Romeyn de Hooghe

Romeyn de Hooghe: Allegorie rond de Bataafse Opstand
Romeyn de Hooghe: Allegorie rond de Bataafse Opstand

Vandaag is de laatste dag in de Romeinenweek. Er zijn vijfenveertig activiteiten in het hele land, waaronder een door mij verzorgde inleiding tot de film Spartacus (1960) in het Allard Piersonmuseum. Ik heb vanmiddag nog een stukje over de vraag “What have the Romans ever done for us?” maar voor het moment geef ik het woord aan een gastredacteur, Jeroen Pelgrom. Hij is een van de leukste bloggers in Nederland: op Art in Space plaatst hij vrijwel elke dag een afbeelding van een kunstvoorwerp en geeft daar in het Engels uitleg bij. De Nederlandstalige uitleg vindt u elke dag weer op zijn Facebookpagina. Hij haakte in op de Romeinenweek met bovenstaande propagandaprent uit de achttiende eeuw, een Allegorie rond de Bataafse Opstand van Romeyn de Hooghe.

***

Een prent van de bekende Nederlandse tekenaar en etser Romeyn de Hooghe (1645-1708). Deze allegorie heeft als onderwerp de Bataafse opstand van A.D. 69-70.

Lees verder “Romeyn de Hooghe” →

Gevelstenen

De Vier Heemskinderen, gevelsteen op de hoek van de Herengracht/Leidsegracht in Amsterdam

Blader in boeken over de geschiedenis van de kunst en je ziet schilderijen, architectuur en beelden uit ’s wereld beste musea. Typische volkskunst staat er zelden bij, terwijl die vaak net zo leuk is en een eigen verhaal vertelt. Vandaag iets over gevelsteentjes.

Het genre is vrijwel uniek voor de Lage Landen: je vindt gevelsteentjes eigenlijk vooral in de Nederlandse en enkele Belgische steden, hoewel er elders in West-Europa ook enkele zijn. Dat ik hieronder alleen Amsterdamse gevelstenen toon, mag u uitleggen als hoofdstedelijke arrogantie maar is in feite omdat ik daar nou eenmaal woon en ik mijn camera niet bij me heb in Hoorn, Zutphen, Middelburg, Maastricht of Antwerpen – al weet ik dat ook daar leuke steentjes zijn.

Lees verder “Gevelstenen” →

Reinerus Neuhusius (3)

[Op 12 december 2014 publiceerden S. Sybrandy en P. van Tuinen het boek Geldzucht en godsvrucht. Bloemlezing uit de brieven van rector Reinerus Neuhusius (1608-1679). Historicus Wiebe Bergsma sprak bij die gelegenheid. Het eerste deel las u hier.]

Als historicus weet ik dat wij vrijwel permanent in een geschonden wereld in de schaduwen van morgen leven: als de maatschappij, levensbeschouwelijke organisaties, het onderwijs in het algemeen en de universiteit in het bijzonder al niet permanent in crises verkeren dan construeren geleerden of (bijvoegsel)filosofen die crises beroepshalve. Scholieren lezen niet, studenten kunnen zich niet goed uitdrukken in het Latijn of het Engels en worden steeds dommer, universiteiten zijn poelen van verderf, hoogleraren zijn slechts uit op geldelijk gewin en streven met name via bijbanen naar een meer dan batig-slot-politiek, ideologie prevaleert boven zuivere wetenschap, zie daar een litanie die niet aan tijd en plaats gebonden is.

Lees verder “Reinerus Neuhusius (3)” →

Reinerus Neuhusius (2)

[Op 12 december 2014 publiceerden S. Sybrandy en P. van Tuinen het boek Geldzucht en godsvrucht. Bloemlezing uit de brieven van rector Reinerus Neuhusius (1608-1679). Historicus Wiebe Bergsma sprak bij die gelegenheid. Het eerste deel las u hier.]

Reinerus Neuhusius was de zoon van een rector van de Latijnse school in Leeuwarden. De familie kwam oorspronkelijk uit het Duitse Steinfort. Reinier studeerde in Franeker, was gouverneur van drie geprivilegieerde Friezen tijdens hun studiereis door Engeland en Frankrijk, werd rector van de Latijnse school in Harlingen en vervolgens werd hij in 1638 in eenzelfde functie benoemd in Alkmaar. Hij publiceerde tal van boeken en had als nevenfunctie het bestieren van een kostschool die van heinde en ver meestal gereformeerde jongens – vrouwen speelden amper een rol in het onderwijs – uit gegoede adellijke Friese families aantrok.

Lees verder “Reinerus Neuhusius (2)” →

Reinerus Neuhusius (1)

[Op 12 december 2014 publiceerden S. Sybrandy en P. van Tuinen het boek Geldzucht en godsvrucht. Bloemlezing uit de brieven van rector Reinerus Neuhusius (1608-1679). Historicus Wiebe Bergsma sprak bij die gelegenheid.]

