Wanneer is Paulus geboren?

Een middeleeuwse afbeelding van de hebdomaden

Twee weken geleden blogde ik over de theorie van Jerome Murphy-O’Connor en Fik Meijer dat de apostel Paulus niet afkomstig was uit Tarsos, zoals aangegeven in de Handelingen van de Apostelen, maar uit Gischala in Galilea. Dat baseren ze op een laat-vierde-eeuwse bron,  Hieronymus. De Nederlandse oudheidkundige Paul Leunissen stuurde me een artikel waarin hij uitlegde waarom dit niet plausibel was. De opmerking van Hieronymus biedt echter meer informatie dan alleen over een (niet) mogelijke geboorteplaats.

Ze zeggen dat de ouders van de apostel Paulus afkomstig waren uit Gischala, een landstreek in Judea, en dat zij, toen de hele provincie (tota provincia) door de Romeinen verwoest werd en de Joden verspreid werden over de wereld, werden overgebracht naar Tarsos, een stad in Cilicië, en dat de jonge Paulus de omstandigheden van zijn ouders is gevolgd.noot Hieronymus, Commentaar op Philemon 23-24.

Lees verder “Wanneer is Paulus geboren?”

Sint-Jan

De Sint-Jan van Den Bosch (in Madurodam)In onze zin des woords hadden de volkeren uit de Prehistorie vanzelfsprekend geen enkel weet van astronomie en meteorologie, maar ze herkenden de regelmaat in de natuurverschijnselen. Zo viel het op dat het na wat wij 21 december noemen langer licht bleef en dat het na 21 juni met het zonlicht weer bergafwaarts ging. 21 december en 21 juni – de datum varieert een klein beetje – staan bekend als de winterzonnewende en de zomerzonnewende.

De regelmaat was dus bekend. Het gebeurde elk jaar weer, al bracht men voor alle zekerheid offers, opdat de dagen werkelijk weer gingen lengen. Die offers, rituelen en midzomerfeesten bleven nog eeuwenlang bestaan, vooral op plaatsen waar men afhankelijk was van “de terugkeer van de zon”. De oorsprong van die feesten ligt vanzelfsprekend besloten in de mist der tijden, waardoor we weinig méér kunnen dan gissen. Zo zijn er nogal wat verzinsels ontstaan.

Lees verder “Sint-Jan”

Jezus en de centurio

Een centurio (British Museum, Londen)

Het Nieuwe Testament zit boordevol doorkijkjes naar het dagelijks leven in de Romeinse tijd. Zo vertelt Lukas het verhaal van de centurio, ofwel de “honderdman”, zoals het woord in het Nederlands weleens is vertaald. Dat suggereert dat het de commandant was van een eenheid van honderd legionairs, maar dat is in de lange Romeinse legergeschiedenis nooit het geval geweest. Het verhaal speelt in Jezus’ woonplaats Kafarnaüm en het eerste zinnetje is al intrigerend.

Een centurio die daar woonde had een slaaf die ernstig ziek was en op sterven lag; de centurio was erg op deze slaaf gesteld.noot Lukas 7.2; NBV21.

Lees verder “Jezus en de centurio”

De familie van Jezus

Nazaret

Vorige week schreef ik dat het een feit was dat Jezus enkele broers en minimaal twee zussen had, en ik had moeten zien aankomen dat mensen zouden vragen hoe ik dat wist. Nou, gewoon: dat staat in de Bijbel. De evangelist Marcus vermeldt ze

Toen de sabbat was aangebroken, gaf Jezus onderricht in de synagoge [van Nazaret], en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: “Waar haalt hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zussen niet hier bij ons?”noot Marcus 6.2-3; NBV21.

Lees verder “De familie van Jezus”

Lysanias van Abila

Een inscriptie die een Lysanias verneldt – maar welke?

