Consuls en suffeten

Een suffeet (Nationaal Museum, Tripoli)

De hoogste magistraten in de Romeinse Republiek waren de twee consuls. Hun naam is weleens in verband gebracht met een werkwoord dat zoiets betekent als “samen dansen”, wat dan een verwijzing zou zijn naar een krijgsdans. Misschien is het waar, misschien is het niet waar, en in elk geval is het niet de oudste aanduiding. Ze heetten oorspronkelijk iudices, “rechters”.

Hun ambt is ontstaan, of gegroeid, in de verwarde jaren rond 506 v.Chr. (510 volgens de onjuiste Varroniaanse chronologie). We hebben een verslag in het geschiedwerk van Titus Livius, die vertelt dat koning Tarquinius Superbus in opspraak raakte door een seksschandaal waarbij zijn zoon was betrokken, en dat de Romeinen de koninklijke familie verdreven. Een van de leiders van de opstand was Lucius Junius Brutus, die eerst een andere leider van de opstand uitschakelde, daarmee feitelijk de alleenheerschappij vestigde, en korte tijd later sneuvelde. Op dat moment lijken de Romeinen te hebben gekozen voor twee iudices die één jaar zouden regeren.

Lees verder “Consuls en suffeten”

De Ammonieten

Een koning van Ammon (Jordan Museum, Amman)

Op de instorting van het Bronstijd-systeem – ook wel bekend als het drama van de Zeevolken – volgde in het Nabije Oosten de IJzertijd. Eigenlijk per definitie. Het gebied lijkt verdeeld te zijn geraakt tussen diverse stammen, die in detiende en negende eeuw begonnen te clusteren tot vroege koninkrijken: Juda rond Jeruzalem, Israël rond Samaria, Aram rond Damascus. De aanleiding tot deze clustering was de dreiging van Assyrië. Ten oosten van de rivier de Jordaan lijkt het proces wat langzamer te zijn verlopen. Daar woonden de Edomieten, Moabieten en Ammonieten.

De Ammonieten in de Bijbel

De laatsten zijn vooral bekend uit de Bijbel, meer precies uit het lange narratief dat bekendstaat als het Deuteronomistisch Geschiedwerk. Al aan het begin is te lezen dat het land van “de kinderen van Ammon” was gelegen “van de Arnon tot de Jabbok en tot aan de Jordaan”.noot Rechters 11.13. We zouden eraan kunnen toevoegen dat de oostgrens de woestijn was. De woorden “kinderen van” duiden waarschijnlijk op het (semi)tribale karakter van de Ammonieten.

Lees verder “De Ammonieten”

Joodse literatuur (5): wat te lezen?

Byzantijns kistje met bijbelse scènes

Ik heb u in vier blogjes, te beginnen hier, een chronologisch overzicht van de joodse literatuur geboden. Ik vermoed dat de meeste lezers van deze blog daaraan genoeg hebben, maar wie weet is er iemand die nu besluit zich er eens in te verdiepen.

Dat kan. Sterker, deze reeks was bedoeld als handreiking aan mensen die meenden dat ze toch die Bijbel eens moesten lezen. Ik weet dat er veel mensen zijn die vinden dat ze toch eigenlijk eens zouden moeten doen. Het is immers belangrijk erfgoed. En die mensen beginnen dan voorin de Bijbel, bij Genesis, en haken allemaal af halverwege Exodus, want die wet- en regelgeving is nu eenmaal onverdraaglijk saai. Dat is jammer, voor de lezer én voor de joodse literatuur, die allebei beter verdienen. Een betere aanpak is

Lees verder “Joodse literatuur (5): wat te lezen?”

Israël en Juda

Jeruzalem, “Large Stone Structure”: dit is vrijwel zeker niet het paleis van koning Salomo, maar dat roeptoeteren archeologen wel de wereld in.

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek,  Een kennismaking met de oude wereld, heb ik al aangegeven dat er na de crisis van de twaalfde eeuw v.Chr. grote veranderingen optraden in het Nabije Oosten. De Bronstijd was voorbij, de IJzertijd begon, en omdat ijzer overal te vinden is, werden kleine politieke eenheden levensvatbaar. Je hoefde niet langer aangesloten te zijn op de grote handelsnetwerken voor tin en koper om toch mee te kunnen doen. Ik heb de Aramese en Neohittitische staatjes in Syrië al genoemd, de Feniciërs eveneens, dus we gaan wat zuidelijker: Israël en Juda.

Die kennen we! We hebben immers de Bijbel, met het grote narratief van de Deuteronomistische Geschiedschrijver. We lezen over de Rechters, over de opkomst van de monarchie ten tijde van de profeet Samuël, over de tragische koning Saul, over koning David, over koning Salomo, over de splitsing van het rijk en over de twee koninkrijken. Israël lag in het noorden, had Samaria als hoofdstad en hield het uit tot 724 v.Chr., toen de Assyriërs het overnamen. Jeruzalem was de hoofdstad van het zuidelijke rijkje Juda, dat in 587 of 586 v.Chr. werd geliquideerd door Nebukadnezzar van Babylonië. Duidelijk verhaal.

