische ontwikkeling van de sculptuur te beschrijven. Er was, om zo te zeggen, een sprong gemaakt van munten naar beeldhouwwerk.

Lange tijd volstonden muntkenners ermee plaatjes te zoeken bij elke bekende heerser. Zolang dat Romeinse keizers betrof, was dat niet zo moeilijk. Er waren tienduizenden munten voor vorsten waarvan de biografieën bekend waren. In het laatste kwart van de zeventiende eeuw breidde men de aandacht uit naar minder bekende regio’s. We kunnen dit – al is het ook maar een subjectieve keuze – het begin noemen van de wetenschappelijke numismatiek ofwel muntkunde.

Lees verder “Numismatiek”

De uitvinding van het geld

Torques uit Luristan (Archeologisch Museum van Azerbaijan, Tabriz)

Schreef ik gisteren dat munten in de Griekse wereld weliswaar leken op ons geld, maar niet helemaal hetzelfde functioneerden, vandaag heb ik in zekere zin een vervolg: betaalmiddelen in het oude Nabije Oosten. Het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, attendeert erop dat betaalmiddelen het antwoord vormen op een specifiek probleem. Ruilhandel is op zich een vrij natuurlijk proces, dat archeologen al in de Steentijd kunnen documenteren, maar er zit een addertje onder het gras: de wensen van de partijen, die verschillende dingen aanleveren en nodig hebben, zijn asymmetrisch. Hoe worden ze het eens over de waarde?

Waardebepaling

Op gezag van een Karthaagse bron geeft Herodotos van Halikarnassos een beschrijving van de handel aan de Afrikaanse westkust.

Eerst halen de Karthagers hun handelswaren van boord en stallen de spullen netjes op het strand uit. Vervolgens gaan ze weer naar hun schip en geven met rook signalen. Als de inboorlingen dat zien, dalen ze naar de kust af en leggen naast de goederen een hoeveelheid goud bij wijze van tegenwaarde neer. Daarna blijven ze op een afstand van de koopwaar staan. De Karthagers komen hierop van boord en bekijken het goud. Wanneer het naar hun idee voldoende is, varen ze ermee naar huis, maar is dit niet het geval, dan klimmen ze weer aan boord en wachten geduldig af tot de inboorlingen meer goud zijn komen brengen. Dat gaat zo door totdat de Karthagers tevreden zijn. Het is een kwestie van wederzijds vertrouwen, want het goud wordt pas gepakt wanneer het de waarde van de goederen lijkt te dekken en de inboorlingen raken de koopwaar niet aan voordat het goud door de anderen is meegenomen. (4.196; vert. Hein van Dolen)

Lees verder “De uitvinding van het geld”

Een zilverstuk uit Syracuse

Dekadrachme uit Syracuse (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Over Griekse munten, zoals deze uit Syracuse, heb ik eigenlijk nog maar zelden geblogd. Daarin moet rap verandering komen, want ze zijn altijd interessant, ze zijn vaak mooi en ze kunnen niet vaak genoeg worden tentoongesteld. Ooit hadden we in Nederland een Koninklijk Penningenkabinet, waarin talloze Griekse munten waren opgenomen. Als student kon je er vrij makkelijk terecht. De collectie is in 2007 echter samengevoegd met die van De Nederlandse Bank en het Nederlands Muntmuseum, waardoor één Muntmuseum ontstond. Het was in Utrecht. De loop kwam er echter niet in en in 2013 viel het doek. Zodat je in een de meest kapitalistische landen ter wereld momenteel nergens kunt zien wat mensen doen met geld en wat geld doet met mensen.

Autonomie

Die laatste zin (het programma van het Geldmuseum) geeft aan waarom Grieks geld zo interessant is. Het functioneerde destijds niet helemaal hetzelfde, al waren de functies op zich dezelfde. Munten dienden ook toen om mee te betalen en als oppotmiddel. Er is bovendien een vergelijkbare wereld van afbeeldingen. De Marianne op het Franse dubbeltje en de bondsadelaar op de Duitse euro hebben dezelfde functie als de roos, de bij en de schildpad op de munten van Rhodos, Efese en Aigina: alle symbolen benadrukken het eigene van degene die de munten sloeg.

Lees verder “Een zilverstuk uit Syracuse”

De stichting van Rome

Nijlpaard op een munt die Philippus Arabs sloeg ter herdenking van het duizendjarig bestaan van Rome (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Het was in de IJzertijd niet ongebruikelijk dat mensen woonden op heuveltoppen en de vallei van de Tiber was geen uitzondering. Ook voor Rome is het gedocumenteerd: we weten dat er boeren woonden op de toppen van de Palatijn, Velia, Capitool en Quirinaal. Dat de Romeinen later dachten dat hun stad was gesticht door herders, is nog maar een eerste vergissing. Dat de stad was gesticht op 21 april is een volgend misverstand, ingegeven door het feit dat de Romeinen zich niets primitievers konden voorstellen dan herders en de herders in Latium op die dag een oud lentefeest vierden.