Een bestuurder van een denkbeeldige Nederlandse universiteit – zeg Harvard aan de Amstel of Yale aan de Maas – die deze boekpresentatie zou bijwonen zou zich voelen als een nudist in een Victorianen-kolonie of als een Portugese zeevaarder die voor het eerst een Braziliaanse Indianenstam ontmoet. Universitaire bestuurders immers zijn gewend om op Olympische hoogte in onberispelijk Oxford Engels te palaveren over het toponderzoek en het excellente onderwijs van hun eigen universiteit. Vanmiddag worden geen ‘big data’, geen onderzoeksstrategieën onder leiding van de farmaceutische industrie over gezond oud worden of een definitieve bijdrage aan de ontrafeling van het wereldraadsel gepresenteerd. De inmiddels bejaarde oud-hoogleraar van de Vrije Universiteit Willem Frijhoff krijgt van twee Friese pensionado’s/classici een klein boekje, dat niet meer dan achtentwintig uit het Latijn vertaalde brieven bevat van een Friese rector in Harlingen en Alkmaar in de Gouden Eeuw.

Lees verder “Reinerus Neuhusius (1)” →

Het Ottomaanse Rijk

Bayezid I, sultan van het Ottomaanse Rijk

In het Brusselse Bozar, op een steenworp van het centraal station, is momenteel een tentoonstelling over de manier waarop westerse kunstenaars in de vijftiende en zestiende eeuw keken naar het Ottomaanse Rijk. Zondag ben ik er met vrienden wezen kijken en ik kan alleen zeggen dat “Het Rijk van de Sultan” de moeite van een bezoek alleszins waard is. Die moeite bestond in ons geval uit tweemaal drie-en-half uur in de trein, maar je moet er iets voor over hebben.

In ruim twintig zalen worden diverse aspecten getoond van de wijze waarop Europese kunstenaars omgingen met dat wat ze over de Turken wisten (of meenden te weten). Eigenlijk moet ik zeggen: beeldende kunstenaars, want bijvoorbeeld muziek en literatuur blijven onderbelicht. Dat is een keuze en vermoedelijk een verstandige, want wat er nu aan schilderijen, tapijten, penningen, vuurwerkinstallaties, wapenrustingen en etsen wordt getoond, is al bijna meer dan een mens kan bevatten. Het is bovendien allemaal even interessant: dit is typisch zo’n expositie die je twee keer moet bezoeken, wat ons, Hollandse dagjesmensen, vanzelfsprekend niet lukte.

Lees verder “Het Ottomaanse Rijk” →

Vondel aan de Nes

Vondel (Amsterdam, Bank van Lening)
Vondel (Amsterdam, Bank van Lening)

Ik blogde onlangs over de buste van Joost van den Vondel die in 1987 door de bewoners van de Apeldoornse Vondellaan is opgericht ter ere van de dichter. Die werd onthuld door de directeur van de Amsterdamse Stadsbank van Lening, de instelling waar Vondel van 1658 tot 1668 heeft gewerkt.

“Het kan toch niet zo zijn dat ze in Apeldoorn wel een buste hebben en wij niet?” lijkt de directeur te hebben gedacht, want drie jaar werd een kopie van de Apeldoornse buste geplaatst in het kantoor van de Stadsbank. Het portret van de beroemdste employee werd onthuld door burgemeester Ed van Thijn. Ik neem aan dat ook deze buste is gemaakt door bronsgieter Roel Maaskant.

Lees verder “Vondel aan de Nes” →

Het noodlot van een ketter

Adriaan Koerbagh (1633-1669) leefde in het Amsterdam van de Gouden Eeuw, stamde uit een van de betere families en kwam in juridische moeilijkheden. Dat laatste brengt met zich mee dat er een dossier over hem is aangelegd, zodat een historicus zijn leven kan benutten om een schets te geven van het leven in de stad die, zoals Vondel schreef, “als Kayserin de croon draeght van Europe”.

Bart Leeuwenburghs Het noodlot van een ketter is echter niet geschreven als illustratie van het dagelijks leven in het zeventiende-eeuwse Holland. Dat is slechts de aantrekkelijke bonus die je krijgt in dit boek over het begin van de radicale Verlichting. Koerbagh stond namelijk met beide benen in het intellectuele leven van zijn tijd, waarin een nieuw, materialistisch wereldbeeld begon aan zijn opmars. Sterker nog, de jonge Amsterdammer – hij werd slechts zesendertig jaar oud – liep in de voorhoede en werd als eerste onder vuur genomen.

Lees verder “Het noodlot van een ketter” →

Vondel voor Fransen

056_amsterdam_rijksmuseum_4_vondel
Vondel (Rijksmuseum, Amsterdam)

Ik blogde al over Vondels “Kinder-Lyck”. Het is zo’n bekend gedicht dat je na verloop van tijd niet meer hoort hoe mooi het eigenlijk is. Daarom is het leuk het te herlezen in een andere taal. Jean Stals heeft het omgezet in het Frans:

Lees verder “Vondel voor Fransen” →

Kinder-Lyck

Vondel (Vondelpark)
Vondel (Vondelpark)

Het eerste gedicht dat ik uit mijn hoofd leerde, was het “Kinder-lyck” van Joost van den Vondel: het grafschrift dat hij in 1632 of 1633 schreef na de dood van zijn zoontje. Thematisch is het niet heel bijzonder: de dichter troost zijn echtgenote door haar te zeggen dat het kind nu in de hemel is. Een door-en-door christelijk idee dat niet bepaald de originaliteitsprijs verdient – iets wat de dichter ook niet nastreefde.

Het knappe zit ‘m in het virtuoze taalgebruik: het gedichtje zit vol sprankelende binnenrijmen, die lijken te zijn geïnspireerd door een soortgelijk gedicht: “Animula vagula blandula” van keizer Hadrianus.

Lees verder “Kinder-Lyck” →