Lees verder “Israël en Juda”

Bijbelse archeologie

Een oudheidkundige beschikt over twee soorten bewijsmateriaal: oude teksten en archeologische vondsten. (Daarnaast moet elke reconstructie worden getoetst, waarbij de sociale wetenschappen een rol spelen. Maar dat terzijde.) Door de variatie aan data zijn tegenspraken schering en inslag: Julius Caesar schrijft bijvoorbeeld dat hij de Belgen onderwierp, maar tot voor kort was daarvoor geen enkel archeologisch bewijs.

U merkt: asymmetrisch bewijs is simpel uit te leggen. Dat geldt ook voor de oude geschiedenis van Israël. Het is voor oudheidkundigen business as usual als de Bijbel iets anders beweert dan de archeologie. Desondanks kiezen – ik blogde er gisteren over – journalisten steeds het frame “de Bijbel zegt dit maar de archeologie spreekt dat tegen”. Alsof we nog leven in de negentiende eeuw, toen die vraag een zekere actualiteit bezat, en alsof asymmetrisch bewijs moeilijk zou zijn.

Lees verder “Bijbelse archeologie”

Het koninkrijk Israël (1)

De IJzertijdrijkjes van de zuidelijke Levant
De IJzertijdrijkjes van de zuidelijke Levant

De Assyrische expansie naar het westen, waarover ik nu al enkele keren heb geschreven (1, 2, 3, 4, 5) leidde ertoe dat de vroege IJzertijd-rijkjes in de Levant zich begonnen te organiseren en werden tot echte koninkrijken. Dit is een simpele constatering, maar er zit meer achter.

In de negentiende eeuw ontstond in Europa de culturele antropologie: een nieuwe wetenschap, met als doel menselijke samenlevingen te beschrijven. Eén van de oudste manieren om dit te doen, was ze te verdelen in verschillende typen, die elkaar opvolgden: de mensen waren begonnen als aasetende wildemannen, hadden leren jagen en verzamelen, hadden het stadium der barbarij bereikt, waren steden gaan bouwen, waren beschaafd geraakt, waren imperia gaan bouwen en zo voort. De hele menselijke geschiedenis werd gedomineerd door vooruitgang, met de ondergang van het Romeinse Rijk als ergerlijke, nog te verklaren onregelmatigheid.

Lees verder “Het koninkrijk Israël (1)”

JHWH en zijn Asjera

Een asjera en twee Assyrische vereerders (Museum van Antakya)

Voilà, een nieuwe aflevering in onze inmiddels 76.243 delen tellende reeks “oudheidkundige prietpraat”. Het decor is opnieuw Israël en het gaat opnieuw over archeologie, maar in de zin dat het publiek wordt misleid had dit bericht kunnen slaan op elk ander oudheidkundig deelgebied. Hier is het bericht van de dag. Het gaat over Tel Motza, niet ver van Jeruzalem.

In december 2012 is daar een heiligdom ontdekt uit de Vroege IJzertijd. Mocht u het precies willen weten: het aardewerk behoort tot het IJzer I. Ik heb wel eens een complexe reeks blogstukjes gepost over de datering van dat aardewerk, waarover twee scholen bestaan. De meeste wetenschappers neigen ertoe het te dateren vóór 930 v.Chr., zodat de koningen David en Salomo moeten worden geplaatst aan het einde van deze tijd; andere onderzoekers plaatsen dit aardewerk vóór 980, wat wil zeggen dat deze vorsten in een nieuwe tijd leefden met IJzer IIa-aardewerk en grote, monumentale gebouwen. In Megiddo is inmiddels dateerbaar organisch materiaal gevonden dat zich ervoor leent deze discussie ten einde te brengen, maar dat blijft vooralsnog ongepubliceerd.

Lees verder “JHWH en zijn Asjera”

Joodse literatuur (2)

De belegering van Lachis. Tekening van een reliëf uit Nineve, nu in het British Museum.

[Dit is het tweede van vijf stukjes over de bronnen van mijn komende boek Israël verdeeld; in het eerste, hier, vertelde ik dat de uitleg in principe een cyclisch proces is.]

Cyclische processen zijn alles wat we hebben en het gevaar van cirkelredeneringen is levensgroot. Teksten worden – als er geen verwijzingen zijn naar contemporaine gebeurtenissen – vaak gedateerd aan de hand van de inhoud, die al dan niet overeenstemt met opvattingen die op een bepaald moment gangbaar waren, maar tegelijk is de veronderstelde geschiedenis van de antieke ideeën voor een groot deel gebaseerd op diezelfde teksten. De totstandkoming van de vijf boeken van de Wet is een onontwarbare puzzel: het staat vast dat er oeroude delen in zitten – de hogepriesterlijke zegen is aangetroffen op een zilveren amulet uit de zevende eeuw v.Chr. – maar het lijkt er ook op dat nog in de vijfde eeuw v.Chr. delen zijn toegevoegd.

Lees verder “Joodse literatuur (2)”