Sint-Joris & co

Sint-Joris en de draak (achttiende-eeuwse ikoon uit het Antivouniotissa-museum, Korfu)

Als religie mensenwerk is, en zelfs de diepst gelovigen erkennen dat dit voor minimaal de helft zo is, zijn ook de grenzen tussen religies mensenwerk. En ook de ontkenning van die grenzen. Dat is een van de redenen waarom het moderne Midden-Oosten zo boeiend is: de grens tussen de diverse joodse, christelijke, islamitische en druzische stromingen is vloeiend. Onze Sint-Joris, de drakendoder, wordt niet alleen vereerd door christenen, maar ook door moslims, die hem aanduiden als Khidr, de “groene man”. Ik herinner me dat een van zijn graven me werd aangewezen in de citadel  van Aleppo, waarover zo meteen meer.

De joden associëren Joris/Khidr met de profeet Elia. De druzen kennen hem op dezelfde wijze als beschreven in de Koran: iemand die slechte dingen lijkt te doen die in feite goed zijn, al herkent niet iedereen Gods voorzienigheid. Dit weet ik wel: of het nu in Syrië, Libanon of Israël/Palestina is, de gelovigen gebruiken elkaars cultusplaatsen en trekken zich van de grenzen tussen de religies, die in West-Europa zo dogmatisch zijn, niets aan. Ik schreef er al eens over.

Lees verder “Sint-Joris & co” →

Misverstand: Bakermat

 

In Damascus wordt deze stadspoort aangewezen als de plaats waar Paulus ooit over de muur wist te ontsnappen. Weererkers zijn een middeleeuwse uitvinding en deze poort stond er niet in de eerste eeuw.

Misverstand: Het Nabije Oosten is de bakermat van onze religies, het westen van onze rationaliteit

Een van de slagzinnen waarmee het Syrisch verkeersbureau toeristen probeert te trekken, is dat Syrië de ‘cradle of faith’ zou zijn geweest, de bakermat van de religies. Het werkt: elk jaar komen er duizenden westerse christenen naar Damascus om de plek te zien waar de vrienden van de apostel Paulus hem in een mand over de stadsmuur lieten zakken om hem te laten ontsnappen. Op loopafstand drommen Iraanse pelgrims samen bij het graf van Hosseyn, de derde imam. Veel van die religieuze sites zijn van een bedenkelijke authenticiteit: het erkertje waaruit Paulus zou zijn neergelaten dateert bijvoorbeeld uit de Middeleeuwen.

Maar er is een wezenlijker probleem met het religieuze toerisme naar het Midden-Oosten. Om het te begrijpen moeten we tweehonderd jaar terug, naar Berlijn. Daar werd aan het begin van de negentiende eeuw een nieuwe universiteit gesticht waarin het wetenschappelijk bedrijf op een vernieuwende manier werd georganiseerd. De discipline van de oude geschiedenis raakte daarbij verspreid over twee afdelingen: de historicus die Griekenland en Rome wilde bestuderen, moest eerst Grieks en Latijn leren en kwam zo terecht bij de subfaculteit van de klassieke talen; de historicus die zich op het Nabije Oosten richtte, moest Hebreeuws of Arabisch leren en kwam terecht bij Semitische talen. Wat eeuwenlang samen bestudeerd was geweest, raakte zo gescheiden – en niet alleen in Berlijn, maar overal waar dit organisatiemodel werd overgenomen.

Lees verder “Misverstand: Bakermat” →

Al-Hakim

Fatimidisch kristal (Louvre, Parijs)

Het was diep in de nacht van de 27e shawwal van het jaar 411 volgens de islamitische jaartelling ofwel 13 februari 1021, toen kalief Al-Hakim bi-Amr Allah zijn paleis verliet, gezeten op zijn grauwe ezel Qamar, “maan”, en vergezeld door twee dienaren. Het zou een veelbewogen nacht worden.

Kalief Al-Hakim was een wonderlijke man. Hij behoorde tot de Fatimidische dynastie, waarvan de heersers de sji’itische islam propageerden. Alleen niet in de vorm zoals die tegenwoordig in vooral Iran bestaat, maar in de zogenaamde Ismaëlitische stroming. Zoals wel meer shi’itische leiders keerde hij zich tegen de soennieten en was hij tolerant voor joden en christenen. In 1004 was aan dat beleid echter een einde gekomen. Hij verbood de christelijke feestdagen en ook mochten mensen geen wijn meer drinken, wat zowel voor christenen als joden problemen opleverde. Ook kwamen er kledingvoorschriften: niet-islamitische vrouwen dienden bijvoorbeeld één rode en één zwarte schoen te dragen.