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, schrijf ik op zondag vaak over de joods-Romeinse wereld van het Nieuwe Testament. Inmiddels zijn we beland in een kleine “sub-serie” over mensen die ook bekend zijn uit andere bronnen dan de Bijbel, en vandaag moet dat maar eens een Syriër zijn: Lysanias. Niet het bekendste personage. Hij heeft precies één vermelding:

In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippos over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, en toen Ananos en Kajafas hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van Zacharias.noot Lukas 3.1-2; NBV21.

Lees verder “Lysanias van Abila”

Aretas IV, koning in Petra

De Bab Kisan in Damascus

Het leuke van schrijven over het Nieuwe Testament, zoals ik op zondag doe, is dat altijd wel iemand het oneens met je is. Als je schrijft dat Matteüs’ verhaal over de geboorte van Jezus tjokvol zit met verwijzingen naar de joodse religieuze literatuur, zijn er mensen die zeggen dat dat niet wil zeggen dat het historisch onbetrouwbaar is. Daar zit wat in. Als je schrijft dat een verhaal dat tjokvol literaire verwijzingen zit, daarom nog niet volledig verzonnen hoeft te zijn, zijn er weer andere mensen die het daarmee oneens zijn. Ook daar zit wat in. De een neemt de Bijbel letterlijk, de ander denkt dat alles een literair spel is, en daartussen ligt het veld waar een historicus hypothesen formuleert.

Paulus in Damascus

Vandaag echter een stukje waar vermoedelijk niemand bezwaar tegen kan maken: ik heb het over Aretas IV Filopatris. Die wordt één keer in het Nieuwe Testament genoemd, namelijk in de Tweede Brief aan de Korinthiërs. De apostel Paulus heeft zich weer eens in een wespennest gestoken en vertelt:

Lees verder “Aretas IV, koning in Petra”

Gamaliël I, de jood die het christendom redde

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Tweemaal noemt het Nieuwe Testament, waaraan ik op zondag nogal eens een blogje wijd, Gamaliël. Of beter: Gamaliël de Oudere, of Gamaliël I, want er zijn nogal wat rabbijnen geweest met die naam. Daarover zo meteen. Eerst iets over de man zelf, die leefde in de eerste helft van de eerste eeuw na Chr. Een tijdgenoot dus van Jezus van Nazaret, al zijn er geen aanwijzingen dat ze elkaar ooit hebben ontmoet.

Farizese wetsleraar

Eén vermelding is in een toespraak die de auteur van Handelingen in de mond legt van de apostel Paulus. Hij stelt zichzelf voor:

“Ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Cilicië, maar opgegroeid in deze stad. Ik heb als leerling aan de voeten van Gamaliël gezeten en ben strikt volgens de voorschriften van de Wet van onze voorouders opgevoed.”noot Handelingen 22.3; NBV21.

Lees verder “Gamaliël I, de jood die het christendom redde”

Judea en zijn buren: politiek

Judea

Een tijdje geleden blogde ik over Judea – of beter, het gebied dat ooit geregeerd was geweest door koning Herodes. Dat bestond om te beginnen uit het eigenlijke Judea, dus de regio rond Jeruzalem, met in het zuiden Idumea en in het noorden Samaria. Deze drie delen vormden ongeveer de helft van het koninkrijk, en na Herodes’ dood (5/4 v.Chr.) kwamen ze in handen van Herodes Archelaos. Die regeerde er een jaar of tien als ethnarch, “volksleider”, waarna het gebied in Romeinse handen kwam. Terwijl Jeruzalem het belangrijkste centrum was van de joodse godsdienst, was het bestuurlijke centrum de stad Caesarea. Die stad had geen uitgesproken joods karakter. Ik kom daarop terug in het volgende blogje.

