Byzantijnse krabbel (13a): Paulus Tagaris

Tyrus, de resten van de kerk waar Paulus tot bisschop werd gewijd

Om een of andere duistere reden heeft Jan van Aken, die toch zo’n beetje alle schelmen van de Middeleeuwen heeft beschreven, zich nog niet gewaagd aan Paulus Tagaris, de grootste bluffer uit de Byzantijnse geschiedenis. We hebben het over de tweede helft van de veertiende eeuw, toen het Byzantijnse Rijk vanuit het oosten door de Ottomaanse Turken en vanuit het noordwesten door de Serviërs in de tang werd genomen. Alsof dit nog niet genoeg was, trok van 1346 tot 1353 de Zwarte Dood door Europa, die Constantinopel hard trof. De samenleving wankelde en dat bood aan een avonturier alle ruimte.

Het eerste wat we horen van Paulus is dat hij zich, na een mislukt huwelijk en een verblijf als monnik in Palestina, aandiende in Constantinopel met in zijn bezit een icoon met geneeskrachtige eigenschappen, waar hij goed geld mee wist te verdienen. De patriarch durfde aanvankelijk niet tegen hem op te treden omdat Paulus lid was van de vooraanstaande Tagaris-familie, maar uiteindelijk overspeelde hij zijn hand en werd hij teruggestuurd naar Palestina.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (13a): Paulus Tagaris”

Byzantijnse krabbel (2): Twee naturen

rila_councils_1_nicaea_i
De discussie over de twee naturen van Christus tijdens het Concilie van Nikaia (325) op een schildering in het Bulgaarse Rila-klooster. In het centrum, vooraan, staat Nikolaas van Myra klaar om een apostolische oplawaai te verkopen aan een ketter.

Christus was een god onder de goden en zelfs de tegenstanders van het christendom erkenden dat deze godheid bestond en ten tijde van keizer Tiberius op aarde had geleefd. Of je hem ook vereerde, en op welke wijze, was een persoonlijke keuze. Toch was er voor menigeen ook iets afstotends aan deze eredienst: wie Christus vereerde, kwam fanatiekelingen tegen die meenden dat je andere goden moest afzweren.

Dat was een gevaarlijke mening. Als zo’n exclusivist een openbaar ambt bekleedde, kon hij niet aan de stadsgoden offeren en zou hij hun wrok afroepen over de gemeenschap. Het vervolgingsdecreet waarmee keizer Decius rond 250 de vervolging gelastte is niet overgeleverd, maar wat we wél weten, suggereert dat hij iets eiste dat vooral voor exclusivisten lastig was. Van de vervolging door keizer Valerianus, enkele jaren later, staat vast dat hij deze groep op de korrel nam. Gewone Romeinse gelovigen, die niet exclusivistisch waren, liepen geen gevaar. Het vernieuwende van Constantijn de Grote is niet dat hij christen werd, maar dat hij het exclusivistische christendom de wind in de zeilen gaf en binnen die radicale stroming ook nog sympathiseerde met de groep die meende dat er een orthodoxie was.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (2): Twee naturen”

Het Midden-Oosten

Antiochië

Het is 2003, het is ergens in de zomer en mijn zakenpartner en ik worden wakker in een hotel in Iskenderun. We lopen naar de eetzaal, waar wat zeelieden zitten te ontbijten. “’Morning, captain!” horen we, “The boat, how is she?” Terwijl ik wat groente op mijn bordje schep, realiseer ik me ineens dat ik geuren ruik die ik nooit eerder heb geroken: de kruiden uit de oosterse keuken, die we vanaf die ochtend in ieder restaurant en in elke souq en bazar zouden ruiken. Ik plaag mijn zakenpartner, die die ochtend niet helemaal goed in orde was en het ontbijt oversloeg, nog wel eens met de constatering dat Iskenderun het onovertroffen culinaire hoogtepunt is geweest van onze reizen in het voetspoor van Alexander de Grote.

Het was voor het eerst dat ik me realiseerde dat ik niet meer in West-Europa was. De Griekse steden in het westen van Turkije, Ankara, de grote weg over de Anatolische Hoogvlakte: je kon steeds nog denken dat je ergens in Italië of Griekenland was. In Iskenderun – nog altijd een kosmopolitische havenstad – was dat niet meer zo, en toen we later op die dag in Antiochië en Seleukeia waren, wist ik dat zeker. Ik had de geur van het Midden-Oosten opgesnoven.

Lees verder “Het Midden-Oosten”

Venus van Milo

De Venus van Milo (Louvre, Parijs)

Het beeld hierboven – het derde in mijn eindejaarsreeks over museumstukken die niet waren wat ze leken – is wereldberoemd: de Venus van Milo. U mag ook “Afrodite van Melos” zeggen, wat wellicht passender is. Het is immers een Grieks beeld, gevonden op een Grieks eiland (Melos dus) en vooral: het speelt een rol in een discussie over welke Griekse kunst het waardevolst was. Om de inzet daarvan te begrijpen, moeten we even terug naar de achttiende eeuw, naar iemand over wie ik al vaker heb geblogd: Winckelmann, de man die de Griekse kunst in het middelpunt van de artistieke belangstelling plaatste. Omdat het kerstmis is en ik het mezelf niet moeilijk wil maken, citeer ik eerst mezelf.

