Oude talen: Latijn, Germaans, Keltisch

wadenoijen

Een tijdje geleden kwam op deze plaats aan de orde welke talen er in de Lage Landen werden gesproken in de Romeinse tijd. Dat is een goede vraag: het antwoord is namelijk zo 1-2-3 niet te geven.

Datagebrek

Een eerste probleem is dat we betrekkelijk weinig gegevens hebben. De Romeinen en Grieken hebben weliswaar wat woorden overgeleverd in de plaatselijke talen, maar we weten niet goed hoe accuraat die zijn weergegeven. Als de Griekse of Latijnse weergave van de Perzische en Egyptische namen echter representatief is, is er weinig reden tot optimisme.

Daarnaast hebben we inscripties. Die hebben het voordeel dat ze in elk geval zijn gezien door de sprekers van de inheemse talen. Ze vermelden de namen van goden, zoals Nehalennia, Magusanus en de moedergodinnen die in het Latijn Matres, “moeders”, werden genoemd. Er waren Alaferhuïsche, Aufanische, Cartovallensische en Rumaneheïsche en Vatviaïsch-Nersihenische moeders. De Hamavehische en de Hiannanefatische moeders werden vereerd door de Chamaven en Cananefaten – en daarmee zien we al dat de zachte keelklank aan het begin een woord niet steeds hetzelfde werd gespeld.

Lees verder “Oude talen: Latijn, Germaans, Keltisch”

Beneden-Leeuwen

Beneden-Leeuwen, Julianastraat 10
Beneden-Leeuwen, Julianastraat 10

Zaterdagmiddag was ik in Beneden-Leeuwen. Het was niet helemaal de opzet: ik was van het Romeinenfestival in Nijmegen vertrokken op weg naar een afspraak die onverwacht werd afgebeld. Wat te doen? Omdat ik een fiets bij me had, ben ik maar langs de Waal gaan fietsen, met het idee in Geldermalsen weer op de trein te stappen. (Het werd uiteindelijk Utrecht.) Zo belandde ik dus in Beneden-Leeuwen, waar ik op 29 oktober 1964 ben geboren.

Ik heb er nog geen vijf jaar gewoond. Mijn ouders verhuisden in 1969 naar Apeldoorn en daarna ben ik slechts een paar keer terug geweest aan het dorp aan de rivier. De vorige keer – inmiddels dus de voorvorige keer – was in 1989. Mijn jeugdherinneringen gaan over de Veluwe, niet over het land van Maas en Waal.

Lees verder “Beneden-Leeuwen”

De Bataafse Opstand (slot)

De Romeinen herstellen orde op zaken (landkaart uit "Edge of Empire")
De Romeinen herstellen orde op zaken (landkaart uit “Edge of Empire”)

Korte inhoud van het voorafgaande: de Bataven zijn in opstand gekomen en boeken succes na succes. De steden in Gallië verklaren zich onafhankelijk. In Rome is men echter klaar om de orde te herstellen. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman; de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink).

***

Inmiddels had Rome het onverslaanbaar grote leger op de been gebracht waarvan de komst sinds Civilis’ aanval op Xanten viel te verwachten. De generaal, Cerialis, was niet alleen familie van Vespasianus, maar had bovendien in Brittannië gestreden in het leger waartoe ook de nieuwe keizer en Julius Civilis hadden behoord. Tacitus portretteert Cerialis als een ietwat excentrieke maar efficiënte ijzervreter. Onder zijn leiding stonden het Eenentwintigste Legioen Rapax, onderafdelingen van de Rijnlegioenen die met Vitellius naar Italië waren getrokken, en tot slot het door Vespasianus opgerichte Tweede Adiutrix (“helpster”). Met hen rukte Cerialis op naar Mainz.

