U hebt de beelden gezien van de wijze waarop de zogenaamde Islamitische Staat in Irak en Syrië onverkoopbare museumstukken vernietigt. Dat idee hebben de fundamentalisten opgedaan in Egypte, waar vandalen onder andere de musea van Malawi en Al-Arish plunderden en het onverkoopbare materiaal vernietigden. Het waren niet de enige plunderingen in Egypte: tijdens de Arabische Lente werden ook tal van opgravingen ontdaan van de daar te vinden oudheden.
Gelukkig zijn er bewakers. Mannen die met hun leven instaan voor de bescherming van de Egyptische oudheden. Mannen als Mustafa Ali en Ghafir Asrawy bij het project te Dayr al-Barsha, tegenover Malawi.
De in 2011 begonnen Arabische Lente had ook voor de oudheidkunde ingrijpende gevolgen. Niet alleen slechte. Tot de mooie dingen behoorde dat de demonstranten op het Tahrirplein een ordedienst instelden om het museum te bewaken. Cairo werd zo geen Bagdad, waar in 2003 het museum werd geplunderd en de buit werd verkocht op de zwarte markt.
Exit Hawass
Ik denk ook dat het een verbetering was dat Egyptes flamboyante minister van oudheidzaken, Zahi Hawass vertrok, vermoedelijk de enige oudheidkundige die zich in beroemdheid kan meten met Nobelprijswinnaars. Ik wil zijn verdiensten niet ontkennen: hij maakte duidelijk dat egyptologie een avontuur kan zijn en nam zo de piramidiotie de wind uit de zeilen. Pseudowetenschappelijke theorieën over mysterieuze piramidekrachten zijn nu uit de mode. Hawass had alleen een paar dingen niet begrepen. In de eerste plaats dat het avontuur van de oudheidkunde intellectueel is, en geen Indiana Jones. Misschien valt hem dit te vergeven, want oudheidkundigen leggen doorgaans alleen de feiten uit en niet hoe we aan die feiten komen – het wetenschappelijk proces dus.
Reliëf van de god Nergal uit Hatra, vermoedelijk door ISIS vernietigd in het museum van Mosul
Natuurlijk, ze zijn schokkend, die beelden van de vernietigingen in het archeologisch museum van Mosul en het vandalisme in Hatra. Desondanks zou ik u willen uitnodigen er geen aandacht aan te besteden, hoe deprimerend het nieuws ook is. Ik ga er ook niet naar linken. Voor dat doodzwijgen heb ik drie redenen.
(1)
Laten we blij zijn dat de leden van zogenaamde Islamitische Staat hun tijd verspillen aan het vernielen van oudheden en niet aan het vernielen van mensen.
(2)
We zien uitsluitend wat ons wordt getoond. (Als u die filmpjes bekijkt, ziet u hoeveel camerastandpunten er zijn. Het is geënsceneerd.) Het is natuurlijk vreselijk dat antieke beelden worden vernietigd, maar als museumvoorwerpen zijn ze redelijk redelijk gedocumenteerd. We weten wat verloren is.
Veel ernstiger is dat er ook roofopgravingen plaatsvinden en dat de opslagruimtes van de musea zijn geplunderd. We hebben geen idee wat daarmee verloren gaat. We weten wel dat het materiaal terechtkomt in de illegale handel, dat ISIS er geld uit betrekt, dat er helers zijn en dat deze handel het feitelijke misdrijf vormt. Daarvan zijn geen beelden. De beelden die u wél te zien krijgt, dienen ter afleiding.
Vandalisme in Naqš-e Rajab: kapotte gezichten en een kapot paardenbeen
Naqš-e Rajab is een klein archeologisch monument op de vlakte waarop ook de Iraanse ruïnestad Persepolis en de koningsgraven van Naqš-e Rustam liggen. De vier Sassanidische rotsreliëfs in Naqš-e Rajab dateren uit de derde eeuw na Chr. en zijn in het verleden tweemaal door vandalen aangevallen.
De eerste keer heeft iemand met een mokerhamer staan slaan op de gezichten van enkele hovelingen. De verweerdheid van de steen maakt duidelijk dat het al lang geleden is gebeurd. De tweede keer is recenter: iemand heeft met een drilboor een paardenbeen kapotgemaakt. Ik heb me laten vertellen dat dat in 1979 was, tijdens de Iraanse Revolutie. De dader moet er een nacht mee bezig zijn geweest en is er toen maar mee opgehouden: de vernietiging van het erfgoed uit de Tijd der Onwetendheid bleek arbeidsintensiever dan gepland.
Het museum in Malawi. Deze sarcofaag is er tenminste nog. Sommige mummies zijn kapot gemaakt om papyri uit te halen of zijn in brand gestoken.
