Het Babylon van Nebukadnezar

De Ištarpoort (Pergamonmuseum, Berlijn)

Volgens de Babylonische kroniek die bekend staat als ABC 2, nam Nabopolassar op 23 november 626 v.Chr. de koningstitel aan. Ik blogde er al over. Dit was het begin van een reeks veldtochten tegen de Assyriërs. In 614 plunderden de Babyloniërs en de Meden de religieuze hoofdstad van Assyrië, Aššur, twee jaar later gevolgd door Nineveh. Babylon, al ruim een millennium de culturele hoofdstad van het Nabije Oosten, was nu ook weer de politieke hoofdstad.

Van Nebukadnezar tot Cyrus

De zoon van Nabopolassar, Nebukadnezar, regeerde van 605 tot 562 v.Chr. en herbouwde Babylon als de mooiste stad van het Nabije Oosten. De beroemde muren met blauwe glazuurtegels en de Ištarpoort zijn twee voorbeelden. Elders verbeterde hij het koninklijke paleis en herbouwde hij de Etemenanki. De roemruchte Hangende Tuinen, volgens Griekse auteurs een van de zeven wonderen van de toenmalige wereld, zijn misschien wel het bekendste werk van Nebukadnezar. Helaas zijn ze een sprookje.

Lees verder “Het Babylon van Nebukadnezar”

Nineveh, de laatste Assyrische hoofdstad

De (inmiddels verwoeste) Nergal-poort van Nineveh

De laatste hoofdstad van Assyrië, Nineveh, ligt op de oostelijke oever van de Tigris, op de plek waar de Khosr erin uitmondt. Dit riviertje verdeelt de oude stad in een noordelijke en een zuidelijke helft. Beide hebben een citadel dicht bij de westelijke muur: de zuidelijke heuvel heet Nebi Yunus (“profeet Jona”) naar het oude islamitische mausoleum op die plaats, terwijl de noordelijke heuvel Kuyunjik heet.

Over de alleroudste resten van Nineveh blogde ik al: neolithisch aardewerk uit het zevende millennium v.Chr. Maar ook al is dat erg mooi, er is maar weinig bekend over deze periode.

Lees verder “Nineveh, de laatste Assyrische hoofdstad”

Hunebed van de dag: D13 (Eext)

Hunebed D13 bij Eext

Hunebed D13, het op vijftien na noordelijkste hunebed in Nederland, is ook een van de meest merkwaardige. Het is erg klein: het meet slechts 4¼ bij 3¼ meter en dan rond ik nog naar boven af ook. Het bijzondere is dat het nog in de heuvel ligt die erover is opgetrokken. Een flinke heuvel trouwens, met een doorsnede van een meter of dertig.

Het graf is rond 1735 ontdekt door een Eexter boer die een hol geluid hoorde. Om die reden zou de heuvel ook Klankenberg en Stemberg genoemd zijn geweest, al kan die laatste naam ook een verbastering zijn van Steenberg (vgl. hunebed D1, dat deze naam gaf aan het nabijgelegen dorp Steenbergen). Later is het grafmonument ontdaan van enkele stenen. Zwerfkeien waren immers nuttig voor de versterking van de beschoeiing van de diverse waterwerken. Eén steen was in Eext nog tot 1976 in gebruik als bruggetje. De website Hunebedden.nl voegt toe dat er geruchten gaan over een soortgelijke grote steen bij de kerk van Eext.

Lees verder “Hunebed van de dag: D13 (Eext)”

Kalhu ofwel Nimrud

Twee lamassu’s uit het paleis van Aššurnasirpal (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

De afgelopen dagen had ik het over het oude Babylonië. Assyrië, het noorden van het huidige Irak, maakte deel uit van het Oud-Babylonische Rijk. Later herwon Mât Aššur, “het land van de god Aššur”, echter zijn zelfstandigheid en begon het aan een gestage expansie. Die is uitzonderlijk goed gedocumenteerd in vele duizenden kleitabletten. Het koninkrijk breidde zich in alle richtingen uit. Eén koning voor alle volken, was de ideologie, zo mooi beschreven door Daan Nijssen in Het wereldrijk van het Tweestromenland.