Lees verder “De Bataafse Opstand (slot)”

De Bataafse Opstand (4)

Medaillon van Aquillius van VIII Augusta (Valkhofmuseum, Nijmegen)

Korte inhoud van het voorafgaande: Rome verkeert in crisis. Keizer Vitellius voelt zich bedreigd door Vespasianus, opstandeling in het oosten, en zoekt versterkingen. Gouverneur Hordeonius Flaccus van het Rijnland kan die echter niet leveren omdat het Rijnland onrustig is. Eén van de leiders is de Bataaf Julius Civilis, maar er zijn meer potentiële rebellen en die hebben andere motieven. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman; de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink; landkaart hier).

***

Zoals de Treveren ooit een opstand tegen Julius Caesar waren begonnen door de Eburonen de kastanjes uit het vuur te laten halen, zo liet Julius Civilis een cliëntstam als eerste rebelleren: de Cananefaten uit Zuid-Holland.

Lees verder “De Bataafse Opstand (4)”

Caesar in Kessel: terugblik (4)

De Waal (bij Druten, dus een eindje stroomopwaarts)

Ik ben de laatste dagen erg bezig met het derde nummer van uw favoriete oudheidkundige tijdschrift, waardoor deze kleine blog, die ik toch vooral schrijf als een plezierig extraatje naast mijn eigenlijke werk, er wat bij inschoot. Vandaag herneem ik echter de terugblik op de claim van Nico Roymans dat Julius Caesar bij Kessel een groep Usipeten en Tencteri had afgeslacht. Zoals ik al opmerkte, is het jammer dat het nieuws zo amateuristisch naar buiten kwam (De Wereld Draait Door ging ermee aan de haal), waarna het aan hyperbolen niet meer heeft ontbroken. De Volkskrant noemde het vorige week zelfs “de grootste Nederlandse oudheidkundige ontdekking ooit”, wat zó onwaar is dat ik het zelfs niet ga uitleggen.

Je kunt ook zonder oudheidkundige standaardoverdrijving kijken naar de vondsten in Kessel en mij viel op dat de discussies die ik zo links en rechts heb beluisterd, drie terugkerende kenmerken hadden. De eerste: er wordt over gesproken alsof het een archeologisch vraagstuk is. De tweede: er wordt over gesproken alsof het een gesloten vraag is. De derde: er wordt over gesproken alsof alleen de feiten – de vondsten in Kessel dus – relevant zijn. Dat is allemaal niet onjuist maar er zijn wat bomen over op te zetten en ik denk dat we moeten beginnen met de simpele vraag wat de vraag nu eigenlijk is.

Lees verder “Caesar in Kessel: terugblik (4)”

Caesar in Kessel: terugblik (3)

De Maas (bij Batenburg, dus een eindje stroomopwaarts)

In de discussies over Caesars aanwezigheid bij Kessel speelt zijn eigen verslag van de gebeurtenissen een belangrijke rol. Ook het verslag van Appianus (waarover ik morgen nog iets heb recht te zetten) is van betekenis, maar de voornaamste bron is Caesars Gallische Oorlog. Daarin schrijft hij trots dat hij de Usipetes en Tencteri heeft laten afslachten bij de samenvloeiing van de Maas en de Rijn.

Deze passage is problematisch, niet in de laatste plaats omdat de Maas niet uitstroomt in de Rijn. Bij Kessel komt de Maas wel heel dichtbij de Waal en het is goed denkbaar dat de beddingen – dat rivieren slechts één bed hebben, is een ontwikkeling van na de bedijking – van de Maas contact maakten met de beddingen van de Waal. Ik denk zelf dat Caesar te kort in het hoge noorden is geweest om de situatie echt goed te verkennen, maar daarmee introduceer ik een hypothese. Gegeven de afstand tot de zee die Caesar noemt, denk ik echter dat ze beter te verdedigen is dan de hypothese dat hij niet de Maas (Latijn: Mosa) maar de Moezel (Mosella) bedoelde, al heeft die hypothese weer het voordeel dat deze twee stromen zich inderdaad verenigen. Koblenz is ernaar vernoemd: Confluentes, “samenvloeiingen”.