Napoleon plunderde het Vaticaan en versleepte alle kunstvoorwerpen naar het Louvre. Hitler vorderde kunstwerken voor het Führermuseum in Linz. In Bagdad zaten kunsthandelaren te wachten op de Amerikaanse troepen, zodat ze in de chaos van de bevrijding het museum konden plunderen.
Het was allemaal kinderspel vergeleken bij wat er momenteel gebeurt in het Midden-Oosten. Het plunderen begon tijdens de Arabische Lente in Egypte en Libië. De grote nationale musea in Caïro en Tripoli bleven weliswaar vrijwel onaangeroerd, maar elders zijn in deze landen massaal oudheden geroofd.
Voor toeristen bestaat Libië uit drie delen: de kust, de woestijn en de halfwoestijn. Langs de zee liggen de bekende opgravingen. In het oosten zijn dat de kerkjes van Apollonia, de fenomenale ruïnes van Kyrene, de bizarre reliëfs bij Slonta, de havenstad Ptolemaïs en het Byzantijnse fort Boreum. In het westen zijn dat vooral de Villa Selene en de drie Fenicisch-Romeinse steden Lepcis Magna, Oea (Tripoli) en Sabratha.
Laten we er geen doekjes om winden: wat hier te zien is, is elders in het Middellandse Zee-gebied eveneens te zien. Maak een reis naar West-Turkije en je ziet precies hetzelfde. En vaak beter. Wie echt geïnteresseerd is in de oude wereld, kan beter daarheen gaan.
Lamassu’s, je ziet ze niet meer. Getuige de vele afbeeldingen uit de Assyrische en Perzische paleizen moeten ze ooit in groten getale hebben gezworven over de vlakten van Mesopotamië en de Iraanse Hoogvlakte. Het dier was een biologisch wonder, want met vier poten en twee vleugels had ’ie, net als de draak en de sfinx, zes ledematen, zodat we hier te maken hebben met de orde van de gewervelde insecten.
Anders dan de sfinx, die een leeuwenlichaam combineerde met een mensenhoofd en adelaarsvleugels, had de lamassu een stierenlichaam. Beide hadden dezelfde symboliek: zo intelligent als een mens, zo vrij als een arend en zo sterk als een leeuw of stier. Een zo monsterlijk uiterlijk, redeneerde men destijds, moest het kwaad wel afweren.
De bovenste foto (via) dateert uit de zomer van 2011 en toont de ruïnes van de antieke stad Apameia in Syrië. Het is een van de best-onderzochte Grieks-Romeinse steden van het antieke Midden-Oosten. De grote lijn van links naar rechts is de weergaloze processiestraat, die aan beide zijden is omgeven door colonnades. Er is een stadspoort (helemaal links), er is een badhuis, er zijn tempels – kortom, alles wat een antieke stad zo interessant maakt is er te zien. Enkele mooie mozaïeken zijn te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel.
Er is in Apameia simpelweg té veel gevonden. Lang niet alles wat is opgegraven, kon worden gedocumenteerd. Mijn beste vriend en ik hebben in het museum foto’s genomen van een enorme, prachtige verzameling grafschriften. Men deed daar niet moeilijk over, maar verzocht ons wel of we met het online plaatsen wilden wachten tot de officiële publicatie er was.
Omdat in Nederland alles vijftig jaar later gebeurt, hebben wij nog Teletekst, en daar lees ik:
NS-directeur Thijssen roept reizigers op in actie te komen als NS-medewerkers slachtoffer worden van geweld. We kunnen het niet alleen, schrijft ze in een open brief op de NS-website. Ze zegt er wel bij dat treinreizigers zichzelf niet in gevaar mogen brengen.
Mag ik een suggestie doen? Stel een telefoonnummer in waarheen overlast kan worden geSMSt, zoals in sommige bioscopen. Daar kun je bij onrust je zaalnummer doorSMSen, waarna het bioscooppersoneel dan naar de zaal toekomt. Zoiets moet ook kunnen met trein- en rijtuignummers, waardoor conducteurs elkaar snel te hulp kunnen komen. De politie weet dan meteen waar in de trein iets is gebeurd en kan gericht handelen. Het systeem kan ook dienen om minder ernstige vormen van overlast in de kiem te smoren, bijvoorbeeld doordat conducteurs tijdens de reis worden geattendeerd op dingen die verkeerd gaan.
In Syrië woedt een burgeroorlog. Het voelt altijd wat bezwaarlijk om, terwijl mensen vechten om te overleven, te beginnen over de luxe van het erfgoedbeleid. Toch is het, denk ik, zinvol om er – al is het maar terloops, alvorens terug te keren naar de belangrijkere zaken – kort aandacht aan te besteden. Een eerste rapport van het Global Heritage Network over de schade aan de monumenten vormt deprimerende lectuur. Hier is een lijstje, dat ik overneem van blz.6 van het rapport. Daarna volgen er nog 45 pagina’s.
Sites known to have been affected by the shelling are:
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.