Geesteswetenschappen in oorlogstijd

Waarom hebben we geesteswetenschappen? Op die vraag bestaan evenveel antwoorden als geesteswetenschappen. Het vak waarover ik zelf het meest schrijf, de oudheidkunde, probeert de wereld van de Romeinen, Grieken, Joden en Babyloniërs te doorgronden om de verschillen tussen toen en nu te duiden en zo onze eigen ideeën beter te begrijpen. Wie literatuur bestudeert, doet dat om perspectieven en situaties te begrijpen waar wij minder vertrouwd mee zijn. Een volgende onderzoeker bestudeert de mythen waarmee de leden van een gemeenschap zich onderling verbinden. Andere onderzoekers hebben weer andere doelen, maar samengevat gaat het doorgaans minder om het verklaren dan om het begrijpen, of, radicaal geformuleerd: het gaat niet om het object maar om het subject.

Bedreigde geesteswetenschappen

Zelfkennis is belangrijk, maar desondanks liggen de geesteswetenschappen onder vuur. Overwegend (maar niet uitsluitend) rechtse politici hebben al lang geleden ontdekt dat er publicitaire en electorale winst valt te behalen met schoppen tegen de humaniora. Een deel van de verklaring zal zijn dat sommige uitkomsten ongewenst zijn. Als geesteswetenschappers tonen dat zaken als nationalisme en het prijsmechanisme sociale constructen zijn, ontstaat zicht op alternatieven voor als vanzelfsprekend gepresenteerde nationale of economische noodzakelijkheden, en kunnen politici zulke noties niet langer gebruiken om het electoraat te mobiliseren. Het helpt bovendien niet dat geesteswetenschappers – websites als Neerlandistiek niet te na gesproken – zich zo onthutsend slecht uitleggen. En onbekend maakt onbemind maakt kwetsbaar.

Lees verder “Geesteswetenschappen in oorlogstijd”

De opstand van Hermenegild (2)

Visigotische votiefkroon (Visigotisch Museum)

[Laatste van tweede blogjes over de opstand van Hermenegild. Het eerste was hier.]

Vierde bedrijf: Oorlog?

Koning Leovigild liet het niet bij een religieuze volte-face: hij trok ten strijde. Maar niet tegen zijn zoon. Zijn eerste campagne voerde hem naar het noorden, naar de Basken: door zijn gezag daar te laten gelden, verhinderde hij dat de Franken zich in een mogelijke burgeroorlog in het Rijk van Toledo zouden mengen. Een tweede operatie bracht hem naar Mérida, waar hij de weg afsneed waarmee de Sueben Hermenegild te hulp zouden hebben kunnen schieten. Pas nu rukte hij op naar Sevilla.

Hermenegild had in de voorgaande tijd, toen zijn vader in het noorden was, alle gelegenheid gehad om op te rukken naar Toledo, maar dat deed hij niet. Het was, zo zei hij, niet passend dat een zoon met geweld optrad tegen een vader. De Latijnse formulering is een echo van de Latijnse vertaling van een beroemde regel uit het Bijbelboek Samuël: als David de mogelijkheid heeft koning Saul uit te schakelen, zegt hij dat het niet passend is met geweld op te treden tegen een gezalfde des heren.

Lees verder “De opstand van Hermenegild (2)”

Overgeleverde teksten

Een kopiist voltooit zijn werk

De discussie ging over het doorgeven van antieke verhalen. Het ligt voor de hand dat die veranderden toen ze nog mondeling waren. U kent vast wel het kleuterschoolspelletje waarbij de kinderen in een kring zitten, het eerste kind het tweede kind iets in het oor fluistert dat die moet doorfluisteren aan het volgende kind, en dat als het bericht de kring rond is gegaan, er een totaal andere boodschap is. Doorgegeven verhalen veranderen bovendien ook als ze op schrift staan. Waren er, opperde een van de discussianten, niet ook aanpassingen gedaan aan de Bijbel?

Mondeling overgeleverde teksten

Eerst even iets over dat mondelinge doorgeven. Ik speelde net vals door het te vergelijken met dat kleuterspelletje. Men had destijds namelijk een manier om de informatie accuraat door te geven: poëzie. Alliteratie, ritme en rijm helpen goed om een korte boodschap intact te houden. De Latijnse bezweringsformule pastores pecuaque salva servassis, “herders en vee, bescherm ze”, gaat terug tot het Proto-Indo-Europees en is een millennium of drie mondeling doorgegeven. Daarbij zijn wat aanpassingen gedaan aan de taal, maar het allittererende zinnetje zelf bleef bewaard.

Lees verder “Overgeleverde teksten”

Faits divers (33): archeologie

Cucuteni-Tripolje-aardewerk (Neues Museum, Berlijn)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer allerlei leuke archeologische berichten.