Lees verder “Caesar in Kessel: terugblik (3)”

Caesar in Kessel

Torques uit Rossum: halssieraden van krijgers. Ze dateren uit de Late Oudheid en zijn, al heel lang geleden, niet ver van het nu geïdentificeerde slagveld gevonden. Tegenwoordig zijn ze in het deze week heropende Rijksmuseum van Oudheden.
Krijgerssieraden uit Rossum uit de Late IJzertijd. Ze zijn iets ten westen van het nu geïdentificeerde slagveld gevonden en – als ik het wel heb – in 2006 verworven door het Rijksmuseum van Oudheden.

Ik vertelde in mijn vorige stukje dat het zo’n verademing was dat ik ook eens onverkort positief nieuws kon melden over een recente oudheidkundige ontdekking. Geen hype, geen overdrijving, gewoon een interessante en zelfs belangrijke vondst: het slachtveld – ik denk dat dit voor één keer de correcte term is – waar Julius Caesar de Usipetes en Tencteri vernietigde, is gevonden bij Kessel, niet ver van het punt waar de Maas en Waal elkaar naderen.

Bij baggerwerkzaamheden zijn in het laatste kwart van de vorige eeuw allerlei vondsten gedaan, waar VU-archeoloog Nico Roymans al enige tijd met belangstelling naar kijkt. Er waren menselijke botten, wapens, mantelspelden en vooral: er was veel. Woensdag heeft hij in De Wereld Draait Door bekendgemaakt dat dit de plek moest zijn waar de twee stammen uit het Overrijnse hun nederlaag leden.

Lees verder “Caesar in Kessel”

Nehalennia

Nehalennia (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
Nehalennia (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik dacht: laat ik er eens een Romeinse godheid tussendoor doen. En welk lid van de bonte club van antieke bovennatuurlijke wezens ligt dan meer voor de hand dan onze eigen Nehalennia?

Lange tijd was ze alleen bekend van enkele in 1647 ontdekte reliëfs uit Domburg, die allemaal bij een brand verloren zijn gegaan, op drie na. Twee daarvan zijn te zien in het Zeeuws Museum en de derde in de Brusselse Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis. Van de verloren reliëfs bestaan tekeningen. Daarnaast waren er ooit twee reliëfs in Keulen, maar die overleefden de oorlog niet. Steeds was een vrouw in een lange jurk afgebeeld, meestal gezeten op een troon, met een mand appels op schoot. Soms een hond erbij, vaak een scheepje. Dat was de godin Nehalennia dus. Meer wisten we niet.

Lees verder “Nehalennia”

De ramp die geen ramp was

De Waal op een rustiger moment

Wie mocht denken dat het huidige politiek klimaat hysterisch is, is het voorjaar van 1995 vergeten. Het water in de Maas en de Rijn stond hoger dan gewoonlijk en mensen die woonden in de uiterwaarden zagen het water in de woonkamer.

De bestuurders vreesden voor een dijkdoorbraak en keken vol angst naar Ochten en Beneden-Leeuwen, dorpen aan de Waal waar de dijk laag was en waarvandaan het rivierwater het achterland in zou kunnen stromen. Het journaal was die dagen niet compleet zonder de burgemeester van Ochten, die de opvallende naam Henk Zomerdijk droeg. Ook het gedenkteken voor een eerdere dijkdoorbraak in Leeuwen kwam in beeld. Het rampenplan werd in werking gesteld: een kwart miljoen mensen moesten hun huizen verlaten.

Lees verder “De ramp die geen ramp was”

Zigeunermeisje met brug

Mozaïek in Nijmegen
Mozaïek in Nijmegen

Het kolossale mozaïek hierboven is te zien bij de Waalbrug in Nijmegen. Het is niet zomaar gemaakt van steentjes, maar van blokken basalt die zijn beschilderd door de leerlingen van het Citadelcollege uit Lent. Ze deden dat met kunstenaar Diederik Grootjans, die dit mozaïek maakte toen vorig jaar werd gevierd dat Nederland en Turkije vierhonderd jaar diplomatieke betrekkingen hadden. Het kunstwerk is niet minder dan twintig meter breed en tien meter hoog.

Lees verder “Zigeunermeisje met brug”