Waarom was de absolute schoonheid ontstaan in Griekenland? Wat maakte dat land anders dan Egypte, Fenicië, Perzië en Etrurië? Winckelmann zocht het in het gematigde klimaat, waardoor de bewoners naakt konden sporten. Aangezien in gezonde lichamen gezonde geesten gedijen, ontwikkelden de Griekse kunstenaars een ongebruikelijk groot vakmanschap. Bovendien konden ze natuurlijk niet anders dan geïnspireerd raken door de aanblik van al die naakte atleten. Dezelfde gezonde geest bevrijdde zich bovendien, anders dan in de oosterse despotieën, van allerlei beperkende politieke tradities. Artistieke innovatie en vrijheid waren dus twee kanten van dezelfde medaille.

Lees verder “Venus van Milo”

Apollonios van Tyana (3)

Bronnenhuis in Tyana (niet dé bron, vermoedelijk)

[Dit is het derde van twaalf stukjes over de antieke charismatische wijze Apollonios van Tyana, die ik presenteer ter gelegenheid van de verschijning van de door mijn vriendin Simone Mooij gemaakte vertaling van FilostratosLeven van Apollonios. Het eerste stukje is hier.]

In mijn vorige stukje vertelde ik dat achter de tekst van FilostratosLeven van Apollonios de plaatselijke tradities uit verschillende steden zijn te ontwaren, en ik beschreef Efese.

Apollonios’ geboortestad Tyana herinnerde zich zijn beroemde zoon natuurlijk ook: er was een door de Romeinse keizer Caracalla herbouwd heiligdom (Cassius DioRomeinse geschiedenis 78.18.4). Hier werd Apollonios vereerd als arts, en het is aannemelijk dat veel mensen genezing kwamen zoeken in dit antieke Lourdes. De Griekse auteur Lucianus van Samosata (c.120-c.190) noemt een arts uit Tyana die zich erop beroemde een leerling te zijn van Apollonios (Alexander de leugenprofeet 5). Deze leerling, “een van die charlatans die een handeltje drijven in magie en mysterieuze bezweringen en die je geluk in de liefde beloven of de ondergang van je vijanden, de vondst van een schat of een leuke erfenis”, moet in de eerste helft van de tweede eeuw hebben geleefd.

Lees verder “Apollonios van Tyana (3)”

Pilaarheilige

De restanten van Simeons zuil
De restanten van Simeons zuil

Vandaag ben ik gegaan naar het klooster van Sint-Simeon de Jongere, die leefde van 521 tot 597. Zijn carrière doet wat denken aan die van zijn oudere naamgenoot, Someon de Styliet, die in het noorden van Syrië zijn dagen sleet, zittend op een pilaar, waarvandaan hij ook preekte.

Het blijft een raar soort religiositeit: afwijzen wat gewoon en natuurlijk is, dat je geniet, en je lichaam kastijden omwille van het Koninkrijk. Het maakte destijds echter enorme indruk, en net als Someon de Styliet was Someon de Jongere een populaire “geloofsvirtuoos”.

Lees verder “Pilaarheilige”

Uitzicht

Zicht op Antiochië
Zicht op Antiochië

Ik heb het hier in Turkije tot nu toe goed getroffen met het uitzicht uit mijn hotelkamers: het Romeinse badhuis in Ankara, de ruïnes van Hattusa en de bergen achter Kayseri. Het plaatje hiernaast overtreft echter alles. De stad is Antiochië: hoofdstad van het Seleukidenrijk, residentie van de Romeinse gouverneur van Syrië, christelijke metropool en een van de voornaamste plaatsen uit de tijd van de Kruistochten.

Lees verder “Uitzicht”

De Eerste Kruistocht

Ik heb al eens geblogd over de veldslag bij Manzikert, waar de leider van de Seljukische Turken, Alp Arslan, in 1071 de Byzantijnse keizer, Romanos IV, versloeg en zelfs gevangennam. De sultan was niet geïnteresseerd in deze oorlog – hij was in feite op weg naar Cairo, om daar af te rekenen met de zijns inzien Alp As ketterse Fatimiden – en legde de keizer een niet al te hoge schatting op. De aristocratie in Constantinopel zette Romanos echter af en weigerde zelfs de gevraagde matsprijs te betalen. Een verontwaardigde Alp Arslan liet de Fatimiden daarop wat ze waren en viel het onbewaakte Byzantijnse Rijk binnen. Binnen de kortste keren stonden zijn troepen aan de Zee van Marmara en was hij meester van het gebied dat nu Turkije heet.

Huurlingen gezocht

In Constantinopel zocht men nu hulp in het westen, bij de half-barbaarse volken die de Byzantijnen gemakshalve allemaal aanduidden als “Franken”. Weliswaar waren het onbetrouwbare woestelingen, die ook nog een onjuist beeld hadden van de oorsprong van de Heilige Geest en derhalve dienden te worden beschouwd als vervaarlijke ketters, maar het moest gezegd: ze konden goed vechten en waren voor de duvel niet bang, dus laat staan voor Seljukische Turken.

Lees verder “De Eerste Kruistocht”