Jood: een antiek, ambigu begrip

Een sjekel van Israël uit het tweede jaar van de Joodse Opstand (Museum Masada)

Ik blogde gisteren over het nieuwe boek van Ewoud Sanders, Jood. De vergeten geschiedenis van een beladen woord. Het lezen van Sanders’ boek bracht me op het idee eens een blogje te wijden aan het antieke gebruik van datzelfde woord – יְהוּדִי, Ἰουδαῖος, Judaeus.

Juda

Zulke woorden zijn afgeleid van de naam van de stam Juda, die in de IJzertijd leefde in de omgeving van de stad Jeruzalem. Koning David voegde die stad, die niet bij een van de twaalf Bijbelse stammen behoorde, toe aan zijn koninkrijk.noot 2 Samuël 5.6-9. Na het uiteenvallen van dat rijk, ergens rond 930 v.Chr., bleef Jeruzalem de hoofdstad van het zuidelijke koninkrijk. Dat bestond uit twee voormalige stammen, Juda en Benjamin, en omdat die laatste nogal klein was, heette het koninkrijkje dat vanuit Jeruzalem werd bestuurd, naar de grootste stam: Juda.

Lees verder “Jood: een antiek, ambigu begrip”

Paashoax

Voor als u zelf een paashoax wil maken is hier alvast een Christus met doornenkroon en paashaas (RMO, Leiden)

Dat was een aardig idee van Rudmer, een van de vaste gasten in de reageerpanelen: leg dat eens uit, dat van die paashoax. Gelukkig had ik een verloren uurtje, dus ik kan er een stukje aan wijden.

Paashoax

Religieuze feestdagen zijn voor kranten en andere media altijd aanleiding voor het plaatsen van bladvulling. Daar kun je de klok op gelijkzetten. Begin december zijn er stukjes over de Hasmoneeën omdat Chanoeka dan nadert. Valentijnsdag is ook altijd goed voor wat simpele kopij. En Pasen dus. In dit geval is de dynamiek wat venijniger omdat daar ooit een doelgerichte mediastrategie achter zat, ontworpen door het zogeheten Jesus Seminar, een groep merendeels Amerikaanse onderzoekers die zich bezighield met de historische Jezus. Omdat ze op voorhand uitgingen van een Jezus zonder eindtijdverwachtingen en het Evangelie van Thomas accepteerden als heel oud, is de groep niet onomstreden, maar het gaat om integer onderzoek en The Historical Jesus van Seminar-lid J.D. Crossan is nog steeds een goede inleiding. Wat minder prettig is, is dat ze hun persberichten altijd de deur uitdeden in de maand voor Pasen, wetend dat journalisten dan op zoek naar kant-en-klare kopij.

Lees verder “Paashoax”

Het pro-actieve Paasstukje

De kruisiging van de historische Jezus was gruwelijker dan op deze middeleeuwse afbeelding (Keulen, St. Maria im Kapitol).

Binnenkort is het Pasen, journalisten willen daar dan iets mee doen en zoeken iets nieuws. Daar is niets mis mee, maar er zit kaf tussen het koren; zie onderaan deze pagina voor een overzicht van enkele paashoaxes. Wetenschappers staan er bovendien niet boven om journalisten voor hun karretje te spannen: toen Harvard door het stof moest voor een wetenschapsfraude, bracht de universiteit kort voor Pasen een misleidend persbericht naar buiten. Op deze pagina heb ik wat populaire misverstanden op een rijtje gezet.

1 Judea was politiek onrustig

Populair gemaakt door Jesus Christ Superstar en later Fik Meijer. Gebaseerd op kritiekloos gebruik van de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, die een nogal aparte visie had op de aanloop naar de grote oorlog tussen Joden en Romeinen van 66-70. Volgens hem was de oorzaak gelegen in een “vierde filosofie” die “aan het Jodendom vreemd” was, waarmee hij de Sicariërs bedoelde. Deze streed aan het begin van de jaartelling tegen de Romeinen en speelde zestig jaar later opnieuw een kleine rol. Josephus claimt continuïteit en om die te bewijzen noemt hij allerlei opstandelingen, maar die dateren uit de tijd tussen 36 en 66. Over de daaraan voorafgaande periode, waarin Jezus leefde, weet hij domweg geen rebellen te noemen. Die continue onrust in Judea bewijst hij dus niet. De wetenschappelijke consensus komt overeen met de inschatting van de Romeinse schrijver Tacitus, die de situatie typeert met één woord: quies.
Lees verder “Het pro-actieve Paasstukje”

De dood van de messias (6)

De graflegging

Het laatste stukje van vandaag kan alleen gaan over de graflegging, zoals hierboven afgebeeld door de Nigeriaanse kunstenaar George Bandele, wiens werk de aanleiding was tot deze reeks. Volgens Marcus stierf Jezus tijdens het negende uur, rond een uur of drie in de middag. Misschien was het in feite wat later, want degenen die het lichaam van het kruis haalden hadden haast om het nog voor het vallen van de avond te doen. Bij zonsondergang zou immers de sabbat beginnen, waarop werk niet was toegestaan.

Zo staat het althans in zowel Marcus als Johannes, waarvan ik al aangaf dat ze onafhankelijk van elkaar ruwweg hetzelfde vertellen. Beide auteurs vermelden ook Jozef van Arimatea, een lid van het Sanhedrin, als degene die het lichaam bij Pilatus opvroeg. Marcus voegt toe dat Pilatus verbaasd was over Jezus’ snelle dood en het lijk pas afstond toen een centurio dit had bevestigd. Marcus noemt verder Maria van Magdala en Maria de moeder van Joses als aanwezig bij de graflegging. Johannes maakt daar een mannenzaak van: Jozef kreeg hulp van Nikodemos.