***

De eerste steden

Het traditionele, en op zich niet onjuiste, verhaal over de eerste steden is dat hun ontstaan hand-in-hand ging met de groei van sociale stratificatie. Bijvoorbeeld doordat er meer boeren waren, meer opbrengsten, meer noodzaak tot organisatie, en dus een centrale leider, die zijn macht onderstreepte met monumentale bouw. Dit is vanzelfsprekend altijd een grove generalisatie geweest. Een schema, zeg maar, om de gedachten te ordenen. De vondsten in Göbekli Tepe bewijzen dat al in een samenleving van jagers en verzamelaars monumentale architectuur mogelijk is, dus er is geen enkele reden monumentaliteit onlosmakelijk te verbinden met steden of zelfs maar landbouw.

De laatste kwart eeuw is er veel meer aandacht gekomen voor “mega-sites” die wel stedelijk ogen maar geen opvallend grote sociale stratificatie kennen. Sovjet-archeologen attendeerden er lang geleden al op dat in het gebied van de Skythen – zeg maar Oekraïne – enkele knotsen van nederzettingen bekend waren, zonder aanwijzingen voor maatschappelijke ongelijkheid. Dat paste mooi bij theorieën over een oercommunisme, dus het oogde wat verdacht. Maar inmiddels is er meer belangstelling voor, en het helpt dat onderzoekers met Lidar meer van zulke nederzettingen vinden.

Lees verder “Faits divers (33): archeologie”

Matteüs, Lukas en de parallax

Eén oog van de parallax: de wijzen uit het oosten bij Herodes (Chora-kerk, Istanbul)

Waar is Jezus geboren? In Bethlehem, zoals twee evangelisten zeggen, of ergens anders? Dit is een bekende historische puzzel, die leert hoe je uit twee betwijfelbare bronnen een betrouwbare conclusie kunt trekken, ongeveer zoals de parallax, de verschuiving tussen de eenzijdige beelden die je twee ogen opvangen, je helpt om diepte te zien.

Twee bronnen

Wat zeggen de bronnen? Er zijn twee evangelisten die de geboorte van Jezus beschrijven. Matteüs vertelt dat Jezus geboren werd in Bethlehem, maar met zijn ouders moest vluchten voor Herodes, die had gehoord over een nieuwe koning.noot Matteüs 2.1-23. Ze trokken naar Egypte, terwijl Herodes alle jongetjes van twee jaar en jonger liet ombrengen. Later, na de dood van Herodes, keerden Jezus’ ouders terug naar Israël, maar vestigden ze zich voor de zekerheid niet in Bethlehem, maar in Nazaret, in het noorden.

Lees verder “Matteüs, Lukas en de parallax”

Mohammed, een profeet geënt op profeten (2)

In de traditionele biografie van Mohammed wordt vaak gebruik gemaakt van biografische elementen en eigenschappen van vroegere profeten. De annunciatie en de profetische vroegrijpheid kwam al ter sprake in deel 1. Hieronder volgen nog twee profetische trekken die door gelovige vertellers op Mohammed werden overgebracht.

Mohammed als herder

Wanneer wij lezen dat Mohammed als jongeman herder is geweest is het moeilijk, niet aan Mozes te denken, van wie hetzelfde wordt verteld (Koran 28:22-8). Maar veel meer bijbelse profeten blijken herder te zijn geweest. In dit geval is het een hadīth die ons verder op het spoor helpt:

… van Djābir ibn ‘Abdallāh: Wij waren met de profeet in Marr al-Zahrān arāk-vruchten aan het plukken. ‘De zwarte moet je hebben,’ zei de profeet. Wij zeiden: ‘Gezant Gods, het lijkt wel of u schapen hebt gehoed!’ ‘Ja,’ zei de profeet, ‘en is er ooit een profeet geweest die dat niet heeft gedaan?’ of woorden van die strekking.noot Er zijn ettelijke hadithen waarin dit ter sprake komt, bij voorbeeld Muslim, Sahīh, Ashriba 163: حدثني أبو الطاهر أخبرنا عبد الله بن وهب عن يونس عن ابن شهاب عن أبي سلمة بن عبد الرحمن عن جابر بن عبد الله قال: كنا مع النبي ص بمر الظهران ونحن نجني الكباث فقال النبي ص عليكم بالأسود منه قال فقلنا: يا رسول الله كأنك رعيت الغنم قال نعم وهل من نبي إلا وقد رعاها، أو نحو هذا من القول.

Lees verder “Mohammed, een profeet geënt op profeten (2)”

Jood: een antiek, ambigu begrip

Een sjekel van Israël uit het tweede jaar van de Joodse Opstand (Museum Masada)

Ik blogde gisteren over het nieuwe boek van Ewoud Sanders, Jood. De vergeten geschiedenis van een beladen woord. Het lezen van Sanders’ boek bracht me op het idee eens een blogje te wijden aan het antieke gebruik van datzelfde woord – יְהוּדִי, Ἰουδαῖος, Judaeus.

