De muren van Babylon

Gereconstrueerde muur van Babylon

De Palatijnse Anthologie is, zoals het tweede deel van de titel al aangeeft, een bloemlezing van teksten, meer precies Griekse gedichtjes. Het eerste deel van de titel verwijst naar de Paltz (in humanistenlatijn: Palatinatus), waar het Byzantijnse poëziemanuscript in kwestie zich ooit bevond in de bibliotheek van Heidelberg. Tot de vele in de verzameling opgenomen epigrammen behoort ook een korte ode aan de tempel van Artemis van Efese op naam van de vrijwel vergeten hellenistische dichter Antipatros van Sidon.noot Palatijnse Anthologie 9.58. Hij vergelijkt het heiligdom met zes andere monumenten, en zo introduceert hij het concept van de “zeven wereldwonderen”, waarvan zijns inziens de tempel in Efese dus het mooiste is.

Het eerste monument dat hij noemt, is de stadsmuur van Babylon, waarvan hij zegt dat die gebruikt kan worden als weg voor wagens. Dat heeft Antipatros wellicht ontleend aan Herodotos van Halikarnassos, die het volgende weet te vertellen over de muur.

Lees verder “De muren van Babylon”

Het stof van Babylon

De legendarische stadswal van Babylon. Achteraan het door Saddam Hussein herbouwde paleis van Nebukadnessar.

“De heerschappij wordt doorgegeven van volk naar volk,” zoals Jezus Sirach zegt, “door onrecht, geweld en hebzucht.” De eerste wisseling van de macht was die van de Assyriërs naar de Babyloniërs. Van 612 tot 539 heersten zij over het oosterse wereldrijk. Ze hadden het min of meer kant en klaar overgenomen van de Assyriërs. Zelf breidden ze het uit met wat kleingrut in de periferie.

Zoals het tempelstaatje Juda. Als je de opmerkingen leest die in de Bijbel staan over de aanvallen van naburige stammen op de Babylonische bezittingen rond Jeruzalem, krijg je de indruk dat de Babyloniërs meer rovers waren, die de Joodse bevolking hadden gedeporteerd en allerlei kostbaarheden hadden meegenomen, dan dat ze waren geïnteresseerd in het nieuw verworven gebied. Ze investeerden althans niet noemenswaardig in de grensverdediging. De Assyriërs waren, in dit opzicht, betere bestuurders.

Lees verder “Het stof van Babylon”

De ontdekking van het oudste Irak

‘Ubaid-aardewerk uit Irak (Archeologisch Museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet)

De eerste opgravers in Irak waren mensen als Botta, die Nineveh ontdekte; Layard, die de Assyrische hoofdsteden opgroef; Koldewey, die hetzelfde deed in Babylon; en Hamdi, die het museum van Constantinopel stichtte. Hun enorme verdiensten staan buiten kijf, want het was bepaald geen sinecure in het zich hervormende Ottomaanse Rijk, zonder heel duidelijke politieke verhoudingen maar vol etnische spanningen, je werk te doen. Al bood die onduidelijkheid ook kansen. Kansen die wij misbruik zouden noemen.

Afgezien van de organisatorische problemen hadden deze archeologen te maken met het feit dat ze hun vondsten alleen konden interpreteren aan de hand van teksten. Die vormden weleens een dwaalspoor, zoals toen Koldewey in Babylon speurde naar Hangende Tuinen die even reëel waren als Diagon Alley in Londen. En dan waren er de dieper liggende lagen, die de allereerste steden documenteerden. Toen schreven de mensen nog niet, dus de opgravers hadden geen idee wat ze opgroeven. Sumeriërs? Nog nooit van gehoord. Ook wisten ze niet hoe oud het spul was dat ze opgroeven. Ze noemden het dus maar “aardewerk zoals gevonden in Nineveh”. Zo ontstond de gewoonte archeologische culturen te vernoemen naar de eerste vondplaats. De La Tène-cultuur is een Europees voorbeeld en Andronovo is een Aziatisch voorbeeld.

Lees verder “De ontdekking van het oudste Irak”

Misverstand: Hangende tuinen

Wat dit beeld van Jacquel Brel in Brussel te maken heeft met de hangende tuinen van Babylon, ontdekt u aan het einde van dit blogje.

Misverstand: In Babylon waren Hangende Tuinen

Terwijl in Italië en Griekenland de eerste steden ontstonden, werden de oeroude steden van het Nabije Oosten verenigd in één wereldrijk, dat aanvankelijk werd bestuurd door de Assyriërs uit het noorden van Irak, en na 612 door de Babyloniërs, die leefden aan de benedenloop van de Eufraat en de Tigris. Hun hoofdstad Babylon gold als de culturele hoofdstad van het oude Nabije Oosten. Sommige monumenten zijn beroemd geworden, zoals de stadspoort die tegenwoordig staat in het Vorderasiatisches Museum in Berlijn of de negentig meter hoge tempeltoren die was gewijd aan de oppergod Marduk: de “Toren van Babel”. Niet minder fameus zijn de Hangende Tuinen die koning Nebukadnezar II (r. 605-562) zou hebben laten bouwen voor zijn koningin, een jonge vrouw uit het huidige Iran die terugverlangde naar de bergen van haar vaderland.

Deze tuinen worden genoemd door verschillende Griekse auteurs: de geograaf Strabon, de historicus Flavius Josephus, de ingenieur Filon van Byzantion en Kleitarchos, die een biografie schreef van Alexander de Grote. Dat boek is verloren gegaan maar wordt geciteerd door de Siciliaanse historicus Diodoros en diens Romeinse collega Curtius Rufus. Bronnen genoeg dus. Het beeld dat we krijgen is dat van een tuinencomplex van anderhalve hectare groot, even hoog als de stadsmuren en rustend op zware fundamenten van natuursteen.

Lees verder “Misverstand: Hangende tuinen”

De sloop van de Toren van Babel

De Etemenanki (Toren van Babel)

“Laten we een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt,” zeiden de Babyloniërs, en hun ambitie blijkt wel uit het feit dat de fundamenten van hun tempeltoren, die aan het begin van de twintigste eeuw zijn opgegraven door de archeoloog Robert Koldewey, niet minder maten dan negentig bij negentig meter. Het is een van de gebouwen op aarde die astronauten ook vanuit de ruimte kunnen zien.

De toren wordt vermeld in verschillende kleitabletten, waaruit we weten dat hij E-temen-an-ki heette, het “Huis van het fundament van de hemel op aarde”. Uit die tabletten blijkt verder dat de koningen Nabopolassar (r.626-605) en Nebukadnezar (r.605-562) inderdaad hebben gebluft dat hun prestigeobject tot in de hemel moest reiken. De laatste, die uit het halve Midden-Oosten mensen naar Babylon had gedeporteerd, kon daar nog aan toevoegen dat bij de bouwput “alle talen van de wereld worden gesproken”. Het was de auteur van het Bijbelboek Genesis wel toevertrouwd aan die claim een ironische draai te geven.

Lees verder “De sloop van de Toren van Babel”