De slag bij Farsalos (3)

De vlakte van Farsalos

[Derde deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

De wijze waarop de antieke auteurs de spanning voor opdrijven voordat ze de slag bij Farsalos beschrijven, is alleszins begrijpelijk. Het was bepaald geen uitgemaakte zaak wie het gevecht en de Tweede Burgeroorlog zou winnen. Aan de ene zijde de Senaat met als opperste generaal Pompeius. Dit leger was niet alleen getalsmatig sterker, maar had bovendien nog maar kort geleden bij Dyrrhachion de overwinning geboekt. Het was goed gemotiveerd.

Aan de andere zijde stond Caesar, met een kleiner leger, nog onlangs verslagen. Het bestond echter uit veteranen, die bovendien wisten dat het er vandaag op aan zou komen. Als ze opnieuw zouden verliezen, was er geen enkele hoop – niet op een eindzege, zelfs niet op een rustige oude dag. Pompeius’ ondercommandanten, zoals Titus Labienus, hadden immers krijgsgevangenen laten executeren. Dat zullen wel mensen zijn geweest die het burgerrecht hadden verworven onder de Lex Roscia, maar ook voor “oude” Romeinse burgers leek capitulatie levensgevaarlijk. Men moest winnen, zo simpel.

Lees verder “De slag bij Farsalos (3)”

De slag bij Farsalos (2)

Re-enactors, gekleed als legionairs in de slag bij Farsalos

[Tweede deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

Ik eindigde het vorige stukje met beschrijvingen, zoals te vinden bij Appianus, van de aarzelingen waarmee de troepen van Pompeius en Caesar zich bij Farsalos tegenover elkaar opstelden. Alle aanwezigen – althans de uit Italië afkomstige legionairs – waren zich ervan bewust dat men stond tegenover andere burgers. Appianus lijkt hier een bron te delen met Cassius Dio; misschien is dat Titus Livius.

Telepathie

Ik noem hem, omdat hij in een verloren deel van zijn werk een persoonlijke anekdote opnam over de slag bij Farsalos, die is overgeleverd bij Ploutarchos.

In Patavium (Padua) zat op die dag Gaius Cornelius, een bekend waarzegger, medeburger en bekende van de schrijver Livius, de vogeltekens te raadplegen. Volgens Livius zag hij eerst het tijdstip van de slag, en hij zei tegen de aanwezigen dat de gebeurtenis aan de gang was en dat de mannen in actie kwamen. Daarna ging hij door met observeren en bij het zien van de tekens sprong hij enthousiast op en riep: “U overwint, Caesar!” De omstanders waren verbijsterd, maar Cornelius nam de krans van zijn hoofd en verklaarde onder ede dat hij hem niet meer op zou zetten totdat het feit voor zijn kunst getuigd had. Livius verzekert in elk geval dat het zo gebeurde. (Caesar 47; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “De slag bij Farsalos (2)”

De slag bij Farsalos (1)

Beeld van Venus Victrix uit het gouvernementsgebouw in Nieuw-Pafos (Cyprus Museum, Nicosia)

Als ik u zeg dat het 9 sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 29 juni 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En na de stukjes van de afgelopen dagen weet u ook dat het vandaag gaat over de Slag bij Farsalos, waarin Caesar zijn tegenstander Pompeius versloeg en feitelijk een einde maakte aan de Romeinse Republiek.

De bronnen over de slag bij Farsalos

Al in de Oudheid was er discussie over wat er die dag precies gebeurde. Appianus biedt een inkijkje:

Lees verder “De slag bij Farsalos (1)”

Pompeius in Larisa

Gnaeus Pompeius, de verliezer in Farsalos (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Als ik u zeg dat het 2 sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 22 juni 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Pompeius 2069 jaar geleden?”

Pompeius’ leger

Hij kwam aan in Larisa, de hoofdstad van Thessalië, die al was bezet door Metellus Scipio. In zijn Burgeroorlog vertelt Caesar dat Pompeius alle legioenen in één legerkamp samentrok en vanaf nu het oppercommando deelde met Scipio. Pompeius gunde zijn collega zelfs de eer dat hij de signalen liet trompetteren vanaf diens commandotent. Later zouden ze hun kamp verplaatsen in de richting van dat van Caesar bij Farsalos.

Deze vervolgt zijn verslag met een bijna pesterige beschrijving van de stemming in Pompeius’ kamp. Daar was men inmiddels huiden gaan verkopen voordat de beer was geschoten.

Lees verder “Pompeius in Larisa”

Bloedbad in Gomfoi

Een regenboog boven de Aoos

Als ik u zeg dat het 29 quintilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 18 juni 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Aankomen in Griekenland. Hij had na de nederlaag bij Dyrrhachion zijn acht legioenen in veiligheid gebracht in Apollonia, waar hij op 20 quintilis was aangekomen. Hij was er niet lang gebleven en opgerukt langs de rivier de Aoos, richting Ioannina. Daar was hij afgebogen naar het oosten, over Katarapas door de Pindos-bergen, richting Thessalië. Hij verliet nu het gebied dat in de Oudheid Epirus heette en trok nu met zes legioenen Griekenland binnen.