Lees verder “Al-Hakim” →

Lotfollah

Lotfollah-moskee, Isfahan

Het zal u niet zijn ontgaan dat Libanon een land is vol minderheden. Een van die minderheden is de sji’itische islam, die ook weer aanwezig is in diverse varianten. Voor insiders: er zijn twaalvers en zeveners en van die laatste groep zijn de druzen weer een variant. De twaalvers zijn voor een deel nationalistisch en stemmen dan doorgaans op de Amal-partij maar anderen zijn internationaler van oriëntatie en stemmen dan op Hezbollah. Deze groep staat bekend om zijn banden met Iran.

Die banden zijn niet van vandaag of gisteren. Libanon kende al heel lang sji’itische groepen toen Perzië in de zestiende eeuw besloot deze stroming te aanvaarden. Natuurlijk waren er al sji’ieten in Perzië, waar de achtste imam ligt begraven, maar het staatsapparaat was eigenlijk altijd soennitisch geweest. De eerste sjah van de Safavidische dynastie, Ismaïl I (r.1501-1524), koos echter voor de twaalver-sji’a, voor een deel uit overtuiging en voor een deel om zich te onderscheiden van de grootmacht in het westen, de Ottomanen, en van de Oezbeken in het noordoosten.

Lees verder “Lotfollah” →

Het graf van Daniël (bis/ter)

Graf van Daniël, Kirkuk

Het regende pijpenstelen en ik zat gefrustreerd te staren naar een tekst die niet zo snel vorderde als ik wilde, toen ik een appje kreeg van Marjon Verburg, die momenteel op reis is in Irak. Ik ben dus gewoon stervensjaloers, want Irak is (met Algerije en Afghanistan) een van de landen waar ik nog altijd heen wil. Of beter, waar ik professioneel gewoon hoor te zijn geweest.

Meer in het bijzonder kwam het appje uit Kirkuk en bovenstaande foto toont u het graf van de profeet Daniël. Of beter, een van zijn graven. Ik blogde al eens over ’s mans graf in Susa en zijn graf in Samarkand. Er zijn nog meer graven, zoals in Tarsus in Turkije en in Sidi Denaine in Marokko. De vernietiging van een graf van Daniël in Mosul door de zogenaamd Islamitische Staat werd enkele jaren geleden in één adem gerapporteerd met de destructie van het graf van Jona.

Lees verder “Het graf van Daniël (bis/ter)” →

Kort Libanees (2)

Wandschildering van Maria (Nationaal Museum van Libanon, Beiroet)

Libanon is een verdeeld land en het zal u wel bekend zijn dat de scheidslijnen religieus zijn. Je hebt christenen en moslims; die laatsten zijn weer verdeeld in soennieten en sji’ieten, en van die laatsten zijn de druzen een zó bijzondere variant dat je je kunt afvragen of je ze nog als sji’itisch kunt beschouwen. Die groepen zijn onderling weer verdeeld, soms langs religieuze lijnen en soms langs politieke lijnen. Er zijn bijvoorbeeld twee grote sji’itische partijen, de nationalistische Amal en de pro-Iraanse Hezbollah. En er zijn altijd de ego’s en de belangen van de diverse politieke leiders.

Hoe schep je eenheid in “a house of many mansions”? De overheid heeft in het verleden ingezet op een gedeeld verleden door de vernieuwing van het Nationaal Museum. Men is daarbij bepaald niet zuinig geweest en het is een van de mooiste culturele instellingen van de wereld, maar ik krijg niet de indruk dat het verleden werkelijk helpt om eenheid te scheppen. Geschiedenis is er natuurlijk ook helemaal niet om nationale identiteiten te helpen vormen, maar ik kan me bovendien niet aan de indruk onttrekken dat veel Libanezen ook niet al te veel van het verleden weten willen. Niet helemaal onbegrijpelijk natuurlijk, want elke politieke groep heeft lijken in de kast. Niet zelden letterlijk.

Lees verder “Kort Libanees (2)” →

Meer lijkwadegeleuter

Crucifix uit 1304, ruwweg even oud als de Lijkwade van Turijn; de makers wisten niet hoe de Romeinen iemand kruisigden (Keulen, St. Maria im Kapitol).

Een gewelddadige dood is meestal een onsmakelijke affaire, waarover je niet moet schrijven. Dat wordt voyeurisme. Als het gaat om kruisigingen, de wrede executiemethode die de Romeinen tot in perfectie (lees: zo langdurig mogelijk) ontwikkelden, moet je helemaal je mond houden. Het was nog veel erger dan de Bobben Smalhout dezer wereld u uitleggen. In feite zijn zulke artikelen een aantasting van het recht op een onverstoord sterven en niet ten onrechte heeft Raymond Brown, de auteur van een belangrijk boek over de Bijbelse lijdensverhalen, opgemerkt dat hij zulk onderzoek misplaatst vindt en hoopt dat er een einde komt aan zoveel smakeloosheid.

