Alexander de Grote in Sardes

Sardes

De afgelopen tijd heb ik het een en ander verteld over de troonsbestijging en het eerste regeringsjaar van Alexander de Grote. Ik heb het ook gehad over zijn eerste overwinning op de Perzen, in de slag aan de Granikos. Eigenlijk was dat een hinderlijk oponthoud geweest tijdens de opmars naar het zuiden, waar de eigenlijke doelen van de Macedonische operatie lagen: Griekse steden als Efese en Milete. In Perzische handen waren dat gevaarlijke vlootbases, waarvandaan Griekenland en Macedonië konden worden aangevallen. Maar de bevolking had al aangegeven liever zelfstandig te zijn – of beter gezegd: een deel van de bevolking had, toen het Macedonische leger van Parmenion in de buurt was, de Macedoniërs verwelkomd. Of dit deel van de bevolking representatief was voor de andere bewoners, valt niet langer te achterhalen.

Snel naar het zuiden

De Granikoscampagne duurde alles bij elkaar twee weken. Nadien konden de Macedoniërs verder oprukken. Van het verslagen Perzische leger viel geen tegenstand meer te verwachten. Er dreigde pas gevaar in steden die werden beschermd door de vijandelijke vloot, maar die kon niet uitvaren vóór eind juni de oogst was binnengehaald. En zo konden Alexanders mannen in de laatste weken van de lente van 334 v.Chr. moeiteloos langs de kustweg naar het zuiden marcheren. De zwaarste bagage werd met schepen vervoerd en de soldaten moeten het vreemde gevoel hebben gehad dat ze op vakantie waren.

Lees verder “Alexander de Grote in Sardes”

Cornelis de Bruijn (6) Terugkeer

Cornelis de Bruijn, Libanonceders

Dit is het zesde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Libanon

Cornelis de Bruijn verliet Jeruzalem op 16 november 1681 en bleef even hangen in Ramla om daar – vandaag 343 jaar geleden – Kerstmis te vieren. Nieuwjaar en Drie Koningen volgden en op 8 januari 1682 was hij weer in Jaffa, waar hij onmiddellijk aan boord van een schip ging. De volgende dag arriveerde hij in Tripoli.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (6) Terugkeer”

Cornelis de Bruijn (3) Smyrna

Cornelis de Bruijn, Smyrna

Dit is het derde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Smyrna

Toen Cornelis de Bruijn in de zomer van 1678 vanuit Italië arriveerde in de belangrijke handelshaven Smyrna, werd hij onmiddellijk opgenomen in de kringen van de Europese diplomaten. De Hollandse consul bood hem onderdak en diens Engelse collega nam hem mee voor een bezoek aan Selçuk en de ruïnes van het oude Efese.

Dit was een warmer welkom dan de jongeman redelijkerwijs had kunnen verwachten. Het consulaat van Smyrna, een van de belangrijkste posten in de Hollandse diplomatie, werd bezet door een edelman die normaliter geen enkele zwerver zou ontvangen. De Bruijn was geen bekende kunstenaar en ook kon hij zijn gastheren (nog) niet vermaken met verhalen over landen die zij niet hadden bezocht. De gastvrijheid van de consul is des te opmerkelijker als we bedenken dat hij er zeker van was dat zijn gast had geprobeerd Johan de Witt te vermoorden. Ik noemde het al.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (3) Smyrna”

Cornelis de Bruijn (2) Rome

Handtekeningen van kunstenaars uit de Lage Landen in de Santa Costanza; de handtekening van Cornelis de Bruijn ontbreekt

Dit is het tweede van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Op reis

Ik eindigde mijn vorige stukje met de opmerking dat Cornelis de Bruijn Holland had verlaten. Op 1 oktober 1674 was hij met zijn collega Pieter van der Hulst (1651-1727) Nederland afgereisd naar Italië. Omdat de Guerre de Hollande nog steeds voortduurde, konden ze niet de weg langs de Rijn nemen, maar moesten ze een omweg maken. Ze bezochten dus eerst Leipzig en Wenen, en waren op de feestdag van Sint-Nikolaas, 6 december dus, in Venetië.

Hoe financierde De Bruijn zijn reis? Dit is een onopgelost raadsel. Mogelijk heeft hij geld gespaard en had hij rijke vrienden, maar er zijn geen aanwijzingen dat zij de reis hebben betaald. Ook stond hij niet op de loonlijst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). We weten dat de kunstenaar tekeningen verkocht en bijverdiende met het schilderen van portretten, maar het is onduidelijk of dit voldoende was. Nog verrassender is dat hij bij terugkeer een fortuin bezat, dat hij zou investeren in de publicatie van zijn reisverslag, Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Azië.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (2) Rome”

Zesmaal werelderfgoed: West-Turkije (2)

Het Karabel-reliëf

[Tweede deel van een stuk over antiek erfgoed in westelijk Turkije. Het eerste was hier.]

