Antiek glas

Ruw glas (Cyprusmuseum, Nicosia)

Een van de oudejaarsvragen betrof antiek glas: viel er iets te zeggen de wijze waarop het werd vervaardigd en kunnen we het namaken? De tweede vraag is makkelijk te beantwoorden: ja, dat kunnen we. Er zijn diverse ateliers, zoals dit, en u kunt de producten kopen in de meeste museumwinkels. De vraag hoe ze het in de Oudheid maakten, is lastiger.

Er gaat namelijk een andere vraag aan vooraf: wat is glas eigenlijk? Het is feitelijk vloeibaar gemaakt en daardoor bewerkbaar silica. Dat valt te winnen uit gewoon zand, maar voor de glasmaker aan het werk kan, moet hij twee problemen oplossen. De eerste moeilijkheid is dat hij het smeltpunt van silica moet verlagen van rond de 2000°C tot 1200°C. Daarom voegt de glasmaker soda (natriumcarbonaat) toe, dat valt te winnen uit planten. Dit creëert een nieuwe complicatie, namelijk dat het product zo oplosbaar wordt. Daarom voegt hij ongebluste kalk (calciumoxide) toe. Zo wordt het mengsel weer harder en kunnen we, om eens iets te noemen, water drinken uit een glas. De verhouding tussen de drie bestanddelen varieert rond de 70% silica, 25% soda en 5% calciumoxide.

Lees verder “Antiek glas”

Romeinse wachttoren in het Zaanse veen

De expositie over de wachttoren in het Zaanse gemeentehuis

[Vandaag even een bijdrage van een gastauteur, Rob Duijf, die al eerder op deze plaats heeft geschreven over makelaars, archeologiebeleid en locomotieven, en vandaag over een Romeinse opgraving.]

In de eerste eeuw na het begin van de jaartelling stond in Krommenie (in de gemeente Zaanstad) naar alle waarschijnlijkheid een Romeinse wachttoren. Dat blijkt uit een nieuwe archeologische opgraving die in 2018 werden uitgevoerd. De vondsten die op deze plaats aan het licht kwamen, zijn nu in de vorm van een klein opgravingsverslag tentoongesteld in een vitrinewand in het gemeentehuis van Zaanstad aan het Stadhuisplein in Zaandam. De expositie is nog tot en met vrijdag 22 november te zien.

In 1955 werden bij grondwerkzaamheden voor de aanleg van een nieuwbouwwijk aan het Volwerf, aan de rand van de toenmalige gemeente Krommenie, sporen gevonden, die erop wezen dat hier in de eerste eeuw een Friese woonkern moest hebben gelegen. Na deze ontdekking deed de Archeologische Werkgemeenschap Zaanstreek-Waterland samen met het Instituut voor Pre- en Protohistorische Archeologie van de Universiteit van Amsterdam verder onderzoek en in 1959 werd een boerderijplattegrond uit de eerste eeuw opgegraven, waarmee Friese bewoning op het veen in de Romeinse ijzertijd werd aangetoond. Tot die tijd nam men aan dat dit een ‘niemandsland’ was, waarin de Romeinen geen nederzettingen duldden.

Lees verder “Romeinse wachttoren in het Zaanse veen”

Er is te weinig aandacht voor aardewerk

Aardewerk op de vlakte van Šahr-e Qumis (Hekatompylos)

In het eerste deel van dit stukje gaf ik aan dat er in musea nogal veel aardewerk ligt omdat het spul weliswaar breekbaar is maar niet goed kapot wil gaan. Het smelt, roest of brandt niet. Ook is keramiek betrekkelijk waardeloos, zodat niemand zijn leven riskeert om het uit een verbrande of verzwolgen nederzetting op te halen. Het grote aanbod van potten en scherven in de musea wil dus niet zeggen dat het materiaal is oververtegenwoordigd, maar dat andere vondstcategorieën zijn ondervertegenwoordigd.

Nee, er is nooit genoeg aardewerk

Er is ook een ander verhaal te vertellen. Keramiek is namelijk verdraaid informatief. Een van de eersten die dat begreep, was Heinrich Schliemann. In een tijd waarin esthetiek een belangrijke drijfveer was bij het oudheidkundig bodemonderzoek, zocht hij niet naar mooie sculptuur – al was hij niet afkerig van de mooie Helios uit Troje – maar begreep hij dat simpele voorwerpen een belangrijke bron van informatie konden zijn. De hoon die hij kreeg van de toenmalige, kunsthistorisch georiënteerde oudheidkundigen is nog altijd niet verstomd, maar Schliemann had wel gelijk. Het grauwe aardewerk dat hij vond in Orchomenos, Mykene en Troje IV deed hem bijvoorbeeld inzien dat deze nederzettingen gelijktijdig hadden bestaan. Zo ontdekte hij dat je aardewerk kunt gebruiken om chronologieën te bepalen.

Lees verder “Er is te weinig aandacht voor aardewerk”

Terra sigillata

germa_museum_dish
Terra sigillata uit Germa

Menigeen zal weten wat het bovenstaande is: een schaal van terra sigillata, “gestempeld aardewerk”. Het is het gebruikelijke luxe-aardewerk in de Romeinse tijd en is gevonden op opgravingen van Syrië tot Schotland. Omdat de mallen waarmee het werd vervaardigd zo herkenbaar zijn en zelden heel lang mee gingen, is terra sigillata (kortweg TS) ideaal om opgravingen te dateren.

De bovenstaande schaal is zo leuk door de vindplaats: Germa, diep in de Libische woestijn. Als je vanaf de Mediterrane kust naar “zwart” Afrika reisde, was de eerste oase nog Romeins, waarna Germa de tweede halte was. Daarop volgden Ghat en nog wat oases, tot je aankwam aan de middenloop van de Niger. Romeinse kooplieden kwamen hier om goud, ivoor en wilde dieren te halen.

Lees verder “Terra sigillata”