Beschaving en barbarij (2)

Romeins masker: een Germaan
Romeins masker: een Germaan

Gisteren blogde ik over de Romeinse visie op de Lage Landen, die was beïnvloed door het oeroude idee dat aan de randen van de aarde, ver van de beschaving, alleen maar barbaren woonden. Noordwest-Europa was voor Romeinen en Grieken een soort omgekeerde wereld. Waar beschaafde mensen woonden op riviervlakten, beschreef ik, woonden de barbaren in een rotsachtig woud aan de kust.

Economie en levenswijze

De verschillende geografie vertaalde zich in tegengestelde productiewijzen: terwijl de beschaafde gebieden een vruchtbare bodem hadden waarop akkerbouw mogelijk was, stond het arme barbaarse land alleen veeteelt toe. Tegenover de beschaafde, “broodetende mensheid” (zoals dichters het noemden), stonden nomadische barbaren, die een dieet hadden van vlees en zuivel.

Lees verder “Beschaving en barbarij (2)”

Beschaving en barbarij (1)

Caesar (Museum van Sparta)

De Romeinen die in de eerste eeuw v.Chr. aankwamen in de Lage Landen, wisten weinig over dat gebied. Het was, iets overdreven geformuleerd, al veroverd voor het was verkend. Wat de nieuwe heersers meenden te weten, was gebaseerd op teksten van eerdere auteurs, die evenmin in Noordwest-Europa waren geweest. Hier is een fragment van de Griekse auteur Xenofon van Lampsakos, die omstreeks 100 v.Chr. de eerste etnografische beschrijving gaf van de mensen in het hoge noorden. Hij vertelt

dat drie dagen uit de noordelijke kust een eiland van enorme afmetingen ligt, Balcia geheten. [De Griekse zeeman] Pytheas noemt het “het koninklijke”. Ook de Vogeleilanden worden vermeld – daar leven de bewoners van vogeleieren en haver – en nog andere eilanden, waar mensen met de hoeven van paarden ter wereld komen (zodat ze “Paardenvoeters” worden genoemd). Op weer andere eilanden, die van de Eenenaloorders, bedekken gigantische oren de verder naakte lichamen van de bewoners. (Geciteerd door Plinius de Oudere 4.9.)

Lees verder “Beschaving en barbarij (1)”

Janus

Janus (Rome, Palazzo Massimo)
Janus (Rome, Palazzo Massimo)

Ik heb nu drie stukjes geschreven over de manier waarop we de Romeinen kennen: archeologie, vergelijkingen met andere volken, geschreven teksten. Het blijft echter lastig. Neem Janus, de god met het dubbele gezicht. Hij stond op de oudste Romeinse munten, bronsstukken van ruim drie ons die in geen enkele museumcollectie ontbreken. Elke keer als de Romeinen een offer brachten, begonnen ze met het aanroepen van Janus. Pas daarna deden ze het eigenlijke offer. Als titel had hij divom deus, wat heel oud Latijn is voor “god der goden”. Kortom, een beroemde god.

Lees verder “Janus”

Hoe kennen we de Romeinen? (3)

Dit is niet Indiana Jones maar Zahi Hawass. Evengoed is dit geen professionele archeologie.
Dit is niet Indiana Jones maar Zahi Hawass. Evengoed is dit geen professionele archeologie.

Ik heb nu twee stukjes gewijd aan de manieren waarop we de oude Romeinen kunnen kennen: eerst vertelde ik over antieke teksten en vervolgens over munten en inscripties. Je hebt echter ook oudheidkundigen die liever oude dingen opgraven. Dat zijn de archeologen. Die hebben de laatste jaren een beetje pech, en dat komt door Indiana Jones. Door die films denken heel veel mensen dat archeologie bestaat uit het snel leeghalen van oude graven en het zoeken naar heilige voorwerpen, maar archeologie is voor 80% werk op kantoor en voor maar 20% werk in het veld. En dat veldwerk gaat héél voorzichtig.

Lees verder “Hoe kennen we de Romeinen? (3)”

Hoe kennen we de Romeinen? (2)

Germania Capta (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Ik vertelde gisteren dat we de Romeinen kenden door de teksten die ze op papyrus hebben geschreven. Sommige daarvan zijn gevonden in de Egyptische woestijn, andere zijn, omdat het zulke mooie literatuur was, door een lange reeks kopiisten overgeschreven. Er zijn echter nog veel meer Romeinse teksten over, namelijk op inscripties en op munten.

Lees verder “Hoe kennen we de Romeinen? (2)”

Hoe kennen we de Romeinen? (1)

De geleerde Jean Miélot verricht kopiistenwerk

Vandaag een vraag die me een paar jaar geleden, toen ik op een basisschool in Hengelo een les verzorgde, werd gesteld door een meisje dat in de klas zat bij mijn nichtje: hoe kunnen we eigenlijk iets over de Romeinen weten? Dat is nou eens een écht goede vraag.

