Toerist in Cartagena

Op weg naar Cartagena: de lagune bij Santa Pola

Ik wilde al heel lang naar Cartagena, of Carthago Nova, zoals de Romeinen het noemden, of Qart Hadašt, op z’n Karthaags. Het was de hoofdstad van de Karthaagse bezittingen in Iberië en onlangs identificeerden archeologen de resten van het paleis van de bestuurders. Hier woonde Hasdrubal de Schone, hier groeide Hannibal Barka op. Ik zal nog bloggen over de spectaculaire manier waarop de Romeinen de stad veroverden.

De stad bestond in de Oudheid uit een schiereiland waarop vijf heuvels waren te herkennen. De Griekse geschiedschrijver Polybios noteert dat “op de westelijke heuvel een paleis oprijst, door Hasdrubal gebouwd in grootse stijl, omdat hij streefde naar het aanzien van alleenheerser”.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.10. Van dat paleis is niets meer te herkennen, want het is voor een groot deel in de rotsen ingehouwen en er liggen Romeinse resten over de heuvel heen. Daarover zo meteen meer.

Lees verder “Toerist in Cartagena”

Toerist in Elche

Het centrum van Alcudia

In de vorige aflevering van mijn narcistische winterfeuilleton vertelde ik over Alicante, een havenplaats van het Iberische volk der Contestaniërs. Even landinwaarts lag een belangrijke nederzetting, die destijds Ilici heette en tegenwoordig Elche. De eigenlijke ruïnes liggen op een lage heuvel ten zuiden van het stadje, Alcudia (van het Arabische Al-Kudia, “de heuvel”). Hier is het beroemde beeld van de Dame van Elche gevonden. De beheerders van het terrein zijn bezig een soort gedenkteken te bouwen op de plek.

Work in progress

En daarmee is een voornaam punt al genoemd: Alcudia is heel erg work in progress. Er vinden al een eeuw opgravingen plaats, die Iberische en Romeinse huizen aan het daglicht hebben gebracht, plus een stadsmuur, talloze waterwerken, een Iberisch heiligdom, een Visigotische basiliek en een enorme hoeveelheid aardewerk. Het onderzoek is nog in volle gang, de diverse opgegraven gebouwen liggen op enige afstand van elkaar en zijn niet allemaal even makkelijk “leesbaar”. Ze zijn wel interessant, zoals de opstapeling van Iberische, Romeinse en laatantieke huizen, of de van complexe waterleidingen voorziene Romeinse huizen, of de centrale sector van nog niet voldoende geïnterpreteerde representatieve gebouwen.

Lees verder “Toerist in Elche”

Toerist in Alicante

Alicante, Castell de Santa Bàrbara

Over Alicante, de havenstad waaraan ik deze zesde aflevering van mijn narcistisch winterfeuilleton wijd, is een hoop te vertellen. Historisch bezien gaat het om twee plaatsen: het huidige Alicante, dat ligt aan de voet van het 160 meter hoge Castell de Santa Bàrbara, en een antieke stad op een uur wandelen ten noordoosten van het huidige centrum. Deze plek heet tegenwoordig Tossal de Manises, en het gaat om een gebied van ongeveer drie hectare met een Romeins badhuis, marktplein, woonhuizen, stadsmuur en een islamitisch grafveld.

Drie namen voor twee plaatsen

De Latijnse naam voor deze plaats was Lucentum, waarin het woord lux zit, “licht”. Dat zal wel verwijzen naar een landschappelijk fenomeen dat stralend wit was. In het Grieks heette de stad, gesticht door Hannibals vader Hamilkar Barka, Akra Leukè, “de witte burcht”. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius vermeldt bovendien een fort, waarvan de naam meestal wordt weergegeven als Castrum Album, wat opnieuw “de witte burcht” betekent. Die lezing lijkt ingegeven door de betekenis van het Griekse Akra Leukè, en de aanname is dat het gaat om dezelfde plek.

Lees verder “Toerist in Alicante”

Toerist in Valencia (1)

Iberisch beeldje van een ruiter (Prehistorisch Museum, Valencia)

De hogesnelheidslijn die onlangs zo negatief in het nieuws was, bracht ons in twee uur vanuit Madrid naar Valencia. Ik wist weinig meer over die stad dan dat de Cid er had gewoond, dat de Heilige Graal werd bewaard in de kathedraal, dat er een wetenschapsmuseum was en dat er een paar jaar geleden een beruchte moordzaak was. Ik moest opzoeken dat het ooit de hoofdstad was geweest van een Iberisch volk, de Edetaniërs.