Wat in feite gebeurde is dat in de late negende eeuw v.Chr. de heuveltopdorpjes begonnen samen te werken. Een echo klinkt door in een opmerking van de Romeinse taalkundige Festus, die het woord Septimontium, “zevenheuvelenfeest”, moet verklaren en zegt dat

op zeven plaatsen offers werden gebracht: op de Palatijn, op de Velia, op de Fagutal, in de Subura, op de Germalus, op de Caelius, op de Oppius en op de Cispius.

Lees verder “De stichting van Rome”

Romeins goudstuk, Saksisch offer

Goudstuk van Constans (©Christina Kohnen)

Hé, dat is fijn: ik kan eens iets leuks vertellen. Over archeologie nog wel. En ik hoef niet eens over te schakelen op oudheidkundige standaardoverdrijving. Ook zonder hijgerig geschreeuw is deze vondst gewoon aardig.

Goudstuk

Het gaat over de munt hierboven. Het opschrift op de voorzijde (de “kop”) identificeert de afgebeelde keizer als Fl(avius) Jul(ius) Constans en meldt verder dat hij een pius felix augustus is, een “vrome en gelukkige keizer”. De andere zijde (de “munt”) toont twee Victoria’s en een schild met het opschrift VOT X MVLT XV, steno voor votis decennalibus multis quindecennalibus, wat zoiets wil zeggen als “de geloftes voor het tienjarige jubileum zijn ingelost en er zijn nog meer geloftes voor het vijftienjarige jubileum”. Het opschrift luidt ob victoriam triumphalem, “wegens een triomfantelijke zege”. De munt is geslagen in Siscia, het huidige Sisak in oostelijk Kroatië.

Lees verder “Romeins goudstuk, Saksisch offer”

Postumus

Munt met de triomf van keizer Postumus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Zoals ik gisteren vertelde, was het rond het jaar 260 na Chr. onrustig aan de Romeinse Rijngrens. Diverse stammen deden invallen in het imperium, waaronder de Franken. Ze werden bij Empel (vlakbij Den Bosch) verslagen door een zekere Postumus, misschien een Bataaf.

Diens overwinning was reëel genoeg om zijn manschappen ertoe te brengen hem uit te roepen tot keizer van een nieuw, onafhankelijk Gallisch Keizerrijk. Dat bleek een blijvertje. Postumus verzekerde de Rijngrens en introduceerde bovendien – er is geen bron die het vermeldt, maar er zijn archeologische vondsten – een nieuw type grensverdediging. Behalve de keten van forten langs de Rijn, de aloude limes, kwam er verder in het binnenland een tweede reeks versterkingen, bijvoorbeeld langs de weg van Amiens via Tongeren, Maastricht en Heerlen naar Keulen. Zo lagen er cavalerie-eenheden in Arras, Kortrijk en Tongeren.

Lees verder “Postumus”

Zelfvergoddelijking

Alexander als Zeus, met bliksemschicht in de hand

Het was net de IJssel bij Zutphen, dacht ik, alleen was de stroom breder en was het landschap wijdser. Ik realiseerde me tegelijk hoe belachelijk de associatie was. Ik stond namelijk in Pakistan en keek uit over de rivier de Jhelum. Het was veertig graden en ik moest uitkijken voor tropenkolder.

Misschien was ik niet overweldigd door de warmte maar door het belang van de plaats: dit was waar de Macedonische koning Alexander de Grote in de vroege zomer van 326 v.Chr. de Indische radja Poros versloeg. Militair stelde die campagne weinig voor, maar religieus was ze des te significanter.

Lees verder “Zelfvergoddelijking”

Tweelingen

coin_dioscuri_211BCE_wien_khm
Castor en Pollux (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

De bovenstaande munt, die is te zien in de prachtige numismatische collectie van het Kunsthistorisches Museum in Wenen, is geslagen in het jaar 211 v.Chr., en het zal u wel duidelijk zijn in welke stad dat gebeurde: Rome. De twee ruiters, met een ster op hun helm, zijn de goddelijke tweelingen Castor en Pollux. Ze werden in Rome al sinds de vroege vijfde eeuw v.Chr. vereerd, omdat ze tijdens een bepaalde veldslag de soldaten extra krijgslust hadden gegeven én het nieuws van de overwinning in de stad waren komen melden.

De eredienst is echter veel ouder. Al sinds mensenheugenis werd dit tweetal vereerd door de Griekse aristocraten, en toen de Grieken zich in de zevende eeuw v.Chr. vestigden in zuidelijk Italië, namen ze de cultus mee. De tweelingen zouden het leger van de Griekse kolonie Lokris hebben bijgestaan in een veldslag en het nieuws van de zege nog op diezelfde dag bekend hebben gemaakt in het verre Olympia. Na deze wonderbaarlijke gebeurtenis verspreidde de cultus zich snel over de rest van Italië. De sage die de Romeinen later vertelden, is uiteraard een kopie van het Lokrische origineel.

Lees verder “Tweelingen”