Lees verder “Bloedbad in Gomfoi”

Leeuwenjacht

Leeuwenjacht (koninklijk graf, Vergina)

Een leuke reactie op het blogje van afgelopen laatst over leeuwen in Griekenland en de rest van de zuidelijke Balkan:

Alexander de Grote deed toch aan leeuwenjacht in Macedonië?

De vraag gaat, denk ik, terug op de afbeelding van een leeuwenjacht op een graf in Vergina, het antieke Aigai. Daar waren de graven van de Macedonische koningen. De Griekse archeoloog Manolis Andronikos, die ze in de jaren zeventig onderzocht, identificeerde een van die graven, waarop bovenstaande leeuwenjacht is afgebeeld, als dat van Filippos II, de vader van Alexander de Grote. Over die identificatie eerst een woord. Daarna de leeuwenjacht.

Lees verder “Leeuwenjacht”

Griekse leeuw

Aardewerk uit Chios (Archeologisch Museum van Thessaloniki)

De donderdag gebruik ik vaak om een stukje te schrijver over Een kennismaking met de oude wereld, het handboek van Bert van der Spek en Luuk de Blois waarmee ik ooit oude geschiedenis leerde. Ik wandel, zoals de trouwe lezers weten, de laatste herdruk door om te zien of mijn kennis erg is verouderd. En om zo nu en dan een aanvulling te geven.

Vandaag wijk ik een beetje af van die aanpak door een kunstvoorwerp te behandelen uit de Griekse Archaïsche Periode, het tijdperk waar we waren aangekomen. Hierboven ziet u een op Chios gemaakte en in Thessaloniki teruggevonden beker met een mooi leeuwtje erop. Vladimir Stissi vertelt me dat het zo tussen 575 en 550 v.Chr. is te dateren. Ruwweg even oud als de Apollo van Tenea.

Lees verder “Griekse leeuw”

De Grieks-Orthodoxe Kerk

[Vandaag het derde van drie stukken over toerisme in het hedendaagse Griekenland, geschreven door Hans Overduin.]

Wie van Thessaloniki over de provinciale weg naar Pella rijdt, komt na een dertig kilometer door het dorpje Chalkidóna. Aan de rand van het dorp ligt een veldje dat wordt gedomineerd door een post-Byzantijns (over de term straks meer) kerkje, gewijd aan de apostelen Petrus en Paulus, en de voet van wat een behoorlijke minaret geweest moet zijn. Wie verder kijkt ontwaart rond de vijfentwintig kruisen, sommige bijna twee meter hoog maar de meeste in de grond gezakt, die in eerste instantie aan Keltische zonnekruisen doen denken maar er toch anders uitzien.

Bogomielen

De gangbare mening is dat het hier gaat om een kerkhof van bogomielen, een ketterse middeleeuwse sekte die zich in die tijd onder meer in het huidige Grieks-Macedonië ophield. Het kerkhof is van eminent historisch en toeristisch belang, maar geen richting- of informatiebord dat ernaar verwijst. Het bogomielenkerkhof wordt door het Griekse Ministerie van Cultuur en Sport en door de Griekse Kerk, die nog steeds allergisch is voor ketterijen, volledig doodgezwegen.

Lees verder “De Grieks-Orthodoxe Kerk”

Op reis in Griekenland

De tempel van Hefaistos, Athene

De corona is voorbij, we maken weer reisplannen en je zou naar Griekenland kunnen gaan. Dan land je vermoedelijk in Athene en zul je daar ook je eerste hotel wel boeken. Eerlijk is eerlijk, Athene is in de zomer geen aangename plek. De hitte blijft er hangen en er is geen verfrissende zeebries, zoals in Thessaloniki. Toch is het geen straf om in Athene te verblijven.

Attika

De Akropolis is een geweldige plek – hier is wel wat wind. Het spreekt vanzelf dat je ook gaat naar het Akropolismuseum en het Nationaal Archeologisch Museum, maar vergeet niet een bezoek te brengen aan het Numismatisch Museum (in het voormalige huis van Heinrich Schliemann) en aan het museum van de opgraving van Kerameikos. Dit zijn vrij rustige plaatsen. Vergeet de Agora niet, met het museum. O ja, er is ook een Byzantijns museum en een Benakimuseum. En een Romeinse agora.

Lees verder “Op reis in Griekenland”

Het Akropolismuseum

Eén van de wonderlijkste musea ter wereld is het Akropolismuseum in Athene. Het is voornamelijk gebouwd voor iets wat er (vrijwel) niet is, namelijk: de enorme collectie sculpturen van de Athena-tempel (het Parthenon), de op enkele honderden meters afstand van het museum gelegen locatie die al eeuwen tot de verbeelding spreekt.

Het verhaal is bekend: in de klassieke oudheid was de Akropolis het religieuze centrum van de stadstaat Athene, met de tempel van Athena (Parthenon) als religieus en architectonisch hoogtepunt. Dat Parthenon heeft lang de eeuwen doorstaan, ook al werd er stevig aan en in verbouwd. Dit in tegensteling tot de kleinere tempel van Athena Nikè en de toegangspoort tot de Akropolis – de Propyleeën – die tijdens het Turkse bewind over Griekenland respectievelijk werden afgebroken en opgeblazen.

Lees verder “Het Akropolismuseum”