Het was daarbij een beetje – al moeten we voorzichtig zijn met vergelijkingen – zoals met de Spaanse conquistadores in Mexico: het succes van de vele veldtochten bewees dat de god Aššur het imperialisme steunde, de veroveraars deden dus godgevallig werk, en het was daarom niet vreemd dat ze veel buit binnenhaalden, want Aššur was een goede god die zijn vrome dienaars beloonde. En dus kwamen het goud, het zilver, het ivoor, de slaven, het koper, het edelsmeedwerk, het textiel, de paarden in grote aantallen en hoeveelheden naar de hoofdstad Aššur.

Lees verder “Kalhu ofwel Nimrud”

Hunebed van de dag: D12 (Eexteres)

Hunebed D12 bij Eexteres

Hunebed D12 is nog geen zeven meter lang en nog geen drie meter breed. Het op veertien na noordelijkste hunebed in Nederland is bovendien aan de kleine kant. En het is nog incompleet ook.

De oriëntatie van dit hunebed, dat staat onder een mooie oude boom op de es ten westen van Eext, is echter opvallend. Meestal richtten de hunebedbouwers hun monumenten ruwweg langs een oost-west-as, maar D12 is gericht op het zuidzuidoosten. Waarom? We weten het weer eens niet. Zoals zo vaak.

Lees verder “Hunebed van de dag: D12 (Eexteres)”

De wetten van Hammurabi

Hammurabi groet de zonnegod Šamaš, herkenbaar aan de gehoornde helm en de zonnestralen uit zijn schouders. Dit is het bovenste deel van de stèle in het Louvre.

De Wetten van Hammurabi zijn wereldberoemd. In de eerste aflevering van Better Call Saul probeert Jimmy McGill een misdadiger ervan te weerhouden twee mannen te vermoorden met het argument dat de aanstaande slachtoffers erop uit waren geweest iemand een been te breken, dat een dubbele moord een excessieve vorm van vergelding zou zijn en dat het volstaat twee keer een been te breken. McGill, nooit verlegen om een mooie formulering, doet dit onder verwijzing naar de Wetten van Hammurabi.

De Wetten van Hammurabi

De Wetten van Hammurabi zijn beroemd genoeg. Maar niet omdat ze de eerste waren. De wetten van koning Ur-Nammu (Derde Dynastie van Ur), van koning Lipit-Ishtar en uit Ešnunna zijn ouder. De twee eerste verzamelingen zijn echter fragmentarisch bekend en ook de derde is niet heel erg lang. De wetten van Hammurabi zijn veel en veel langer. Deze wetgever was een micromanager. Zijn wetten zijn bovendien systematischer en ook compleet overgeleverd. Wat weer niet wil zeggen dat de 282 bepalingen een compleet overzicht bieden. Vaak ontbreekt de algemene regel, bijvoorbeeld dat het verboden is een valse aanklacht in te dienen, en lezen we alleen ophelderingen, zoals de procedures voor valse beschuldigingen van moord, tovenarij of diefstal.

Lees verder “De wetten van Hammurabi”

Hunebed van de dag: D15 (Loon)

Hunebed D15 bij Loon

Ik voelde me een beetje een indringer, daar bij hunebed D15, dat even ten noorden van Loon op de es ligt. Op een lentedag was ik aan komen rijden vanuit Groningen en had bij Tynaarlo de smaak van hunebedden te pakken gekregen, dus ik was van de weg af gegaan om ook het op dertien na noordelijkste hunebed van Nederland te bekijken. Ik maakte wat foto’s toen een jongen van een jaar of zestien, zeventien kwam aanlopen. Hij groette me maar leek zich onhandig te voelen met mijn gezelschap. Toen even later een meisje van dezelfde leeftijd aan kwam, begreep ik dat ze een afspraakje hadden. Het was beter verder te fietsen.

Later zou Herman Clerinx, de auteur van Een paleis voor de doden, me een soortgelijke ervaring noemen. Het zijn ook eigenlijk wel romantische plekken, die hunebedden. Zeker omdat er ook hier weer een meertje in de buurt is: een pingoruïne die de mensen in Loon aanduiden als het Taarlose Veentje.

