De slag bij Farsalos (1)

Beeld van Venus Victrix uit het gouvernementsgebouw in Nieuw-Pafos (Cyprus Museum, Nicosia)

Als ik u zeg dat het 9 sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 29 juni 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En na de stukjes van de afgelopen dagen weet u ook dat het vandaag gaat over de Slag bij Farsalos, waarin Caesar zijn tegenstander Pompeius versloeg en feitelijk een einde maakte aan de Romeinse Republiek.

De bronnen over de slag bij Farsalos

Al in de Oudheid was er discussie over wat er die dag precies gebeurde. Appianus biedt een inkijkje:

Lees verder “De slag bij Farsalos (1)”

Pompeius in Larisa

Gnaeus Pompeius, de verliezer in Farsalos (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Als ik u zeg dat het 2 sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 22 juni 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Pompeius 2069 jaar geleden?”

Pompeius’ leger

Hij kwam aan in Larisa, de hoofdstad van Thessalië, die al was bezet door Metellus Scipio. In zijn Burgeroorlog vertelt Caesar dat Pompeius alle legioenen in één legerkamp samentrok en vanaf nu het oppercommando deelde met Scipio. Pompeius gunde zijn collega zelfs de eer dat hij de signalen liet trompetteren vanaf diens commandotent. Later zouden ze hun kamp verplaatsen in de richting van dat van Caesar bij Farsalos.

Deze vervolgt zijn verslag met een bijna pesterige beschrijving van de stemming in Pompeius’ kamp. Daar was men inmiddels huiden gaan verkopen voordat de beer was geschoten.

Lees verder “Pompeius in Larisa”

Bloedbad in Gomfoi

Een regenboog boven de Aoos

Als ik u zeg dat het 29 quintilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 18 juni 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Aankomen in Griekenland. Hij had na de nederlaag bij Dyrrhachion zijn acht legioenen in veiligheid gebracht in Apollonia, waar hij op 20 quintilis was aangekomen. Hij was er niet lang gebleven en opgerukt langs de rivier de Aoos, richting Ioannina. Daar was hij afgebogen naar het oosten, over Katarapas door de Pindos-bergen, richting Thessalië. Hij verliet nu het gebied dat in de Oudheid Epirus heette en trok nu met zes legioenen Griekenland binnen.

Lees verder “Bloedbad in Gomfoi”

Leeuwenjacht

Leeuwenjacht (koninklijk graf, Vergina)

Een leuke reactie op het blogje van afgelopen laatst over leeuwen in Griekenland en de rest van de zuidelijke Balkan:

Alexander de Grote deed toch aan leeuwenjacht in Macedonië?

De vraag gaat, denk ik, terug op de afbeelding van een leeuwenjacht op een graf in Vergina, het antieke Aigai. Daar waren de graven van de Macedonische koningen. De Griekse archeoloog Manolis Andronikos, die ze in de jaren zeventig onderzocht, identificeerde een van die graven, waarop bovenstaande leeuwenjacht is afgebeeld, als dat van Filippos II, de vader van Alexander de Grote. Over die identificatie eerst een woord. Daarna de leeuwenjacht.

Lees verder “Leeuwenjacht”

Griekse leeuw

Aardewerk uit Chios (Archeologisch Museum van Thessaloniki)

De donderdag gebruik ik vaak om een stukje te schrijver over Een kennismaking met de oude wereld, het handboek van Bert van der Spek en Luuk de Blois waarmee ik ooit oude geschiedenis leerde. Ik wandel, zoals de trouwe lezers weten, de laatste herdruk door om te zien of mijn kennis erg is verouderd. En om zo nu en dan een aanvulling te geven.

Vandaag wijk ik een beetje af van die aanpak door een kunstvoorwerp te behandelen uit de Griekse Archaïsche Periode, het tijdperk waar we waren aangekomen. Hierboven ziet u een op Chios gemaakte en in Thessaloniki teruggevonden beker met een mooi leeuwtje erop. Vladimir Stissi vertelt me dat het zo tussen 575 en 550 v.Chr. is te dateren. Ruwweg even oud als de Apollo van Tenea.

Lees verder “Griekse leeuw”

De Grieks-Orthodoxe Kerk

[Vandaag het derde van drie stukken over toerisme in het hedendaagse Griekenland, geschreven door Hans Overduin.]

Wie van Thessaloniki over de provinciale weg naar Pella rijdt, komt na een dertig kilometer door het dorpje Chalkidóna. Aan de rand van het dorp ligt een veldje dat wordt gedomineerd door een post-Byzantijns (over de term straks meer) kerkje, gewijd aan de apostelen Petrus en Paulus, en de voet van wat een behoorlijke minaret geweest moet zijn. Wie verder kijkt ontwaart rond de vijfentwintig kruisen, sommige bijna twee meter hoog maar de meeste in de grond gezakt, die in eerste instantie aan Keltische zonnekruisen doen denken maar er toch anders uitzien.