Het koninkrijk van Herodes was echter groter dan het gebied dat Archelaos erfde. In het oosten lag de Peraia, “overkant”, een smalle strook land aan de overzijde van de Jordaan en Dode Zee, en in het noorden lag Galilea. Zoals ik al eens vertelde, regeerde hier Herodes Antipas, met als hoofdsteden Sepforis en Tiberias – ook geen heel joodse steden. Tot slot lagen in het noordoosten de Golan en de Hauran, een weinig herbergzaam gebied ten zuiden van Damascus. Hier heerste Filippos, wiens residentie Panias was, gewijd aan de Griekse god Pan. Antipas en Filippos heersten elk over een kwart van de bezittingen van koning Herodes, en hun titel was tetrarch, “heerser over één vierde”.

Lees verder “Judea en zijn buren: politiek”

Romeins Judea (4 v.Chr. – 41 na Chr.)

Judea op de Peutinger-landkaart; middenin Jeruzalem, rechts Neapolis, de hoofdstad van Samaria

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over het Nieuwe Testament. En vandaag wil ik het eens hebben over het Romeinse bestuur van Judea. Ik weet niet hoe vaak ik het erover heb gehad, maar het mag wel wat toelichting.

Eerst maar even de korte inhoud van het voorafgaande. In de winter van 5/4 v.Chr. overleed koning Herodes de Grote en daarop verdeelde keizer Augustus het Joodse koninkrijk over drie zonen van de overledene. Dat koninkrijk was een samenraapsel van hellenistische steden, halfnomadische stammen, onbewoonde gebieden en een tempelstaatje, dus opsplitsing was minder dramatisch dan het lijkt. De verdeling was ook maar ten dele ingegeven door “verdeel en heers”, zoals we in een moment zullen zien.

  • Judea – dat wil zeggen: het tempelstaatje Jeruzalem – kwam in handen van Herodes Archelaos, die ook het aloude Samaria en enkele havensteden in handen kreeg. Verder regeerde hij over de Idumeeërs in het zuiden. De meeste mensen golden als Joden en hij gold daarom als de Joodse ethnarch, “volksleider”.
  • Zijn broer Herodes Antipas regeerde als tetrarch, “deelvorst”, over het noordelijke Galilea. Hij kreeg ook de vrijwel onbevolkte oostkust van de Dode Zee, waar zijn tetrarchie grensde aan het rijk van de Nabateeërs.
  • Tot slot was er hun halfbroer Filippos, die als tetrarch regeerde over de Golanhoogte en aangrenzende oostelijke nomadenstammen.

Lees verder “Romeins Judea (4 v.Chr. – 41 na Chr.)”

Patronage

Patronage, bekrachtigd met een kus op de ring (© 1972 Paramount).

Voor u en mij, levend in een postindustriële samenleving, zal het bekendste voorbeeld van patronage/cliëntelisme wel te vinden zijn in The Godfather. Een Italiaanse immigrant in de Verenigde Staten, Amerigo Bonasera, heeft op een verschrikkelijke wijze ontdekt dat het Amerikaanse rechtssysteem niet altijd leidt tot gerechtigheid en roept de hulp in van don Vito Corleone. Die is invloedrijk en vermogend en kan Bonasera de steun geven die hij nodig heeft. In ruil vraagt Don Corleone een wederdienst, die deze aan het einde van de film inderdaad moet leveren.

Patronage

We hebben hier te maken met de vanuit Sicilië naar Amerika geëxporteerde vorm van patronage. (Cliëntelisme is een ander woord voor hetzelfde systeem.) Het is een ongelijke verhouding tussen een welvarende man, de patroon, en de mensen die hij ondersteunt, de cliënten, die verplicht zijn hun patroon wederdiensten te bewijzen en hem in het openbaar te prijzen. Hoewel de termen teruggaan op het Romeinse patronus en cliens, is patronage een in agrarische samenlevingen algemeen verschijnsel. Vaak is er een rituele bekrachtiging. In de film is het de kus op een ring die de relatie bezegelt. Patronagenetwerken lopen dwars door alle rangen en standen, waardoor enerzijds de privileges van de elite worden gedeeld en anderzijds de hiërarchie wordt versterkt.

Lees verder “Patronage”