Deze bracht een mengsel van mirre en aloë mee, ongeveer honderd pond. Zij namen het lichaam van Jezus en wikkelden het met de welriekende kruiden in zwachtels, zoals bij een Joodse begrafenis gebruikelijk is. Op de plaats waar hij gekruisigd werd, lag een tuin en in die tuin een nieuw graf, waarin nog nooit iemand was neergelegd. Vanwege de voorbereidingsdag van de Joden en omdat het graf dichtbij was, legden zij Jezus daarin neer.

Lees verder “De dood van de messias (6)”

De dood van de messias (5)

De kruisiging (George Bandele)

Als we Marcus 15.25 mogen geloven, werd Jezus tijdens het derde uur gekruisigd, dat wil zeggen rond een uur of negen in de ochtend. Johannes 19.14 corrigeert het: het gebeurde rond het zesde uur, rond het middaguur. Beide auteurs vermelden waarom Pilatus Jezus ter dood veroordeelde: hij was “Koning der Joden”. Als Jezus deze titel inderdaad heeft gedragen, had hij zich schuldig gemaakt aan wat ooit perduellio had geheten, “hoogverraad”, en waarvoor in deze tijd de term maiestas in zwang aan het raken was. Het begrip bleek tijdens de regering van Tiberius nogal rekkelijk.

De vraag is in welke zin een timmermanszoon uit Nazaret koning kan zijn geweest. Uiteraard heeft dat iets te maken met het feit dat hij claimde de messias te zijn, de persoon van wie een deel der Joden geloofde dat hij Israël zou herstellen.

Lees verder “De dood van de messias (5)”

De dood van de messias (4)

De kruisdraging

Pilatus veroordeelde Jezus tot het kruis. Hierboven ziet u hoe hij, in de weergave van de Nigeriaanse houtsnijder George Bandele, het instrument van zijn dood naar Golgotha droeg. Wat tegenwoordig in Jeruzalem wordt aangewezen als de Via Dolorosa, de “lijdensweg”, gaat ervan uit dat Pilatus verbleef in de burcht Antonia, wat niet juist is: het praetorium was bij de Davidsburcht, vlakbij de huidige Jaffapoort, en Jezus droeg de dwarsbalk van zijn kruis door wat nu David Street en Muristan Street heet.

Althans, dat zal zijn route zijn geweest als de plaats van executie werkelijk was waar men het traditioneel aanneemt: in de huidige Grafbasiliek. Daaraan bestaat overigens weinig twijfel. De kerk in kwestie is gebouwd in de vierde eeuw op de plek van een tempel voor Afrodite die op zijn beurt weer rond het jaar 130 was gebouwd op de plaats waar de christenen het graf van Jezus vereerden. Wie tegenwoordig de Syrische kapel bezoekt, zal zien dat er diverse graven zijn, gemaakt aan het begin van de jaartelling.

Lees verder “De dood van de messias (4)”

De dood van de messias (3)

Jezus voor Pilatus

Als het gaat om de laatste uren van Jezus’ leven, spreken de evangeliën elkaar op enkele punten tegen. Dat roept vragen op. Als het de tempelwacht was die Jezus arresteerde, begon het allemaal als een intern-Joodse kwestie en was hogepriester Kajafas de initiatiefnemer. Als Jezus echter door Romeinse soldaten werd aangehouden, lag het initiatief bij gouverneur Pontius Pilatus. In het ene geval had Jezus vermoedelijk een religieuze regel overtreden (maar welke?) en in het andere geval werd hij gekruisigd wegens opstandigheid of verraad.

Een andere vraag: stierf Jezus tijdens Pesach (15 nisan) of op de voorbereidingsdag voor Pesach (14 nisan)? Het antwoord op deze vraag helpt, in combinatie met het feit dat het een vrijdag was, om het jaar van Jezus’ dood te bepalen. Als Jezus stierf op Pesach, zoals de drie eerste evangeliën aannemen, dan was het dus vrijdag 15 nisan en die datum kwam voor in het jaar 33. Als Jezus stierf op de voorbereidingsdag, zoals de evangelist Johannes aangeeft, dan was het vrijdag 14 nisan en moet het gaan om het jaar 30. Dit is een situatie waarin conflicterende informatie niet valt te harmoniseren: minimaal een van de twee data is fout. We moeten kiezen en ik voor mij denk dat vrijdag 14 nisan 30 het meest aannemelijk is.

Lees verder “De dood van de messias (3)”

De dood van de messias (1)

Jezus’ prediking

Toen Ivo de Wijs de Woutertje Pieterse hertaalde voegde hij aan Multatuli’s boek een slothoofdstuk toe waarin de titelheld natuurlijk trouwt met Femke en ook een echte baan vindt: pater Jansen zorgt ervoor dat de jongen conservator wordt in een etnografisch museum. Een briljante vondst. Ik meen me te herinneren dat De Wijs Woutertje maakte tot conservator van het Missiemuseum in Steyl, waar ik vorige week ben wezen kijken en de foto nam die u hierboven ziet. Dit schitterende houtsnijwerk maakt deel uit van een kerkdeur, vervaardigd door een Yoruba-kunstenaar uit Nigeria, George Bandele. Gemaakt in 1962 is het ongeveer een eeuw te jong om te zijn verworven door conservator Pieterse, maar soit: ik heb het toch maar mooi gezien en het vormde aanleiding voor de blogstukjes van de komende dagen.

***

Hierboven ziet u dus Jezus’ prediking. Wat hij predikte, is in één zin samen te vatten:

De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.

God zou persoonlijk komen om de wereld te besturen, de natuur zou veranderen, de zondaars en de rijken zouden worden bestraft en de laatsten zouden de eersten zijn.

Lees verder “De dood van de messias (1)”