De Iberiërs

Wie meer over hen wil weten, moet absoluut naar het Prehistorisch Museum, dat een weergaloos mooie en grote collectie heeft. Die begint met de eerste mensen en loopt dan door vele millennia en langs diverse soorten homo naar de Romeinse tijd. De informatie is actueel – ik zag de Denisova-mens netjes genoemd – en wordt gepresenteerd in twee talen, in het Spaans en in het Valenciaans. Het was een prachtig museum maar het was uitgestorven. We waren letterlijk de enige bezoekers.

Lees verder “Toerist in Valencia (1)”

Toerist in Toledo

Aankomst in Toledo

Toledo, gelegen in het centrum van het Iberische Schiereiland, was in de Late Oudheid de hoofdstad van het Rijk van Toledo. Hier resideerden koningen die stamden uit een dynastie die ook wel Visigotisch wordt genoemd, wat nogal misleidend is omdat die naam een Germaans karakter suggereert dat deze vorsten totaal niet hadden. Ze waren in alle opzichten Romeins en de wetsoptekening van koning Recceswinth, het Liber Iudiciorum uit 654, is na het Byzantijnse Corpus Iuris de meest ambitieuze rechtscodificatie uit de Late Oudheid. Het Rijk van Toledo was simpelweg de post-Romeinse staat par excellence.

De stad bezit het bij mijn weten enige Visigotische museum ter wereld, en dat was één reden om er naartoe te gaan. Maar er was meer. De naam “Toledo” heeft een bijna magische klank, net zoals Venetië, Constantinopel, Damascus, Isfahan of Samarkand. In die plekken is ooit geschiedenis gemaakt en de echo’s klinken nog steeds door. Toledo als plaats van talloze laatantieke synodes, die vooruitwijzen naar de middeleeuwse standenvergaderingen. Toledo als centrale stad in de middelste grensmark van het Emiraat van Córdoba. De inname van Toledo in 1085 als keerpunt in de geschiedenis van het Iberische Schiereiland. Toledo als vertaalschool. Toledo als voornaamste bisdom in Spanje. En verder: Toledo als artistiek centrum, als plaats waar drie godsdiensten elkaar al dan niet harmonieus ontmoetten, en als locatie van beroemde romans (i.c., Het vijfde zegel van Simon Vestdijk).

Lees verder “Toerist in Toledo”

De verledens van Spanje (1)

Het beeld van Leovigild, vóór het koninklijk paleis in Madrid, claimt de laatantieke vorst als voorloper van de koningen van Spanje.

Archeologische vondsten zeggen eigenlijk maar weinig. Ze moeten worden geïnterpreteerd: die scherven vormden ooit een kruik, die kruik bevatte olijfolie, de klei van die kruik komt uit de vallei van de Guadalquivir, en omdat ze is opgegraven in Rome duidt die kruik op handel. Maar ook zo’n geïnterpreteerde vondst is niet waarom wij, als samenleving, de mogelijkheid garanderen dat wetenschappers hun intellect, tijd en energie besteden aan archeologie. Wat kan het ons immers schelen dat Rome negentien eeuwen geleden Spaanse olijfolie importeerde? Wat hebben wij, om met Halbe Zijlstra te spreken, aan opgegraven potten en pannen, geïnterpreteerd of niet?

Die vraag kunnen we ook stellen bij historische gebeurtenissen. U en ik worden niet gelukkiger of wijzer als we weten dat in de late eerste eeuw na Chr. de Romeinse gemeentewetten in Spanje volgens een standaardmodel zijn geharmoniseerd. Er is méér nodig om zulke gegevens betekenis te geven. De resultaten van archeologisch en historisch onderzoek, en ook dat van het onderzoek van classici, krijgen pas zin als ze in een groter kader zijn geplaatst.

Lees verder “De verledens van Spanje (1)”

De Dame van Elche

De Dame van Elche (Nationaal Archeologisch Museum, Madrid)

Ik heb nog nooit iemand ontmoet niet onder de indruk was bij het zien van een afbeelding van de Dame van Elche. Niet dat ik dit heb getoetst door middel van een representatief bevolkingsonderzoek, maar alleen al uit het afgelopen halve jaar herinner ik me een stuk of vijf mensen die zich er ongevraagd positief over uitlieten.