Helaas is er de lijkwade van Turijn, die altijd weer opduikt, zelfs als er geen nieuws is. U kent de problematiek: op een in Turijn bewaard stuk textiel staat een fotonegatieve afbeelding van een gekruisigde man. Is dit het doek waarin Jezus begraven is geweest? Het antwoord is een oorverdovend nee: er is C14-onderzoek gedaan en het weefsel dateert uit 691±31BP. Dat wil zeggen dat er, na ijking aan de jaarringcurve, 68% kans is dat het textiel is vervaardigd tussen 1273 en 1288. Er is 95% kans dat het is vervaardigd tussen 1262 en 1312, met nog een piepkleine kans dat het stamt uit het derde kwart van de veertiende eeuw.

Dat is het einde van de discussie. Er zijn insinuaties dat de laboratoria hun werk niet goed hebben gedaan, maar dat zijn precies dat: insinuaties. Ze worden steeds weer gedaan door mensen die een complicatie verzinnen die ze niet zouden hebben verzonnen als het niet was om de lijkwade als geloofsvoorwerp te redden van de wetenschap. Ze verzinnen voor elke oplossing een probleem. Ik ga daar nu niet op in want ik blijf niet aan de gang. Mijn aanleiding is dat de lijkwade in de sociale media de ronde weer doet, ook al gaat het om kwakonderzoek van vijf jaar geleden.

Lees verder “Meer lijkwadegeleuter” →

Religieuze kruisbestuiving

Nabi Ayla

De foto hierboven maakte ik in Nabi Ayla, een dorpje in de Bekaavallei. Het oogt als een moskee en het is ook een islamitische gebedsruimte, maar het graf is dat van de joodse profeet Elia, die hier door moslims, joden en christenen wordt vereerd. Toegegeven, het zal niet echt het graf van Elia zijn en veel joden zijn in de jaren tachtig uit Libanon vertrokken, maar het zijn dus niet alleen moslims die deze moskee bezoeken.

Evenzo zijn het in Libanon niet slechts christenen die naar een kerk gaan. Neem de grot van Sint-Joris in Jounieh, even ten noorden van Beiroet. Zowel christenen als moslims (die hem El Khidr noemen) wenden zich tot de heilige die de draak versloeg, om zijn hulp in te roepen voor kinderen met een groeistoornis.

Lees verder “Religieuze kruisbestuiving” →

Ikoon

Ikoon met de bron des levens

Berat mag dan het antieke Antipatreia zijn, de Oudheid is niet waarom je in deze mooie stad bent, al denk ik dat ik op de citadel wat hellenistisch muurwerk heb gezien. Die citadel, dát is waarom je hier komt, en het moet gezegd: die is buitengewoon de moeite waard. Er ligt daar een compleet dorp, hoog boven de witte huizen van de stad, met een stuk of veertig kerken (om twaalf uur vandaag meer over dit duizelingwekkende aantal), kasseienstraten, twee moskeeën, torens, een indrukwekkende toegangspoort en natuurlijk een brede en hoge muur. Er is trouwens ook een modern beeld van Constantijn de Grote omdat de Albanezen denken dat deze keizer in hun land is geboren.

Eén van de kerken is gewijd aan Maria Hemelvaart en in het eraan grenzende Onufri-museum fotografeerde ik deze icoon. U ziet Maria en de “bron des levens”, maar het gaat me om de achtergrond: twee moskeeën. Je kunt dat interpreteren alsof Gods liefde zich uitstrekt naar niet-christenen. Ik vermoed dat dat ook is wat de onbekende kunstenaar uit de achttiende eeuw heeft willen zeggen: wij Albanezen horen bij elkaar. Zie ik het (vanuit mijn toeristische ivoren toren) goed, dan spelen er in elk geval momenteel weinig religieuze spanningen. Na de Culturele Revolutie van Hoxha, die in de jaren zestig alle uitingen van religiositeit verbood, is dat misschien ook niet zo vreemd: moslim of christen, ze delen allemaal dezelfde nare ervaringen en hebben allemaal op gelijke wijze hun religie aan de nieuwe tijd aangepast.

Lees verder “Ikoon” →

De helft van alle schoonheid

Lotfollah-moskee, Isfahan

Het is om een of andere reden niet algemeen bekend, maar toen de lieve God de wereld in elkaar had geschroefd, had gezien dat het allemaal goed was en zich opmaakte om de zevende dag te gaan rusten, viel hem op dat hij iets was vergeten: hij had pas de helft van alle schoonheid uitgedeeld. Zo is het dus gekomen dat het er hier op aarde soms lelijk aan toegaat.

God zat dus opgezadeld met nog de helft van alle schoonheid. En hij wilde toch echt gaan rusten. Wie zal het hem kwalijk nemen dat hij besloot op het allerlaatste moment gewoon alle schoonheid op één plek neer te leggen? En zo geschiedde. God zag dat het goed was en op de zevende dag rustte hij.

Lees verder “De helft van alle schoonheid” →