Smyrna

Vanuit Efese kun je via het orakel van Klaros en het belangrijke Karabel-reliëf uit de Late Bronstijd naar Izmir, het antieke Smyrna, met een mooi museum en een agora. Her en der verstrooid staan nog enkele Ottomaanse huizen, als herinnering aan de mooie stad die hier ooit moet zijn geweest voordat de stad door oorlog werd verwoest. De Grieken die de stad verlieten, hebben sculptuur meegenomen die nu in Athene is.

Lees verder “Zesmaal werelderfgoed: West-Turkije (2)”

Geliefd boek: De heksen van Smyrna

Op aanraden van een goede Faceboekvriendin kocht ik ruim een decennium geleden de roman De heksen van Smyrna (2001) van de Griekse schrijfster Mara Meimaridi , in een Nederlandse vertaling uit 2006, uitgegeven bij Wereldbibliotheek, Amsterdam. Hoewel ik heel redelijk met Nieuw-Grieks uit de voeten kan heb ik expliciet voor deze vertaling gekozen: ten eerste omdat Nieuw-Griekse literatuur vanuit Nederland lastig te verkrijgen is, en ten tweede omdat de vertaling van de hand is van Hero Hokwerda, zo’n beetje de meest prominente vertaler van Nieuw-Griekse literatuur in het Nederlands en bekend vanwege zijn recente vertalingen van boeken van Níkos Kazantzákis.

Omdat ik hier bewust voor een vertaling heb gekozen heb ik hieronder een paar opmerkingen over vertalen en specifiek deze vertaling gemaakt. Wie hier niet op zit te wachten kan gerust de rest van de volgende paragraaf overslaan.

Lees verder “Geliefd boek: De heksen van Smyrna”

Stedelijke twisten

Inscriptie uit Efese; de donkere delen zijn aanvullingen (British Museum, Londen)

De Historiën van Tacitus behoren tot het indrukwekkendste dat in de Latijnse letteren is geschreven. De auteur vertelt hoe het jaar 69 na Chr. de heerschappij en ondergang zag van de keizers Galba, Vitellius, Otho, Vespasianus en Julius Sabinus. Ook beschrijft Tacitus in detail de bijbehorende militaire conflicten, zoals de Joodse Oorlog en de Bataafse Opstand. Tacitus, die voor alles senator was, focust bij dit alles op de weinig heldhaftige rol van de Senaat en daardoor is des te schokkende wat hij volkomen terloops vertelt: hoe gemakkelijk steden profiteerden van het wegvallen van het centraal gezag om onderlinge vetes uit te vechten. In Gallië heeft Vienne ruzie met Lyon, in Africa trekken Oea en Lepcis tegen elkaar op en vragen daarbij de hulp van de nomadische Garamanten. Tacitus besteedt er weinig woorden aan. Stedelijke oorlogen waren voor hem volkomen vanzelfsprekend.

In vredestijd was dat natuurlijk minder, maar evengoed rivaliseerden de diverse steden. Plinius de Jongere beschrijft in zijn brieven hoe in Bithynië de concurrentie zich had vertaald in te ambitieuze bouwprojecten, waardoor de ene stad na de andere in financiële moeilijkheden kwam.

Lees verder “Stedelijke twisten”

Van Smyrna naar Athene

Portret van keizer Titus (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Dit is een leuk portret van Titus, die in 79 na Chr. zijn vader Vespasianus opvolgde als keizer van het Romeinse Rijk. Het voorwerp komt uit de Griekse stad Smyrna, het huidige Izmir in West-Turkije, en is nu te zien in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene.

En er is iets grappigs mee aan de hand. Het kapsel was in 79 uit de mode en de onderkaak is te smal. De verklaring is dat het eigenlijk helemaal geen portret is van Titus, maar van Caligula, die van 37 tot 41 keizer was. Ik stel me zo voor dat de mensen in Smyrna in 79 snel een portret van de nieuwe keizer nodig hadden en een oude buste die nog ergens op een zolder slingerde, hebben omgewerkt toen het model van de nieuwe vorst was ontvangen. Stevige lik verf erover en niemand die het ziet. Later zou er nog wel tijd zijn voor een beter portret. (Dit vertelt iets over het belang van de keizercultus en de ernst waarmee de Romeinen ermee omgingen.) Het “later” is er niet meer gekomen omdat Titus al na twee jaar overleed.

Lees verder “Van Smyrna naar Athene”