Bogomielen

De gangbare mening is dat het hier gaat om een kerkhof van bogomielen, een ketterse middeleeuwse sekte die zich in die tijd onder meer in het huidige Grieks-Macedonië ophield. Het kerkhof is van eminent historisch en toeristisch belang, maar geen richting- of informatiebord dat ernaar verwijst. Het bogomielenkerkhof wordt door het Griekse Ministerie van Cultuur en Sport en door de Griekse Kerk, die nog steeds allergisch is voor ketterijen, volledig doodgezwegen.

Lees verder “De Grieks-Orthodoxe Kerk”

Op reis in Griekenland

De tempel van Hefaistos, Athene

De corona is voorbij, we maken weer reisplannen en je zou naar Griekenland kunnen gaan. Dan land je vermoedelijk in Athene en zul je daar ook je eerste hotel wel boeken. Eerlijk is eerlijk, Athene is in de zomer geen aangename plek. De hitte blijft er hangen en er is geen verfrissende zeebries, zoals in Thessaloniki. Toch is het geen straf om in Athene te verblijven.

Attika

De Akropolis is een geweldige plek – hier is wel wat wind. Het spreekt vanzelf dat je ook gaat naar het Akropolismuseum en het Nationaal Archeologisch Museum, maar vergeet niet een bezoek te brengen aan het Numismatisch Museum (in het voormalige huis van Heinrich Schliemann) en aan het museum van de opgraving van Kerameikos. Dit zijn vrij rustige plaatsen. Vergeet de Agora niet, met het museum. O ja, er is ook een Byzantijns museum en een Benakimuseum. En een Romeinse agora.

Lees verder “Op reis in Griekenland”

Het Akropolismuseum

Eén van de wonderlijkste musea ter wereld is het Akropolismuseum in Athene. Het is voornamelijk gebouwd voor iets wat er (vrijwel) niet is, namelijk: de enorme collectie sculpturen van de Athena-tempel (het Parthenon), de op enkele honderden meters afstand van het museum gelegen locatie die al eeuwen tot de verbeelding spreekt.

Het verhaal is bekend: in de klassieke oudheid was de Akropolis het religieuze centrum van de stadstaat Athene, met de tempel van Athena (Parthenon) als religieus en architectonisch hoogtepunt. Dat Parthenon heeft lang de eeuwen doorstaan, ook al werd er stevig aan en in verbouwd. Dit in tegensteling tot de kleinere tempel van Athena Nikè en de toegangspoort tot de Akropolis – de Propyleeën – die tijdens het Turkse bewind over Griekenland respectievelijk werden afgebroken en opgeblazen.

Lees verder “Het Akropolismuseum”

De Archaïsche Periode

Vier kouroi tonen de verbeterde beheersing van de anatomie: v.l.n.r. uit Tenea (ca. 560 v.Chr.), uit een onbekende plaats in Griekenland (ca. 540), uit Anavyssos (ca. 530) en uit Agrigrento (ca. 480 v.Chr.).

In Griekenland heet de tweede helft van de IJzertijd (pakweg 800-480 v.Chr.) de Archaïsche Periode. Die naam gaat bij mijn weten terug op de grote Winckelmann, die de klassieke kunst enorm bewonderde en de aanloop daarheen aanduidde als archaïsch. Het idee dat de periode tussen pakweg Homeros en Marathon een aanloop was naar de klassieken, duikt nog altijd weleens op, bijvoorbeeld omdat beeldhouwers steeds beter in staat waren de menselijke anatomie weer te geven. Zo rond 490 lijken ze het volledig in de vingers te hebben gekregen en vanaf dan noemen we het klassiek. Een beroemd boek, Archaic Greece van Anthony Snodgrass, dat probeert de Archaïsche Periode wat meer recht te doen, ontkomt er ook niet helemaal aan de drie eeuwen te typeren als een “age of experiment” voor de latere bloeitijd.

Het is een aantrekkelijk verhaal. Dat beeldhouwers zochten naar de perfecte anatomie is gewoon wáár. Maar de eigenlijke geschiedenis zal niet naar zo’n doel hebben gewerkt. Misschien is het wel beter de tweede helft van de IJzertijd aan te duiden als de tweede helft van de IJzertijd. Die naam vertelt immers iets over Griekenlands technologisch niveau, wat op zijn beurt weer iets vertelt over het potentieel van een samenleving.

Lees verder “De Archaïsche Periode”

De gefnuikte opmars van Metellus Scipio

De Haliakmon

Als ik u zeg dat het medio mei was en toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus de Romeinse consuls waren, en als ik dat voor u omreken naar begin april 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Het antwoord op die vraag is dat hij nog steeds bij Dyrrhachion was, het huidige Durrës in Albanië. Zijn mannen waren bezig schansen te bouwen om de soldaten van Pompeius te omsingelen. Die waren even hard bezig schansen te bouwen om te beletten dat ze aangevallen zouden worden. Daarmee zouden ze zich nog wel even mee bezighouden, dus wij schakelen over naar Griekenland. De vraag op aller lippen is immers: wat was Quintus Caecilius Metellus Pius Scipio Nasica aan het doen? Ik zal u niet in spanning houden.

Lees verder “De gefnuikte opmars van Metellus Scipio”