
Om een of andere duistere reden heeft Jan van Aken, die toch zo’n beetje alle schelmen van de Middeleeuwen heeft beschreven, zich nog niet gewaagd aan Paulus Tagaris, de grootste bluffer uit de Byzantijnse geschiedenis. We hebben het over de tweede helft van de veertiende eeuw, toen het Byzantijnse Rijk vanuit het oosten door de Ottomaanse Turken en vanuit het noordwesten door de Serviërs in de tang werd genomen. Alsof dit nog niet genoeg was, trok van 1346 tot 1353 de Zwarte Dood door Europa, die Constantinopel hard trof. De samenleving wankelde en dat bood aan een avonturier alle ruimte.
Het eerste wat we horen van Paulus is dat hij zich, na een mislukt huwelijk en een verblijf als monnik in Palestina, aandiende in Constantinopel met in zijn bezit een icoon met geneeskrachtige eigenschappen, waar hij goed geld mee wist te verdienen. De patriarch durfde aanvankelijk niet tegen hem op te treden omdat Paulus lid was van de vooraanstaande Tagaris-familie, maar uiteindelijk overspeelde hij zijn hand en werd hij teruggestuurd naar Palestina.







Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.