Ontdekking

Het beeld is in 1897 gevonden bij Elche (of Elx, zoals men ter plekke zegt), waar een antieke stad lag die de Grieken Helike noemden en de Romeinen Ilici. Lange tijd is beweerd dat de ontdekker een veertienjarige jongen was die Manuel Campello heette. Zo’n verhaal past goed bij het slappe format “niet-archeoloog doet ontdekking en zorgt dat het bij de autoriteiten komt en het blijkt belangrijk en nou is de wetenschap heel erg blij”. Archeologen gebruiken dit format graag om mensen ervan te overtuigen vondsten te melden. Dat die vondsten zelden werkelijk belangrijk zijn, wordt er nooit bij gezegd, en ik voel me altijd ongemakkelijk als ik weer lees dat een kind, een wandelaar of een soldaat die een schuttersputje aan het graven was, een vondst deed en meldde. Wetenschappelijke persberichten zijn er om te informeren, niet om te nudgen.

Lees verder “De Dame van Elche”

Tartessos

Armband uit El Carambolo (Nationaal archeologisch museum, Madrid)

Ergens rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. naderde een Perzisch leger de Griekse stad Fokaia in Ionië, in het westen van het huidige Turkije. Als Herodotos het daarover heeft, last hij een van de uitweidingen in die zijn werk zo onderhoudend maken.

De Fokeeërs zijn de eerste Grieken geweest die verre zeereizen hebben ondernomen. Het is aan hen te danken dat de route naar de Adriatische Zee, Etrurië, Iberië en Tartessos bekend is geworden. … Op een van hun tochten zijn ze dus in Tartessos beland. Hier kwamen ze op goede voet te staan met de plaatselijke heerser, een zekere Arganthonios, die niet minder dan tachtig jaar heeft geregeerd en al met al honderdtwintig jaar oud is geworden. Hij is zo op ze gesteld geraakt dat hij hun in het begin zelfs heeft aangeraden om Ionië voorgoed te verlaten en zich in zijn rijk te vestigen, ze mochten zelf een plaats uitkiezen. De Fokeeërs gingen hier niet op in.noot Herodotos, Historiën 1.163; vert. Van Dolen.

Lees verder “Tartessos”

Nogmaals El-Andalus

Een tijdje geleden blogde ik over het boek Muslim Spain Reconsidered (2014) van Richard Hitchcock over de geschiedenis van…, eh, ja, hoe moeten we dat nou noemen? Arabisch Spanje? Nee, want er is ook Portugal, en veel mensen in het Emiraat van Córdoba (en zijn opvolgerstaten) beschouwden zich niet als Arabieren. Islamitisch Iberië? Onnauwkeurig, want er waren lange tijd grote christelijke en joodse minderheden. Ik koos destijds voor El-Andalus, en doe het vandaag opnieuw, maar het is een verlegenheidsoplossing. In elk geval: de tijd waarin Arabischsprekenden heersten over het Iberische Schiereiland.

Die vervelende hype weer

Ik las er inmiddels nog een ander boek over: Kingdoms of Faith (2021) van de Amerikaanse mediëvist Brian A. Catlos. De kritiek die ik had op het hierboven genoemde boek, namelijk dat ik niet herkende wat er nou reconsidered was, is ook dit keer van toepassing. Dat religie niet zo belangrijk was als eerdere auteurs hebben beweerd? Dat wist ik als student al. Dat de reconquistà grotendeels een later verzonnen mythe is? Ook geen nieuws.

Lees verder “Nogmaals El-Andalus”

Imperator, Mynkd, MNKDH

Een vroege Romeinse generaal in Spanje voert de titel inpeirator = imperator (Louvre, Parijs)

Romeinse keizers hadden de gewoonte om in inscripties aan hun namen ook een stuk of wat titels toe te voegen: zoveel keer consul, aangewezen voor een volgend consulaat, in het zoveelste jaar met de bevoegdheden van tribuun en zo-en-zo vaak imperator. Dat laatste woord betekent “bevelhebber”, en was een eretitel die een leger bij acclamatie kon verlenen aan een zegevierende generaal.

De eerste deze titel kreeg, was Scipio Africanus, nadat hij tijdens de Tweede Punische Oorlog de Karthaagse bezittingen in Iberië had veroverd.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.40.2-5. De Spaanse soldaten, die eerst de Karthagers hadden gediend maar naar de Romeinen waren overgelopen, wilden Scipio een titel geven die in onze Griekse en Latijnse bronnen wordt weergegeven met een woord dat “koning” betekent. Die titel was echter onaanvaardbaar voor een Romeinse republikein, en dus werd Scipio uitgeroepen tot imperator.

Lees verder “Imperator, Mynkd, MNKDH”