Juda

Zulke woorden zijn afgeleid van de naam van de stam Juda, die in de IJzertijd leefde in de omgeving van de stad Jeruzalem. Koning David voegde die stad, die niet bij een van de twaalf Bijbelse stammen behoorde, toe aan zijn koninkrijk.noot 2 Samuël 5.6-9. Na het uiteenvallen van dat rijk, ergens rond 930 v.Chr., bleef Jeruzalem de hoofdstad van het zuidelijke koninkrijk. Dat bestond uit twee voormalige stammen, Juda en Benjamin, en omdat die laatste nogal klein was, heette het koninkrijkje dat vanuit Jeruzalem werd bestuurd, naar de grootste stam: Juda.

Lees verder “Jood: een antiek, ambigu begrip”

De Edomieten

Koper uit de Araba (Jordan Museum, Amman)

Omdat ik volgend voorjaar een reis naar Jordanië organiseer, leek het me aardig om iets te vertellen over de volken die daar vroeger woonden. Dat waren aanvankelijk de IJzertijdrijkjes van de Ammonieten, Moabieten en Edomieten, ruwweg even oud als Juda en Israël, aan de overzijde van de rivier de Jordaan. Hun woongebieden werden ingelijfd in de rijken van de Assyriërs, Babyloniërs en Perzen. Toen Alexander de Grote laatstgenoemden had onderworpen, kwam de regio in handen van hellenistische heersers; we lezen dan over de Nabateeërs. De Romeinen stichtten er een Dekapolis, een “tienstedenbond”, en uiteindelijk zien we dat de macht verschuift naar de Arabieren, die al voor de komst van de islam dominant zijn. Al die volken zijn al aan bod geweest of komen nog aan bod. Vandaag echter: de Edomieten.

Edom lag direct ten zuiden van de Dode Zee, aan weerszijden van de slenk die we de Araba noemen, de bijbelse Zoutvallei. De naam van het koninkrijk, Edom dus, betekent zoiets als “het rode land” en verwijst vermoedelijk naar de rossige kleuren van het Seir-gebergte. De naam is heel oud, want ze duikt al op in Egyptische teksten. Zo mochten tijdens de regering van koning Merenptah (r.1213-1203) “de Šasu-nomaden uit Edom” het koninkrijk van de Nijl betreden. Deze vermelding is interessant omdat ze bewijst dat er in de Late Bronstijd nomaden heen en weer trokken door de Sinaïwoestijn. Dat biedt een context voor de verhalen over de tocht van Mozes en de Hebreeën. Lees verder “De Edomieten”

Van neghen den besten

Het klinkt wat wonderlijk, “Van neghen den besten”, maar het alternatief zou “De negen besten” zijn geweest, en dat klinkt als de Veronica Top-40. In andere talen staan ze bekend als de “Nine Worthies”,  de “Neun Guten Helden”, “Les Neuf Preux” en  “I Nove Prodi”. Dat wijst erop dat we hier te maken hebben met een internationaal verschijnsel.

De Negen Besten, zoals we ze toch maar zullen noemen, zijn de driemaal drie meest succesvolle ridders c.q. vorsten die de wereld tot de veertiende eeuw had voortgebracht. Het motief was vooral populair in de Late Middeleeuwen, die werden getypeerd door veranderingen, onzekerheden, oorlogen, hongersnoden en epidemieën. Ook daarna bleef het motief echter terugkeren in de West-Europese literatuur en kunst, tot zeker de achttiende eeuw.

Lees verder “Van neghen den besten”

Een “warrior burial” uit Kreta

Een helm met everzwijnentanden (Archeologisch Museum van Heraklion)

Een Griekse warrior burial is, zoals de naam al suggereert, het graf van een man die is begraven als krijger. Deze luxueuze graven dateren uit de Vroege IJzertijd, laten we zeggen uit de eeuw tussen 1050 en 950 v.Chr. Warrior burials zijn niet alleen aangetroffen in het Griekse moederland (Tiryns, Lefkandi…), maar ook op Kreta (Knossos) en vooral op Cyprus (Oud-Pafos, Salamis, Kourion…). De krijgers – of degenen die als krijgers werden begraven, als we heel precies willen zijn – zijn doorgaans gecremeerd en bijgezet met wapens, driepoten en andere voorwerpen van brons en ijzer. Ik blogde al eens over een man uit Oud-Pafos die is begraven met zijn badkuip.

De graven op Kreta bevatten voorwerpen die zijn vervaardigd op Cyprus of nog verder naar het oosten. Ze doen een beetje denken aan de opmerkingen uit de Odyssee van Homeros, waarin nogal wat Griekse helden via het oostelijk Middellandse Zee-bekken terugkeren naar hun moederland. In het vierde boek van de Odyssee vertelt bijvoorbeeld Menelaos aan Odysseus’ zoon Telemachos dat hij Cyprus, Fenicië en Egypte heeft aangedaan.noot Homeros, Odyssee 4.83-85, 4.615-619.

Lees verder “Een “warrior burial” uit Kreta”