Lees verder “Hunebed van de dag: D15 (Loon)”

Het oudste Babylon

Stèle met een afbeelding van een moeder met kind (Pergamonmuseum, Berlijn)

U kent de stad als Babylon, maar dat is Grieks. Het geeft de naam Babillu weer, een naam uit een onbekende taal. Later, toen de bewoners van Mesopotamië Semitische talen als Akkadisch waren gaan spreken, dus na pakweg 2400 v.Chr., herkenden ze er twee van hun eigen woorden in: Bab en ili, “poort der goden”. We zouden meer over de oudste fase van de stad weten, maar de resten liggen onder het grondwaterpeil van de Eufraat en opgraving is vrijwel onmogelijk. Uit schriftelijke bronnen blijkt echter dat de stad belangrijker begon te worden na de val van het rijk van de Derde Dynastie van Ur, toen de Amorieten het gebied binnenvielen en de macht overnamen in Babili.

Het rijk van Babylon

Mesopotamië assimileerde nieuwkomers eigenlijk altijd en de Amorieten waren geen uitzondering. Ze kregen weliswaar de macht maar “mesopotamiseerden”. In het eerste kwart van het tweede millennium v.Chr. verenigde Babylon, onder leiding van een van oorsprong Amoritische dynastie, het Tweestromenland. De bekendste koning van dit Oud-Babylonische Rijk is Hammurabi. Hij leefde in de eerste helft van de achttiende eeuw. Er speelt hier een fascinerende chronologische kwestie, waarover ik hier blogde. Als u geïnteresseerd bent in de pervertering van het oudheidkundig debat, is dit stukje iets voor.

Lees verder “Het oudste Babylon”

Hunebed van de dag: D11 (Anloo-Zuid)

Hunebed D11 bij Anloo

Toen ik het had over hunebed D8 vermeldde ik dat het lag bij de kruising van de oeroude oost-west-weg van D7 naar D9 met de zuid-noord-weg van Anloo naar Zuidlaren. Aan die tweede weg lagen enkele verdwenen hunebedden en voorbij Anloo vinden we hunebed D11. Het op twaalf na noordelijkste hunebed in Nederland is aan de smalle kant: terwijl de hunebedbouwers meestal iets neerzetten van een meter of vier breed, meet dit monument een goede 3½ meter. Het is 9½ meter lang.

De website Hunebeddeninfo.nl noemt het een tamelijk gewoon hunebed, niet erg groot, niet erg klein, zonder speciale kenmerken maar gelukkig ook niet erg beschadigd. ’t Is krek zo. Hunebedden.nl is iets romantischer en adviseert hier in stilte vijftig eeuwen geschiedenis op je te laten inwerken. Het is niet moeilijk die goede raad op te volgen, want je bent hier vrijwel alleen.

Lees verder “Hunebed van de dag: D11 (Anloo-Zuid)”

Aššur, de eerste hoofdstad van Assyrië

De ziggurat van Aššur

Vandaag zijn de verkiezingen in Irak, dus dat is een ongezochte gelegenheid om eens te bloggen over Aššur. Gelegen op de westelijke oever van de rivier de Tigris, was dit de eerste hoofdstad van Assyrië. En ook deze stad was oeroud. Bij de tempel van de godin Ištar vonden archeologen voorwerpen uit de tweede helft van het derde millennium v.Chr. Toen was Aššur nog een stadstaat met een wat groot ommeland, niet anders dan Susa in Elam. De bewoners personifieerden hun stad als een godheid, eveneens Aššur geheten, en noemden het ommeland Mât Aššur, het land van de god Aššur.

Deze stadstaat had nauwe banden met de Sumerische steden in het zuiden en moest zich onderwerpen aan koning Sargon van Akkad. Nadat diens rijk door de klimaatcrisis rond 2200 v.Chr. ten onder was gegaan, herenigden de heersers van de Derde Dynastie van Ur Mesopotamië. Net als Sargon voor hen stuurden ze gouverneurs naar Aššur. De belangrijkste resten uit deze tijd zijn de tempel van Ištar en het Oude Paleis.

Lees verder “Aššur, de eerste hoofdstad van Assyrië”