We kennen de Romeinen op drie manieren: dankzij geschreven teksten, dankzij opgegraven voorwerpen en door vergelijking met andere volken van vroeger.

Lees verder “Hoe kennen we de Romeinen? (1)”

Wat zijn Romeinen?

Reconstructie van de Augustus van Prima Porta (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Vandaag begint de Romeinenweek. Wat dat is en waarom het leuk is, lazen de vaste lezers van deze kleine blog al eerder (hier) en zal ik niet herhalen. Liever schrijf ik deze week een reeks Romeinenstukjes voor mijn neef op Curaçao. Die heeft ooit een spreekbeurt over de Romeinen gehouden, dus hij weet al heel veel, maar ik voeg deze week wat Romeinse dingen toe.

Vandaag: wat zijn Romeinen eigenlijk?

Dat is een makkelijke vraag, maar er is geen gemakkelijk antwoord. Of beter: er zijn verschillende goede antwoorden. Het makkelijkste is gewoon om te zeggen dat de Romeinen de bewoners zijn van Rome. Tegenwoordig wonen er ruim vier miljoen mensen in de hoofdstad van Italië en daarvan is de paus de bekendste. Maar als we het deze week over “de Romeinen” hebben, hebben we het natuurlijk vooral over de Romeinen van vroeger.

Lees verder “Wat zijn Romeinen?”

Qumranologie en krijgsgeschiedenis

Het “verbrande huis” in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting van Jeruzalem in 70. Let op de stenen kruiken, dat erop wijst dat de bewoners de regels volgden om water ritueel rein water te houden.

Al snel na de ontdekking van de Dode-Zee-rollen – in elf grotten bij een “Qumran” genoemde ruïne – was duidelijk dat de uitgave van dit materiaal een te groot project was voor de academische instituten in de jonge staat Israël. Het was logisch dat andere geleerden werden uitgenodigd om het onderzoeksteam te versterken. Vanaf het begin was de qumranologie, zoals de bestudering van de Dode-Zee-rollen wordt genoemd, een internationale en multidisciplinaire aangelegenheid.

Desondanks verliep de publicatie van de rollen frustrerend langzaam. Daar is niets vreemds aan overigens. Er is een parallel in het British Museum, waar tienduizenden kleitabletten uit Babylonië liggen te wachten tot er iemand naar komt kijken. De vondsten uit de grotten bij de Dode Zee zijn niet anders: er zijn duizenden fragmenten gevonden, die uiteindelijk bleken te behoren tot ongeveer 970 boekrollen.

Lees verder “Qumranologie en krijgsgeschiedenis”

Opnieuw: de Ster van Betlehem

De ster van Betlehem (Gevelsteen, Prinsengracht 162, Amsterdam)

Het zal wel in uw agenda voorgedrukt staan: het is vandaag “epifanie”. Dat is de antieke naam voor de verschijning van een godheid. In een christelijke context wordt dat doorgaans geassocieerd met de aanbidding van de pasgeboren Jezus door de wijzen uit het oosten. Zij hadden een ster gevolgd die, zoals de evangelist Matteüs het beschrijft, de geboorte van een koning der Joden aankondigde.

Er wordt al eeuwen gespeculeerd wat dat hemelteken kan zijn geweest. Giotto, die in 1301 de komeet van Halley had gezien, schilderde een staartster in de Scrovegni-kapel; Johannes Kepler meende dat het een drievoudige samenstand was van de planeten Jupiter en Saturnus; in recentere tijden is geopperd dat het een supernova was. Even leek een oplossing in zicht, toen spijkerschriftspecialisten de Mesopotamische voortekencatalogus uitgaven, maar een hemelteken dat de sterrenwichelaars verplichtte af te reizen richting buitenland, zat er niet bij. Kortom, er is nooit een hemelteken gevonden dat werkelijk “past”. Een overzicht van de theorieën vindt u hier.

Lees verder “Opnieuw: de Ster van Betlehem”

Bronnenhoppen

Drusus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Drusus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Je zou het “bronnenhoppen” kunnen noemen en je zou het kunnen definiëren als de neiging van historici overdreven te vertrouwen op de bronnen. Ik zal een voorbeeld geven uit eigen werk: de Romeinse verovering van Germanië.

Van de eerste fase hebben we informatie uit het geschiedwerk van Cassius Dio, die beschrijft hoe Augustus’ adoptiefzoon Drusus in 12-9 v.Chr. de valleien van de Lippe en de Main verovert en het gebied tussen Weser en Elbe verkent. Hij overlijdt als de oorlog is afgerond. Voor de tweede fase hebben we de beschikking over het geschiedwerk van Velleius Paterculus, die de campagnes van 4 en 5 na Chr. beschrijft, waarmee Drusus’ broer Tiberius (de latere keizer) de aanspraken verplaatst naar de Elbe. Over de gebeurtenissen van 9, waarin de Romeinen een geduchte nederlaag leden in het Teutoburgerwoud, hebben we vrij veel bronnen, waarna Tacitus de wraakexpedities beschrijft.

Lees verder “Bronnenhoppen”